Hoofdstuk 112
6 juni 1944 (D-Day), 03:30 uur (Britse tijd): Generaal Gale (6e Luchtlandingsdivisie) landt met strijdmacht in 52 zweefvliegtuigen bij Ranville en stelt verdediging op
Onverstoorbaar werkte ook de Britse 6e Luchtlandingsdivisie meer oostelijk door aan de opbouw van de verdediging van de bruggen, en van de hoogten en velden in de nabijheid daarvan. Talloze schuttersputten en loopgraven werden gegraven, sommige ruim en goed verstevigd met boomstammen en ander houtwerk en afgedekt met aarde. Een haardplaatsje voor de onver–mijdelijke Britse theeketel kon er ook in aangelegd zijn. (Zo althans werden ze nog verlaten aangetroffen vanaf 8 augustus 1944 door leden van de Koninklijke Nederlandse Brigade ‘Prinses Irene’, in: Koninklijke Nederlandsche Vereeniging “Ons Leger”, ‘’Prinses Irene”-brigade Gedenkboek. September 1945).
Horsa-piloot Billy Griffiths zette even vóór 03:30 uur (Britse tijd) met zijn door een korte stormwind geloodste zweefvliegtuig Chalk 70 de daling bo–ven Ranville in waarvoor nu het volle maanlicht goed zicht bood. Voor de gelegenheid was deze Horsa ‘Richard the First’ gedoopt, aangezien gene–raal-majoor Richard Gale zich samen met zijn staf van de 6e Luchtlandings–divisie aan boord bevond, evenals één Willies-jeep en twee kleine opvouw–bare Welbike–motorfietsen. 
De Welbike was een Britse éénpersoons opvouwbare motorfiets geproduceerd op advies van Station IX (Inter Services Research Bureau) met basis in Welwyn voor gebruik door in het geheim opererende agenten van Special Operations Executive (SOE). Tussen 1942 en 1943 rolden 641 exemplaren van de band, maar de meeste zouden worden gebruikt door de 1e en 6e Luchtlandingsdivisie in Normandië en bij Arnhem, cf. https://en.wiki-pedia.org/wiki/Welbike#/media/File:Welbike.jpg). Ze konden mee in een Horsa of in een container gevouwen per parachute worden gedropt.(https://revivaler.com/welbike-paratrooper-motorcycle/)
Op een ruw stoppelveld bij Ranville in welk dorp de generaal zijn hoofd–kwartier zou vestigen, werd de landing gedaan. Het wielonderstel sloeg door de houten bodem van het toestel heen, een ingegraven ‘Rommel-asperge’ rukte delen van een vleugel af. De ter plekke ingeplante palen bleken nog niet van mijnen voorzien! Tegen een talud kwam Chalk 70 met een enorme schok tot stilstand. Alle inzittenden overleefden, maar door de positie van het zweeftoestel kon de jeep niet uitgeladen worden en mocht generaal Gale lopen naar Ranville. De talloze anti-landingspalen van veld–maarschalk Rommel waarvan velen reeds waren neergehaald door genisten en die nog níet waren bespannen met tripdraden, konden niet verhinderen dat bijna de gehele divisiestrijdmacht met meegevoerd materieel zoals jeeps en licht zes–ponder-anti-tankgeschut in 52 van de in totaal 89 uitrollende, crash–ende en brekende zweefvliegtuigen landde op landingszone ‘N’ tussen Sallenelles, Amfreville en Ranville. Met wit krijt stonden namen van geliefden, bijna–men (Engelen met vieze gezichten; Churchills antwoord), hele epistels (Het Kanaal hield jullie tegen, maar ons niet. Denk aan Coventry, Plymouth, Bristol, Londen. Nu is het onze beurt. Jullie hebben je tijd gehad, Duitse Schwinhunds(sic)) of wisecracks (‘Geen zegerol, alsjeblieft! op de zijkant van Horsa’s geschreven. (Een ’zegerol’ duidt op het luchtmachtgebruik jachtvliegtuigen om hun as of een looping te laten draaien ten teken van behaalde overwinning of als vriendengroet. Deze tekst was dus bij uitzopndering aan de eigen Horsa-piloot gericht.)![Photo] British airborne troops admiring the graffiti chalked on the side of their Horsa Mk I glider, 6 Jun 1944 | World War II Database](https://carleswolterman.nl/wp-content/uploads/2023/06/Picture-1-94.jpeg)
Tarrant Rushton, 6 juni 1944, vroege avond. ‘THE CHANNEL STOPPED YOU BUT NOT US: OUR TURN’ : ‘Het Kanaal hield jullie tegen, maar ons niet: onze beurt’, lieten airbornes van de 6e Luchtlandingsdivisie enthousiast weten aan de Duit–sers nog vóór de overtocht naar Ranville was aangevangen. De militair links draagt een pikhouweel voor het eventueel verbrijzelen van een triplex-wand van zijn Horsa na een kraaklanding. Een veel gebruikte foto van Edward Malindine, nu in coll. Imperial War Museum, Londen, nr. 4700-37 H 39178.(https://ww2db.com/image.php?image_id=6229)
Twintig zweefvliegtuigen landden elders, zeventien zouden worden vermist. Eén Horsa ramde met de cockpit een huismuur en kwam tot stilstand op en–kele centimeters afstand van het bedje van een klein slapend meisje. Zij gil–de om haar ouders, vanwege het helse lawaai en bij de plotselinge aanblik van de beide piloten, dood en bloedend in hun zetels, omgeven door ver–splinterd hout en perspexglas. (Vgl. A.Beevor, D-Day, 59 die stelt dat generaal Gale ‘kort na 03:00 uur’ landde.)
Massaal gelande Horsa’s op LZ ‘N’ bij Ranville tussen ingeplante staken op 6 juni 1944. De wit-zwarte banen op vleugel en romp waren bekend als ‘ínvasiestrepen’.
De eerder gelande vier sticks van het 7e en 13e Parachutebataljon hadden de opdracht gekregen de landingsterreinen van parachutisten en Horsa’s tegen Duitse verdedigers te beschermen, maar de landende 6e Luchtlandingsdivisie werd niet op Duits vuur onthaald. ‘Het was een glorieus moment’, vond de in rijbroek en gevechtsjas gehulde ‘Windy’ Gale wiens veldverrekijker nog werkeloos om de nek hing. 
Generaal Richard Gale’s Pegasus-vaantje als gevoerd in Ranville, Normandië, 1944.(https://www.paradata.org.uk/media/10866)
Mitrailleurvuurstoten werden met tussenpozen wél uit de verte gehoord, uit de richting van de bruggen. Om deze tijd kregen de door luitenant-generaal Wilhelm Richter om 01:10 uur (Duitse tijd) op weg gestuurde voorste een–heden van de 21e Pantserdivisie contact met de eerste Britse parachutisten die reeds de kanaalbrug bij Bénouville vanuit het oosten waren gepasseerd om op de westelijke oever stellingen te betrekken. Dit kan de oorzaak zijn geweest van het mitrailleurvuur dat Gale vanaf zijn landingsterrein bij Ran–ville hoorde. Hij ging op weg naar het grote 18e eeuwse buitenhuis-met-park aan de Rue du Moulin d’Eau in Le Bas de Ranville dat hij als divisiehoofd–kwartier zou innemen. Bij dit Château du Heaume aangekomen, toen verge–zeld van o.m. een onderweg aangetroffen, loslopend renpaard (‘Neem hem maar mee, morgen mooie dag om te rijden!’), vernam de divisiebevelhebber, toevallig gekleed in zijn favoriete poffende rijbroek, dat de Duitsers die hier huisden deze nacht een grootscheepse oefening tegen invasiepogingen aan het ondernemen waren. Brigadegeneraal Nigel Poett bracht hem op de hoog–te over de inname en de voortgaande verdediging van de beide intacte brug–gen. Van de andere brigades was er nog geen enkel bericht. Waren de oos–telijkste bruggen over de Dives nu vernietigd zoals gepland of niet? Zo niet, dan liep Gale’s divisie vanaf die oostelijke zijde extra gevaar van Duitse pantsers. 
Rode pijl: positie van het hoofdkwartier van de Britse 6e Luchtlandingsdivisie onder bevel van generaal Richard Gale, gelegen aan de Rue du Moulin d’Eau in Ranville, ten opzichte van de beide bruggen bij Bénouvile en Ranville aan de D514.(Google Maps)
Château du Heaume, Rue du Moulin d’Eau, Bas de Ranville, dep. Calvados, Onder-Normandië. Ansichtkaart uit het begin van de 20e eeuw. Gebouwd in de 18e eeuw onder de regering van Lodewijk XV, werd het vergroot onder Napoleon III. In het bijbehorende 5 hectare grote park staan sequoia’s die werden geplant in de 19e eeuw. Het ‘kasteel’ werd vanaf 6 juni 1944 het hoofdkwartier van generaal Gale die zo’n 8000 man onder bevel had.(https://wikimapia.org/5966670/fr/Ch%C3%A2teau-du-Heaume)
Château du Heaume, Ranville; huidige staat.(https://www.chateau-fort-manoir-chateau.eu/image/chateau-du-heaume-ranville-14_b.JPG)
Hoofdstuk 113.
6 juni 1944, D-Day, vóór daglicht: Compagnie D bij de kanaalbrug ontvangt versterking en treft in Gruppen–unterstände slapende Duitsers aan
Korporaal Bill (‘Smokey’) Howard van Compagnie D had ruim tegen de ochtend in een positie op de oostelijke kanaaloever bij de kanaalbrug, ter rechterzijde van de weg, gelegen. Steeds zag hij uit het halfduister kleine groepjes parachutisten of gespannen eenlingen binnendruppelen over de weg vanaf de Orne, soms half wankelend onder het gewicht van hun bepakking die zelfs aan een been kon bungelen. Hij was uiteraard blij de late ondersteu–ners te zien, riep ze monter toe:’Zijn jullie in orde, jongens?!’. Majoor Ho–ward had eerst vele laatkomers van het 7e Parachutistenbataljon voorlopig bij de kanaalbrug vastgehouden tot hun eigen bataljonshoofdkwartier was gearriveerd dat zich in Le Port moest vestigen.
Na de aankomst van de ondersteunende parachutisten van het 7e Bataljon kon Howard volgens plan zijn eigen pelotons terugtrekken van de buitenste defensieve stellingen. Hij stelde Compagnie D ‘Ox and Bucks’ vanaf dat moment op als reserve in het gebied tussen de beide waterhindernissen in. Soldaat Parr, eenmaal genesteld op de zuidoostelijke oever van het kanaal bij de brug, werd geïntrigeerd door het steeds onbemand gebleven stuk Duitse anti-tankgeschut ernaast. Vóór hij het Duitse wapen als zodanig kon nakij–ken, merkte hij onder de achthoekige, ingegraven en gebetonneerde kanons-stelling (Duits: Ringstand, Engels: tobruk) een metalen deur op die toegang bleek te geven tot een wirwar van tijdens de nachtelijke charges nog onop–gemerkt gebleven, ondergrondse gangen. Samen met een maat besloot hij dat gangensysteem nader te onderzoeken, met behulp van een zaklamp en met de gevelde bajonet op zijn scherpschuttersgeweer, een verkorte vorm van het Lee Enfield-model. Hij schoof voorzichtig het toegangsgordijntje opzij van de voorste kooi en scheen er met de zaklamp binnen: leeg bed, stapel gordijnen. De tweede: leeg bed. In de derde kooi lag echter een per–soon hevig te schudden onder een deken. Na het ruw terugslaan ervan viel hun lamplicht op een uit pure angst bevende Duitse tienersoldaat geheel ge–kleed in Feldgrau-uniform. (Dit is een bewijs voor het zeer gehaaste ‘opschonen’ van slechts de open loopgraaf door een sectie van het 2e Peloton van lt. Wood die nacht; men had zich tijdens de raid níet in de donkere ondergrondse gangen naast de loopgraven begeven!) Op de grond lag een brief die hij zojuist leek te hebben geschreven. Wally Parr raapte het grote vel papier op en stopte het in zijn jaszak. De doodsbange jongen die nauwelijks op zijn benen kon staan, werd naar boven geleid, naar de geïmproviseerde krijgsgevange–nen-‘kooi’, in feite een deel van de door de compagnie bezette noordooste–lijke loopgraaf achter de bunker. Majoor Howard in zijn hoofdkwartiersbun-ker zag de jonge tegenstander even aan, leek weinig interesse in de ongewa–pende, onnozele jongeman te hebben. Hij ging er vanuit dat Parr hem voor ondervraging naar een inlichtingenofficier op het hoofdkwartier van generaal Poett (of generaal Gale) in Ranville zou brengen:‘Je weet wat je ermee moet doen, Parr!’ (De POW-locatie bij Howards hoofdkwartier ook gesuggereerd door lt. Sweeney die Howard bezocht die ochtendoward die ochtend ebzocht, in: N.Barber, The Pegasus and Orne Bridges, 178) 
1:35-Maquette in het Musée Mémorial Pégasus, Bénouville. Linksonder: Duitse bunker c.q. op D-Day majoor Howards hoofdkwartier op de noord–oostelijke kanaaloever. Achter deze bunker werden de eerste Duitse, Poolse en Italiaanse krijgsgevangenen door Compagnie D vastgehouden in de aansluitende loopgraaf (niet gemodelleerd).(https://forum.axishistory.com/viewtopic.php?t=201165)Parr twijfelde: dit was een onduidelijk bevel. Hij zou de gevangene toch niet moeten ómbrengen? Hij die tijdens de bliksemaanval geen enkel mededogen met ‘Duitsers’ had gekend, toonde een andere zijde van zijn karakter. Executeren van een ont–wapende krijgsgevangene was voor hem uit den boze, maar Ranville was nog een eind lopen. Wally Parr liep een stuk met de grijs geuniformeerde knaap langs de zuidoostelijke kanaaloever, liet hem halthouden, pakte een stuk touw en bond hem niet al te stevig vast aan de stam van een populier. Parr beduidde de jonge vijand in het Engels en ondersteund met gebaren:‘Als je eraan toekomt, red jezelf!’ (Deze episode in een chronologisch verkeerd verband door Wally Parr zelf verteld in http://www.france-ouest.com/dossiershtm/debarquement/96d.htm, 1. Zie ook S.E.Ambrose, Pegasus Bridge2, 122 en W.Fowler, Pegasus Bridge, 49. Jaren na de oorlog heeft Wally Parr vriendschappelijk contact gekregen met deze Duitser. Mogelijk hoort hier ook het geïsoleerde ‘voorval’ thuis dat Wally’s zoon Barry Parr weergeeft in “What d’ya do in the war, dad?’, 48, en mij persoonlijk als een ‘sterk verhaal’ in de oren klinkt, maar op bovenstaande versie kan zijn gebaseerd: ‘Years later Dad told me the story of how he brought one particular troublesome captured German officer to Howard’s post in the thick of the battle. Major Howard, obviously wrapped up in other things, brushed Dad aside and told him to deal with it. To Howard, this obviously meant marching the bloke to the cage in Ranville –to Dad it meant something somewhat different – the pair never got as far as Ranville.’ Indien het waar is, wat ik niet geloof, zou Wally Parr door het doodschieten van een ongewapende krijgsgevangene natuurlijk een oorlogsmisdaad hebben gegaan. Bij alle mij bekende ‘troublesome captured German officers’ van die nacht én ochtend van 6 juni was Wally Parr nooit betrokken en bovendien werden ‘in the thick of battle’ die nacht helemaal geen krijgsgevangenen gemaakt. Het lijkt erop dat jonge zoon Barry zijn vader verkeerd heeft begrepen of dat Wally Parr een sterk verhaal heeft verteld, deels gebaseerd op die ware ervaring als boven beschreven.) Luitenant Fox had het idee gehad dat zowel de–ze loopgraaf als manschappen-dugout op de zuidoostelijke oever achter de kanonsput nu ongevaarlijk zou zijn. Naast die plek lag immers Howards eigen landingszone X. Die ruimten zouden dus wel leeg zijn! De luitenant had er zelf geen aandacht meer aan besteed. Maar majoor Howard had op–dracht gegeven onderzoek te doen in het héle ondergrondse complex. ((Volgens S.E.Ambrose, Pegasus Bridge2, 123 onderzochten Thornton en Fox integendeel de noordoostelijke loopgraaf met ondergrondse gangen, maar lt.Fox is duidelijk in N.Barber, The Pegasus and Orne Bridges, 178:’I again should have checked for any enemy in the trenches but I assumed because they were so near where John Howard landed… I assumed they were empty.’: maj.Howard landde op de zuidoostelijke oever. Howards bevel wordt gesuggereerd door lt. Sweeney, in: N.Barber, The Pegasus and Orne Bridges, 178)
Sergeant Charles (‘Wagger’) Thornton had intussen zélf in die vroege och–tend voor alle zekerheid besloten deze zuidoostelijke dugout achter het anti-tankkanon nog eens rustig, met zo min mogelijk geluid na te lopen, stengun onder de arm. In de achterste ruimte van het steeds ‘dieper’ (lees: zuidelij–ker) verlopende gangencomplex stiet hij vervolgens –na het voorzichtig ope–nen van een gietijzeren tussendeur– op zowaar een drietal nog in diepe slaap verkeren–de Duitsers. Zij lagen op een ruwhouten stapelbed van driehoog. Het stonk er -volgens de Britten ‘typisch Duits’– naar mannenzweet, zware tabak en laarzenleer. Felle explosies van hand– en fosforgranaten, stengun-, mitrail–leur- en geweervuur, niets had de vijand hier kunnen wekken! In een hoek stonden hun drie karabijnen opgesteld. Thornton vertrok stil en haalde zijn commandant, luitenant Dennis Fox, erbij. De ondernemende sergeant wees vooropkruipende de weg terug door de duistere, lage gangen. De sterke zaklamp was onontbeerlijk. Het vijandelijke trio bleek nog in diepe rust te liggen. Thornton wachtte niet op bevel, maar zei ‘eerst die geweren weg te halen’. Luitenant Fox trachtte vervolgens, gedekt door Thorntons stengun, de in het dichtstbijzijnde, onderste bed slapende man met schudden te wek–ken, hetgeen geen resultaat opleverde. Door het dek af te rukken, ‘Komm, komm!’ te roepen, zijn zaklamp in de ogen van de Duitser te schijnen en hem te gebieden op te staan kwam er enige beweging in hem. Slaapdronken keek de man luitenant Fox enige tijd aan, begreep niets van het zwartgemaakte gezicht boven hem, noch van wat de verstoorder had gezegd, antwoordde ten langen leste iets als ‘Rot op!’, uiteraard in het Duits, draaide zich om en wil–de verder slapen. Officier Dennis Fox was geheel van zijn autoritaire à pro-pos: ‘Blow this for a lark!’ (‘Wat is dit voor geintje?’). ’Wagger’ Thornton had met stijgend plezier staan toe te kijken, totdat hij bulderend van het lach–en door zijn knieën zeeg. Zoals tekenend was voor de relatie tussen beiden, liet de nu onsportieve luitenant Fox verontwaardigd de sergeant het karwei verder alleen opknappen en vertrok bovengronds. De sergeant zette zijn stengun op automatisch vuur en gaf een oorverdovend salvo af tegen de be–tonnen grond rond de bedden. De opgeschrikte Duitsers krabbelden nu wél ‘zo snel als windhonden’ hun britsen uit. De verdwaasde krijgsgevangenen werden met de handen boven het hoofd naar ‘de kooi’ van de divisie-inlich–tingendienst in Ranville geloodst. Maar daar bleef het niet bij… Charles ‘Wagger’ Thornton ging wéer alleen op onderzoek uit. Even later bood hij zijn luitenant nóg een jeugdige krijgsgevangene die slecht Engels sprak, voor verhoor aan. Luitenant Fox sprak geen woord Duits, maar probeerde wat Frans en zelfs Latijnse woorden uit en dát verstond de jongeman toe–vallig ook, maar hij weigerde te zeggen wie hij was en of er nog meer vij–anden in de buurt waren. De verblufte Duitser draaide de rollen om door aan luitenant Dennis Fox te vragen wie híj dan wel was. Wat hier aan de gang was? Helemaal vreemd was die reactie misschien niet. Nog niet zo lang ge–leden waren in het gebied nachtelijke oefeningen gehouden waarbij Duitse soldaten een brug die door kameraden werd bewaakt, onaangekondigd had–den moeten ‘veroveren’. De aanvallers schoten daarbij weliswaar met losse flodders, maar in één geval werd met scherp én raak teruggeschoten wat het leven van bevriende soldaten had gekost. Was dit mogelijk weer zo’n oefe–ning van eigen mensen? De Duitse tiener werd snel uit de droom geholpen. Hem werd verklaard dat hij ‘waarlijk een krijgsgevangene van de Britten was’. De jongeman stond sprakeloos. Het kon toch niet waar zijn? Hij had hen helemaal niet horen komen! Waar kwamen ze dan vandaan? Hoe waren ze dan geland? Hij had geen vliegtuig horen landen:‘Gliders, pal!’, wezen de Britten hem tegelijkertijd op de Horsa-wrakken bij de kanaalbrug .‘Glei–ders?.., ah, ja, Segelflugzeugen, Lastensegler!’ Toen trad verlies van deco–rum in. Of eerder, hij nam een onschuldiger rol aan, die van familieman. Een omfloerste schreeuw om genade. Hij wilde helemaal niet vechten! De garni–zoenssoldaat bleek foto’s van familieleden op zak te hebben. Wilden die Her–ren ze meteen zien? Kijk, kijk eens! De koele luitenant was not amused. Sergeant Thornton werd vervolgens opgescheept met het voltooien van het verhoor van deze nerveuze ‘mof’. (S.E.Ambrose, Pegasus Bridge2, 123-124; W.Fowler, Pegasus Bridge, 49; N.Barber, The Pegasus and Orne Bridges, 178-179. Bij de kanaalbrug achtergebleven Duitse garnizoenssoldaten en Italianen waren dus níet koelbloedig door de Britten doodgeschoten, zoals wijlen Duitse veteraan Helmut Römer kwaadwillig had verondersteld, in: H.K.von Keusgen, Pegasus-Brücke und Batterie Merville (2014), 153: ‘Die meisten von uns hatten sie bei ihrem Überfall ja wohl umgelegt..’. De reactie van de laatst gewekte Duitser wordt misschien verklaard door die welke enkele Russische militairen ten toon hadden gespreid, nadat zij krijgsgevangen waren genomen door Nederlandse vrijwilligers van een Waffen-SS-regiment in het gebied van Selo Gora ten zuiden van Leningrad, begin februari 1942. Een Duitse officier had de Hollanders bevel gegeven deze Russen af te voeren naar een gevangenenkamp in het achterland, maar ‘binnen tien minuten terug te zijn’, hetgeen onmogelijk was geweest. De Russen hadden op dit verkapte en misdadige executiebevel -of eerder op het daardoor veroorzaakte onzekere gedrag van de Nederlandse SS-ers- gereageerd met het prompt en bij herhaling tonen van hun familiefoto’s, waarvoor zie P.Pierik, Van Leningrad tot Berlijn. Nederlandse vrijwilligers in dienst van de Duitse Waffen-SS 1941-1945 (2e druk. Uitgeverij Aspekt. Soesterberg, 2000), 103)
Het Duitse bruggengarnizoen had vanaf maart 1944 tot en met 6 juni 1944 administratief bestaan uit twaalf Duitse en vier Poolse militairen alsmede twee Italiaanse krijgsgevangenen als arbeiders. De Poolse militair Vern Bonck en diens (Poolse?) wachtmaat die vóór de nachtelijke strijd om de kanaalbrug Bénouville in waren gegaan om niet terug te keren, overleefden deze nacht. Tijdens de nachtelijke coup-de-main van majoor Howards Com–pagnie D waren in ieder geval de commandant ervan, Feldwebel Gregor Ac–kermann, een mitrailleurschutter op de westelijke kanaaloever, de Duitse mijnenleggende soldaat in de noordoostelijke loopgraaf alsook de machine-geweerschutter bij de Ornebrug bij Bas de Ranville bevestigd gesneuveld, totaal: vier Duitsers. Uit de nachtelijke strijd heelhuids ontsnapt waren de Duitsers Gefreiter Weber, Unteroffizier Riet, Helmut Römer en Erwin Sauer alsook de Poolse soldaat Janusch Marschilinski. Totaal: vijf man. Sergeant Thornton had daarna drie slapende vijanden uit hun bed gehaald als krijgs–gevangenen. Wally Parr bond in de vroege ochtend een jonge krijgsgevange-ne licht vast, hielp hem heimelijk ontsnappen. Bij de Ornebrug had men ‘enige’ Duitsers zien wegrennen, evenals bij de kanaalbrug onder wie echter bovengenoemden kunnen zijn geweest. Twee Italianen die nog sliepen in de noordoostelijke Gruppenunterstand zijn krijgsgevangen gemaakt. Het lot van de Duitse soldaten Dietz, Heinz Lehr, Meyer, Peter Sinter, Schneevogel, Winter en dat van één of twee der Polen (totaal zeven of acht) is tot dusver niet opgetekend, maar er moeten uiteraard gesneuvelden, gevluchten en krijgsgevangen gemaakten onder hen zijn geweest.
Hoofdstuk 114.
6 juni 1944, D-Day, vroege ochtend vóór daglicht: Ouistreham gebombardeerd en beschoten.
Vanaf de kust klonken ondertussen bombardementsgeluiden. Amerikaanse Marauder-bommenwerpers ronkten laag over. Om deze tijd werd onder meer Hôtel de Normandie van eigenaar Raoul Mousset en zijn vrouw Odette in Ouistreham getroffen door een geallieerde bom en brandde geheel uit. Raoul verbleef in Caen, nog immer wanhopig proberend Duitse wegblokkades te omzeilen. Odette had nog net op tijd weten te vluchten door de achterdeur van haar bar. Samen met een twintigtal vrouwelijke buren dook zij daarna doodsbang struikgewas in op een braakliggend terrein tussen de huizen. Overal brandde het. Ondertussen lag de noodverbandpost op het marktplein nabij het gemeentehuis en de op een verhoging gelegen Middeleeuwse kerk al vol met gewonde burgers. Rijen lijken van inwoners ook op de binnen–plaats. Rouwende familieleden liepen elkaar, gewonden en hulpverleners voor de voeten. Eén arts was beschikbaar, dr. Poulenc, 73 jaar oud, wiens rechterhand ook nog eens was geraakt door een Duitse kogel. De Bescher–ming Bevolking van Ouistreham had slechts de beschikking over tien man. Het was vechten tegen de bierkaai in deze oorlogschaos.
Hoofdstuk 115.
6 juni 1944, D-Day, 03:30 uur (Britse tijd): Verzetsman Heinz in Caen gealarmeerd
Leraar Engels André Heintz uit Caen was om 02:30 (Duitse tijd) klaarwak–ker en begon te beseffen aan de hand van de opgevangen oorlogsgeluiden, dat niet het Pas de Calais, zoals hij vermoedde, maar zijn eigen Normandië deze ochtend het doel van de geallieerde landing zou zijn. Toen zijn even–eens gewekte moeder voorzichtig opperde ‘dat het wel de invasie zou zijn’, moest hij er als ingewijd verzetsman van het réseau Centurie plichtsgetrouw het zwijgen toe doen. Heintz staarde uit het raam aan de Avenue de Bagatel–le naar het Duitse hoofdkwartier van de 716e Infanteriedivisie in de stadsvil–la Baumier aan de overkant van de donkere straat. Er was geen leven te bekennen!
Caen, Avenue de Bagatelle nr.4. Afgezet en bewaakt Duits hoofdkwartier van de 716e Infanteriedivisie tijdens de oorlog.(https://www.pinterest.ca/pin/175358979228904411/)
Villa Baumier aan Avenue de Bagatelle 4 in Caen waar het administratieve hoofdkwartier van de Duitse 716e Infanteriedivisie van generaal Wilhelm Richter (in 1944) was ondergebracht in de stad. De operationele Gefechtsstand bevond zich in een enorme bunker ten noorden van en buiten de stad, het huidige Musée de la Libération. Recente foto.(https://commons.wikimedia.org/wiki/Category:Villa_Baumier#/media/File:Avenue_bagatelle_04.JPG)
Hoofdstuk 116.
6 juni 1944, D-Day, 03:55 uur (Britse tijd): OB West bij Parijs gewaarschuwd over zowel motorgeluiden in de Seinebaai als luchtlandingen in oostelijk Ornegebied
Duitse tankdivisies mogen niet vertrekken en worden door geallieerden misleid
OKW-stafchef Jodl slaapt en wordt niet gestoord
Om 02:55 uur Duitse (3:55 Britse) tijd vernam de bejaarde veldmaarschalk von Rundstedt in St.-Germain bij Parijs via een omweg over generaal-ma–joor Max Pemsel, stafchef van de 7e Armee van generaal Dollmann in Le Mans, dat vele motorgeluiden in de Baai van de Seine waren opgevangen door de Kriegsmarine. Bovendien schenen er belangrijke parachutisten- en zweefvliegtuiglandingen in het oostelijk Ornegebied te zijn uitgevoerd. De veldmaarschalk ging nu een grotere geallieerde landing vermoeden en liet voor de zekerheid zijn stafofficier Bodo Zimmermann alvast naar Hitlers buitenverblijf op de Obersalzberg in Zuid-Beieren, telefoneren. Zimmer–mann moest ‘absoluut’ toestemming zien te verkrijgen om de vier pantserre–serves van OKW, te weten de 21e Pantserdivisie, 12e SS-Divisie ‘Hitlerju–gend’, de 2e SS-Divisie ‘Das Reich’ alsmede de Panzer Lehr– (opleidings-)Divisie, terstond naar de kust te laten oprukken. Hitler sliep en … werd níet gestoord. Generaal Warlimont, plaatsvervanger van het hoofd operaties van OKW, Jodl, die ook nog sliep, had in de kazerne van het nabij gelegen Strub de dringende telexberichten van OB-West wél ontvangen via von Rundstedts chef-staf, Blummentritt. Alfred Jodl werd níet gewekt. (C.Ryan, De langste dag (28e druk. Fibula/Unieboek, Houten 1994), 224-225)
Van de geplande en in de ochtendschemering volgende grootscheepse en voor de strijd in Noordwest-Europa voorlopig definitieve Britse landingen op de kust ten westen van de Orne hadden noch admiraal Krancke van Mari–ne Gruppe West, noch von Rundstedt, noch Pemsel en Dollmann, noch lui–tenant-generaal Wilhelm Richter van de Duitse 716e Infanteriedivisie, noch Edgar Feuchtinger van de 21e Pantserdivisie een flauw benul. Onbedoeld door de Duitsers zouden vanwege hun nachtelijke focus op de ruime Seine–baai, het nauw van Calais en het oostelijke Ornegebied sterke pantserreser–ves en infanterietroepen van de Britse landingsstranden worden weggehou–den, ….precies zoals veldmaarschalk Montgomery in Engeland het had ge–wild.
Voor zover de Duitsers berichten over de inname der bruggen en het landen der parachutisten in gecodeerde vorm doorseinden naar hun verschillende militaire hoofdwartieren, werd de inhoud ervan vanwege het al vroeger bre–ken van de vijandelijke Enigma-codes door inschakeling van het grandioze Britse Ultra-programma in Bletchley House onderschept, ontcijferd en even–tuele erin bevolen Duitse tegenmaatregelen onverwijld doorgespeeld aan de Britse bevelhebbers te velde. Ralph Bennett, Brits inlichtingenofficier, had de avond van 5 juni 1944 in Engeland dienst en wachtte ongeduldig op het doorkomen van die interne Duitse communicatie:‘Na in dienst geweest te zijn tijdens de avond van 5 juni, wetende wat op het punt stond te gebeuren, moest ik een frustrerende 24 uur wachten tot mijn volgende ploegendienst om te ontdekken dat onze angst gelukkig ongegrond was geweest. De eerste (Duitse) Enigma-boodschappen waren spoedig na middernacht ontcijferd (door ULTRA) en doorgeseind vóór de ochtend. De verovering van de Bé–nouvillebrug over de rivier de Orne (sic, lees: het Kanaal van Caen) door de 6e Luchtlandingsdivisie wat zodoende Duitse toegang tot de Britse linker–flank blokkeerde, werd tegen de vroege middag gerapporteerd en de eerste bevelen voor luchtversterking een uur of twee later.’ (Voor ULTRA zie b.v. Ralph Bennett, Behind the Battle. Intelligence in the War with Germany 1939-1945 (Pimlico. New and enlarged edition. London, 1999), passim)
Om 03:00 uur (Duitse tijd) ontving ook de 35-jarige SS-Brigadeführer Fritz Witt van de 12e SS-Pantserdivisie ‘Hitlerjugend’ op zijn hoofdkwartier Châ–teau du Rousset-d’Acon, dep. Eure, tussen Parijs en Lisieux de eerste OKW-rapporten over geallieerde luchtlandingen in Normandië. De brigadegeneraal bracht onmiddellijk zijn troepen in paraatheid, maar kon niet veel opmaken uit de warrige berichtgeving. (A.Beevor, D-Day, 55-56)
Château d’Acon in Le Rousset d‘Acon, departement Eure. In de oorlog hoofdkwartier van de Duitse 12e SS-Pantserdivisie. Ansichtkaart uit begin 20e eeuw.(https://oldthing.at/AK-Le-Rousset-d-Acon-Le-Chateau-d-Acon-0037853157)
Château d’Acon, Le Rousset d’Acon, dep. Eure. Huidige staat.(https://www.aeroclub-cpr.fr/Photos/)
SS Brigadeführer Fritz Witt, bevelhebber van de fanatieke 12. SS Panzerdivision ‘Hitlerjugend’ de leden waarvan meestal 16-18 jaar oud waren en daarom door de Engelsen Baby Divison werd genoemd. Hitlerjongens konden vrijwilligers zijn. Die waren er te weinig. Daarom werd b.v. een lid van de Hitlerjugend dat eigenlijk politieagent wilde worden, na aanmelding daarvoor plotseling verplicht éerst vier jaar te dienen in deze 12e Waffen SS-Divisie.(https://stabswache-de-euros.blogspot.com/2018/04/explore-detailed-timeline-of_17.html )
Tienertanksoldaten van 12e SS Pantserdivisie ‘Hitlerjugend’ tijdens training opgesteld vóór hun middelzware Mk IV-tanks waarschijnlijk bij Beverlo in België. Coll. Bundesarchiv, Bild 101I-297-1740-19A/ Kurth / CC-BY-SA 3.0.(https://en.wikipedia.org/wiki/12th_SS_Panzer_Division_Hitlerjugend#/media/File:Bundesarchiv_Bild_101I-297-1740-19A,_Frankreich,_SS-Division_%22Hitlerjugend%22,_Panzer_IV.jpg)
SS-Brigadeführer (vanaf 14 juni 1944, sinds september 1944 General-Major der Waffen-SS, Kurt Adolph Wilhelm Meyer (1910-1961). De beruchte officier der 12e Waffen-SS Pantserdivisie ‘Hitlerjugend’ in Normandië, bijgenaamd ‘Panzer-Meyer’. Deed daarvóór dienst aan het oostfront en pleegde een grove oorlogsmisdaad door zo’n 800 burgers uit één dorp te laten vermoorden. De militaire opleiding van een Hitlerjungen van acht maanden was uitermate streng en hard. Eén jongen minstens pleegde deswegen in Berlijn suïcide. Tot na de komst van deze generaal Meyer tóch een meer ‘vaderlijke houding’ werd aangenomen door opleiders en vaker op de emoties van deze jonge jongens werd gelet, uiteraard om hun gevechtswaarde te verhogen. Weigeren van een bevel was ten enemale onmogelijk. En dat leidde mede tot het plegen van oorlogsmisdaad in Normandië in 1944: achttien ongewapende Canadezen werd geëxecuteerd door divisieleden nabij een hoofdkwartier van Kurt Meyer in Caen. Meyer werd daarom na de oorlog ter dood veroordeeld. (Cf. https://valourcanada.ca/ military-history-library/kurt-meyer/) Dat vonnis werd omgezet tot levenslang. Na negen jaar kwam hij vrij. Zijn eigen zoon Kurt mocht later pas huilen ‘als je kop eraf is!’.(https://www.imdb.com/name/nm0583244/bio)
Jeugdige SS-Sturmmann van de 12e Panzerdivision ‘Hitlerjugend’. Normandië, zomer 1944.(https://stabswache-de-euros.blogspot.com/2018/04/explore-detailed-timeline-of_17.html)
Zeer jeugdige militairen van de 12e SS Panzerdivision ‘Hitlerjugend’gedecoreerd te velde in Normandië, 1944. Rechtsonder het embleem van die tankdivisie.(Duitse filmstill)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|

Twee der jongste conscripten van Fritz Witts 12e Waffen-SS-Panzerdivision ‘Hitlerjugend’ als krijgsgevangenen na D-Day.(https://www.stern.de/digital/technik/normandie—die-hoelle-des-bocage_8743404-8744340.html)
6 juni 1944 (D-Day), eerste licht. Geallieerde vlootonderdelen op weg naar Normandië, 6 juni 1944.(Filmstill, naoorlogs ingekleurd)
Honderden boven de overstekende geallieerde vloot meezwevende sperbal–lonnen bleken in de praktijk nauwelijks nodig. Van Duitse nachtjagers of bommenwerpers boven zee meestal geen spoor. Slechts één klein, afgezon–derd vlootonderdeel werd bij toeval gebombardeerd. Het weer was te slecht en bovendien had de incompetente luchtmaarschalk Hermann Göring het merendeel van zijn jachtvliegtuigen uit Frankrijk aan Duitslands westelijke grens, onder andere bij Reims en Metz, teruggetrokken om hen in te kunnen zetten voor de verdediging van het nu hevig bedreigde luchtgebied boven het Reich het zelf. Talloze gingen er verloren in gevechten met geallieerde ja–gers bij de voortgaande zware bombardementen. Onder leiding van de door Hitler onverwacht als Reichsrüstungsminister aangestelde architect en capa–bele organisator Albert Speer werd echter zelfs in deze periode een piek in de productie van sommig oorlogsmaterieel bereikt. (Cf. Goebbels, in: Ralf Georg Reuth (uitg.), Joseph Goebbels Tagebücher Band 5: 1943-1945 (Piper. Münichen /Zürich, 2000), 2034 sub 18 april 1944:’Unsere Produktion (m.n. van Vergeltungswaffen) läuft jetzt auf vollen Touren.; ibid., 2037: ‘Unterdes aber ist ist eine riesige Erhöhung unserer Waffenproduktion vor sich gegangen.’) Ten koste van vooral talloze dwangarbeiders die dikwijls onder onmenselijke, moordende omstandighe–den moesten werken. 
6 juni 1944, eerste licht: barrage balloons boven de geallieerde vloot.(https://mng-low.smugmug.com/PHOTOS-Anniversary-of-D-Day-on/i-86W5xnn)
Duitse onderzeeboten waren op D-day ondertussen vastgepind in hun ha–vens, tot in de Golf van Biskaje. Het Kanaal was overigens aan beide uit–einden door geallieerde waarnemers per schip of vliegtuig alsof met een kurk af–gesloten voor dat U-Boot-gevaar. De geallieerde vloot zou de Nor–mandische kusten bereiken, zonder noemenswaardige schade van de vijand vanaf zee of vanuit de lucht te ondervinden.
SS-Obersturmführer Willi Peter Hansman, commandant van een verken–ningsgroep van de SS-Panzer Aufklärungs (verkennings-) Abteilung 12, 25e SS-Panzergrenadierregiment van de 12e SS-Pantserdivisie ‘Hitlerjugend’ die was verzameld boven Lisieux, had rond deze tijd opdracht gekregen van haar eigen bevelhebber, SS-Brigadeführer Fritz Witt, uit te zoeken wat er nu eigenlijk precies aan de hand was in die kuststreek tussen de Seine en Bay–eux. Niet lang na 03:00 uur (Duitse tijd) gingen dan vijf patrouilles van de 1e Aufklärungs Kompanie met o.a. gepantserde, achtwielige en met bebladerde takken gecamoufleerde SdKfz 232 en SdKfz 234/1 Schwere Panzerspähwa–gen op weg via Lisieux naar Caen, een rit die zo’n twee uren in beslag zou nemen. In Lisieux was de ochtend van de 6e juni begonnen als alle andere. Ter plekke geen spoor van strijd. Slechts burgers die gewoonlijk vroeg moesten beginnen met werk, enige boeren en arbeiders, waren op straat te zien. Er reed weinig Duits, licht militair verkeer, argeloos, volkomen arge–loos. De Waffen–SS-verkenninggroep reed ongehinderd door de koude, natte ochtendmist. (A.Beevor, D-Day, 56)
Duitse 12e SS-Panzerdivisie-verkenningswagens naar schildering van David Pentland (2010).(https://www.facebook.com/365709586919879/photos/a.373048689519302/1573676666123159/?type=3)
Reagerend op generaal Richters oproep tot assistentie van de 21e Pan–tserdivisie, stond het 7e Leger van generaal Dollmann om 03:30 uur Duitse (04:30 Britse) tijd formeel toe dat die héle tankdivisie ten oosten van de Orne mocht gaan opereren tegen de nu massaal uit de lucht gelande Britten. OKW te Berchtesgaden wist hiervan niets. Tezelfdertijd verzocht het hoofd–kwartier van het 15e Leger dat boven de Seine was gelegerd, aan OB-West om de reserve-12e SS-Pantserdivisie ‘Hitlerjugend’ te mogen inzetten in het gebied van de 711e Infanteriedivisie, ten oosten van de rivieren Orne en Di–ves. Twintig minuten later stemde veldmaarschalk von Rundstedt toe met een gedeeltelijke (!) verplaatsing naar een verzamelgebied bij Lisieux op de linkerflank van het 15e Leger. Daarmee werden Hitler en het OKW wederom formeel gepasseerd. (A.McKee, De slag om Normandië, 59) Rond Lisieux moest de 12e SS-Pantserdivisie verbinding leggen met het hoofdkwartier van het 81e Le–gerkorps en dat van de 711e Infanteriedivisie, beiden gelegerd buiten bereik van de geplande aanvalsstranden. Van een aanstaande grootscheepse landing vanuit zee werd door hen…. niets opgemerkt. Zowel de 21e Pantserdivisie als de 12e SS-Pantserdivisie ‘Hitlerjugend’ was thans daadwerkelijk wegge–okt van het westelijke Ornegebied en het Britse ‘Sword Beach’. Fritz Witt moest met ongeveer de helft van zijn 12e SS-Pantserdivisie naar de kust ten noorden van Lisieux rijden om ‘parachutisten’ te bestrijden (die daar in het geheel niet waren!) en een vermelde landing vanuit zee nabij Deauville (die er noch was, noch zou komen!) tegen te gaan. De aldus succesvol verlopen geallieerde misleidingsoperatie ‘Titanic’ had ook hier voor afgeworpen paradummies, poppen in de gedaante van ‘parachutisten’, gezorgd. Britse troepen noemden zo’n pop Rupert(-doll), de Amerikanen: Oscar. (Cf. https://nl.wikipedia.org/wiki/Paradummy. Die leken níet op de uitgewerkte gummi-Rupert-parachutistenpop die als iconisch wordt getoond in de film The Longest Day. De meeste aan parachutes gedropte poppen waren kleine, min of meer mensvormige jutezakjes gevuld met b.v. zand.)
Britse Rupert-parachutistenpop of paradummy van jute (Engels: burlap). Trekkoorden op het ‘hoofd’ en aan ‘voeten’ en ‘handen’ konden worden dichtgetrokken na een vulling met zand teneinde de dummy gewicht te geven. De ingepakte parachute van witte katoen wordt op zijn plaats gehouden door vier jute-flappen met witte katoenen rijgdraden, elk met een messing pakkingring om het sluiten te vergemakkelijken. Bij landing konden eventueel op de rug bevestigde explosieven afgaan. Coll. Musée de la Batte-rie de Merville, Place du 9e Bataillon, 14810 Merville-Francevil-le-Plage, Calvados, Normandië.(https://www.thevintagenews.com/wp-content/uploads/2016/05/lead-photo-2.jpg)
Aan de formidabele met o.m. tanks en halfrups-pantsvoertuigen uitgeruste Panzer–Lehr Division van Generalleutnant Fritz Bayerlein die met 14.699 man stond opgesteld in de wijde omgeving van Orléans aan de Loire, beval von Rund–stedt (OB-West)onmiddellijk uit hun verzamelgebieden op te rukken in de richting van de Calvadoskust nabij Caen. Bayerlein wilde zijn opleidingsdi–visie ’s nachts laten rijden (veilig tegen geallieerde jachtvlieg–tuigen) en overdag laten rusten. Die mogelijkheid kreeg hij niet: de divisie móest blijven doorrijden naar het front. De rit werd tengevolge van gealli–eerde duikbommenwerpers een nachtmerrie en zorgde voor méer vertra–gingen. Pas ná het uitgeven van zijn startbevelen verwittigde veldmaar–schalk von Rundstedt (OB-West) zijn meerderen bij het OKW en vroeg hij formeel om toestemming voor de inzet van deze reservetankstrijd–krachten:‘OB-West is er zich ten volle van bewust dat, indien dit eigenlijk een grootschalige vijan–delijke operatie is, zij slechts suc–cesvol kan worden tegengegaan, als on–middellijk actie (met de tankdivisies) wordt ondernomen.’ Zo was het. Maar OKW-stafchef operaties, Alfred Jodl, sliep nog in Zuid-Beieren. (Cf. C.d’Este, Decision in Normandy, 117-119 over de Duitse blunders.)
Een groep Duitse militairen van de Panzer Lehr Division in juni 1944. De man uiterst rechts houdt een Panzerfaust bij de hand geschikt egen o.m. tanks en de onderofficoeren links ieder een MP 40-machinepistool. Foto van Arthur Grimm. Coll. Bundesarchiv Bild 101I.738-0273-01A.(https://wargamescratch.wordpress.com/tag/panzer-lehr-division-normandy-1944/)

Zinken herkenningsplaatje (Eng. dog tag) van de Panzer-Lehr Division. De bloedgroep staat rechts: AB; het staf-herkenningsnummer 81 boven en onder.(https://www.catawiki.com/de/l/21435393-panzer-lehr-division-erkennungsmarke)
Een eenheid Panthertanks van de Panzer-Lehr Division nabij Caen in juni 1944. (https://twitter.com/wwiipix/status/1006553117792620546?lang=gl)
Om 03:45 (Duitse, 04:45 Britse tijd) hoorde de jonge verzetsman André Heintz een Duitse motorkoerier komen aanknetteren bij het administra–tieve hoofdkwartier van de 716e Infanteriedivisie in de Avenue de Bagatelle nr.4 in Caen, zichtbaar vanuit zijn huis, en iets schreeuwen dat hij niet verstond. Daarna was het ….weer rustig. (D.Stafford, Ten Days to D-Day, 297)
Villa Baumier aan 4 Avenue de Bagatell in Caen, afgezet als hoofdkwartier van de Duitse 716e Infanteriedivisie van de Wehrmacht die de Calvadosregio mocht verde-digen.(https://www.pinterest.ca/pin/caen-4-avenue-de-bagatelle-le-sige-de-lem-de-la-716id–175358979228904411/)

Villa Baumier, 4 Avenue de Bagatelle, 14000 Caen, huidige staat. De woning is gebouwd in 1885 in de Belle Époque-wijk voor en door architect Jacques Baumier, schepper van de eclectische, neo-Normandische stijl. Voor de Duitsers was het huis goed te beveiligen.(https://monumentum.fr/villa-baumier-pa14000082.html)
Hoofdstuk 117.
6 juni 1944, D-Day, ca. 05:00 uur (Britse tijd): veertien uitgeschakelde Compagnie-D-leden bij kanaalbrug en 4e Peloton vermist.
Lt.-kol. Pine-Coffin strijdt met 210 van zijn 640 parachutisten
6e Luchtlandingsdivisie heeft slechts 40% gevechtskracht bij Ranville
Geallieerde vloot met Force S nadert Sword Beach bij Ouistre–ham
Drie motortorpedoboten van de Kriegsmarine verlaten Le Havre richting Ouistreham
Tegen 05:00 uur (Britse tijd) moest de gewonde luitenant Smith van Com–pagnie D zich aan zijn lichaam gewonnen geven. Hij had een enorm opge–zwollen arm, een van pijn hevig kloppende pols en zijn knie was nu zo stijf en opgezet dat hij besloot een kort ogenblik bij kapitein-medicus John Vaug–han in de Casualty Collection Point (CCP, de provisorische eerstehulppost) in het laantje op de oostelijke kanaaloever langs te gaan voor een onderzoek. Majoor Howard in zijn commandopost bij de brug beklaagde zich erover bij de luitenant, maar hij had geen keus. Hij wilde de doortastende pelotons–commandant ‘Sandy’ Smith niet missen. Vaughan overtuigde Smith van het nut van een shot morfine, van de nutteloosheid van een zwaargewonde militair en hield hem in de greppel.
Even vóór het licht werd riep John Howard zijn pelotonscommandanten bij–een in zijn bunkerpost op de noordoostelijke oever naast de kanaalbrug. Om–dat de luitenant van het 1e Peloton, Den Brotheridge, was gestorven, de ser–geant ervan, Bob Ollis, ernstig gewond aan rug en benen was als gevolg van de crash-landing alsook de plaatsvervangend commandant, luitenant Smith, gewond was, had intussen een volgende onderofficier, Joe Caine als oudste korporaal, het commando over het 1e Peloton moeten overnemen. (J.Howard en P.Bates, The Pegasus Diaries, 124. In de index van dat werk (p.196) staat hij echter onjuist vermeld als: Caine, Private David (Cobber).) Het 2e (van luitenant David Wood) en 3e peloton (van luitenant ‘Sandy’ Smith) werden nu daadkrachtig gecommandeerd door korporaal Charles (‘Claude’) Godbold en een andere korporaal (Higgs, Evans of Ross respectievelijk). Korporaal Godbold kreeg de eer in plaats van de hoger in rang zijnde sergeant Leather, omdat de laatste na afsluiting van de bliksemaanval ook was getroffen door Duitse kogels. Van het 4e Peloton (luitenant Tony Hooper en plaatsvervangend compagniescom–mandant kapi–tein Brian Priday) was nog steeds niets vernomen. Slechts het 5e (luitenant ‘Tod’ Sweeney) en 6e Peloton (luitenant Dennis Fox) waren qua bevelvoe–ring nog intact. Aantal gewonden door crash–landing of strijd tot nu toe: twaalf (inclusief David Wood, ‘Sandy’ Smith en sergeant ‘Bob’ Ollis en een korporaal-radioseiner van het 2e peloton, maar exclusief enige zweef–vlieg–tuigpiloten); aantal gesneuvelden: twee, namelijk de in de poel veron–gelukte 29-jarige Brenschutter, Lance Corporal Fred Greenhalgh, en de over de brug neergeschoten luitenant Den Brotheridge. Totaal: veertien uitgeschakelde manschappen bij de kanaalbrug. 4e Peloton is nog vermist. Het had erger ge–kund, maar het verlies viel níet mee. Majoor John Howard moest vooruit–zien. Een geconcentreerde tegenaanval van de Duitsers was nog elk ogenblik te verwachten. Wat zouden zij doen als de ‘Jerries’ met name door de weste–lijke perimeter van het 7e Parachutistenbataljon bij Bénouville heen zouden breken? (A.McKee, De slag om Normandië, 61 noemt ten onrechte ‘het 3e Parachutistenbataljon’ in Bénouville)
Luitenant-kolonel Pine-Coffin die er die nacht met honderd parachutisten van zijn 7e Bataljon was begonnen, had thans 210 man ter plaatse. 210 van de 640 die hij had móeten hebben! Het derde peloton van Compagnie A, bijna geheel afkomstig uit Schotse regimenten, was voor deze nacht in twee afsprong-sticks verdeeld, maar slechts één daarvan kon behoorlijk landen op hun dropzone N bij Ranville, de andere kwam een paar mijl verder aan de grond en kon het bataljon niet meer bereiken. (Dat geschiedde alsnog, maar dagen later) Zo hadden commandant majoor Bartlett en twee van diens pelotons van Compagnie C zich ook nog steeds niet gemeld. Compagnie C bestond zodoende enkel uit wat kleine gevechtsgroepjes (R.G.Pine-Coffin, in: http://www.rgjassociation.co.uk/ib/history/pegasus -bridge.html, 2) Welke routes zouden de Duitsers nemen? Wat doen wij daartegen? Howard gaf hen bevel door te geven dat ieder man wakend op zijn post moest blijven tot het licht werd, pas dan mocht de helft van Compagnie D ‘Ox and Bucks’ wat slapen. Er was para-versterking op komst. Howard rekende erop. En de Duitse pantserdivisies reden uit. Dat wist Howard niet.
‘Om precies één minuut voor vijf (Britse tijd) ging het licht uit en opende zich een valluik in de cockpit. Onder ons zagen we de Franse kust. Daar was het schijnsel van luchtafweergeschut overal te zien. De rode lamp ging plotseling aan, werd daarna weer groen en één voor één gingen we boven het luik staan en sprongen we in de ruimte. We wisten dat we neer zouden komen op vijandig grondgebied dat vol obstakels zou zijn en dat wemelde van de nazi’s die vastbesloten op ons wachtten. Terwijl ik naar beneden wervelde, probeerde ik de kerk (van Ranville) te ontwaren die als herkenningspunt diende, maar de wind dreef me af in oostelijke richting. Ik kwam neer in een boomgaard bij een boerderij.’, meldde de Britse oorlogs–correspondent Leonard Mosley die per bommenwerper al om 23:30 uur (Britse tijd) was vertrokken. Duitse luchtafweer achter Cabourg en sterke wind hadden zeer verspreide landingen van de 6e Luchtlandingsdivisie veroorzaakt. Haar sterkte op de grond bedroeg daarom niet meer dan 40%. Al met al was de onmiddellijke gevechtskracht van de in totaal ca. 20.000 boven Normandië gedropte Amerikaanse en Engelse parachutisten niet die van drie para-divisies, maar die van één, voordat de ondersteunende lan–dingen vanuit zee zouden moeten beginnen. Een precaire situatie. Bovendien bleef het reële risico bestaan dat door nog verslechterende weersomstandig–heden de geallieerde landingen vanuit zee alsnog zouden moeten worden afgeblazen. De geïsoleerde luchtlandingslegers in Normandië zouden in dat geval moeten worden opgegeven. Het weer op zee bleef echter wat het was: niet best, goed genoeg. 
Vereenvoudigde weerkaart van de ochtend van D-Day, 6 juni 1944. De beoogde Normandische landingsstranden (rechts onder) liggen nog onder een wolkendek waar druilerige regen uit kon vallen. Windsnelheid: tot 25 km. per uur. Temperatuur: tot 12ºC. Aan de dan heersende windrichting kan men zien dat de zes Halifax-sleepvliegtuigen met de Horsa’s van Compagnie D ‘Ox and Bucks’ een zetje mee hadden gekregen.(https://www.cbc.ca/news/world/the-gutsy-weather-forecast-that-changed-d-day-1.2661902)
Zo naderde de geweldige oorlogsvloot gestadig de Normandische kust. Geheel links in een van mijnen geveegde vaargeul voer Force S, de vloot bestemd voor Sword Beach, waaronder bombardementsgroep D met de machtige ‘old ladies’ H.M.S. Warspite, Arethusa, Ramillies en Frobisher. Aan de beide flanken van de Brits-Canadese landingsstranden en vlak onder de kust lagen reeds sinds 4 juni twee Britse mini-onderzeeërs gereed die met lichtbakens de begrenzingen van de landingsplaatsen zouden wijzen aan de landingsvaartuigen op H-Hour, het uur van de aanval. 


Geallieerde vlootonderdelen onderweg, al of niet beschermd door sperballonnen aan kabels erboven die Luftwaffe-duikbommenwerpers en -jagers moesten afschrikken. Maar in de nacht verscheen er geen. Vooraan: LCT (Landing Craft Tank) 790.(Filmstills)
D-day, klein deel van de machtige vloot tijdens Operation Neptune gezien vanuit een Brits vliegtuig.
D-day, Operation Neptune: bevoorradings- of troepenvervoersschepen van Amerikaanse makelij worden hier beschermd door o.m. de Nederlandse kanonneerboot Flores (geheel vooraan links, vizier) die was bestemd voor de Normandische kust bij Arromanches, c.q. het Canadese Gold Beach.(https://www.defensie.nl/onderwerpen/bevrijding-75-jaar/d-day-de-strijd-om-normandie ) 
Finale positie van de Flores van de Nederlandse Koninklijke Marine vóór het Canadese landingsstrand gecodeerd als Gold. Het Nederlandse marineschip Soemba lag op D-day vóór het berucht geworden Omaha Beach en Pointe du Hoc waar Amerikanen zouden landen.(https://marineschepen.nl/dossiers/D-Day-en-de-Koninklijke-Marine.html)
Vlootbombardement op D-day, 6 juni 1944. De oorlogsschepen Warspite, Ramillies, Roberts, Mauritius, Arethusa, Frobisher, Largs, Scylla, Danae en Dragon waren als Eastern Task Force voor de Brits-Franse landingssector Sword Beach bestemd. Het waren dus hun enorme scheepsgranaten met soms een reikwijdte tot zo’n 15 kilometer die majoor Howards Compagnie D bij Bénouville zuidelijk hoorde oversuizen. De enige magere tegenaanval van de Kriegsmarine die morgen kwam op die oostelijke flank en leidde tot het zinken van één (Noorse) destroyer in de vroege ochtend van 6 juni. Merville en Ouistreham-Riva Bella waren voordien al gebombardeerd vanuit de lucht. De helft van de kustbevolking had zich vóór D-day al elders begeven na waarschuwingen van de geallieerden en het Normandische verzet. Desondanks vielen er veel burgerslachtoffers.(https://billporterswar.blogspot.com/2015/03/d-day-begins.html)
Rond 04:15 uur Duitse (05:15 Britse) tijd verlieten de drie grijze T-Boote (motortorpedoboten) T-28 als commandoboot, Möwe en Jaguar van het 5e Flottielje onder bevelvoerend Korvettenkapitän Heinrich Hoffmann daad–werkelijk hun gebetonneerde onderkomen in Le Havre om op te stomen naar de Seinebaai en verder westelijk. (In zowel Duitse als Anglo-Amerikaanse publicaties worden deze boten regelmatig verward met E-Boote, S-Boote of Schnellboote wat zij niet waren. Vgl. Chester Wilmot, The Struggle for Europe (Collins Fontana Books. London/Glasgow, 1959), 311:’Out of this smoke, however, just as dawn was breaking, three E-boats emerged..’. J.Fr.Turner, Invasie ’44, 140 geeft de tijd van 05:15 zonder te vermelden wélke tijdsrekening hij aanhield.) Niet omdat de zee te ruw was, maar omdat de volle maan scheen, had Hoffmann zijn kleine flottielje die nacht aan de kade gehouden vanwege te gemakkelijke detectie door geallieerde patrouilleboten en duikbommenwerpers. Het flottielje was in staat in totaal achttien torpedo’s te lanceren. De drie lichtbewapende Vorpostenboote (peiltrawlers als vooruit–geschoven eenheden) waaronder de V1509 volgden Hoffmann met acht kno-pen langzaam varend uit dezelfde haven. (Cf. The Irish Times, 7 June 1944: ‘Shortly before the assault three enemy torpedo-boats with armed trawlers in company, attempted to interfere with the operation, and were promptly driven off. One enemy trawler was sunk and another severely damaged.’, in: https://www.irishtimes.com/news/world/europe/how-the-irish-times-reported-d-day-in-1944-1.1823308; J.Fr. Turner. Invasie ’44, 140:’Omstreeks 5:15 uur kwamen kwamen vier E-boten en enkele bewapende treilers de haven van Le Havre uit, juist toen bombardementsgroep D op de oostelijke flank haar positie had ingenomen.’; C.Ryan, De langste dag28 (Houten, 1994), 181 vermeldt Hoffmanns boten wel, de trawlers níet.)
Hoofdstuk 118.
6 juni 1944 (D-Day), vroege ochtend: vermiste 4e Peloton
keert terug van de Dives richting Ranville
En het wérd licht op dinsdag 6 juni 1944 tegen 03:30 lokaal-Duitse tijd (04:30 uur Britse tijd). (Voor het tijdstip van eerste daglicht volgens Britse Dubbele Zomertijd, zie N.Barber, The Pegasus and Orne Bridges, 304, Ch.11, n.3:’It is documented in 225 Fd Amb (Field Ambulance) War Diary that first light was 0430 hours.’) De alert gebleven jonge leraar en verzetsman An–dré Heintz in Caen zag door zijn raam dat verscheidene Duitse voertuigen vertrokken vanaf het villa-hoofdkwartier van de 716e Infanteriedivisie. Zijn moeder kwam hem op de overloop tegen en wilde weten wat er loos was, maar weer moest André zwijgen tegen haar over de geplande geallieerde actie van deze morgen. (D.Stafford, Ten Days to D-Day, 297)
Het verkeerd bij de rivier de Dives neergezette 4e Peloton onder bevel van kapitein Brian Priday en (de door hem bevrijde) luitenant Tony Hooper moest zich bij het eerste licht van dinsdag 6 juni heroriënteren in onderge–lopen, moerasachtig gebied en had een lange en gevaarlijke wandeling voor de boeg. Het zou er wemelen van gewapende vijanden. Omdat zij zeer regel–matig door sloten en greppels in het ondergelopen terrein moesten klauteren, besloten de maten van de aan de arm ernstig gewonde sergeant Rayner een toggle rope (stuk touw met houten klosjes als handgrepen aan de uiteinden) om zijn ‘goede’ schouder te binden teneinde hem aldus te kunnen helpen optrekken en voortslepen. Zwemmen, zoals zij soms moesten, was hem on–mogelijk. Hier en daar hadden zij in het water verdronken, zwaarbepakte pa–rachutisten zien drijven. Na drie uren marcheren, waden en klauteren werd een boerderij op hogere grond bereikt en klopten zij aan. Besloten was er voor de zekerheid niet binnen te gaan. Priday en Hooper legden de verbaas–de bewoners in het Frans uit wie ze waren. Er werd medewerking ver–leend: ze mochten bivak nemen in een achterliggend bijgebouw met een rieten dak. Ze hebben er enige tijd gerust tot vijandelijk gevaar opdook. Met een hels motorenlawaai en veel geschreeuw verscheen in de hof van die boerderij plotseling een groep Duitse gewapende motorrijders die er hun motoren al of niet met zijspan, ongeveer dertig stuks, parkeerden. Het doel ervan was on–duidelijk, zodat het gespannen 4e Peloton zich binnenshuis twee uren lang doodstil en uit het zicht hield waarna het vijandelijke peloton met veel la-waai weer vertrok. Het lijkt aan weinig twijfel onderhevig dat het geïsolee–rde 4e Peloton van Compagnie D is ontsnapt aan een gevecht met het enige vooruitgestuurde verkenningspeloton met één zwaar machinegeweer op mo–torfietsen dat het 125ste Panzer Grenadier Regiment van majoor Hans von Luck rijk was. (Zie daarvoor het achterin onze studie toegevoegde schema van de ‘Sterkte van de 21e Pantserdivisie’, overgenomen van Internet.) Toen de situatie veilig leek, vertrok Pridays uitgeruste en bijna opgedroogde strijdmacht, op weg naar het dorp Robehomme. Een uur later, in de buurt van dat plaatsje, ontmoetten de Britten enkele geparachuteerde Canadese geniesoldaten (die de lokale brug hadden moeten opblazen) en andere, verdwaalde parachutisten. Raymond Rayner kon hier in een boerderij eindelijk, na zes lange uren, zijn doorschoten arm laten nakijken en deugdelijker laten verbinden. De mannen konden zich in boerderijen wassen en verschonen. Normandische boerenfamilies speelden die nacht in feite wél met hun leven door hulp en onderdak aan verdwaalde en gewonde geallieerde luchtlandingssoldaten te leveren. (Een voorbeeld daarvan is de volgende anekdote: De Brit Doug Baines van het 12e Parachutistenbataljon kwam na zijn sprong uit een Halifax-bommenwerper neer in hetzelfde overstroomde dal van de Dives, in plaats van op de verwachte graanvelden bij Ranville. Hij en zijn verkeerd gedropte maten werden door een vriendelijke Franse landarbeider, monsieur Duval, naar een boerderij gebracht. De eigenaar ervan, monsieur Vermughen, en diens gezin verzorgden er diverse parachutisten. Doug Baines en een maat besloten echter dat lang binnenin het gebouw blijven henzélf in gevaar kon brengen en na korte tijd trokken beiden weer het veiliger geachte, donkere open veld in, in de opgegeven richting van Ranville. Nadien werd deze boerderij daadwerkelijk door een Duitse patrouille overlopen. Nog aanwezige Britse parachutisten werden naar behoren krijgsgevangen gemaakt, maar de burgers Duval en Vermughen werden terstond zonder vorm van proces doodgeschoten, mevrouw Vermughen overgebracht naar een gevangenis en hun boerderij platgebrand. En hier opereerden die nacht geen Waffen–SS-troepen, maar reguliere Wehrmacht-soldaten. Uiteindelijk werd Ranville nooit bereikt, maar werd Doug Baines zelf krijgsgevangen genomen en per trein overgebracht naar Duitsland. Onderweg wist hij -nog in Frankrijk- te ontsnappen en zich als Brits militair aan te sluiten bij het Franse verzet. (Zie Portrait: Doug BAINES, of the 12th British Parachute Battalion, in: http://www.the70th-normandy.com/portrait-doug-baines-12th-british-para…, 3) Vanaf Robehomme via Bricqueville en het Bos van Bavent tot westelijk aan Ranville zou de tocht vervolgens over droge plattelandswegen worden ge–lopen. Onmogelijk bleek de opgave overal die nacht gealarmeerde Duitsers te ontwijken. Bij een volgend vuurgevecht werden drie Britten van het 4e Pe–loton, Compagnie D ‘Ox and Bucks’ door de vijand krijgsgevangen geno–men onder wie soldaten John Lathbury (http://www.paradata.org.uk/media/19461?mediaSection=Biography+picture&mediaIt…, 1) en Alf Whitford. De derde man, pelotonsradioseiner ‘Hammy’ Hedges die zich had moeten overgeven en reeds was ontwapend, zou door Duitse militairen zonder par–don zijn vermoord, zo hadden dorpelingen later gemeld. (Of zijn ‘zigeunerachtig’, donker uiterlijk daarbij een rol heeft gespeeld, zoals zijn maten hebben gespeculeerd, is niet bevestigd. Men onthoude: het was een tamelijk donkere nacht. ‘Hammy’ Hedges ligt thans begraven in Périers-en-Auge.) Immers, in dit Calvados-gebied waren patrouillerende Duitsers erop uitgestuurd met Hitlers misdadige Kommando-Befehl op zak of in het hoofd en dat kon evenzeer worden uitgevoerd tegen vijandige luchtlandingsstrijdkrachten, zoals ver–schillende gevangengenomen Britse en Canadese parachutisten zouden moeten ervaren.
Hoofdstuk 119.
6 juni 1944 (D-Day), vroege ochtend: Compagnie D bij de kanaalbrug en parachutisten bij Bénouville-Le Port onder Duits vuur.
Bij het eerste daglicht van 6 juni had majoor Howard in de noordoostelijke loopgraaf aan korporaal Jack (‘Bill’) Bailey lakoniek bevel gegeven ‘die rot–zooi’ in de mitrailleurbunker naast de brug (die de verkenner-1e sectieleider immers zelf zou hebben veroorzaakt!) ‘op te ruimen’. Bailey ging nakijken wat er zich in die pillbox bevond: geen lijken in ieder geval, zoals soldaat Frank Bourlet van de verkenningssectie kon beamen. Het betonnen verblijf was onbemand geweest! Een paar blankhouten bankjes, een Duitse mitrail–leur op een affuit. Aan een muur hing een grote rode nazivlag met het zwarte hakenkruis in de witte cirkel. De mannen trokken hem los en legden het doek ostentatief vóór de ingang in de loopgraaf, als een voetveeg. Sigaret–tenpeuken werden erop uitgetrapt die brandgaatjes nalieten. Zoals hij zich in Engeland al had voorgenomen, wilde majoor John Howard immers zijn headquarters hebben gevestigd in deze bunker. Vanuit de twee schietgaten zou hij uitzicht hebben over de brugweg en op de loopgraaf en het kanaal aan de westzijde. Bailey bracht verslag uit waarop Howard en de lange radi–oseiner Edward (‘Ted’) Tappenden het lage betonnen bouwsel inliepen. Zo–dra de majoor de rode nazi-hakenkruisvlag op de grond had zien liggen, bukte hij zich en frommelde hem als krijgstrofee in een ruime zak van zijn schmock–gevechtsjas. (Vgl. S.E.Ambrose, Pegasus Bridge2, 94:’Bailey found no-one living inside’, alsof er een lijk kon hébben gelegen, wat niet het geval was. Waarom majoor Howard eens liet noteren dat het interieur van de bunker er uitzag als ‘a butcher’s shop’ is mij onbekend. Voor de grote nazi-vlag hier aanwezig, zie J.Howard en P.Howard Bates, The Pegasus Diaries en N.Barber, The Pegasus and Orne Bridges, 177. Het nazi-object bevindt zich dankzij majoor Howard in het Musée Mémorial Pégasus.)
Hakenkruisvlag uit de voormalige bunker op de oostelijke oever van het kanaal bij de Bénouville-brug, buitgemaakt door majoor Howard en door hem geschonken aan het Musée Mémorial Pégasus.(Eigen foto, eind april 2017)
Canadese militairen in Normandië tonen hún buitgemaakte nazi-vlag (zomer 1944).
Niet lang daarna (Majoor Howard gaf in S.E.Ambrose, Pegasus Bridge2, 135 het tijdstip ‘at about 0800’ op, terwijl Wally Parr later (N.Barber, The Pegaus and Orne Bridges, 193) en militair logischer spreekt van ‘just after dawn’; de eerste vliegtuigen zullen toch om en nabij de vroegste landingen in het gebied zijn gearriveerd.) gaf hij Wally Parr een opdracht:‘Parr, get the strips out!’ Afgesproken werk. Tussen de majoor, zijn mannen en de geallieerde luchtmacht. Wally Parr zocht de verpakking op van enkele fluoriscerende groen–gele en een soort roze gekleurde doeken en ging ze, verzwaard met allerhande gewichten op onderdelen van de kanaalbrug neerleggen en ophangen. Bevriende piloten zou aldus duidelijk moeten worden gemaakt dat de brug veilig in handen der Britten was.
Genie-kapitein ‘Jock’ Neilson en zijn dertigtal mannen van het 249 Field Company Royal Engineers hadden rond deze tijd ook definitief kunnen vaststellen dat alle toegangen tot beide bruggen over de Orne en het kanaal geheel vrij van Duitse landmijnen waren. Vóór die tijd hadden ook zij níet geslapen, maar patrouilles moeten lopen tussen beide bruggen op bevel van majoor Howard. Op de kanaalbrug viel absoluut niet meer veilig over te ste–ken, nu Duitse troepen van zowel een lokale eenheid van de 716e Infante–riedivisie versterkt met de gearriveerde 4e Compagnie Zware Wapens, 2e Bataljon, 192ste Pantserregiment van Kampfgruppe ‘Rauch’ van de 21ste Pan–tserdivisie vanuit Bénouville-Zuid hem onder schot hielden. Er klonk en viel vanaf toen geweer-, sluipschutters-, granaat-, mortier-, én zeer intimiderend, gillend Nebelwerfer–raketvuur. (Genie-rapport in: http://ww2talk.com/forums/topic/45977-pegasus-bridge-in-the-words-of-those-who-were-there, 3 inclusief de opmerking:’Recce of the footbridge was not possible before 1100 hrs owing to snipers who were extremely active in the neighbourhood’. S.E.Ambrose, D-Day. June 6, 1944. The Climactic Battle of World War II, 568) 
Gecamoufleerde Duitse zesbuizige 150 mm.-Nebelwerfer 41 bediend in Normandië, zomer 1944. Een vijfbuizige variant is de 21 cm. Nbw 42. Een man of vier bediende het wapen. Vanwege de rookslierten die de raketten achterlieten en dus gevaar voor ontdekking van de afvuurplaats snel bekend kon worden, was het afvuren aan tijd gebonden.

Laden van een Nebellwerfer 41 met raketten die een gierend geluid produceerden.(http://www.rctankcombat.com/order-of-battle/rocket-launchers/RL002/ )
Zesbuizige Nebelwerfer, achterzijde. Deze stond opgesteld tijdens Operatie Goodwood in de omgeving van Caen, juli 1944.
John Howard moest overleggen met de commandant van het 7e Parachutis–tenbataljon, luitenant-kolonel Geoffrey Pine-Coffin, op de westelijke ka–naaloever bij Le Port. Vijandelijke grenadierpatrouilles trachtten voort–durend via Le Port en Bénouville de Britse sector te infiltreren, maar werden vooralsnog in felle gevechten door zo’n tweehonderd parachutisten terugge–slagen. Parachutist John Butler uit het 9e Peloton van Compagnie C patrouil–leerde in het veld westelijk van Le Port bij het eerste licht, vanaf 04:30 uur (Britse tijd). (Voor het tijdstip zie Butlers eigen verslag op Internet en in N.Barber, The Pegasus and Orne Brides, 175 (‘at dawn’)

John Butler, 5e Parachutistenbrigade, 7e Parachutistenbataljon, Compagnie C, 9e Peloton.
Zijn sectie trof een tweemaal zo grote Duitse patrouille aan en na wat heen en weer gevuurd te hebben waarbij één Brit werd geraakt, werden zij terug–gedrongen naar de verdedigingsperimeter rond het dorp. Toen zij zich daar–heen begaven, zagen ze Britse parachutisten van Compagnie B op een dijk nabij Le Port in een hinderlaagpositie liggen, hun rug naar Butlers groep toegekeerd. Aldus lagen zij klaar in het zicht van de aansluipende Duitsers. Zouden die eenmaal een boerderij met een boomgaard hebben gepasseerd, dan waren de britten die in hinderlaag lagen, zélf schietschijven. Butlers pe–lotonssergeant gaf geweerschutter John Mortimer onmiddellijk bevel naar die maten toe te rennen om hen te waarschuwen.

John Mortimer
De gedrongen Mortimer had hen halfweg rechtop rennend bereikt, toen een Duitser uit de patrouille hem wist te raken. Mortimer zeeg neer, maar na eni–ge tijd kroop hij met alle kracht gewond verder, wat meer vuur trok. Het weerhield de gewonde er niet van de mannen van Compagnie B tot op enke-le honderden meters te naderen. Toen richtte de gewonde Brit zich half op zijn knieën op en schreeuwde uit alle macht naar zijn maten dat zij van de achterkant werden bedreigd. De laatste Duitse schoten troffen John Morti–mer in de rug, zodat hij hier sneuvelde. Zijn actie redde zijn collega’s. (http://www. netfirms free webhosting: 7th Bn History: H.John Butler; N.Barber, The Pegasus and Orne Bridges, 175 met portretfoto, maar waar de soldaat echter John Mortimore wordt genoemd. Omdat er geen officier ter plekke was, is soldaat Mortimer postuum nooit gedecoreerd.)
Luitenant David Mc–Cowan Hunter, bevelvoerder van het onderbemande 3e Peloton van Com–pagnie A der parachutisten in Bénouville-Zuid, werd al vroeg gewond door Duitse handgranaatscherven. Zijn pijnlijke hoofd bloed–de vreselijk. Hunter besloot toch aan te blijven als gevechtsleider, want hij wist via majoor Nigel Taylor dat hij de nog énige resterende pelotonscom–mandant van Compagnie A was. De 29-jarige luitenant William Anthony Binger Temple, bevelvoerder van het 1e Peloton van Compagnie A bijvoor–beeld was zwaar gewond geraakt. (En zou, teruggebracht naar Engeland, sterven op 16 juni 1944, zie: https://www.paradata.org.uk/people/william-b-temple) Luitenant Bowyer van het 2e Peloton was er al gedood bij de eerste ontmoeting met de Duitsers. Zo voerde de meermaals gewonde en aan het hoofd bloedende, luitenant David Hunter nu een groep para’s aan in boerderijen ter plekke, vlakbij de toegang naar het château. Hunters arm werd later ook nog doorschoten, terwijl brengun–schutter Smith die naast hem lag, door een Duitse kogel werd gedood. Sol–daat Pembury van hetzelfde 3e Peloton strompelde reeds met lelijke been–wonden rond, toen scherven van een door zijn eigen gewonde luitenant Hunter te kort geworpen handgranaat hém nogmaals troffen, hoewel niet dodelijk. (Lt. David Hunter ontving voor zijn leidinggevende actie als gewonde op 31 augustus 1944 het Military Cross, cf. https://www.tracesofwar.nl/persons/74192/Hunter-David-McCowan.htm?c=aw). Private Pembury had na evacuatie in Engeland publiekelijk gezegd dat hij zijn luitenant Hunter, ondanks het handgranaatincident, zou willen aanbevelen voor een Victoria Cross-dapperheidsonderscheiding. Ook Jim Webber en de gewonde Nigel Taylor ontvingen het Military Cross.)
Hoofdstuk 120.
6 juni 1944 (D-Day), vroege ochtend: Bevrijd café Gondrée schenkt champagne en wordt medische post
Georges Gondrée verwelkomde in zijn kelder het benevelde zonlicht. Buiten waaide het flink, windkracht 5 met 30 tot 40 kilometer per uur. (A.McKee, De slag om Normandië, 53) Afgemat was hij van het waken over zijn gezin, van de angst en spanning van het nachtelijk vuren dat zelfs eenmaal op hemzélf was gericht, en van de kou in zijn keldervertrek onder de caféwoning. Toen hoorde hij opeens zware voetstappen in de met een lage muur afgesloten moestuin ach–ter zijn huis.‘Zé komen!’, fluisterde zijn vrouw Thérèse angstig, doelend op Duitsers,‘ze gaan ze gevangen nemen!’en drukte haar beide dochtertjes vaster te–gen zich aan. De angst voor eerst verjaagde, maar later woest terugkerende Boches kwam deze ochtend in Normandië meer voor. Therèse hoorde die soldaten spitten:’Je zou zeggen dat ze in de tuin aan het graven zijn. Wat moet dat?’. Het schieten was in ieder geval over. Meneer Gondrée klom op een stapel brandhout en loerde gespannen door een muurgat naar buiten, zijn diepe, ommuurde achtertuin in. Daar liepen gehelmde ‘figuren’ rond met kalme pas die geen scherpe keelklanken voortbrachten en daarom waarschijnlijk geen Duitse soldaten waren. Maar op de bemanning van een neergestorte geallieerde bommenwerper leken zij óók niet! Hij richtte zich tot Thérèse:‘Een stuk of tien. Ze blèren niet zoals gewoonlijk.’ Zij moest maar uitmaken of dit Duits was of niet. Maar ook zij kon niets uit de vreem–de zinnen opmaken. Tot haar man de woorden ‘all right’ opving, toen wist hij het bijna zeker en bonkte zijn Franse hart nog sneller. Maar Gondrée bleef uiterst voorzichtig en waarschuwde haar:’Niet bewegen, hoor! Mis–schien is het de echte invasie niet! Ik heb nog niet gehoord wat de BBC heeft gemeld!’ Twee soldaten sloegen plotseling hun vuisten luid op de achterdeur van het café. Georges keek zijn vrouw aan:‘Ik ga er wel op af.’ Toen hij langzaam opendeed, hoorde hij de Franse, met een sterk buitenlands accent uitgesproken vraagzin:‘Est qu’il y a des Allemands dans la maison?’ (‘Zijn er Duitsers in huis?’). De kleine cafébaas monsterde beide in battle dress gestoken militairen: zwart gemaakte, ernstige gezichten onder helmen met netjes bespannen waaruit stukjes textiel staken, en sprak hen -met zeker risico- toch in het Engels toe:‘No! No! You come in and have a look!’ De beide soldaten van het 7e Parachutistenbataljon zwegen en leken vooralsnog geen aanstalten te maken door de deur te stappen. Zouden zij hem verstaan hebben? Dat hadden ze. Maar wie hadden ze vóór zich? Langzaam volgde het tweetal Georges Gondrée dan naar binnen, maar met wapens in de aan–slag. Hij leidde beiden door de ruimte heen naar de keldertrap. Eén der sol–daten struikelde in de donkere ruimte over een stoel. De kinderen in de kel–der konden de dreigende voetstappen en het luide schuiven boven hen horen. Een harde vloek volgde: ‘Damn it!’. ‘Toch Tommies?’, overdacht Gondrée in zijn zenuwen. Bij de trap naar beneden veranderde het meegaande gedrag van de vreemdelingen op slag. Wat konden zij beneden verwachten? Was deze burger soms naar boven gestuurd door gewapende Duitsers in zijn kel–der? Eén van hen hield nu een handgranaat gereed. Gondrée zag het explo–sief angstig aan. Hij hees alle zeilen bij: glimlachen, geruststellende armge–baren. Het hielp enigszins. Zo daalde hij vóór de ‘parachutisten’ de trap af, draaide het lichtpeertje aan en toonde hen zijn gezin met de twee kleine, doodsbange dochtertjes. De driejarige Arlette begon onmiddellijk te huilen bij het zien van de angstaanjagende zwarte gezichten, wapens en helmen met camouflagestroken. Er viel een korte stilte, tot de ene soldaat opgelucht te–gen de cafébaas zei:‘It’s all right, chum! We’re here. We’re British sol–diers!’ Het zíjn Engelsen, ach hemel! Georges Gondrée kreeg tranen van ontroering in de ogen. Maar zijn vrouw was nergens zeker van. De schuch–tere Arlette en haar oudere zusje Georgette kregen van één der parachutisten met het zwarte gezicht ter geruststelling een reep chocola aangeboden. Dát nu vond hun moeder niet in orde, de meisjes mochten er niet van eten,… alsof het vergiftigd zou kunnen zijn. 
Britse chocoladetabletten (1944-1945). Coll. Vrijheidsmuseum (vóór 2019: Nationaal Bevrijdingsmuseum 1944-1945) te Groesbeek; archiefnummer 098.052. Foto: RenseNBM (22-08-2005). (https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Two_bars_of_chocolate,_British,_1944-1945.JPG) Bevrijdingsmuseum
Georges praatte druk op zijn voorzichtige Thérèse in:‘Chèrie, dit zijn Eng–elsen!’ Een parachutist grijnsde haar vriendelijk aan, de eihandgranaat ging schielijk terug in de borstzak van zijn gevechtsoverjas. ‘Libération, libéra–tion!’, schreeuwde toen mevrouw Gondrée, óp van de zenuwen, ‘Mon dieu, mon dieu!’. Weer was een huis in Bénouville bevrijd. Georges Gondrée zette onmiddellijk en dolgelukkig de voordeur van zijn café wijd open. (Volgens traditie en een herinneringsbord ter plaatse is cafe Gondrée het ‘eerste bevrijde huis’ op D-Day. Het is een mythe. Het tegenover Gondrées café gelegen ‘la Chaumine’ van dhr. Picot was ten koste van enkele burgerdoden eerder die nacht ‘bevrijd’, zo ook het huis van brugwachter Niepceron verderop aan de weg. In Ranville was zeker het bewoonde Château du Heaume door generaal Gale’s hoofdkwartier eerder die nacht ‘bezet’. Deze versie van het Britse bezoek aan de kelder samengesteld naar herinneringen van Georges Gondrée zelf in S.E.Ambrose, Pegasus Bridge2, 128-129; G.Blonde, Invasie, 13-14; N.Barber, The Pegasus and Orne Bridges, 176-177 en naar later genoteerde herinneringen van dochter Arlette Gondrée in: G.Mak, In Europa. Reizen door de twintigste eeuw, 735. N.b. het verslag van veteraan Wally Parr in een interview met Claude Masson, in: http://www.france-ouest.com/dossiershtm/debarquement/96d.htm, 2 kan níet de waarheid bevatten: het waren twee para’s van het 7e Parachutistenbataljon die als eersten het café binnengingen, niet Wally Parr, noch één der ‘Ox and Bucks’. Ingegraven op de oostelijke oever bij het kanon, kreeg Parr namelijk iets later champagne te drinken van Georges Gondrée die de brug daartoe oostwaards was overgestoken.)
Vermoeide parachutisten van het 7e Bataljon meldden zich later in de uit–spanning en voegden hun zwarte camouflagekleursel aan de wangen van de verheugde mevrouw Gondrée toe. Zij kreeg er opmerkingen over, weigerde pertinent de vegen af te wassen en was er uitermate trots op. Georges Gon–drée had hierop vier lange jaren gewacht. Voor de gelegenheid vroeg hij de Britten die in zijn tuin mangaten aan het spitten waren, 98 reeds in juni 1940 in zijn achtertuin begraven flessen wijn en échte champagne op te delven. De Duitse cliëntele had het steeds met surrogaat, een bij tijden slechte kwa–liteit appelcider, moeten stellen. De cafébaas en verzetsman schonk de ene na de andere fles uit voor de aangenaam verraste soldaten die zijn etablis–sement mochten aandoen. Sergeant Charles (‘Wagger’) Thornton die met andere troepen in het veld vlakbij lag ingegraven en het toch zéker had verdiend, heeft die kans –tot zijn chagrijn- níet gekregen… (J.Howard, in: M.Arthur, Vergeten stemmen van de Tweede Wereldoorlog, 368 noemt een aantal van ‘90 flessen champagne’; D.van der Vat, D-Day, 54; S.E.Ambrose, Pegasus Bridge2; Thornton in M.W.Bowman, Terugblik op D-Day, 53; N.Barber, The Pegasus and Orne Bridges, 308, Ch.13, n.9-10. Burgemeester André Coël van het plaatsje Roye bij het vliegveldje Amy tracteerde enige piloten van het 245 Typhoon-Squadron van de RAF na hun noodlanding op een naburig vliegveldje evenzo op cham–pagne uit de grond, zie John Golley, De dag van de Typhoon. De gevechten van het 245 Typhoon Squadron RAF boven Normandië, 1944 (Baarn, 1987), 192)
Vanaf de oostelijke zijde van het kanaal begon dat na enige tijd eveneens dorstige klanten aan te trekken. De commandant van het 7e Bataljon, Pine-Coffin, had toestemming aan Gondrée gevraagd en gekregen om in de kel–der- en barruimte van het café een verbandpost (Casualty Collection Point of CCP) in te richten. Binnengebrachte gewonde parachutisten kregen óok su–biet een glas champagne aangeboden door de kleine besnorde Fransman. Thérèse Gondrée bood haar cafétafels en professionele verpleeghulp aan, zij was er immers in de Elzas toe opgeleid? Het opmerkelijke resultaat van een en ander was een toename van leden van Compagnie D die hun commandant met ernstig gezicht meldden zich ‘ziek’ genoeg voor de ziekenboeg te voe–len! De majoor hield daarop zijn been wel stijf, maar tevens zijn eigen keel niet droog. Er víel tenslotte iets te vieren.

Wijnfles met etiket met opschrift in ballpoint: June 6th 1944. Madame Gondrees cellar. Burgundy 1926. Piper Bill Millin. Een onbeholpen schetsje van een doedelzakspeler is erbij gevoegd. Deze oude fles werd niet door Georges Gondrée opgedolven uit zijn cafétuin, maar kennelijk door Thérèse Gondrée uit de kelder opgediept. Coll. Comman–do-doedelzakspeler Wiliam (‘Bill’) Millin. De man stak op 6 juni ’s middags de kanaalbrug over met zijn commandant, the Lord Lovat.
Hoofdstuk 121.
6 juni 1944 (D-Day), vroege ochtend: In het dorp Bénouville
Als het aan madame Léa Vion had gelegen, had zij haar kraamkliniek in het ruime château die hoopvolle, maar gevaarlijke morgen voor gewonde Britse parachutisten opengesteld of met alle plezier warme ligbaden voor vermoei–de soldaten in gereedheid gebracht, maar opgewonden, nerveuze en altijd schreeuwende Duitse pantsergrenadiers van Rauchs gevechtsgroep die in het aangrenzende park arriveerden, hadden die mogelijkheid doorkruist. (Voor madame Vions latere hulp aan o.m. Commando’s in de kraamkliniek in deze periode, zie Ph.Kieffer, De groene baret, 83-84)
Een stuk of zes jonge Franse prostituées (Fr. putains, putes) uit het bordeel te Bénouville van wie er twee mogelijk de jonge Poolse wachtsoldaat Vern Bonck en zijn maat nog korte tijd hadden vermaakt, hadden het weinige werk erop zitten. Voor hen was de nacht rustig geweest. De Duitse bezetting had op dat moment heel andere luidruchtigheden aan het hoofd gehad…

Bevel opgehangen in een bordeel (Puff) van de Wehrmacht in Brest, Frankrijk. Het was hier ondergebracht in de leeggehaalde Joodse synagoge. Coll. Bundesarchiv, Bild 101 II-MW-1019-10. Opname van oorlogsfotograaf Dietrich uit 1940. (https://de.wikipedia.org/wiki/Wehrmachtsbordell#/media/Datei:Bundesarchiv_Bild_101II-MW-1019-10,_Frankreich,_Brest,_Soldatenbordell.jpg)
Vanuit hun geopende bovenraam hadden de ‘dames’ die ochtend vreemd uitgedoste soldaten opgemerkt in huizen aan de overkant van de lange door–gangsweg en nu stonden zij naar hén uitnodigend te wuiven, te lachen en handkusjes te werpen alsof zij deel uitmaakten van een vervreemdende to–neelscène van Bertold Brecht. De aan zijn dijbeen gewonde majoor Nigel Taylor, bevelvoerder van Compagnie A, schudde vanuit zijn commandopo–sitie in het vensterglasloze bovenraam aan de overkant van het het huis dat hij inschatte als een legerbordeel, misprijzend het hoofd. De rest van de opwindende dag zou hij deze ‘dames’ niet meer tegenkomen. (S.E.Ambrose, Pegasus Bridge2, 142-143) De onderbezette, daarom zeer vermoeide en nog sterker uitge–dunde Compagnie A van de parachutisten vocht nog immer op zichzelf aan-gewezen in de zuidelijke bebouwing van Bénouville. Koeriers van het hoofdkwartier in Le Port konden haar niet bereiken, noch was een koerier van die compagnie uitgegaan en er was nog steeds geen vervangende veld–radio aangevoerd vanuit Ranville, zodat de gefrusteerde luitenant-kolonel Geoffrey Pine-Coffin in Le Port het zonder nauwkeurige strijdgegevens moest stellen. Hij kon wél concluderen dat Compagnie A in het dorp ‘blijkbaar was omsingeld’, want Compagnie B werd enige malen vanuit het zuiden, d.w.z. hun linkerflank, door Duitsers aangevallen. Die situatie bleef 21 uur lang bestaan. (Pine-Coffin, in: http://www.rgjassociation.info/ib/history/pegasus–bridge.html, 2. In een land als Noorwegen werkten in Wehrmachtsbordellen voornamelijk prostituees uit Frankrijk. Legerbordelen behoorden tot het dagelijkse militaire leven in Frankrijk tijdens de bezettingsjaren, ondanks de nazi-ideologie van Anständigkeit en het gezonde gezinsleven en de vervolging ook van Duitse prostituees als maatschappelijk onaangepasten. Hoofd van het Reichssicherheitshauptamt, Reinhard Heydrich, had een luxueus, van microfoons voorzien spionagebordeel, Salon Kitty, in Berlijn laten exploiteren van maart 1940 tot in juli 1942, cf. https://nl.wikipedia.org/wiki/Salon_Kitty_(bordeel). Een Duits soldatenbordeel kon ook als een soort interneringskamp dienen, zie daarvoor: https://uol.de/einblicke/30/wehrmacht-und-prostitution-im-besetzten-frankreich; man_military_brothels_in_World_War_II. Voor de vervelende kanten van Amerikaanse militairen en hun seksleven in Frankrijk, zie b.v. https://www.welt.de/ geschichte/zweiter-weltkrieg/article117192890/Gigantisches-Bordell-mit-40-Millionen-Hedonisten.html.)
Hoofdstuk 122.
6 juni 1944 (D-Day), vroege ochtend: Duitse frustratie over ingenomen kanaalbrug
Duitse tanktroepen rijden uit
Eerste contact tussen 12e SS- en 21e Pantserdivisie bij Caen
Daar Caen en haar buitenwijken nachtenlang onder vuur van bommenwer–pers hadden gelegen, waren vele wegen door bomkraters en puinbrokken voor verkeer onbegaanbaar geworden. Feldwebel Heinrich Heinz Hickman, commandant van een peloton van het 6e Fallschirmjäger-regiment, had zijn commandant te Bréville willen waarschuwen voor de verovering van de hef-brug over het Canal de Caen. Zijn autorit over de stad Caen had zes lange uren geduurd, voordat hij gefrusteerd op zijn basis was teruggekeerd waar zijn commandant ook nog eens allang op de hoogte bleek te zijn van de nachtelijke landingen, vanaf de eerste melding aan hem vanuit het regi–mentshoofdkwartier van von der Heydte in Lessay-Périers. Een autorit van–uit Ouistreham naar Bréville over de kanaalbrug bij Bénouville zou Hick–man normaal een stief kwartier hebben gekost. De inname van de brug doorde Britten had voor hen bijna diréct vruchten afgeworpen.
De die morgen uit Lisieux vertrokken 4. Kompanie van de SS-Aufklärungs–abteilung 12 van de 12e SS-Pantserdivisie ‘Hitlerjugend’ onder bevel van SS-Obersturmführer Willy Peter Hansmann bereikte Caen vanaf die zijde nog zonder moeilijkheden. Ruim vóór de stad nam weliswaar Duits militair verkeer toe, maar die wegen waren niet overbezet. Aan de rand van de be–bouwde kom namen de activiteiten echter zienderogen toe. Jonge Panzergre–n–diers van de 21e Pantserdivisie, gekleed in camouflageuniformen, de staal–helmen overtrokken met een strak gespannen camouflagedoek, waren uiter–lijk kalm bezig zich hier en daar langs de weg in te graven. Enige geallieerde jachtvliegtuigen stroopten reeds dreigend het gebied af. Hansman sprak kort met één der jonge pelotonscommandanten. Daarmee was, zonder verder tast–baar resultaat, het eerste contact tussen de 12e SS-Pantserdivisie en de 21e Pantserdivisie gelegd.

SS-Obersturmführer Willy Peter Hansmann, bevelhebber der 4. Kompanie, SS-Aufklärungsabteilung 12, 12. Panzerdivision ontpopte zich minstens op 8 juni 1944 tot een Waffen SS- oorlogsmisdadiger die 18 Canadese ontwapende krijgsgevangenen op bevel van zijn meerdere, bataljonscommandant Bremer, hielp doodschieten.(https://forum.axishistory.com/viewtopic.php?t=206233)
Bij de burgerbevolking van Caen leek echter grote paniek te heersen. Franse burgers vluchtten in drommen de bebouwing uit, in zuidelijke richting, weg van de kust! Een lokale Wehrmacht-commandant gaf Hansman rond 05:00 Duitse (06:00 Britse) tijd een kort verslag waarvan de inhoud betreffende de bruggenstrijd iets te wensen over liet:‘Vijandelijke Fallschirmjäger hebben de Ornebruggen aangevallen, ongeveer tien kilometer naar het noorden, en de strijd is nog aan de gang. Engelsen zitten nu aan beide kanten van de Or–nemonding. De bruggen worden waarschijnlijk bezet gehouden. De telefoon–verbinding met Ranville is afgesneden.’ Terwijl generaal Wilhelm Richter, bevelhebber van de 716e Infanteriedivisie die in dezelfde stad hoofdkwartier hield, al enige uren op de hoogte was, wist deze stadscommandant niet zeker óf de bruggen waren bezet! Het sabotagewerk aan de telefoonleidingen dat mevrouw Vion en anderen op 5 juni aan hun verzetskameraden hadden be–volen, had hier óok vrucht afgeworpen. (Het Franse verzet zou in totaal zo’n duizend aanslagen hebben gepleegd deze nacht (D.van der Vat, D-Day), terwijl Duitse bronnen van vlak na de oorlog beweren dat verzets–sabotage op dit tijdstip was ‘meegevallen’. (D.C.Isby, The German Army at D-Day) Het hoofdkwartier van de Duitse 352e Infanteriedivisie nabij Colleville sur Mer nam rond 05:00 uur (Duitse tijd) telefonisch contact op met de 716e Infanteriedivisie aan haar rechterflank en vernam dezelfde onzekerheid over het bezit van de Orne–bruggen:‘Wij vernamen dat de gelande parachutisten (ten noorden van Caen) achtereenvolgens werden versterkt en blijkbaar de bedoeling hadden om de Orne-overgang (lees: de kanaalbrug) bij Bénouville in te nemen.’ (Oberstleutnant Fritz Ziegelmann, assistent-stafchef van de 352e, in: D.C.Isby, The German Army at D-Day, 194; hij zou zich eventueel in de tijd kunnen hebben vergist in dit verslag van na de oorlog, misschien vernam hij dit bericht wat vroeger.)

Duitse militaire telefoon afkomstig uit de ondergrondse hoofdkwartierbunker van generaal Wilhelm Richter in Caen. Coll. Mémorial de Caen, Caen, Calvados, Normandië. S
SS-Obersturmführer Hansman verwittigde per boordradio eerst zijn eigen divisiehoofdkwartier en verliet daarop de Ortskommandantur van Caen. Hij zette met zijn gepantserde, achtwielige wagens zijn tocht naar de kust bij Bayeux voort. In de noordwestelijke buitenwijken van Caen, voorbij het hoger gelegen, machtige witte kasteelcomplex van Willem de Veroveraar waar het terrein begon te glooien, bleken de straten nu voornamelijk bezet met vele Duitse luchtdoelartilleristen die mét hun materieel of waren wegge–vlucht van het nabijgelegen, gebombardeerde vliegveld Carpiquet of simpel–weg voldeden aan de oorspronkelijke opdracht van generaal Edgar Feuch–tinger van de 21e Pantserdivisie ‘om zich aan te sluiten bij het lokale luchtaf–weercommando’ te Caen in geval van een ‘invasie’. Het morgenlicht brak langzaam door de frisse nevels. 
6 juni 1944: Operatie Overlord op D-Day, de geallieerde landingen in Normandië. Sword Beach bij Ouistreham ligt links, aan de oostelijke flank, een kilometer of veertien ten noorden van de stad Caen. (https://chindits.files.wordpress.com/2019/01/normandy-d-day-map-2.jpg)
Hoofdstuk 123.
6 juni 1944 (D-Day), vroege ochtend: Geallieerde Vloot vóór Sword Beach gearriveerd
Kriegsmarine onderneemt eerste, kleinschalige aanval op vloot-Force S
Zó gloorde reeds vanaf 04:30 (Britse tijd) de morgen die Churchill de Frans–en had na hun val had beloofd. Op dinsdag 6 juni 1944 lagen bij het eerste licht bijna zesduizend schepen van de geallieerde vloot gereed voor de kust van Normandië, beschermd door hun afweergeschut, aan kabels zwevende sperballonnen erboven en door ca. vijfduizend vliegtuigen. Na voorafgegane massale luchtbombardementen op radarstellingen en verkeersknooppunten tot in het achterland die sommige Duitse veteranen al het ergste hadden doen vrezen, moest een daverend vlootbombardement op de kuststellingen vanaf 05:15 tot 07:15 uur (Britse tijd) de weerstandsbereidheid van de tegenstan–der breken. Behalve bij het voor de Amerikanen bestemde Omaha Beach bij Colleville-sur-Mer en bij de kustplaats Le Hamel in de Britse sector, is dat redelijk goed gelukt. De pantserkruizers H.M.S. Arethusa, de Warspite, Ra–millies, Frobisher en andere oorlogsschepen voerden vanaf zee aanhoudend een uiterst doeltreffend bombardement uit op de drie mijl brede en zeven–honderd meter diepe Sword-sector tussen Lion-sur-Mer en Ouistreham.
6 juni 1944, ca. 05.35 uur (Britse tijd). Het kleine 5e Motortorpedoflotille van Korvettenkapitän Heinrich Hoffmann dat Le Havre ter verkenning had verlaten, was inmiddels door de artificiële ‘mist’ in de Seinebaai heen geva–ren. Zijn drie snelle, kleine aanvalsboten waren bijna tegelijkertijd op de meest oostelijke delen van de geallieerde Force S-vloot vóór Sword Beach gestoten: de enorme HMS Warspite, Ramillies en Largs maakten nogal in–druk. Hoffmann had ‘het gevoel alsof ik zelf in een roeibootje zat.’ 
Commandoschip HMS Largs van de Britse Royal Navy lag vóór Ouistreham op D-Day. (http://www.wlb-stuttgart.de/seekrieg/44-06.htm, 11)
6 juni 1944, D-Day: blik vanaf HMS Warspite met bestemming de kust vóór Ouistreham.(https://www.dailymail.co.uk/news/article-2639172/Thats-not-cricket-cried-medic-Nazi-snipers-struck-In-shatteringly-vivid-human-stories-bring-D-Day-life-never-before.html)
John Alan Hamilton schilderde ‘D-Day Naval Bombardment: HMS ‘Ramillies’, HMS ‘Warspite’ and Monitor HMS ‘Roberts’ Bombard the Beaches’. Coll. Imperial War Museum, Londen).(http://www.artuk.org/artworks/d-day-naval-bombardment-hms-ramillies-hms-warspite-and-monitor-hms-roberts-bombard-the-beaches-7683)
Hoffmann liet zich niet totáal afschrikken. Vanaf zijn commandoboot T 28 gaf hij bevel tot de aanval aan de Möwe en Jaguar. Hij liet alle achttien aanwezige torpedo’s afvuren. Door op tijd achteruit te varen was HMS Largs aan een torpedoinslag ontsnapt, twee projectielen joegen loos tussen de beide andere Britse slagschepen door. Er werd op de Duitsers terug–geschoten, zonder veel resultaat. De Noorse destroyer/torpedojager HNoMs Svenner (G03) met 219 man aan boord, waarvan de kapitein het gevaar van twee voortrazende torpedo’s in het water wél had zien aan–komen, maar niet op tijd kon wegdraaien, werd midden in haar bak–boordflank tweemaal geraakt in de ketelruimte. Grote explosies ontston–den, de destroyer werd kort uit het water gelicht, brak in twee en zonk vrijwel direct met zowel boeg als achtersteven omhoog. 33 opvarenden onder wie een lid van de Royal Navy kwamen erbij om het leven, 15 man werd gewond. 185 manschappen die –gewond of niet– te water waren ge–raakt, konden door toegesnelde schepen worden gered. Hoffmanns flot-tielje brak tegenover deze enorme geallieerde vlootovermacht echter het gevecht af en keerde fluks weerom naar thuisbasis Le Havre. Die kon hij níet vooraf waarschuwen: zijn radio werkte niet meer na het treffen. (C.Ryan, De langste dag, 181-182. In de nacht van 6/7 juni 1944 trachtte Hoffmann vanuit Le Havre nog een aanval te ondernemen met de T28, Möwe en Jaguar, maar zonder gevolg. Hoffmann kreeg op 7 juni voor zijn actie op D-Day het Ridderkruis, cf. https://prabook.com/web/heinrich.hoffmann/2338260. Voor de Svenner, zie nog: https://en.wikipedia.org/wiki/HNoMS_Svenner_(G03); https://laststandonzombieisland.com/tag/hnoms-svenner/; https://www.wrecksite.eu/wreck.aspx?1940; https://www.dday-overlord.com/en/material/warships/hnoms-svenner; http://www.wlb-stuttgart.de/seekrieg/44-06.htm, 10-11) Force S nu was gewaarschuwd door Korvettenkapitän Hoffmanns aanval. De drie Duitse, licht bewapende peiltrawlers die ook uit Le Havre waren uitgevaren en terzelfde hoogte voe–ren, verging het daarom minder goed. Één Vorpostenboot werd getroffen en tot zinken gebracht, een tweede beschadigd door geallieerd vlootsvuur, het derde ontkwam zonder averij. (Cf. The Irish Times, 7 June 1944:’One enemy trawler was sunk and another severely damaged.’, in: https://www.irishtimes.com/news/world/europe/how-the-irish-times-reported-d-day-in-1944-1.1823308. De vervolgroute van deze twee laatste Duitse boten schijnt niet vermeld. De auteur neemt voorlopig aan dat zij de de nog niet bezette sluis bij Ouistreham mogelijk hebben kunnen passeren op weg naar Caen.)
De Noorse destroyer Svenner in camouflagekleuren.(https://www.wrecksite.eu/wreck.aspx?1940)
Behalve deze Noorse officieren van de Svenner, bevonden zich ook enige Britse Royal Navy-manschappen aan boord.(https://laststandonzombieisland.com/tag/hnoms-svenner)
6 juni 1944, 05:37 uur (Britse tijd): Torpedo-inslag op de ketelruimte van de Svenner. (S.E.Ambrose, D-Day. The Climactic Battle of World War II (A Touchstone Book. Simon and Schuster. New York, 1995), foto na p. 160)
6 juni 1944, ca. 05:37 uur: Na de explosies van de torpedo’s brak de Noorse destroyer Svenner finaal in tweeën vóór de kust van Ouistreham. Het wrak werd gelocaliseerd, het anker boven water gehaald door de Franse marine in 2003.(https://laststandonzombieisland.com/tag/hnoms-svenner/#jp-carousel-29670)
Het zinken van de Svenner vóór Sword Beach. Schilderijin de collectie van het Noorse militaire Forsvarets Museer.(https://laststandonzombieisland.com/tag/norwegian-destroyer-svenner/, naar: http://forsvaretsmuseer.no/Marinemuseet/70-aar-siden-senkningen-av-Svenner)
In de zomer van 2003 werd het anker van de Noorse torpedojager Svenner opgediept door de Franse marine bij Pointe de Percé, vóór Ouistreham.Het wordt nu tentoongesteld aan de kust bij Hermanville-sur-Mer als gedenkteken voor de gesneuvelde opvarenden.
Juno– (boven links) en Sword Beach en achterland. De naam Pegasus <-brug> op deze kaart stamt van 20 dagen na de strijd op D-Day, t.w. 26 juni 1944.
6 juni 1944. Sword Beach, noordoostelijke sector bij Lion-sur-mer: strandhuizen veranderd in versterkingen en aangebouwde Duitse bukers (Duits-Frans: Blockhaus) op een strandmuur tegenover de allée d’Antifer aan landzijde.(https://lionsurmer.com/Galerie%20photos/6-juin-1944-blocos/) 
Schilderij Sword Beach, Ouistreham, D-Day, 6 June 1944 door Charles David Cobb (1921–2014). Coll. National Museum of the Royal Navy, Portsmouth.(https://artuk.org/discover/artworks/sword-beach-ouistreham-d-day-6-june-1944-116484)
Sword Beach, 6 juni 1944, D-Day, H-Hour: Britten onder Duits vuur in de vroege ochtend.(https: //nl.wikipedia.org/wiki/Sword_Beach)
Sword Beach, 6 juni 1944, D-Day, H-Hour: Commando’s gaan aan land tussen Ouistreham en La Brèche.(https://www.nam.ac.uk/explore/d-day)
Sword Beach, 6 juni 1944, D-Day, vroege ochtend: Over veldwegen of liever nog dwars door de velden achter Sword Beach trekken Commando’s zo snel mogelijk richting Le Port, de kanalbrug te Bénouville, de Ornebrug bij Ranville en voort naar hun doelen Sallenelles en Franceville-Plage aan de Kanaalkust ten oosten van de Orne.(https://www.nam.ac.uk/explore/d-day)
Juno Beach, 6 juni 1944, D-Day, H-Hour: onder vuur in de vroege ochtend. Al of niet in brand geschoten double drive– of amfibische Sherman–tanks staan op het Canadese strand opgehoopt. (Filmstill)

Juno Beach, het Canadese landingsstrand ter hoogte van Bernières, 6 juni 1944. Het ziet er rustiger uit dan op de zwartwit-filmstill. Beelden uit late ochtend of vroege middag.(Filmstills, naoorlogs ingekleurd)
De Seinebaai van Le Havre werd tegelijkertijd aan het oog onttrokken door een dik wit rookgordijn aangelegd vanuit vliegtuigen. (Cf. C.Ryan, De langste dag28 (Houten, 1994), 181) Ook kustbatterijen van Le Havre werden door de geallieerde vloot onder vuur gehouden met 100 tons-granaten. (http://www. ornebridgehead.org/lord lovat.htm, 6) Zeer snel varende torpedobootjagers uit Dover waaronder die van de Nederlandse commandant van het 28e Motortorpe–dobotenflottielje, een teleurgestelde luitenant-ter-zee Hans Larive (hij had liever eervol aan de landingen meegedaan!), voerden ondertussen op de linkerflank een schijnaanval op de Seinebaai uit. (Luitenant ter Zee b.d. Hans Larive, Vannacht varen de Hollanders (N.V.Uitgeversmaatschappij Elsevier. Amsterdam/Brussel, 1950), 230. Voor Etienne Henri (‘Hans’) Larive (één der eerder spectaculair ontsnapte geallieerde officieren uit Oflag IVc bij Colditz, zie nog: (https://nl.wikipedia.org/wiki/Hans_Larive; https://www.colditz.nl/e-h-larive/ ; http://www.dornierdo24k.nl/?page_id=1766; https://onzemarinevloot.weebly.com/nog-meer-mtbs-en-mgbs.html.) 
Deel van de geheime navigatiekaart der geallieerde zestrijdkrachten als bijgevoegd in het boek Hans Larive, Vannacht varen de Hollanders (1950)
Luitenant-ter-zee der tweede klasse Etienne Henri (‘Hans’)Larive (1915-1984), op D-Day commandant 28e Motortor–pedobotenflottielje (Nederlands) der Britse Royal Navy. Onderscheidingen: Orde van Oranje Nassau Ridder 4e Klas; Mentioned in Dispatches en Distinguished Service Cross (1942) plus gesp (27 jan. 1944). (https://nl.wikipedia.org/wiki/Hans_Larive)
De Britse motortorpedoboot HMS 240 ‘Buizerd’ (28e Motortorpedoflottielje) met Nederlandse bemanning keert na een patrouille op het Kanaal in de haven van Ramsgate, Engeland terug. (https://onzemarinevloot.weebly.com/nog-meer-mtbs-en-mgbs.html)
Hoofdstuk 124.
6 juni 1944, D-Day, vroege ochtend: Geallieerde beschietingen op kuststrook
Duitse tegenaanval op Le Port
Grote zwarte rookwolken stegen op vanaf de kust. Majoor Howard en Com–pagnie D voelden enkele kilometers achter de kust van Ouistreham-Riva Bella de grond dreunen als bij een aardbeving. Na enige tijd werd de dave–rende vuurwals vanuit zee verder landinwaarts verlegd als een zogenaamde opkruipende barrage. De ‘Ox and Bucks’ prezen zich gelukkig níet te beho-ren tot ‘die arme drommels’ die vanuit een kolkende zee en tegen vurende kuststellingen in moesten landen. Het zou langs de hele invasiekust juist Ouistreham-Riva Bella zijn dat het zwaarst moest lijden onder die bombar–dementen, omdat het enerzijds het grootste stadje langs die kust was en an–derzijds de Duitse verdedigingswerken aan de sluizen en kanaalhaven veelal tussen woonhuizen in lagen. De zware Duitse kanonsstellingen van Ouistre–ham werden getroffen, maar niet zodanig dat ze niet meer op de stranden konden vuren. Die batterijen nu waren het doelwit van the Lord Lovats No.4 Commando. (http://www. ornebridgehead.org/lord lovat.htm, 6)
Vanaf het eerste ochtendlicht trachtten de Duitsers met o.a. tanks vanaf het noorden (de kuststrook) over de weg vanaf het gebombardeerde St.Aubin d’Arquenay een sterkere aanval op Le Port en vervolgens Bénouville in te zetten. De eerste sectie Britse parachutisten van het 5e Peloton onder bevel van sergeant McCambridge zat verdekt in een groot huis op de noordooste–lijke hoek aan die weg, aan de rand van Le Port. De twee voorop rijdende Duitse motorverkenners werden ongemoeid gelaten tot aan de grens van het dorp en toen beiden van dichtbij door een brengun uitgeschakeld. De bevel–hebber uit de volgende eerste van zes vijandelijke tanks opende zijn luik om de zaak nader te aanschouwen, toen ook hij werd doodgeschoten waarop de volgtanks zich, evenals eerder de halfrups-Panzers in Bénouville, niet verder waagden en omdraaiden. (N.Barber, The Pegasus and Orne Bridges, 173-174. De exacte positie van sgt.McCambridge in Le Port is beschreven in idem, 139:’..and then Sergeant McCambridge took over on the far side of the road from the church on the corner where it was going up to St. Aubin.’)
Hoofdstuk 125.
6 juni 1944, D-Day, 05:30 uur (Britse tijd): Brits para-frontobservatieploegje in Bénouville
De geparachuteerde jonge Britse Captain Francis Vere Hodge van het Ba–taljonshoofdkwartier van het 2e Parachutistenbataljon leidde, nadat het wat lichter was geworden, rond 05:30 uur (Britse tijd) een viermans frontobser-vatieploegje, vermeld als Forward Observation Bombardment, vanuit de on–overzichtelijke boomgaard achter het grote hotel-restaurant La Chaumière aan de D 514-weg, ook lokaal nog bekend als Rue de la Gare, naar het grote, hogere huis in vakwerkstijl bij de kruising, noordelijk tegenover het gemeentehuis. 
De huidige rotonde aande D 514 in Bénouville. Linksboven (onder het woord Juin) ligt het gemeentehuis met pleintje en oorlogsmonument ervóór; rechts van de middelste gele aanduiding D514 ligt de oude smalle weg aan de voormalige vorkkruising naar Le Port.Pal aan deze weg ligt hier nog het verlaten historische en grote Normandische huis, dan bekend als maison Morin, aan het moderne zebrapad. Een restant van de oude boomgaard erachter is nog aanwezig. Alle bebouwing links is verder modern, naoorlogs.Maison Morin werd gesloopt in 2019. Satellietfoto van vóór 2019 via Google.
Het voormalige laat-19e (linkerdeel) tot begin 20-eeuwse (rechter–aanbouw) huis in Normandische vakwerkstijl aan de D 514 > moderne Avenue du Commandant-Kieffer no.1 en aan de voormalige viersprong in Bénouville. Blik naar noordwesten.Voor de datering,cf. https://journals.openedition.org/adlfi/70849, 2. Geheel links is nog een afdak van de twee driehoekige balkons aan de slaapkamers te zien die uitkeken op de westelijke velden. Het raam links boven aan de voorzijde keek uit op het gemeentehuis en het dorp Bénouville in het zuiden. Linksachter lag een kleine garage die de Duitsers hadden ingericht als een bevoorradingspost. De muur van veldkeien ervóór is hier al afgebroken, het hele huis werd gesloopt in mei 2019. In de oorlog woonde het gezin Gervais hier, vanaf de jaren ’50 de familie Morin naar wie het huis tot de sloop werd vernoemd. De bejaarde laatste bewoonster stierf in de jaren ’80 waarna men het pand nodeloos liet verkrotten.(Foto: https://actu.fr/normandie/benouville_14060/pres-caen-maison-morin-cote-pegasus-bridge-vit-derniers-jours)
Normandisch huis van de familie Gervais tijdens de oorlog (maison Morin na de oorlog) aan de viersprong tussen Bénouville en Le Port. Blik vanuit het westen, met boven de slaapkamers met merkwaardig driehoekige balkons die uitkeken over velden en een bos. In mei 2019 is op last van de gemeente en ondanks veel kritiek van Normandische burgers, Britse veteranen en o.a. ook van de auteur gesloopt. Er is wél een archeologische opgraving gedaan, voordat het terrein bouwrijp werd gemaakt.(Foto: France-Ouest)
De historische mairie van Bénouville vlakbij de voormalige vorkwegkruising, nu rotonde, schuin tegenover het oude Normandische huis van het gezin Gervais. Burgemeester in oorlogstijd was monsieur Thomas. Op het pleintje voor het pand staat nog een monument uit de Eerste Wereldoorlog dat kogelschade leed op en na D-Day. De lage muur die om het pand heen stond in de oorlogsperiode, is verdwenen. Op de eerste verdieping woonde een jong stel en lagen in één kamer door de Duitsers in beslag genomen radiotoestellen opgestapeld. Achter het ambtelijk huis lag een kinderschool.Recente foto.(https://www.normandywarguide.com/place/benouville-war-memorial)
Captain Francis Vere Hodge (MC) (https://www.paradata.org.uk )
Voor grote moed betoond op Sicilië waarbij hij weinig oog had voor zijn eigen veiligheid, maar des te meer voor die van vele anderen, ontving de daar geparachuteerde Capt. Francis Vere Hodge het Military Cross uit handen van veldmaarschalk Montgomery op 12 december 1943.Bovenkant formulierOnderkant formulier
Viermans Forward Observation Bombardment-groep van Bataljonshoofdkwartier, 2e Parachutistenbataljon. V.l.n.r.:Telegrafist W.Fortune, Alex J.Boomer (DSM), Captain Francis Vere Hodge (MC) en telegraphist K.F.Moles. Foto van 22 juni 1944.(https://www.paradata.org.uk/media/9296 )
Het zou een deugdelijke observatiepositie kunnen vormen, althans vanuit de bovenverdieping die uitkeek op het dorp, de wegkruising en de velden. Van majoor Roger Neale die Compagnie B van het 7e Parachutistenbataljon commandeerde, vernam hij dat deze de grootste Duitse dreiging vanuit de zuidwestelijke velden buiten Bénouville verwachtte te komen. Hodge ram–melde aan de voordeur van het oud-Normandische maison (Pas na de oorlog lokaal bekend geworden als maison Morin; sinds mei 2019 gesloopt ten behoeve van een projectontwikkelaar). Op slot. Hij schoot met zijn revolver op het slot, maar miste. Binnen in het huis klonk daarop het angstige gillen van een vrouw. De parachutistenkapitein schrok enorm, niemand had gemerkt dat het licht vervallen gebouw nog bewoond was. Francis Hodge schreeuwde:’Pardon, madame, nous sommes soldats anglais!’. De voordeur werd voorzichtig opengedaan door een man van een jaar of zestig, monsieur Gervais, die werd gevolgd door twee bange jonge vrouwen. Zoon Roland Gervais, een agrariër, was nu afwezig, maar zou tijdens de Duitse bezetting het huis wel mede hebben bewoond. (Vanaf 1940 tot 1947/1948. Voor deze zoon en diens beroep, zie: https://actu.fr/normandie/benouville_14060/pres-caen-maison-morin-cote-pegasus-bridge-vit-derniers-jours_21468700.html. Voor een cultiveur Gervais in Bénouville in 1926, zie nog: http://merienne.jy.free.fr/01benouville.htm, s.v. Avril 1926: Une affaire á éclaircir.) Het drietal staarde ongelovig naar de zwart–gemaakte gezichten van de behelmde, bewapende en bepakte Britse soldaten. De familie vermoedde dat zij ‘Alle–mands’ waren en waren niet zomaar van dat idee af te brengen, temeer daar de Duitsers in de regio recentelijk meerdere nachtelijke oefeningen hadden gehouden. Desondanks traden de Britten binnen en bestegen de trap. Vanuit een hoog smal raam van een westelijke slaapkamer hadden zij prachtig zicht op de velden. Seiner Alex J. Boomer stelde zijn radioset daar–om híer op. (N.Barber, The Pegasus and Orne Bridges, 175-176 met foto van de laat-19e eeuwse versie van het pand vanaf de westelijke zijde en van ver vóór de oorlog, nog voorzien van de oude muur met hekwerk erbovenop en zonder de oostelijke dwarsaanbouw die in de oorlog aanwezig was.. Voor de familienaam van de bewoners in de oorlogsperiode, zie: https://actu.fr/normandie/benouville_14060/pres-caen-maison-morin-cote-pegasus-bridge-vit-derniers-jours_21468700.html. Vanaf 1950 bewoonde de familie Morel het huis en vanaf 1955 de familie Morin.)
Links: De westelijke slaapkamer met driehoekig balkon waarin kapitein Francis Vere Hodges zijn radioseinpost opzette. Links uit het raam zag hij de mairie van Bénouville zuidelijk aan de viersprong, schuin tegenover het Normandische huis van de familie Gervais. Het huis is verdwenen door sloop in 2019.(Videostill van France Ouest uit 2018, be-werkt)
Captain Francis Vere Hodge met veldkijker voor een enigszins beveiligd raam in Normandië in juni 1944 tijdens frontobservatie ten bate van vooral het vlootgeschut. Vere Hodges (MC) werd geroemd als een goed leidende officier die ook vlootvuur tot vlakbij zijn eigen positie durfde aan te vragen. Het is de auteur onbekend of het hier het Normandische huis betreft aan de vorkwegkruising aan de D514 in Bénouville, maar de foto dateert vermoedelijk evenals een andere van hem van 22 juni 1944. Toen verbleef dit FOB-groepje niet meer in het genoem-de huis.(https://www.paradata.org.uk/people/francis-vere-hodge)
Hoofdstuk 126.
6 juni 1944 , D-Day, 06:00 uur (Britse tijd): Ass.Dir.Medische Diensten kol. MacEwan bezoekt beide Britse verbandposten bij de kanaalbrug
Vanaf 06:00 uur (Britse tijd) kwam de lange, onberispelijk geklede Schotse assistent-directeur der Medische Diensten, kolonel MacEwan, vanuit Ran–ville een bezoek brengen aan de die nacht ingerichte, kleine veldverbandpost (Casualty Collection Point) van kapitein John Vaughan in de noordelijke greppel tussen beide bruggen. MacEwan hield hierbij de oorspronkelijke familienaam van de arts aan: Captain Jacobs. Vaughan wees zijn meerdere die hem voor deze ‘hopeloze zaak’ van de coup-de-main had gestrikt, op e–nige gesneuvelden (luitenant Brotheridge ter plekke en Lance Corporal Greenhalgh in de poel) en op meer dan een dozijn gewonden onder wie lui–tenant Smith, de aan zijn been gespalkte luitenant Wood en diens radiosei–ner, de sergeants Ollis en Leather, piloot Barkway met de kapotgeschoten pols en copiloot John Ainsworth met hoofdwonden en zwaargewonde knie–ën. Daarna liep zijn commandant door over de kanaalbrug om het café Gon–drée te inspecteren dat Pine-Coffin inmiddels had bestemd tot Regimental Aid Post voor zijn zwaar gehavende 7e Parachutistenbataljon en waar beter geopereerd kon worden. MacEwan kon daarna verslag uitbrengen aan het para-RAMC-hoofdkwartier in Ranville. (http://www.pegasusarchive.org/normandy/frames.htm, >War Diaries>6th Airborne Division> HQ RAMC; kolonel M.MacEwan DSO/OBE/DFC noemt in zijn War Diary, June 1944, Sheet No. 1, 6 June kapitein John Vaughan hierin bij zijn eigenlijke achternaam: Capt.C.J.R.Jacobs, RAMC, cf. National Archives London cat.nr. WO 177/360; J.Howard, in: M.Arthur, Vergeten stemmen van de Tweede Wereldoorlog, 368)
Colonel-arts Malcolm MacEwan, hier in battledress als in Normandië, maar hier in Noord-Duitsland, begin mei 1945.(Bewerkt naar: https://www.paradata.org.uk/people/malcolm-macewan)
Oorlogsjournaal van kolonel-arts Malcolm MacEwan d.d.6 juni 1944. Bij 06.00 uur staat de eigen achternaam van de aan Compagnie D toegevoegde arts John Vaughan, Captain Jacobs vermeld.(https://www.paradata.org.uk/people/malcolm-macewan)
Hoofdstuk 127.
Burgerleed in Ouistreham, burgervoorzorgsmaatregelen in Caen
Italiaanse dwangarbeiders planten alsnog antilandingspalen bij de kanaalbrug
De nieuwe jonge eigenaar van het kleine Hôtel de Normandie in de haven–plaats Ouistreham, Raoul Mousset, had afgelopen nacht nog in Caen gelo–geerd, terwijl zijn vrouw Odette thuis was gebleven. Hij was, merkwaardig genoeg, niet ruw gewekt door de middernachtelijke bombardementen op en rond de stad, maar wél door het vroege oorlogslawaai in de kuststreek. Mousset repte zich terstond in zijn vrachtwagen naar het noorden, bezorgd om zijn vrouw. Even buiten Caen werd zijn wagen aangehouden bij een Duitse wegblokkade: ‘Ouistreham? Staat in brand!’, werd hem kortaf door een wachtpost meegedeeld. ‘Hebt u het Hôtel de Normandie nog gezien?’, vroeg Mousset vertwijfeld. ‘Nein, ik kon het niet meer zien, want het bestaat niet meer, van de aardbodem verdwenen!’ De Duitse soldaten lieten de aan–geslagen jongeman níet door.
Leraar-verzetsman André Heintz zag vanuit Caen dat de hemel aan de kust nu onnatuurlijk rood was gekleurd. Het vlootbombardement was te horen. Hij adviseerde zijn moeder het bad vol water te laten lopen, men kon niet weten of het leidingwater niet zou worden afgesloten. Zijn moeder verborg haar juwelen in de kelder. Het gas bleek nog aangesloten, zodat de verstan–dige vrouw haastig een grote pan aardappels begon te koken voor de onzeke–re periode in het verschiet. (D.Stafford, Ten Days to D-Day, 298)
Na het ochtendgloren kwamen twee kleine, haveloos geklede en donkerha–rige mannen langs het jaagpad aanfietsen in de richting van de kanaalbrug bij Bénouville. Ze werden onderschept door enige soldaten uit het 3e Peloton ‘Ox and Bucks’ van luitenant Richard (‘Sandy’) Smith die de gevangenen naar majoor Howard brachten. Ze waren niet te verstaan geweest. Het twee–tal in burger bleek bij verhoor vooral zeer hongerig te zijn. Zij spraken geen Frans, wat enige officieren hadden kunnen verstaan, noch Engels, maar naar later bleek Noorditaliaans en bezigden drukke, moeizame gebarentaal. (Zowel bij de 4. Kompanie (bruggenwachtcompagnie), 1.Abteilung/Bataillon van Grenadier-Regiment 736 te Bénouville en Ranville als bij de batterijen van de Duits-Oostenrijkse I. Abteilung, Artillerie Regiment 1716 bij Merville hielpen enige Italianen; bij Merville minstens acht, cf. H.K.von Keusgen, Pegasus Brücke und Batterie Merville (2014), 17) Enige verstaanbare woorden brachten aan het licht dat zij dwangarbeiders waren van de paramilitaire bouwonderneming Organisation Todt die de antilucht–landingspalen in het veldje bij de kanaalbrug moesten inplanten. De ver–baasde majoor overhandigde hen rustig droge biscuitjes uit zijn eigen rant–soen en daarna mochten zij vrij herwaarts gaan. Het tweetal sloebers droop af, niet naar hun basis, maar alsnóg richting landingszone X waar zij doodge–moedereerd het hun opgedragen werk gingen voortzetten. De palen gingen de grond in rond de reeds gelande Horsa-toestellen! Compagnie D lachte zich tranen uit leedvermaak. Bij een tweede navraag bleek dat de palen klaar moesten staan vóór de avondschemering, zoals was opgedragen, omdat an–ders een aframmeling door de Duitsers zou volgen. Ze waren er zelfs vooraf voor betaald en ‘bang voor Duitse represailles, als u straks weer weg zou zijn’. Leden van de compagnie bleven de arbeid grinnikend gadeslaan. Het toonde één zaak duidelijk aan: de vijand wist blijkbaar werkelijk niets van de komende massale landingen! (Voor deze beide Italianen zie D.Howarth, Het epos van D-Day, 224; S.E.Ambrose, Pegasus Bridge2, 134; N.Hugedé, Le commando du pont Pégase, 158; H.K. von Keusgen, Pegasus-Brücke und Batterie Merville (2014), 157; W.Fowler, Pegasus Bridge, 51; J.Howard en P.Howard Bates, The Pegasus Diaries. Voor een foto van andere Italiaanse arbeiders als krijgsgevangenen opgebracht nabij Ranville door twee Britse para’s, zie nog C.Shilleto, Pegasus Bridge & Merville Battery, 69). 
6 juni 1944, D-Day, middag: Italianen voor de tweede maal In deze oorlog als krijgsgevangenen, nu van Britten in Nor–mandië. Eerst gehoorzaam aan de Duitsers voor wie zij vaak in de bouwonderneming Organisation Todt dienden te arbeiden, en hier aan Commando’s van de 1st Special Service Brigade onder bevel van the Lord Lovat.(Detail naar: https://www.pinterest.es/pin/656188608176985715/)
Hoofdstuk 128.
6 juni 1944, D-Day, ochtend: Kanaalbrug en Britse verbandposten onder Duits vuur
Kerktoren van Le Port met Duitse scherpschutters onder Brits vuur
Vanuit Caen trokken Duitse infanterieversterkingen op langs de kanaalroute via Blainville naar het door het onderbezette 7e Parachutistenbataljon (Com–pagnies A en C) ingenomen Bénouville dat inmiddels door de gepantserde vijand die onder meer zijn anti-tankgeschut en tanks elders aan de kust had willen inzetten, tijdelijk was verlaten. In het nu verlichte bruggengebied be–gon geweer- en mitrailleurvuur van Duitse sluipschutters (eng.: snipers) uit onverwachte richtingen toe te nemen. Het zwaartepunt lag op de westelijke kanaaloever, zuidelijk van Bénouville waar zich als potentiële vijandelijke observatiepunten hoge bomen, de hoger gelegen château-kraamkliniek en een paddestoelvormige watertoren ervóór bevonden. Het oversteken van de bezette kanaalbrug werd een levensgevaarlijke bezigheid. Gewonden die nog buiten op de oostelijke kanaaloever lagen, konden vooralsnog niet naar het relatief veilige café Gondrée worden overgebracht. (A.Gregory, in: http://www. wartime-memories.fsnet.co.uk/d-day.html, 3 en in: M.Bowman, Terugblik op D-Day, 51) Gaandeweg kregen Duitse sluipschutters de brug geheel in hun greep, maar geen één van deze verdekt opgestelde en vaak van een camouflagemantel voorziene vijanden werd waargenomen. De situatie werd kritieker, toen zelfs de Casualty Com–mand Post (medische hulppost) van John Vaughan op de oostelijke oever onder gericht vuur werd genomen. De RAMC-hospikken Lance Corporal Harris uit Horsa Nr.2, dokter John Vaughan uit Nr.3 alsook Lance Corporal Lawson (Naar de lijst in D.Edwards, The Devil’s Own Luck, 213. Niet te verwarren met Pte Lawton uit het 6e Peloton. N.Barber, The Pegasus and Orne Bridges, 273 vermeldt L/Cpl Lawson niet.) die in Horsa Nr.6 was vervoerd, waren door hun opvallende witte Rode Kruisarmbanden goed te onderscheiden geweest, zeker door het sterke vizier op een Duits scherp–schuttersgeweer. Dit schieten op verbandposten was geen incident: Duitsers in dit gebied deden het eveneens in zowel Ranville als Le Port. Luitenant David Wood die met een spalk om zijn linkerbeen op een draagbaar in de post lag, zag kogelinslagen vlak naast hem aarde doen opspatten. Eén schot miste ternauwernood zijn hoofd. Eén der verplegers trok witheet zijn pistool en laadde door. Hij wilde zijn patiënt verdedigen, maar tegen wie? Per ongeluk vuurde hij echter in zijn opwinding een schot af dat zijn eigen patiënt ternauwernood miste…
Britsel luchtlandinghospik (medical orderly) met 1937 model haversack of small medic pack en rode kruisarmband in grote uitvoering. Die kwamen ook in kleiner model voor.(https://www.rkisanaawaj.com/index.php?main_page=product_info&products_id=312877)
Britse luchtlandingshospik in gevechtsjas(Denison–schmock. (Reenactment) (https://www.spanglefish.com/16parachutefieldambulance/index.asp?pageid=110837)
Mogelijke inhoud van één Denison schmock-gevechtsjas van een Britse airborne medical orderly. Naar: Red Berets and Red Crosses – British Airborne Medics in WW2, in:(https://www.youtube.com/watch?v=igGzgW2Aa_A)

Britse airborne-hospik met witte Rode Kruisarmband om. Aan zijn koppelriem bevindt zich een holster voor pistool of revolver. Het betreft hier hospik korporaal Midge Mills (RAMC) van de 1e Luchtlandingsdivisie bij het veldgraf van een kameraad, trooper Edmond, in Wolfheze, Nederland op 18 september 1944. Cf. Red Berets and Red Crosses – British Airborne Medics in WW2, in: https://www.youtube.com/watch?v=igGzgW2Aa_A. Coll. Imperial War Museum,Londen. (Foto: https://vriendenairbornemuseum.nl/vvam-nieuwsbrief-94-juli-2004/)
Luitenant ‘Sandy’ Smith van het 3e Peloton zat rechtop in de CCP-loopgraaf, zodat zijn hoofd net boven de rand uitstak, terwijl soldaat Allwood van het 4e Peloton of hospik Lawson (De betreffende hospik was een relatief onbekende voor lt. Smith) zijn door de Duitse steelgranaat opengereten pols opnieuw verbond. Toen de verpleger klaar was, stond hij op om direct zo’n harde treffer in de borst te ontvangen, dat hij erdoor meters achteruit over de brugweg werd geslagen. Hij kwam hard op zijn rug terecht, was nog bij zijn positieven en begon te gillen:‘Haal mijn granaten eruit! Haal ze eruit!’. Een Mills No.36-hand–granaat in zijn borstzak had reeds bij de eerste kogelimpact dodelijk kunnen afgaan. Iemand sloop direct op de gewonde man toe en verwijderde de gevaarlijke projectielen uit zijn zakken. De aan been en arm ernstig gewonde, flegmatieke luitenant Smith werd zich zeer bewust van zijn eigen hulpeloosheid en de angst om te sterven sloeg nú pas toe. De bedruipsnorde Dr.Vaughan kwam woedend overeind bij een gewonde vandaan, schudde de vuist in de algemene richting waar het sluipschuttersvuur vandaan scheen te komen en riep luid, maar machteloos over de weg:‘Dit is geen cricket!’. (S.E.Ambrose, Pegasus Bridge2, 131-132; W.Fowler, Pegasus Bridge, [50]) Was het Britse vuur op een rijdende vijandelijke motorrijder ‘cricket’? Of het met fosforgranaten uitschakelen van in benauwde bunkers slapende soldaten? Krijgsregels worden in de oorlog zéér ruim opgevat. Zoals het Britse parlementslid R.T. Bower reeds op 8 mei 1940, nog vóór Churchill tot premier was gekozen, had gezegd:‘Als je voor je leven vecht tegen een nietsontziende tegenstander, kun je niet worden geleid door de Queensberry-regels (van de bokssport).’ (Ook in Le Port richtten gefrusteerde jonge Duitse snipers hun wapens op de Britse Quaker-verpleegpost bij de kerk en maakten er dodelijke slachtoffers. Captain John Parry, de geliefde bataljonsaalmoezenier die er gewonden bijstond, sneuvelde aldus. De grote para-verpleegtent bij Ranville kwam later onder gericht granaatvuur te liggen. Voor voorbeelden van Duitse sluipschutters in Normandië, zie ook: D.Löwenhamn, German Snipers in Normandy 1944, in: http://www. axishistory.com/index.php?id=2031, 1-4 waaronder het volgende op p.1: Enige Britse stretcherdragers van de medische groep van de Royal Ulster Rifles, D Company (Cpt. Aldworth) werden laat in de middag van 7 juni 1944 bij Cambes beschoten, toen zij gewonde Britten trachtten op te halen. Na de verovering van het verwoeste Cambes bleek zich onder de Duitse krijgsgevangenen een Waffen SS-scherpschutter te bevinden. Berucht waren ook de talloze Duitse sluipschutters in Ouistreham en rond Hauge tegenover de daar opererende Britse en Franse Commando’s op en na D-Day. Er zijn verschillende Brits-Canadese meldingen van ‘vrouwelijke Franse sluipschutters’. Hadden deze merkwaardige meldingen misschien betrekking op Duitse scherpschutters die zich hulden in een camouflagemantel? Amerikaanse Omaha Beach-veteranen leerde Duitse snipers ook kennen. Op 7 juni 10:00 uur ’s ochtends lag op sector Dog een rij gewonde Amerikanen op het strand en ‘schoot een (Duitse) scherpschutter één van de hulpverleners dwars door zijn rode kruis (op zijn helm) heen. Vervolgens schoot hij mij (een gewonde Amerikaan) in de rechterknie en begon hij elke gewonde om me heen te beschieten.’ Zie: A.Kershaw, De Bedford Boys, 188. Britse schutters maakten zich er soms ook schuldig aan: op 19 september 1944 in Arnhem schoten die niet alleen op eigen kameraden die zich hadden overgegeven, maar namen ook Duitse Sanitäter onder vuur waarvan soldaat Rudolf Trapp van de 3e Compagnie van het Pantsergrenadierregiment 21 zou getuigen:’De Engelsen schoten op onze onbewapende Rode Kruissoldaten. Dat gaf ons de felheid om de Tommies eens flink aan te pakken.’ Overigens werden in en rond Arnhem, tijdens de slag om Montecassino en in Noord-Afrika over en weer óók edelmoedig vuurpauzes ingelast om gewonden in veiligheid te brengen. RAF-Squadron Leader James Hayter werd na D-Day door luchtmaarschalk Coningham bevolen te schieten op ‘alles wat achter het vijandelijk front bewoog’. Zodoende stond er na een bepaalde nachtpatrouille niet alleen ‘een dalende (Duitse of geallieerde) parachute’ op zijn controlefilm, maar ook een dag of twee later ‘(Duitse) ambulances die uit Le Havre wegreden’, omdat het Britse eskader was verteld dat ‘die troepen of ammunitie vervoerden’ en dat de jachtpiloten hen moesten aanvallen.)
Voor het 3e Parachutistenpeloton op de westelijke kanaaloever nabij de ka–naalbrug werden moeilijkheden vergroot door het arriveren van grote aan–tallen zich opgewonden gedragende, bange burgervluchtelingen die de ka–naalbrug naar het oosten wilden oversteken. Zij wilden eigenlijk bij de arm genomen worden, niemand onder hen wist precies wat hij wilde doen. De toegang tot de brug of tot enige richting die zij zelf wilden opgaan, werd geweigerd. Het was niet de Britse bedoeling dat deze brave Normandische burgers aan eventuele Duitse ondervragers zouden kunnen gaan doorgeven wat zij bij de brug hadden gezien aan (voorlopig) licht bewapende Britse verdediging. Trouwens, er zouden zich onder hen Duitse deserteurs of ver–spieders gekleed in burgerpak kunnen bevinden… Luitenant Thomas van het 3e Peloton van het 7e Parachutistenbataljon kreeg daarom bevel eerst ci–viele mannen van vrouwen en kinderen te scheiden. De eersten werden voor de zekerheid en tijdelijk ondergebracht in haastig bijeen geïmproviseerde ‘kooien’. Desondanks bleken de lokale Normandiërs nogal blij te zijn bij de ontmoeting met Britse soldaten. Men wilden kussen en handen schudden. Dat nu zou de verdedigende parachutisten teveel in beslag nemen en de be–groetingen moesten enigszins worden afgewimpeld. (B.Maddox, The Tale of Two Bridges, 46)
Duitse sluipschutters waren die ochtend eveneens een bron van ellende in Le Port voor Compagnie B der parachutisten. De compagnie was overdag lang afgesneden van de rest van het 7e Para-Bataljon. Private Cornell, de koerier van Compagnie B, werd uiteraard een hoofddoel voor vijandelijke sluip–schutters, maar kon zijn belangrijke taken niet laten rusten. (En ook in de weken na D-Day riskeerde hij meermaals zijn leven wat hem een DCM opleverde) Luitenant Ted Poole en twee andere parachutisten van het 5e Peloton, Compagnie B trachtten fanatieke, verlammende Duitse snipers die zich bovenin de kerktoren van Le Port schenen te bevinden, uit te schakelen. Zodra het Britse drietal door de deur van de toren de trap op wilden gaan, werden Nr. 24-steelhandgranaten naar beneden geworpen. De poging moest worden opgegeven. Vanuit de galm–gaten van de oude kerktoren werd daarom nog herhaaldelijk in de richting van de nog weinige Britse parachutisten van Compagnie B van het 7e Para–chutistenbataljon rondom de kerk van Le Port alsook op de kanaalbrug ge–schoten, met geweren en automatisch vuur. 
Duitse scherpschutter, hier ergens aan het oostfront
Duitse sluipschutter met semi-automatisch vuurwapen. (https://allthatsinteresting.com/matthaus-hetzenauer)
Duitse sluipschutter met camouflagecape. Re-enactment.(https://www.warmuseums.net/KampfgruppeBhmHerbstnebelOperation/germansniper.html)
De rolhefbrug bij Bénouville werd in de zomer van 1944 meermaals getroffen door boordgeschut van jachtvliegtuigen, mitrailleur–, geweer-, Nebelwerfer- en granaatvuur en eenmaal zelfs door een kleine bom (blindganger) geworpen door een Duitse Focke Wulf-jager. Sporen zijn op de authentieke brug op het terrein van het Musée Mémorial Pégasus niet weggewerkt en goed te zien, zoals hier op de machinekamer.(Eigen foto, april 2017)
De 29-jarige vriendelijke, maar op momenten felle, roodharige Quaker–aalmoezenier (Reverend, Chaplain of Padre) George E.M. Parry uit Wales, als airborne algemeen bekend onder de liefkozende bijnaam Pissy Percy the Parachuting Parson, was samen met een eveneens onbewapende Quaker-hospik bezig gewonden van Compagnie A te verzorgen in hun verbandpost in Le Port. Woeste Duitse soldaten drongen hun post binnen en aalmoeze–nier George Parry, ongetwijfeld zijn aangevallen gewonde maten verdedi–gend, werd met een dolk- of bajonetstoot mede vermoord. (Denis Edwards, The Devil’s Own Luck, 53-54; https://www.paradata.org.uk/people/george-e-m-parry; https://www.change.org/p/john-cryer-mp-recognition-for-brave-padre-murdered-in-cold-blood-on-d-day. Cf. https://www.churchtimes.co.uk/articles/2016/23-december/features/features/the-case-of-padre-perry. Deze legeraalmoezenier is niet te verwarren met korporaal George Parry, in: https://www.paradata.org.uk/people/george-parry. Van de ca. 3000 Britse legeraalmoezeniers die in de oorlog dienden, verloren er 96 hun leven, van wie 21 in Normandië tussen 6 juni en september 1944. Voor de christelijke Quaker-beweging(en), zie nog b.v. https://nl.wikipedia.org/wiki/Quakers.)

Aalmoezenier George E.M. Parry was aangesloten bij de 6e Luchtlandingsdivisie in Normandië en werd samen met een hospik en gewonde parachutisten onder hun hoede vermoord in Le Port door Wehrmacht-militairen op D-Day-morgen. Er waren toen géen Waffen-SS’ers aanwezig, wel leden van de 716e Infanteriedivisie en 21e Pantserdivisie (cf. D.Ed-wards, The Devil’s Own Luck, 50)(https://www.churchtimes.co.uk/articles/2016/23-december/features/features/the-case-of-padre-perry)

De vermoorde Reverend G.E.M. Parry ligt begraven op het kerkhof te Bénouville.
De voormalige Britse TV-presentatrice Jenni Crane trof een koffer op naam van aalmoezenier G.E.M. Parry aan in een antiekwinkel in Crystal Palace in maart 2014. Het onderzoek ernaar veranderde haar leven.(https://www.churchtimes.co.uk/articles/2016/23-december/features/features/the-case-of-padre-perry)
De parachutisten onder wie luitenant Richard Todd, kregen aanvankelijk geen enkele vat op verschanste, verlammende scherpschutters. Luitenant Todd doodde er wel samen met bevelhebber Geoffrey Pine-Coffin met hun stenguns een verdekt opgestelde Duitse mitrailleurschutter, en dat heel beheerst en koelbloedig: ‘Zo, daar had-ie niet van terug…’, deelde Pine-Coffin daarna lakoniek aan de parachutisten mee die bijna waren getroffen door dat Duitse vuur.
De Ierse korporaal Thomas (‘Tommy’) Killeen besloot uiteindelijk met een anti-tank-PIAT wat aan die vijandelijke sluipschutters in de kerktoren te doen. Hij kreeg toestemming om de kerk te beschieten van zijn commandantt. Om uit het schootsveld van de Duitsers in de toren te blijven, werkte hij zich langzaam door een paar aan elkaar grenzende woningen bij het kerkplein heen door gaten in de tussenmuren te breken. Zo kwam hij bij het laatste huis aan waarvandaan hij prima zicht op de kerktoren had. Killeen knielde achter een gat onderin een heg en richtte op het galmgat. Het eerste schot ging er half in. Twee volgende schoten met de PIAT volgden. Hij raakte de toren van een meter of tachtig afstand precies onder en in het galmgat, zodat na het wegtrekken van de stof-, rook- en puinwolk een groot gapend gat en de bronzen klok was te zien op de plaats waar tevoren de loop van een geweer met telescoopvizier naar buiten had gestoken. Om het resultaat van de ingeslagen PIAT-granaten nader te bekijken, rende de goed-katholieke korporaal vervolgens op de kerkdeur af, zette tot grote verbazing van zijn maten uit piëteit eerst keurig zijn pothelm af, sloeg snel een kruisteken en verontschuldigde zich binnens–monds tegenover God voor het beschadigen van Diens huis. Twaalf jonge, blonde Duitsers, sommigen met een camouflagecape om, bleken dood bo–venin de toren te liggen. Zo God er niet tevreden mee was, dan toch in ie–der geval Killeens Britse maten. (Zie lt.-kol. Geoffrey Pine-Coffins rapport in: B.Maddox (adapted by -) The Tale of Two Bridges, 41-42 waarin de correcte voornamen worden vermeld; http://www.rgjassociation.info/ib/history/pegasus–bridge.html, 3; http://www.pegasusarchive.org/normandy/gordon brennan.htm, 2; W.G.Ramsey (red.) D-Day. Then and Now; S.E.Ambrose, Pegasus Bridge2, 144 waar de naam foutief wordt gespeld als Killean; R.Todd, Caught in the Act (1986); D.E.Edwards, The Devil’s Own Luck, 235, noot 5; C.Shilleto, Pegasus Bridge & Merville Battery, 64-66 en noot 12; para-veteraan Edgar (‘Eddy’) Gurney’s verslag in: Frank Shaw en Joan Shaw, We Remember D-Day. Powerful and Moving True Stories from 6 June 1944 (Random House, 2014).)
De kerk van Bénouville-le Port, juli 1944. Het galmgat is kapotgeschoten door ten eerste de PIAT van korporaal Killeen, ten tweede door een later op D-Day gearriveerde DD-Sherman-tank en tenslotte nog eens door Brits mobiel 2 ponder-Bofors–luchtafweergeschut van De F-Troop (Loyals). En alles met één doel: het herhaaldelijk uitschakelen van hardnekkige Duitse sluip–schutters. (https://forum.axishistory.com/viewtopic.php?t=257839&start=15)
Corporal Thomas (‘Tommy’) Killeen 
Één van een dozijn jonge Duitse sluipschutters die in de kerktoren van Le Port op D-Day werden gedood door een PIAT-schot van soldaat Thomas Killeen. Een camouflage-cape ligt op de gesneuvelde. (Naar: C.Shilleto, Pegasus Bridge & Merville Battery, [65])
Hoofdstuk 129.
6 juni 1944, D-Day, vroege ochtend: Enige voorvallen bij de Ornebrug bij Ranville
Het waren bij nader inzien die ochtend geen vier Duitsers die bij de brug o–ver de Orne op het jaagpad waren neergeschoten, omdat zij het wachtwoord van de Britten niet hadden beantwoord. Eén der gesneuvelden bleek tot het stomme verdriet van ‘Tod’ Sweeney en zijn mannen van het 5e Peloton een die nacht bij Ranville gelande Britse Pathfinder-parachutist die blijkbaar krijgsgevangen was genomen en opgebracht naar een of ander Duits hoofdkwartier. Waarom had die ongelukkige terreinmarkeerder niet minstens iets in het Engels geantwoord? Om zijn naar het wachtwoord vragende maten niet in gevaar te brengen en hen kans te geven de begeleidende Duitsers te doden? Nee, hij bleek gekneveld te zijn: had niets kúnnen antwoorden. (S.E.Ambrose, Pegasus Bridge2, 103; W.Fowler, Pegasus Bridge, 46; Lt.Sweeney in: N.Barber, The Pegasus and Orne Bridges, 302, Ch.8 met n.1: ‘(…) but there was a dead parachutist and two or three dead Germans there.’ Volgens Denis Edwards (geen ooggetuige) in The Devil’s Own Luck, 47 betrof het drie Britse parachutisten en enkele Duitsers. Dit is niet juist.)
Met de Ornebrug stevig in Britse handen en talrijke parachutisten ingegra-ven in de buurt van hun kleine huis op de noordoostelijke rivieroever, was het oudere echtpaar bij het licht worden tot de slotsom gekomen dat zij daad–werkelijk werden bevrijd. Mevrouw kwam zich bij luitenant Sweeney op de Ornebrug persoonlijk verontschuldigen voor het eerder afwijzen van het be–zoek van de twee soldaten uit zijn peleton en beklonk dit met een welge–meende kus op zijn wang. De aanvankelijke angst van de oude dame voor de zwartgemaskerde Britse soldaten in de nacht deelde zij met andere burgers uit de streek. Er werd immers veel in de nacht geoefend door de Boches. Het was zelfs voorgekomen dat Duitsers vermomd als Britse commando’s of pa–rachutisten hadden rondgelopen om de bevolking op de proef te stellen bij wie hun loyaliteit eigenlijk lag. (Naar getuigenis van een vrouw uit de Calvados aan kapitein John Sim van het 12e Parachutistenbataljon van de 6e Luchtlandingsdivisie, in: M.Arthur, Vergeten stemmen van de tweede Wereldoorlog (Amsterdam, 2006), 397)
Hoofdstuk 130.
6 juni 1944, D-Day, vroege ochtend: Enige voorvallen bij de kanaalbrug bij Bénouville
Een gedropte Britse krant voorzien van cartoon Jane
Het was tegen 06:00 uur (Britse tijd) die morgen dat zich plotseling een drie–tal Spitfire-jachtvliegtuigen van de Royal Airforce op enkele duizenden voet hoogte in de bewolkte hemel vertoonden boven het gebied van de kanaal–brug in Bénouville. Voor de militaire toeschouwers in de noordoostelijke loopgraaf naast de brug was direct duidelijk geworden dat het ‘vrienden’ be-trof: de toestellen droegen de opvallende, zwartwitte ‘invasie’-strepen. 
‘Supermarine Spitfires Mk XIV boven Frankrijk, 1944’. Gouache (1995) van de gewaardeerde Nederlandse specialist Thijs Postma, naar een ansichtkaart van Art Unlimited Amsterdam.
Op zondag 5 september 2021 vloog deze bewaarde en opgeknapte Spitfire Mk Vb over drie evenementen in Noord-Ierland om de 81ste verjaardag van de Slag om Engeland (najaar 1940) te gedenken. Het toestel werd bestuurd door Squadron Leader Mark Sugden die deel uitmaakt van de RAF Battle of Britain Memorial Flight. Spitfires waren snel, wendbaar en effctief en behoren wel tot de aantrekkelijkste jachtvliegtuigen uit de Tweede Wereldoorlog.(https://www.raf.mod.uk/news/articles/spitfire-takes-to-the-skies-again-for-battle-of-britain-anniversary/)
Brits Spitfire-jachtvliegtuig voorzien van invasion stripes boven de (nieuwe) kanaalbrug van Bénouville op een D-Day-herdenking na 1994.
‘Get the strips out!’, schreeuwde majoor Howard onmiddellijk tegen Wally Parr. Parr had aan een half woord genoeg, deze gelegenheid was door de bevelhebber duidelijk besproken vóór Compagnie D naar Frankrijk was vertrokken. Parr diende de fluoriscerend groengele en een soort roze ge–kleurde parachutestoffen en sjaals op te halen uit hun verpakking in de hoofdkwartiersbunker. Met enkele maten werden die zgn. strips snel met allerlei soorten verzwaring in een afgesproken patroon gedrapeerd op brug–onderdelen om op die wijze te kunnen communiceren aan geallieerde pilo–ten: ‘Brug veilig in Britse handen!’. Het antwoord liet niet lang op zich wachten. Met een grote boog doken de toestellen omlaag om met donderend motorengeraas op enkele honderden meters hoogte pal over de kanaalbrug te vliegen en daarbij spectaculair om hun as te draaien: een zogenaamde victo–ry roll uitvoerend. Compagnie D begon te joelen en naar de RAF-piloten te zwaaien. Uit het zicht van de Britten beneden werd één cockpitkoepel open-geschoven binnen een kilometer afstand waarbij de Spitfire-piloot een onde-finieerbaar voorwerp naar beneden liet vallen dat in de noordoostelijke vel-den achter de kanaalbrug terecht kwam. 
(https://www.flickr.com/photos/stevejm2009/14275602196 )
Bewaard gebleven en gerestaureerde Spitfire tijdens de het uitvoeren van de spectaculaire victory roll.
Bewaarde, hier laagvliegende Spitfire met geopende cockpit en voorzien van D-Day-kleuren. Recente opname.
Majoor Howard stuurde een kleine sectie die kant op ter verkenning. De mannen kwamen terug met een bundel stijf opgerolde kranten, vroege edities van 6 juni uit Fleetstreet, Londen. Nieuws over D-Day en de Invasion ontbrak geheel: dat zou uit veiligheidsoverweging pas later die dag mogen worden gepubliceerd. Geen woord dus over hun eigen nachtelijke escapades bij de bruggen! Het voor hen al ‘oude nieuws’ over de bezetting van Rome door de Amerikanen de vorige dag werd totaal genegeerd.
Britse krant Daily Mirror, 5 juni 1944. Voorpagina.
Geamuseerd stond commandant John Howard bij zijn bunker toe te kijken hoe in de loopgraaf de bundel ineens enthousiast werd uiteengehaald. Zijn jonge mannen aasden op één krant: de Daily Mirror, meer bepaald op de daarin gepubliceerde en door álle Britse militairen al vóór de oorlog gewilde cartoon strip Jane. De sinds 1932 door Norman Pett geïntroduceerde Britse spionne Jane Gay was niet lesbisch, maar zeer heterosexueel. Haar Duitse dachshund Fritz vergezelde haar. Te pas en te onpas ontdeed de bevalllige Jane zich half, soms geheel van haar kleding, zich daarbij regelmatig red–dend uit benarde situaties. Tot groot genoegen overigens van álle rangen in het Britse leger, inclusief oorlogspremier Winston Churchill. En zo ontstond een kluwen opgewonden en zich afreagerende soldaten boven de pagina met de vrolijke Daily Mirror-strip. (Voor het Spifire-intermezzo op D-Day bij de kanaalbrug, zie S.E.Ambrose, Pegasus Bridge2 (1988), 138; N.Barber, The Pegasus and Orne Bridges, 193 zonder type jachtvliegtuig (…came the first fighters..’) te vermelden, noch het tijdstip, maar vóór 08:00 uur (Britse tijd) suggererend; D.Edwards, The Devil’s Own Luck, 48. Will Fowler, Pegasus Bridge, 51 vermeldt als tijdstip ‘At about 0800hrs’ en als aantal Spitfires een tweetal. Voor de strip Jane zie: Andy Saunders, Jane: A Pin-up at War (2004); https://www.lambiek.net/artists/p/pett_norman.htm; http://gocomics.typepad.com/rcharvey/images/2007/03/22/fra…, 1)
Jane’s Journal or the Diary of a Bright Young Thing. De eerste aflevering van de vaste strip van tekenaar Norman Pett in de krant The Daily Mirror van 5 december 1932. Jane Gay, dan nog behoorlijk vooroorlogs gekleed als Brits spionne en haar teckeltje Fritz. Per 1 april 1938 heette de cartoon eenvoudigweg: Jane. Petts echtgenote poseerde aanvankelijk, later werd een professioneel model ingehuurd voor de pose-sketches.(http://john-adcock.blogspot.com/2015/05/ )

Jane-specimina.(https://www.lambiek.net/artists/p/pett_norman.htm)
Daily Mirror, 7 juni 1944: ter ere van D-Day, 6 juni 1944, liet tekenaar Norman Pett zijn Jane op 7 juni geheel naakt verschijnen na een eerste maal in 1943. Die aflevering veroorzaakte kort een rel. Het Britse Ministerie van Defensie erkende al langer dat de populaire cartoon het moreel van de troepen verbeterde.(https://www.lambiek.net/artists/p/pett_norman.htm)
Gewoonlijk overlegt de populaire dame met haar teckel Fritz in precaire situaties. Fritz was gebaseerd op de hond van de tekenaar. Omdat het een Duitse dachshund is, kon de tekenaar er gaandeweg de oorlog politieke grapjes mee verzinnen.(https://nl.pinterest.com/pin/105130972531046388/?d=t&mt=signupOrPersonalizedLogin )
Het Britse leger nam soms de populaire cartoonfiguur Jane Gay over, zoals hier op een bord bij Anzio, Zuid-Italie in 1943:‘Voorzorgsmaatregelen tegen malaria. Trek bij zonsondergang alle kleding aan. Jane is in orde: zij is níet in Anzio.’(https://twitter.com/RealTimeWWII/status/730159340712243200/photo/1 )
Spionne Jane Gay en hondje Fritz, getekend door Norman Pett, verschenen ook voor de 200.000 lezers van de Canadese krant The Maple Leaf. In maart 1946 moest Jane afscheid nemen en (hoe toevallig)… at a windy spot. De strip stopte geheel pas in 1956.(http://john-adcock.blogspot.com/2015/05/)
Hoofdstuk 131.
6 juni 1944, D-Day,ochtend: Het Duitse kanon van Wally Parr bij de kanaalbrug
Mobiel geschut van lt.Höller bij het château te Bénouville
Rond 08:00 uur (Britse tijd) ontving korporaal Bill (‘Smokey’) Howard uit luitenant Sweeney’s 5e Peloton bevel om een boerenhandkar te confisqueren en al hun reserve-ammunitie ermee te vervoeren vanaf de Ornebrug naar ma-joor Howards hoofdkwartier bij de kanaalbrug. Samen met soldaat Buck Read uit zijn sectie trok hij de beladen kar op weg. Omdat ze min of meer open grond moesten passeren langs de zuidkant van D514 en zich daar zoals meermaals was gebleken Duitse sluipschutters schuilhielden, wierp hij rook-granaten vooruit ter dekking. Heelhuids aangekomen bij de bunker, trof hij majoor John Howard in een joviale bui: ‘Smokey, er is hier gebotteld water, als je er zin in hebt!’. Normaal werd hij slechts aangesproken bij rang en achternaam! Bij het verlaten van de hoofdkwartiersbunker, werd hij enthou–siast vanuit de kanonsstelling begroet door Wally Parr van het 1e Peloton: ‘Kom effe naar m’n kanon kijken, Smokey!’. Soldaat Wally Parr had het met ruwe groene en gele camouflageverfvegen beschilderde 5 cm.-kanon in de Tobruk-put naast de brug al eens eerder willen bekijken, maar toen had hij een over het hoofd geziene jonge krijgsgevangene van 16 jaar uit de gang eron–der moeten opbrengen. Bij daglicht probeerde hij het nog eens. (De Duitsers rekenden in centimeters, de Britten in millimeters voor hun kanons–lopen. De bronnen verschillen over het juiste kaliber van dit kanon. Het doorgaans zeer goed ingevoerde standaardwerk W.G.Ramsey (ed.), D-Day. Then and Now, vol.1, 230 (bijschrift) houdt het op een ‘3.7 cm anti-tank gun’, terwijl meerdere bronnen spreken van een 5 cm., c.q. 50 mm. kanon, cf. J.Howard en P.Howard-Bates, The Pegasus Diaries, 132 (..’the gun pit containing a 5-cm anti-tank gun’; C.Shilleto, Pegasus Bridge & Merville Battery, 44. Een Brits inlichtingenrapport d.d. 17 mei 1944 van de 5e luchtlandingsbrigade schatte ’less than 50 mm.’. De enige auteur die het kanon geheel foutief beschrijft als een ’75 mm anti-tank gun’ is W.Fowler, Pegasus Bridge, 40; 49; 54). N.b. Een 3,7 cm kaliber Duits PaK-kanon heeft altijd een gladde vuurmond zonder opzetstuk. Col. Pine-Coffin (geen directe ooggetuige!) geeft weer een wat onbetrouwbare versie in B.Maddox (adapted by-.), The Tale of Two Bridges (2nd rev.ed., 2004), 45 (in vertaling):’Één der wapens die de Duitsers hadden geïnstalleerd ter verdediging van de brug was een 40 mm. (sic) electrisch (sic) afvuurbaar kanon. De Duitsers onderbraken het bedradingssysteem (sic), voordat zij vertrokken, maar brachten geen schade aan het kanon als zodanig aan. Twee mannen van (para-luitenant Thomas (sic) klooiden er een paar uur aan en kregen hem niet alleen weer aan de praat, maar stelden hem zelfs in op een (kanaal-)oever in de nabijheid. Zij ontdekten dat het 5 voet laag op 300 yards vuurde. Het kanon werd vervolgens met groot succes (sic) gebruikt tegen sluipschutters die vuurden vanuit de vensters (sic) van het château en wel op lieden die de (kanaal-)brug overstaken.’ Het ‘electrische’ kanon was niet electrisch, was van groter kaliber, werd ingezet door de Ox and Bucks van maj. Howard en níet door leden van het 7e Parachutistenbataljon, en boekten in het geheel géen succes tegen de Duitse sluipschutters die zich in een bunkertje in de westelijke kanaal ingegraven hadden bevonden, zo bleek later. Hieruit blijkt eens te meer hoe voorzichtig men dient om te gaan met gepubliceerde gegevens, zelfs als die stammen van een vooraanstaand militair.)
In Oostenrijk in 1942 gefabriceerde 5 cm.-Panzerabwehr Kanone (PaK) 40 op de oostelijke kanaaloever naast de brug te Bénouville op de oorspronkelijke locatie en met ruwe camouflagekleuren bestreken. Het hier naar het oosten gerichte stuk maakte deel uit van Widerstandsnest WN13. Linksachter: café Gondrée. Foto van vlak na de oorlog.
Details van Duitse 5 cm.–kanon PaK 40. Het staat in de ver na de oorlog naar achteren verplaatste Tobruk–put naast de rolhefbrug in Bénouville. De railing rond de stelling is modern. De aansluitende loopgraaf en ondergrondse gang naar munitieopslag en Gruppenunterstand zijn verdwenen vanwege verbreding van het kanaal in 1994. (Eigen foto, 1998)
Deze detailopname van het 5 cm-kanon bij Bénouville toont links productiejaartal 1942. De codes tonen dat Oostenrijk land van productie is, niet Frankrijk en het waren geen Franse militairen die het stuk hier hadden geplaatst in 1939, zoals veteraan Denis Edwards nog had gespeculeerd. (Eigen foto, 1998)
Sluitstuk (kuras) van het Duitse 5 cm.-veldgeschut PaK 40 dat hier staat gericht op de westelijke kanaaloever.
Duitse militairen bedienen en verplaatsbaar 5 cm.-PAK 40. De grootte van een granaat is goed te zien.



Enige beelden uit instructieboekje over anti-tankgeschut 5 cm. PaK 40
Een zeer geschikt wapen tegen eventuele Duitse tanks tenslotte en tegen ver–der weg gelegen uitzichtspunten van sluipschutters. Tevoren had bij Parr en zijn maten het idee postgevat dat een hardnekkige sluipschutter wel eens op het platte dak van het grote château aan de zuidwestelijke zijde van het ka–naal zou kunnen zitten. Hij had daar bovenop ‘beweging’ gezien. Afstand: een kilometer. Het kanon bevond zich juist aan de zuidoostelijke kanaal–zijde, daar waar Compagnie D zat ingegraven. Charlie (‘Gus’) Gardner, ‘Bil–ly’ Gray en korporaal Jack (‘Bill’) Bailey voegden zich bij Parr. Zij hielden allen hun hoofd voortdurend gedekt tegen Duits sluipschuttersvuur. ‘Bill’ Bailey instrueerde Wally Parr met een knik in de richting van de pillbox: ‘Die kun je beter niet afvuren zonder toestemming van de bevelvoerend officier, Wal!’ Wally Parr kroop uit de kanonsput en sprintte diep gebogen de oever en de weg over, naar de commandobunker van majoor Howard. Die zat daar in gedachten over hoe hij bevelen van luitenant-kolonel Pine-Coffin over verdedigende stellingen nu moest uitvoeren met zijn eigen verlies en gemis aan officieren en onderofficieren. Parr liep achterom naar binnen, sa–lueerde scherp en zei buiten adem: ‘Alstublief, majoor ‘Oward, sir, permis–sie om dat anti-tankkanon af te vuren, alstublief, sir? We weten hoe we ‘m motten afvuren en der ligt daaronder een lading ammunitie!’ Howard luisterde, was lichtelijk afwezig, maar antwoordde: ‘Okay, Parr, maar wees wel voorzichtig waar je ‘m op richt…’ Compagnie D was als lichte infante–rie níet getraind in artillerie. Het viertal begreep echter snel dat eerst het ron–de sluitstuk aan de achterzijde moest worden verwijderd. 1942 stond er on–der andere aan de linkerzijde op gegraveerd. (Naoorlogse close up-foto van kanon in W.Fowler, Pegasus Bridge, 54. Productiedatum van het wapen naar eigen foto van verplaatst kanon waarvan de camouflageverf reeds lang was verwijderd. Het wapen was dus niet ‘oud’ zoals Denis Edwards suggereert in The Devil’s Own Luck, 57. Voor de oorspronkelijke look, zie de foto in W.G.Ramsey (red.) D-Day. Then and Now, vol.1, 230, linksboven en J.Howard en P.Howard-Bates, The Pegasus Diaries, ill.18) Daar zal de granaat wel in moeten. Granaten had Parr al beneden in overvloed in een bunkergang zien liggen. Eén werd vast naar boven gesjouwd, ingeschoven en de kulas (het afsluitstuk) gesloten. Hoe moet dit ding nu afgevuurd worden? Er zit een telescopisch vizier op. Daar, aan de zijkant van de put is rondom een schema geschilderd om de schootsafstand te bepalen samen met wat punten langs de oever die door Duitsers vooraf waren ingesteld. Dat scheelt. Zij overlegden gebroederlijk over het afvuurmechanisme. ‘Wat zou dit zijn?’, vroeg ‘Gus’ Gardner. ‘Weet ik veel, probeer maar…’, zei Parr en nog vóór hij was uitgesproken drukte Gardner op een knop. Een oorverdovende knal volgde. De ingeschoven granaat vloog gierend naar het zuidwesten, terwijl op hetzelfde moment aan de achterzijde de lege koperen huls hard naar bui–ten werd geslagen. Bij toeval had daar niemand gestaan, hoewel de ruimte niet breed was. De zware, metalen huls had ribben, handen of hoofden kun–nen verbrijzelen. Ze hadden geluk gehad en waren nu gewaarschuwd. Wally Parr was zéer in zijn nopjes. (S.E.Ambrose, Pegasus Bridge2, 132; B.Parr, “What d’ya do in the war, Dad?”, 125)
Wally Parr, hier in de rang van Corporal,was vóór de strijd in Normandië gedegradeerd tot Private, gewoon soldaat. Desondanks bleef majoor Howard zijn leiders–kwaliteiten roemen.
Het kanon werd door Parr vervolgens meermaals geladen, gericht en don–derend afgeschoten, tot over de hele breedte van de bovenste verdieping van het laat-18de eeuwse château inslagen waren te zien geweest. Afstand: nog geen kilometer. Onderin de kanonsput kwam het al gauw grijs te staan van stof, bijtende cordietrook, cement en zand. Het uiterst gevaarlijke geweer–vuur van Duitse scherpschutters nam echter in het geheel niet af. Die zaten ook helemaal niet hoog, maar láag, goed gedekt en lang onopgemerkt in een in de westelijke kanaaloever ingegraven bunkertje, tussen het château en de rolhefbrug in. (Naar getuigenis van parachutist John Butler van het 7e die zelf zat ingegraven op die oever. Dit feit was nog niet bekend aan onze Compagnie D-veteranen, noch aan S.E.Ambrose, o.c., 132:’There was no discernible decrease in the volume of sniper fire, however, and the snipers’ locations remain, forty years later, a mystery.’ ) Korporaal Jack Bailey kreeg genoeg van het afvuren en trek in een eerste kop thee. Hij begon het gangetje onderin de kanonsput in te klauteren om die te zetten op zijn Tommy cooker:’Effe niet vuren, Wally, geef me drie minuten!’. Gehurkt kookte Bailey rustig in enkele minuten zijn water, deed de losse theesnippers erbij en wilde suikerklontjes toevoegen, toen wederom een geweldige vuurklap boven hem klonk. Stof, vuil en rook vulde direct Bailey’s ruimte én zijn verse thee. Het vuur van het kookstelletje doofde. Witheet geworden, stoof de fors gebouwde Bailey naar boven, de nauwe kanonsput in en keek uiterst woest richting Parr die hij ervan verdacht met opzet te hebben gevuurd. Parr kon aardig boksen, maar zorgde er acuut voor dat het kanon effectief tussen hem en zijn makker bleef staan. Het duurde enige tijd voor maat Jack Bailey weer bij zinnen was…
Gedeelte van Britse 24-uurs-uitrusting met een simpele Tommy(‘s) cooker die brandde op een brandstof in een gel–tablet, thee, suikers, haver en gedroogd vlees.

Vrienden Jack Bailey (l.) en Wally Parr (r.) enige jaren na de oorlog in Palestina. (Foto: B.Parr, ‘What d’ya do in the war, Dad?’, 74)
Parr bleef hoog richten, genietend van de knallen. Nu stormde majoor How–ard in gebogen houding over de weg om de fratsen van Wally Parr te inspec–teren. Toen de commandant vernam dat er op het château werd geschoten, hield hij zijn hart vast. Parr werd ruw aan het verstand gebracht dat het hier een kraamkliniek met jonge moeders en babies betrof en dat hij het vuren onmiddellijk diende te staken. ‘Nou hou je die verdomde hoe-heet-‘t stil, Parr, hou ‘m gewoon stil!’, bulderde de majoor teruglopend naar zijn com–mandopost. –‘Ja, sir.’ Howard draaide zich nogmaals om:‘Schiet alleen als ‘t nodig is en dat betekent níet op ingebeelde sluipschutters!’ –‘Ja, sir.’ (S.E.Ambrose, Pegasus Bridge2 (1988), 132-143; J.Howard en P.Bates, The Pegasus Diaries, 132-133; B.Parr, ‘What d’ya do in the war, Dad?’, 45-46; ook kort in: B.Maddox, The Tale of Two Bridges, 45)
Afstand kanaalbrug te Bénouville tot het château/de kraamkliniek, as the crow flies: ca. 900 meter (gele lijn). Het 5 cm-kanon naast de brug kon die afstand dus overbruggen. De bruine plek vóór de brug tussen het groen (rechtsboven) is de waterpoel naast de voormalige landingszone ‘X’ van de drie Horsa–zweefvliegtuigen van majoor Howards groep. Verschillende mannen kwamen in dat water terecht bij de kraaklanding. Slechts brengunner Fred Greenhalgh verdronk er jammerlijk in.
Luitenant Hans Höllers 4e Compagnie van Kampfgruppe ‘Rauch’ met drie stuks gemechaniseerd anti-tankgeschut die eerder waren opsteld geweest bij Cairon, had intussen uren gevochten om toegang te verkrijgen tot de twee doorgangswegen van Bénouville die naar de kanaalbrug én de kust zouden leiden. Hun grenadiers en zware wapens hadden huizen beschoten en Britse parachutisten van het 7e Parachutistenbataljon in het zuiden van het dorp ge–dood en gewond, maar er was toch geen doorkomen aan geweest.

Leutnant Hans Höller, Kampfgruppe ‘Rauch’,4. Kompanie Schwere Waffen
Gefrusteerd was Leutnant Höller samen met een sergeant en een soldaat begonnen uit te zien naar geschikte standplekken voor zijn geschut, buiten de bebouwing. Hij had een droge greppel gevolgd om uit schootsveld te blijven. Aan de kanaaloever in een park behorend bij een ‘groot gebouw’ had hij goede mogelijkheid bespeurd. Bij de muur van het park lag het lichaam van een gedode vijandelijke (Britse) soldaat. Er werd door deze Duitsers hier verder geen beweging waargenomen. Daarna was de lange luitenant het statige toegangshek van het château-park doorgerend, linksaf op de voordeur achter de vier hoge pilaren af en was er met de vuist hard op gaan bonken. 
Château de Bénouville, voorportaal, ca. 1930. Rechts vooraan is een steunbeer van de Middeleeuwse kapel op het terrein nog zichtbaar.(https://www.memoirenormande.fr/M%C3%A9dias-Ch%C3%A2teau-de-B%C3%A9nouville-614-4585-258-0.html)
Château de Bénouville, toegangsplein. Lt. Hans Höller en zijn antitank-eenheid kwamen van links waar een doorgangsweg van het dorp ligt, het kanaal ligt recht,; blik naar noorden.(https://war-documentary.info/pegasus-bridge-benouville/)
Château de Bénouville (laat-18e eeuws) gezien vanaf de achter-en noordwestelijke zijde, witte Middeleeuwse kapel met donkergrijs dak aan het kanaal erachter, plus de tuin- en parkpartij waar Lieutenant Hans Höller zijn mobiele antitankgeschut wilde opzetten op D-Day. De rolhefbrug ligt uit beeld naar links (noorden),Blainville en Caen idem naar rechts (zuiden). De lage bebouwing rechts is recent.(Naar: https://www.tendanceouest.com/actualite-336635-benouville-chateau-de-benouville-un-diamant-brut-a-reinventer)
Het Château de Bénouville, de voormalige kraamkliniek van madame Léa Vion, blik naar het westen. De toe–gangspoort bevindt zich hier onzichtbaar achter de bomen linksboven. Het Kanaal van Caen loopt hier onzichtbaar oostelijker, vóór de beide afwateringssloten rechtsonder. De vier hoge pilaren geven het toegangsportaal aan.Het donkergrijze dak juist zichtbaar aan de rechterrand behoort aan de Middeleeuwse kapel uit de 13e eeuw.
Een ‘kleine Franse vrouw’ (Léa Vion, directrice, vice-burgemeester én verzetsvrouw) had opengedaan. Met veel typisch Frans misbaar en per–soonlijke gedecideerdheid had zij het drietal met camouflagestroken be–helmde Duitsers onmiddellijk duidelijk proberen te maken dat dit een ma–ternité was, dat zij liever had dat de bewoonsters en zuigelingen met rust werden gelaten en dat men vertrok. Höller interesseerde het als Duitse mili–tair allemaal niets, indien hij al iets van haar verhaal had begrepen. Hij had zich koudweg langs madame Vion heen naar binnen gewrongen, was ge–volgd door de sergeant en de gewoon soldaat naar binnen gestórmd en direct de tegenover de toegangsdeur liggende statige, brede marmeren trap opgestoven. 
Château de Bénouville, trappenhuis, recente situatie met lichtshow.(https://www.ouest-france.fr/normandie/benouville-14970/pierres-en-lumieres-le-chateau-de-benouville-sous-un-nouveau-jour-3401294)
Op de eerste verdieping had de Duitse luitenant een willekeurige deur geo–pend en pijnlijk verbaasd in een lege… verloskamer gestaard. Hij had nu zeker geweten wat voor een gebouw dit was. Hij koos een trap hoger naar het in het midden schijnbaar ‘wegzakkende’ dak om vandaar de kanaalom–geving en de brug beter in ogenschouw te kunnen nemen. Een klein wit hoekmuurtje rechts vooraan bood er enigzins steun en dekking.
Recente, noordelijke blik over het dak van het Château de Bénouville naar de (moderne) kanaalbrug (midden, boven).
Vervolgens begonnen echter plotseling na harde knallen granaten op de bovenste verdieping in te slaan en sommigen gingen over hen heen. Höller en zijn mannen wisten niet hoe snel zij het oude gebouw via de sierlijke ‘luie’ trap in het ruime, hoge trappenhuis weer moesten verlaten. Zij hadden geen idee wie hier het op hen had gemunt. (Na de oorlog meende Höller zich onjuist te herinneren dat hij daar was beschoten door het boordkanon (20 mm.) van een Duits marineschip. Dát kleine boegkanon had inderdaad gevuurd, maar wat later die morgen en slechts op een vooruitgeschoven veldpositie en op huizen bezet door Britse parachutisten in Le Port, noordwestelijk langs het kanaal. Höller heeft dus nooit zelf het door Wally Parr c.s. bemande Duitse anti-tankkanon zíen vuren, maar was blijkbaar getuige geweest van de komst van de twee Duitse peiltrawlers of Vorpostenboote over het kanaal. Cf. Lt. Höllers interessante, maar verwarrende versie in A.McKee, De slag om Normandië, 61-62. Dat de gespannen Höller na aankomst bij het château een ‘fotomoment’ zou hebben ingelast, zijn helm zou hebben afgezet en nog wel met zijn rug naar de Britse vijand toe (!), is uit de duim gezogen van auteur Benoît Rondeau, Invasion! Le debarquement vécu par les Allemands (Éditions Tallandier. Paris, 2017). Rondeau kende blijkbaar de portretfoto van lt. Höller zonder helm, waarvan Holler zelf had gesteld dat die opname was gemaakt in juli 1944 en waarschijnlijk dan in de buurt van Hérouvillette.)
Oorlogsschade aan een kamer van de kraamkliniek van Léa Vion (rechts), in 1945. Dader onbekend. Dhr. André Fanet is als burger op het terrein van de kraamkliniek rond D-Day gestorven, nadat hij in de nek was geraakt door rondvliegend glas na een beschieting van het château. (https://war-documentary.info/pegasus-bridge-benouville/)
De rust bij Wally Parrs kanon had kort geduurd. Sluipschutters (snipers) wekten bij alle legers een enorme haat op. Alle legers maken gebruik van hen… Ook de pelotons van Compagnie D bevatten een aantal goed geoe–fende scherpschutters met speciale Lee Enfield-geweren, onder wie Wally Parr zelf, Denis Edwards, ‘Wackers’ Waite, ‘Pete’ Musty, Harry ‘Nobby’ Clark, ‘Rocky’ Bright en ‘Paddy’ O’Donnell. (Zie foto van hen in D.Edwards, The Devil’s Own Luck, foto nr.8) De mannen in de tobruk stonden trouwens veilig, want het kanon stond laag en was bovendien beveiligd door een stalen scherm. En–kele vuurstoten uit de stelling van het kanon volgden elkaar binnen minuten op. Luidruchtig soldaat Parr stond nu op bomen langs het kanaal te vuren. Howards woede uit de loopgraaf aan de overzijde van de weg naast de brug was zijn deel. Het zwartgemaakte, gehelmde en besnorde hoofd verscheen over de rand:‘In Jezusnaam, Parr, wil je je kop houwen! Wil je dat verdom–de kanon stilhouwen! Ik kan er niet bij nadenken!’. –‘Ja, sir.’ Het kanon zweeg voorlopig. Inmiddels lag hun put vol lege granaathulzen. Iemand stelde voor die dingen maar op te ruimen: stel dat je een scherpe granaat aandroeg, erover struikelde en hij viel met de punt neerwaarts in die gang waar de rest van de scherpe munitie lag opgestapeld? (S.E.Ambrose, Pegasus Bridge2, 132-134; B.Parr, “What d’ya do in the war, Dad?”, 125-126; J.Howard en P.Howard-Bates, The Pegasus Diaries, 132; W.Fowler, Pegasus Bridge, 53-54; D.Edwards, The Devil’s Own Luck, 56-58 plaatst het voor het eerst afvuren van dit Duitse kanon door Wally Parr c.s. hoogstwaarschijnlijk abusievelijk rond de tijd van de nadering van de boot met Duitse infanterie vanuit de haven van Caen waarvan Stephen Ambrose echter vaststelde dat die op D-Day rond 15:00 uur (Britse tijd) ’s middags arriveerde, zie Pegasus Bridge2, 147. Bovendien is het aannemelijker dat op die boot als bewegend doel met enig succes gevuurd kon worden, toen het viertal Britten van Compagnie D na herhaaldelijke pogingen op sluipschutters al wist hoe het kanon werkte. Het kan zijn dat Denis Edwards deze infanterieboot verwarde met de Kriegsmarine–peiltrawler (Vorpostenboot) die rond 09:00 uur (Britse tijd) arriveerde vanuit Ouistreham, want dan zouden de tijdstippen dichter bijeenliggen, zoals ook blijkt uit een versie van de ochtendgebeurtenissen verteld door de Duitse lt. Hans Höller van de Compagnie Zware Wapens van het 192e Pantserregiment, waarvoor zie Alexander McKee, De slag om Normandië, 61-62, hoewel daar een precieze tijdsopgave helaas ontbreekt. )
Hoofdstuk 132.
6 juni 1944, D-Day, ochtend: Brits-Franse landingen op Sword Beach
Vóór Ouistreham, sector ‘Roger’, was inmiddels zonder ongelukken een ‘Gooseberry’ afgezonken, een reeks oudere schepen die als golfbrekers diende voor de eerste landingsschepen in de sector. De eersten die op Sword onder hevig restvuur het strand aandeden, waren amfibische DD (‘Dual Drive’) –Shermantanks van het 13e/18e Regiment Huzaren (Queen Mary’s Own) bestuurd door hongerige, gespannen en nog zeezieke bemanningen. Hun Eskadron C had de hoogte van Périers-sur-Dan met o.a. het uitgebreide ondergronds verbunkerde (en later hevig verdedigde!) hoofdkwartier van het Duitse 736e Infanterieregiment en 642e Ost Batallion, beide onder bevel van Oberst (‘kolonel’) Ludwig Krug tot doel, samen met infanteristen van het 1e Suffolk Regiment. Op Duitse stafkaarten stond het complex bekend als WN 17, op geallieerde gecodeerd als Hillman. 
Het voormalige, toen goed beveiligde ondergrondse hoofdkwartier van het Duitse 736e Infanterieregiment onder bevel van Oberst Ludwig Krug. Op geallieerde kaarten stond het als Hillman vermeld. Recente situatie op de zgn. Périers ridge.(https://www.keymilitary.com/article/taking-hillman)
De Eskadrons A en B zouden door Bénouville heen richting Caen moeten trekken. Ook dáár zouden de Britse 13e/18e Huzaren te maken moeten krijgen met infanteristen van dat 736ste Regiment onder wie enkele overlevenden van het Duitse garnizoen van de kanaalbrug. (A.McKee, De slag om Normandië, 48-55. Genoemde plaats Périers is niet te verwarren met Périers-en-Auge dat op de oostelijke oever van de Dives ligt.) Raketten, granaten en mitrailleurkogels vlogen op dit ogenblik voortdurend van achteren en voren komend rakelings over hen heen. In plaats van de voorgenomen vijf, hadden zij vanuit de tanklandings–schepen vanaf vier kilometer varend op de kust mogen afgaan. Vijf tanks hadden hun schepen evenwel niet kunnen verlaten. De zee was te ruw ge–weest. Achterop komende schepen en te traag voortploeterende, halfvol–gelopen tanks waren opeengebotst, twee DD-tanks zonken kantelend in de kolkende zee. Er was één geluk: de Duitsers herkenden de tanks niet direct als zodanig vanwege de verhullende, waterafstotende canvas–mantels. (Voor DD-tanks zie ook: https://theddaystory.com/timeline_post/0725-3/)
Sword Beach en zijn Britse sectoren vanaf St.Aubin tot aan Ouistreham.Men had aanvankelijk vissennamen gekozen voor de Brits-Canadese landingsstranden. Sword is afgeleid van Swordfish; Gold van Goldfish en Juno is een latere uitzonderelijke verandering als de eigennaam van de geliefde van één der betrokkenBritse officieren.(https://www.dday-overlord.com/en/d-day/beaches/sword-beach)
6 juni 1944, D-Day, Sword Beach, vroege ochtend. Britse troepen gaan aan land. De huizen aan de strandweg waren door de Duitsers getransformeerd tot een soort bunkers. Luitenant Phillips Wrinkley nam de opname vanaf de brug van zijn landingsgschip Landingcraft Tank (LcT) 979.(https://theddaystory.com/timeline_post/0725-3/)
Sword Beach, 6 juni 1944: landende Britse infanterie volgt DD-tanks die de drijfmantel al hebben laten zakken.(https://www.dday-overlord.com/wp-content/uploads/2016/02/sword_beach_debarquement_renforts-1.jpg)
Sword Beach, na de strijd. Midden en rechts: gestrande Double Drive-Shermantanks die de canvasmantel al hadden laten zakken om te kunnen vuren. Voor een dergelijke opeenhoping van materieel op de stranden was veldmaarschalk Montgomery bang geweest. Het was één van zijn redenen voor uitbreiding van het landingsgebied geweest..(https://www.dday-overlord.com/wp-content/uploads/2016/02/sword_beach_materiel_plage-1.jpg)
De Britse ontwikkeling van varende tanks omgeven door een canvas-mantel in het kader van Operatie Overlord en D-Day gold uiteraard als top secret. Hier een minder bekend voorbeeld van een Valentine-tank XI als D(ual) D(rive).(https://www.the.shadock.free.fr)
Een bewaarde Dual Drive Sherman-tank met neergelaten mantel hangend aan opblaasbare, hier leeggelopen rubberen tubes.(https://twitter.com/DDayCenter/status/1137108555897741312/photo/2) 
Dual Drive-Sherman-tank met achterop schroeven en opgetuigd met frame met een serie rubberen inflatable tubes waar omheen de canvasmantel kon worden bevestigd. Coll. Museo di Pianadelle Orme di Latina in Anzio, Zuid-Italië.(Eigen foto, zomer 2012)
De aangehangen canvas-mantel van een Dual Drive Sherman-tank maakte het wapen in het water onherkenbaar.(tank-photographs.s3-website-eu-w… )

Achterzijde van een Sherman DD met aangehangen mantel en twee scheepsschroeven voor de voortstuwing in water.(https://en.wikipedia.org/wiki/DD_tank)
Militaire kaart van Ouistreham-Riva Bella (als badplaats) gelegen aan het gegraven kanaal (rechts) dat Caen met het Brits Kanaal (boven) verbindt. Rechts: in het kanaal bevinden zich de schutsluizen.
Verschillende DD-tanks werden toch uitgeschakeld in de branding, toen die mantel eenmaal was afgevallen. Zij die de canvaswanden te vroeg in de branding hadden laten vallen, zonken alsnog door het woest inkomende zee–water. (Vgl. deze DD-Drive Sherman-tanks met de geheel mislukte Duitse poging zgn. tanks als zgn. Tauchpanzer of U-Panzer door zeewater heen aan land te brengen in Engeland in 1940, beschreven in b.v. https://en.wikipedia.org/wiki/Operation_Sea_Lion) Speciaal getrainde genisten van kolonel R. Urquhart sprongen voortijdig overboord en demonteerden in hetzelfde woes–te en druk bevaren water mijnen en granaten die op de landingsobstakels wa–ren bevestigd, vaak ‘simpelweg’ door ze los te snijden en te laten zinken. Eén geniesoldaat was zo slim zich bovenop een tank die daartoe alle luiken had gesloten, over het water te laten vervoeren. Een enkele Duitse artillerieopstelling aan het strand werd het zwijgen opgelegd door de onverwacht opdoemende tanks, maar velen daarvan stonden snel vast op het zand en daardoor in de weg van of als beschutting voor de hon–derden Britse infanteristen die rap volgden. Velen kregen van het strand de indruk van een onontwarbare chaos. Bovendien vormden Duitse sluipschut–ters vanuit de strandhuizen ook hier een heel geniepig en dodelijk gevaar.
Dinsdag 6 juni 1944, D-Day rond het middaguur. In Ouistreham-Riva Bella rukken Britse troepen, waarschijnlijk Commando’s, op naar Bénouville en Ranville achter een Double Drive-Sherman–tank. Deze draagt hier een lap met gekleurde blokken achterop ter identificatie om o.m. bevriende jachtvliegtuigen en anti-tankgeschut te waarschuwen. (Filmstill)
Vanaf 07:00 uur (Britse tijd) landden de Britse 8e Brigade van de 3e Infante–riedivisie alsmede de bij Bénouville als eersten verwachte Commando’s van de 1e Speciale Dienstenbrigade van de Schotse generaal Simon (‘Shimi’) the 15th Lord Lovat op Sword Beach aan de linkerflank. De 21-jarige Comman–do–doedelzakspeler (piper), sergeant William (‘Bill’) Millin, stond op de stuurboordloopplank langs de boegflank van het commandoschip, een LSI (Landing Ship Infantry), met de groene baret schuin op het blozende hoofd lustig Blue Bonnets te blazen zoals even tevoren zijn bevelhebber hem had opgedragen. Doedelzakblazers waren feitelijk niet meer toegestaan aan het Britse front, omdat tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) zo velen waren gesneuveld. De Duitse vijand had in de gaten gekregen hoe het mo–reel van de vijand werd versterkt door dergelijke muziek te velde. Maar daar had the 15th Lord Lovat maling aan gehad, toen Millin hem erop had ge-wezen: ‘Ah, maar dat is het Engelse Oorlogsdepartement. Jij en ik zijn allebei Schots en daarop is het níet van toepassing!’(Citaat naar: https://www.scotsman.com/whats-on/arts-and-entertainment/story-mad-highland-piper-world-war-ii-1480752; Volgens C.Ryan, De langste dag (1959; 28e druk. Fibula/Unieboek, Houten, 1994), 211 diende Millin Highland Laddie te spelen op dit ogenblik. Zeker is dat hij meerdere deuntjes speelde, rechtop heen en weer lopend (!) op het strand.) 
Sword Beach, sector Red bij La Brèche iets ten westen van Ouistreham, 6 juni 1944, D-Day: Landing der Commando’s van de 1st Special Service Brigade met bevelhebber Simon the Lord Lovat rechtsachter naast de wadende rij militairen en vooraan rechts nog wachtend Lovats privé-piper William (‘Bill’) Millin. Lovat had een geliefd Amerikaans jachtgeweer meegenomen voor de gelegenheid. Er zat o.m. een opvallende witte koltrui in zijn rugzak.(https://www.pegasusarchive.org/normandy/bill_millin.htm; https://www.scotsman.com/whats-on/arts-and-entertainment/story-mad-highland-piper-world-war-ii-1480752)
Maar wie luisterde in die oorverdovende chaos op dit uiterst gespannen moment? Matroos 3e klas Ken Oakley luisterde. Hij zag Millin op en neer lopen op het strand onderwijl blazend tijdens het strijdgewoel en vond dat ‘echt het hoogtepunt van de hele landing.’ (Oakley, in: M.Artur, Vergeten stemmen van de Tweede Wereldoorlog, 391) Millins doedeldak werd later op het strand toch bescha–digd door een granaatsplinter en hij moest zijn reserve–instrument uit zijn rugzak halen om verder te spelen.
De dunne, van geperst hout vervaardigde boegen der landingsschepen zou–den mitrailleurkogels niet tegenhouden en de Commando’s wisten het. (Voor de landing van 1 Special Services Brigade S zie http://www.ornebridgehead.org/lord lovat.htm, 6) Groenrode lichtspoormunitie uit mitrailleurs trok sissend en beangstigend laag over het wateroppervlak waar de mannen nog een eind door moesten waden met volle bepakking, zelfs met fietsen over de schouder. Mortiergranaten vielen met hoge schuimfonteinen om de LSI’s waarvan de Oerlikon-luchtaf–weerschutters van de marine op de achterplecht verwoed terugvuurden op Duitse strandstellingen. Vijf landingsschepen van die golf gearriveerden ontvingen granaattreffers en zonken brandend. Slechts een fractie van die bemanningen werd gered. De Duitse batterijen gebruikten pantserdoorbo-borende granaten in plaats van hoogexplosieve en uiteenbarstende scherf–granaten waardoor tóch minder Britse gewonden waren te betreuren dan verwacht. (http://www.ornebridgehead.org/lord lovat.htm, 7) De krijgsherrie, voornamelijk afkomstig van de dekkende vloot achter hen, was oorverdovend. Achter de duinen vóór hen werd nog steeds gebombardeerd. De doedelzak van Com–mando Millin was slechts bij vlagen waarneembaar.
Zo’n tweehonderd dode lichamen van Britse infanteristen van het 2e East Yorkshire-regiment, sommige in stapels, hadden aan de vloedlijn gelegen bij La Brèche, een halve kilometer ten westen van Ouistreham, toen de Commando’s na de eerste landingsgolf troepen infanteristen waren ge–volgd. (Cf. C.Ryan, De langste dag (28e druk. Fibula/Unieboek, Houten, 1994), 220) Lovats troepen trokken daarom des te heviger en wraakzuchtiger vechtend door de wes–telijke buitenwijken van Ouistreham. Ze hielpen aan het oosteinde van het strand de East Yorkshires met het uitschakelen van individuele Duitse ver–dedigers die zich hadden verschanst in de huizen, bunkertjes, verbindings-tunnels en loopgraven langs het strand. Geheel Ouistreham-Riva Bella werd op dit moment door zo’n 370 Duitsers verdedigd, terwijl de Brits-Franse aanvallers met honderden bleven komen en komen. Zelfs draagbare vlam–menwerpers werden door hen ingezet die ook met afschuw werden geob–serveerd door verrekijkers vanuit een Duitse bunker aan de overzijde van de Orne, oostelijk op de hoogte van Franceville. Terwijl de ca. vijfhonderd manschappen van de zeven Frans-Britse troops (landingscompagnieën) van No.4 Commando van luitenant-kolonel Robert Dawson de haven, sluizen en het voormalige, nu geheel verbunkerde casino in bezit namen in harde ge–vechten en onder hoge verliezen en Ouistreham bleven ‘zuiveren’, trok de rest van de Commandobrigade langzaam, maar gestadig op de bruggen aan. 
Sword Beach bij Ouistreham-Riva Bella en achterliggende Duitse stellingen, met o.m. Widerstandsnest 18, WN 10 (oude Casino) en Stützpunkt 08 in Ouistreham en met WN 11 bij Le Port en WN 13 bij Bénouville aan het kanaal, middenonder.(https://www.armedconflicts.com/Resistance-Nest-No-10-Widerstandsnest-10-t169426)
Duitse versterkingen van WN 10 in Ouistreham-Riva Bella, het terrein rondom het voormalige Casino (links van het midden)(https://www.armedconflicts.com/Resistance-Nest-No-10-Widerstandsnest-10-t169426) 
Geheime militaire schets van de afgesproken aanvallen der Commando’s van de 1st Special Service Brigade onder bevel van Lord Lovat te Ouistreham-Riva Bella op D-Day.
6 juni 1944, D-Day, Ouistreham-Riva Bella: de Frans-Britse No.4 Troop der Commando’s landt bij Riva Bella (twee verticale pijlen rechts), vecht zich tussen o.m. bunkers door en trekt over de zuidelijke doorgaande weg door Ouistreham oostwaards en door de bebouwing heen om geschutsopstel-lingen nabij de witte vuurtoren (dik zwart omlijnd vierkant linksonder) op het strand en het ’casino’vanaf de achterzijde aan te vallen. Geheel links bevindt zich de haven en toegang naar het Kanaal van Caen naar zee en sluizen. Het ‘casino’van Ouistreham was reeds gesloopt door de Duitsers en tot een stevig plat bunkercomplex omgetoverd (bijna complete dik zwart omlijnde rechthoek middenonder). Pas bij die doorgaande weg (boven) lieten zij hun zware rugzakken tijdelijk achter. Naar Ian Mcharg.(https://ian/d-day-no-4-commandos-attack/16-map-d-day)
Het voormalige Sword Beach, sector Queen aan de Kanaalkust te Ouistreham met o.m. het Duitse Widerstandsnest WN 18 (boven, rechts), huidige situatie: 1.Beeld van veldmaarschalk Montgomery; 2. Monument voor Nr.10 Com–mando-Troop van Philippe Kieffer; 3. Monument 1e Britse begraafplaats; 4. Bunker voor 75 mm.-kanon; 5. Monument Sword Beach, Sector Queen; 6. Standbeeld van Commando-doedelzakblazer Bill Millin en 7. 18e eeuws fort. (Ontleend aan: https://www.strijdbewijs.nl/d/day3.htm)
Eén der overgebleven Duitse verdedigingspunten in Ouistreham: een buitgemaakte geschutstoren van een Franse Renault-tank op een betonnen bunker.(https://upoad:wikimedia.org/wikipedia/commons/thumb/6/6f/Ouistreham.jpg/1280px-…)
Bunker van Widerstandsnest WN 18 in Ouistreham waaruit een 75 mm.-kanon Sword Beach bestookte. De stelling werd tegen vlootgeschut beschermd met een dikke betonnen zijmuur. Het was waarschijnijk een britse AVRE-tank met Petard-mortier die na landing en van nabij deze bunker wist uit te schakelen.Recemt is er een huis tegen aangebouwd en wordt het dak gebruikt als terras met ommuring.(Naar: https://www.strijdbewijs.nl/d/day3.htm)
De Franse commando’s van Troop No.10 bevonden zich onder bevel van de lange commandant Philippe Kieffer, door zijn mannen ‘Pasha’ genaamd. (Zie vooral Ph.Kieffer, De groene baret; veteraan Guy Hannu’s boek Un matin à Ouistreham, 6 juin 1944. Témoignage d’un Français libre en ook http:///www.netmarine.net/forces/commando/histocommando/pertescdo.htm (Kieffers verliezen op D-day); (naar P.C.Boccadoro), Les ‘Bérets verts’ à Riva Bella, in: http://www.netmarine.net/forces/commando/rivabella.htm, 1-3 en http://www.netmarine.net/forces/commando/histocommando/178jourj.htm, 1-5. Kieffer zou die komende herfst nog op het eiland Walcheren strijden.

Luitenant-kolonel Philippe Kieffer, bevelvoerder der Franse Nr.10 Troop, Commando’s. Ook hij draagt een toggle rope met klossen om de schouder die voor allerlei doeleinden kon worden gebruikt.De Commando-baret is groen.(https://en.wikipedia.org/wiki/Philippe_Kieffer)
Schouder-flashes van een Frans lid van No.10 (Troop) Commando (Interallied), beeld uit een militaire film gedraaid in Ouistreham, 6 juni 1944.

(https://www.commandoveterans.org/10Commando)
In het veelal leeggelopen Ouistreham verbleef deze ochtend nog een on–derscheiden Franse veteraan uit de Eerste Wereldoorlog, communist en verzetsman Marcel Lefèvre (1887). De gesoigneerde oudere man met de grote witte snor legde die ochtend contact met een troep Franse Comman–do’s van Nr. 10 Troop onder bevel van luitennant-kolonel Kieffer. Hij leidde hen naar het afgezette ondoorgrondse bunkercomplex aan de boulevard ter plaatse van het afgebroken historische Casino. Het bleek zeer moeilijk in te nemen, maar Lefèvre wist wél hoe de hardnekkige Duitse bezetting in ie-der geval kon worden geïsoleerd. Al eerder had hij bemerkt waar de tele–foonkabel van het complex lag verborgen. Daarmee kon de Duitse bezetting contact onderhouden met het hoofdkwartier van de 716e Infanteriedivisie in Caen, met het 736e Infanterieregiment bij Périers-sur-Dan en vooral met de dichtstbijzijnde central téléphonique: de grote, hoge Duitse observatie- en communicatiebunker in Ouistreham zelf. Franse Commando’s konden zodoende die belangrijke kabel onmiddellijk opblazen met door hen mee–gevoerde explosieven… (Daarna zou Marcel Lefèvre o.m. tot in september 1944 de geallieerden assisteren bij de verovering van Caen. https://actu.fr/normandie/ouistreham_14488/ouistreham-l-association-les-liens-de-l-histoire-tisse-de-nouveaux-projets-sur-la-seconde-guerre_37242; https://lepetitbedouin.blogspot.com/2018/04/un-heros-oublie.html)
Luitenant-kolonel Philippe Kieffer, bevelhebber van de Franse Commando’s, loopt hier in Ouistreham kort na de bevrijding temidden van verzetsman Marcel Lefèvre (rechts, in pak) en een Franse marineofficier. Coll. Stéphane Delogue.(https://actu.fr/normandie/ouistreham_14488/ouistreham-l-association-les-liens-de-l-histoire-tisse-de-nouveaux-projets-sur-la-seconde-guerre_37242821.html) 
Het Casino van Ouistreham-Riva Bella in 1929 en na afbraak in 1944, toen het was omgevormd tot een Duits bunkercomplex.De beroemde casino-scène uit de film The Longest Day is dus uit de grote duim gezogen.(https://zh-cn.facebook.com/dday.overlord/photos/a.220741008048513/1456842271105041/?type=3)
Ouistreham-Riva Bella, vlak na de bevrijding: links een Duitse antitankgracht en rechtsachter het deels ondergrondse bunkercomplex op de plaats van het gesloopte Casino. Het huis linksboven is het huidige Hôtel St.Georges, ook hieronder afgebeeld.(https://www.dday-overlord.com/forum/viewtopic.php?t=171&start=20)
Hetzelfde, maar moderne aanzicht in Ouistreham als op voorgaande foto bij Musée du No.4 Commando (links) aan de moderne Place Alfred Thomas. Het pand achter de vlaggen is Hôtel St.Georges. Blik naar het oosten.(Bewerkt naar: https://www.dday-overlord.com/forum/viewtopic.php?t=171&start=20) 
Ligging van hotel en museum aan Place Alfred Thomas, Ouistreham-Riva Bella. Boven: Kanaalkust met strand; rechts: monding van het Kanaal-van-Caen-naar-zee. Rechter benedenhoek, uit beeld: de sluis van Ouistreham.(Naar: https://nl.normandie-tourisme.fr/bezienswaardigheden/musee-du-n4-commando/)
Geschutscomplex en bunkers in Ouistreham, vlak na de bevrijding. Op de achtergrond de grote observatie- en communicatiebunker die heden bekend is als Musée le Grand Bunker. Blik naar zuidoosten. Bij de bevrijding konden de Canadezen in deze afgesloten bunker 50 man aan Duitsers krijgsgevangen nemen na de zware toegangsdeur te hebben opgeblazen. Tegenwoordig is het hele gebied volgebouwd met woning-en al of niet aan lommerrijke lanen en wegen.(Bewerkt naar: ehttps://lepetitbedouin.blogspot.com/2018/04/un-heros-oublie.html)
In Ouistreham werd elke tien minuten een nieuwe, effectieve commando-aanval op één bepaald doel opgezet met dekking van hun achteropkomen–de compagnieën. De commando’s hadden evenwel tamelijk grote verliezen geleden en dat reeds sinds het eerste kwartier, toen het strand nog moest worden overgestoken naar de strandmuur. De bevelhebber van Nr.4 Com–mando, luitenant-kolonel Dawson, was daar aan zowel zijn been als zijn hoofd gewond geraakt, maar gekleed in een deken en met bebloede haren begaf hij zich nog energiek en moedig van de ene naar de andere troop om instructies uit te delen. Binnen een uur hadden de Britten, mede dankzij vooral gespecialiseerde tanks (mijnenvegers, tanks met explosieve ladingen om draadversperringen en strandmuren op te blazen, bruggenleggers en houtbundelleggers om tankgrachten meester te worden en vlammenwer–pende tanks) vijf uitgangen vrijgemaakt vanaf het strand en die verbonden met de weg achter de eerste, versterkte huizenrij. Na twee uur volgden er nog drie. No.6 Commando onder luitenant-kolonel Derek Mills-Roberts trok voort in ganzenpas, mijnenvelden, wegen en paden mijdend, dwars door velden.
Luitenant-kolonel Derek Mills-Roberts (midden vóór) van No. 6 Commando in Normandië, juni 1944
Sword Beach werd daarom die ochtend toepasselijk bedeeld met de naam Einbruchsraum Ost in het jargon van de Duitse 716e Infanteriedivisie. (Voor de relatief snelle doorbraak hier zie ook C.Ryan, De langste dag (28e druk. Fibula/Unieboek. Houten, 1994), 220) Drie infanteriecompagnieën van het 736e Regiment van die divisie verdedigden deze sector van acht kilometer lengte, ten westen van de Orne. Verspreide elementen van nog eens drie Duitse compagnieën lagen meer landin–waarts. Er waren vier kustbatterijen aanwezig, evenals twee andere op de oostelijke Orneoever bij het hoger gelegen Franceville Plage. Slechts enkele werden uitgeschakeld. Sword Beach bleef daarom lange tijd binnen bereik van enkele Duitse langeafstandskanonnen die het de daar landende vloot en troepen zeer lastig bleven maken.
Hoofdstuk 133.
6 juni 1944, D-Day, ochtend: Burgerslachtoffers in Ouistreham
Odette Mousset van Hôtel de Normandie en haar twintigtal buren stonden onder het krijgslawaai doodsangsten uit, verscholen in het weinig bescher–ming biedende bosje op het braakliggende terrein in Ouistreham. Tot het niet meer hoefde. Rond 07:00 uur (Britse tijd) explodeerde een granaat van het geallieerde scheepsgeschut midden in dit groepje. Dertien vrouwen bleven dood en deels uiteengereten liggen, Odette werd zeer zwaar gewond. Eén been en een long waren doorboord. Kapper Léon Tribolet en ambtenaar Pierre Désoubeaux, beiden leden van de civiele Bescherming Bevolking, troffen het trieste bloedbad aan en vervoerden de gewonden naar de hulppost op het oude kerkplein. 
De historische kerk van Ouistreham.
Odette bleef voortdurend gillen van pijn. De 73-jarige huisarts Poulenc ging schijnbaar onvermoeibaar door met behandelen en opereren, hoewel zijn eigen rechterhand die ochtend een kogelwond had opgelopen. De heer Dé–soubeaux en andere burgers waren deswegen gedwongen hun bijdrage te leveren aan spoedoperaties. Omdat de apotheek van Ouistreham was wegge–bombardeerd, ontbrak ook nog de laatste reserve aan medicijnen en verband–middelen. Morfine was er echter genoeg. Na de injectie met de drug die de ongeoefende Pierre Desoubeaux haar moest toedienen, stopte Odettes ker–men pas. Nog vóór de middag werd zij liggende op een brancard naar een schip gebracht voor de overtocht naar Engeland. Haar man Raoul mocht haar vergezellen. (Voor Pierre Desoubeaux en Odette Mousset, zie: David Howarth, Dawn of D-Day: These Men Were There, 6 June 1944 en Jonathan Mayo, D-Day: Minute by Minute, 269-270. Na elf lange en pijnlijke maanden van behandeling en herstel, werd bij Odette een been geamputeerd en een deel van een long. Ze bleef verbonden met de bevrijdende troepen in Ouistreham, meer speciaal de Franse Commando’s bij wie zij een membre d’honneur werd, zie: https://actu.fr/normandie/ouistreham_14488/ouistreham-l-association-les-liens-de-l-histoire-tisse-de-nouveaux-projets-sur-la-seconde-guerre_37242821.html. Er werd per decreet van 2020 in een nieuwe wijk in de havenplaats een straat naar haar vernoemd: de Avenue Odette Mousset, zie: https://actu.fr/normandie/ouistreham_14488/ouistreham-le-nouveau-quartier-du-planitre-sort-de-terre_38555442.html)
Van de vierduizend inwoners van Ouistreham van vóór de oorlog waren de meesten reeds landinwaarts verhuisd, zodat op dit moment op D-Day een schamele vierhonderd resteerden. Een derde hiervan werd door voornamelijk geallieerd vuur gedood op 6 juni en even zovelen werden die dag gewond.

Enige burgerslachtoffers uit Saint Aubin d’Arquenay, dep. Calvados, Normandië, gevallen op dinsdag 6 juni 1944, 06:45 uur in de ochtend.(https://www.tracesofwar.nl/sights/29286/Monument-Commandos-First-Special-Brigade-Saint-Aubin-dArquenay.htm)
Hoofdstuk 134.
6 juni 1944 (D-Day), ochtend: Vlootbarrages
Om eigen troepen niet te raken, hadden de H.M. Arethusa, Warspite, Ra–millies en andere oorlogsbodems hun barrages vanaf 07:00 uur (Britse tijd) nog dieper inland verlegd, gericht op Caen en omgeving waarbij zeer grote, om hun as tollende granaten en raketten niet erg hoog en gierend ook over het terrein van Compagnie D ‘Ox and Bucks’ begonnen te zoeven. 
6 juni 1944: de Britse HMS Warspite vurend op en over Sword Beach.
6 juni 1944: de Britse HMS Ramillies vurend op en over Sword Beach.
Instinctief maakten de mannen bij de kanaalbrug bukbewegingen. Howards seiner Edward Tappenden deed het zelfs binnenin het commandopost–bunkertje:‘Tjemig, sir, ze schieten nog met jeeps!’ (S.E.Ambrose, Pegasus Bridge2, 134) Volgens de Amerikaanse parachutist Donald Burgett die zich achter Utah Beach bevond, klonken die zware vlootgranaten daarentegen ‘als verhuiswagens’. (D.Burgett, Het begin: D-Day, 117) The Lord Lovat vergeleek ze met denderende ‘treinen die uit een tunnel komen’. (http://www. ornebridgehead.org/lord lovat.htm, 6; een soortgelijke vergelijking maakte de Britse medic Jim Wisewell van 223rd Field Ambulance, 185th Brigade, Britse 3rd Division die op D-Day-ochtend bij Hermanville zat te wachen:’Most of all I remember the rushing noise like an underground train passing through a station as one of our battleships hurled one-ton shells at Caen’, zie http:///www.warchronicle.com/british 3rd div/soldierstories wwii/wisewell letter.htm, 3)
Duitse verdedigers aan de zeereep die de startsalvo’s van de landingsvloot onder dikke lagen beton hadden overleefd, konden met deze verlegging van de barrage echter hun voordeel doen. Onmiddellijk werden, waar mogelijk, strandstellingen weer bemand, zover de Duitsers niet in shock verkeerden en hun bunkers of versterkte open kanon- en mitrailleurstellingen niet te zwaar waren beschadigd. In de Brits-Canadese landingssector kregen de aanvals–boten en landende troepen het daardoor soms zwaar te verduren.
Hoofdstuk 135.
6 juni 1944 (D-Day), ochtend: OKW gewaarschuwd, maar Duitsers krijgen nog geen tankversterking
Tussen 07:30 en 08:00 uur (Britse tijd) informeerde de stafchef van von Rundstedt, opperbevelhebber van het Duitse westelijke front, telefonisch generaal Warlimont van het Oberkommando der Wehrmacht (OKW): dit was hoogstwaarschijnlijk ‘dé invasie’! Hij vroeg nogmaals om het vrijgeven van de vier gemechaniseerde pantserdivisies, de OKW-reserves, voor de kustdefensie. Schmund wende zich tot OKW-generaal Jodl. Jodl van het OKW was er op die verre afstand van overtuigd dat het om een ‘afleidings–manoeuvre’ ging. De misleidende Operation ‘Bodyguard’ die de geallieerde dreiging onder meer had verplaatst naar het Nauw van Calais, had daar mede voor zorg gedragen. Nachtbraker Adolf Hitler werd liever nog níet gewekt. (Major Percy E.Schramm van datzelfde OKW noteerde na de oorlog graag maar onterecht, aan geallieerde ondervragers:’De landing vond plaats in het gebied tussen de monding van de Seine en Cherbourg, zoals verwacht door het OKW (aangetoond door de verplaatsing van de 91. Luftlandedivision Divisie, 6. Fallschirmjägerregiment en pantsers naar het Cotentin-schiereiland).’(David C.Isby (ed.) The German Army at D-Day. Fighting the Invasion, 169. Waarschijnlijk papegaaide hij de reactie van Hitler van die middag na. Immers, dit noteerde een man als General der Panzertruppen Heinrich Freiherr von Luttwitz van de 2. Panzerdivision voor diezelfde geallieerden: ‘De divisiebevelhebber vernam tijdens een telefoongesprek met Legergroep B (rond de middag, 6 juni), dat er op dat moment nog werd geloofd dat de hoofdaanval van de vijand op het punt stond te gebeuren langs de richting van het Somme-estuarium; alleen om deze reden wwrd de divisie opgedragen in zijn huidige omgeving te blijven.’En zo waren ook de 12e Waffen SS-Divisie en de 21e Pantserdivisie te laat op pad gestuurd. Behalve in Normandië, werd de ‘ínvasie’ ook op 6 juni op méer plaatsen door zowel OKW (Hitler, Jodl, Keitel) als Legergroep B van Rommel en Speidel verwacht.)

Het Oberkommando der Wehrmacht (OKW) aan de kaartentafel, hier tijdens de aanval op Polen, september 1939. V.l.n.r.: generaal Alfred Jodl, de latere veldmaarschalk Wilhelm Keitel en Führer en opperbevelhebber van het leger, Adolf Hitler. (https://www.gettyimages.be/fotos/alfred-jodl)
General der Infanterie en Chef des Wehrmachtführungsstabes OKW, Walter Eduard Josef Warlimont (1894-1976), één der weinige vrienden van Erwin Rommel.(https://ww2gravestone.com/people/warlimont-walter/)
De bejaarde opperbevelhebber Gerd von Rundstedt in zijn hoofdkwartier nabij Parijs, doorgaans hoffelijk, charmant en rustig in zijn optreden, schuimbekte van woede bij het vernemen van dit bericht, liep rood aan en was volkomen onverstaanbaar geworden. Het was niet de eerste keer ge–weest dat hij witheet was geworden over OKW en steeds is deze man zijn geminachte opperbevelhebber (‘die Boheemse korporaal’) en diens regime in militair opzicht trouw gebleven. (Ook in het laatste grote Duitse (Ardennen-)offensief van december 1944 zou hij nog een hand hebben. Ook hij had Hitler tot het einde in het nazi-zadel gehouden.) Von Rundstedts ondergeschikte generaals bleven bij chef-operaties Alfred Jodl op de Obersalzberg aandringen. Jodl bleef onvermurwbaar. De Führer mocht blijven slapen. Erwin Rommel in Herrlingen bij Ulm eveneens. Zijn plaatsvervanger in Normandië, de op zijn krijgshistorische kennis trotse, maar nu wankelmoedige generaal-majoor Speidel, had hem nog niet over ‘de invasie’ ingelicht: een onvergeeflijke fout …of was er opzet in het spel? (De laatste mogelijkheid wordt recent te graag als zekerheid aangenomen door enige Duitse extreemrechtse, revisionistische auteurs. )
Hoofdstuk 136.
6 juni 1944 (D-Day), ochtend: Duits sluipschuttersvuur bij de kanaalbrug
Het gevaar voor de luchtlandingstroepen in de onmiddellijke nabijheid van beide bruggen bleef de gehele ochtend uit het nauwkeurige sluipschutters–vuur bestaan, behalve misschien in het gebied tussen de bruggen aan de zuidoostelijke zijde van de weg waar zich talloze bomen bevonden die het Duitse schootsveld belemmerden. In het duister van de nacht hadden vijan–delijke scherpschutters (en de door de geallieerden overigens geminachte 716e Infanteriedivisie had er vele en zeer goede in die hele kustsector!) on–opgemerkt posten betrokken in onder andere een bunkertje pal aan de wes–telijke kanaaloever even ten zuiden van Bénouville, in hogere bomen op beide oevers, op daken en in de kerktoren van Le Port die alle uitzicht boden op de grijze rolhefbrug. Dat venijnige scherpgerichte vuur, ‘dat was het erg–ste!’ ondervond genist Harry Wheeler die bij het 1e Peloton was aangesloten. Hij had gehoopt na de feitelijke coup-de-main op de kanaalbrug in reserve te kunnen blijven als toch was afgesproken, maar nee: ook genisten waren hier door Howard bevolen actief te blijven verdedigen en patrouilles te lopen. (Harry Wheeeler, in: Remembering D-Day.., in: https://www.connop.com/blog/tag/henley-standard/.) Het dozijn
fanatieke jonge schutters in de kerktoren was inmiddels uitgeschakeld door korporaal Killeen met zijn nauwkeurige PIAT-schoten. Snelle bewegingen in gebogen of kruipende houding waren bij vele Britten desondanks spoedig een soort tweede natuur geworden. Er viel desondanks een aantal Britse do–den en gewonden. Zelden vuurden de Duitse snipers een schot af dat géen doel trof. Daarom bleef men meestal doggo (‘bewegingloos als een liggende hond’) liggen, zitten of hurken in loopgraaf of schuttersput. Wie het hoofd verhief boven de rand liep een levensgevaarlijk risico. (S.E.Ambrose, Pegasus Bridge2, 131; D.Edwards,The Devil’s Own Luck, 47-48; Harry Clark in http://www. britisharmedforces.org/ns/ns/nat harry clark.htm, 5:’The sound of naval bombardment on the beaches reminded us that the sea borne troops were coming ashore, whilst intense sniper fire began to cause a number of casualties among our troops.’ In Spielbergs film Saving Private Ryan die zich afspeelt in Normandië, komen diverse scènes met zowel Duitse als Amerikaanse sluipschutters voor.)
In een vuurpauze slaagde para-verpleger Albert Gregory erin zijn viertal bij de landingen achter Ranville gewonde soldaten van de heg naar de verband–post, thans het relatief veiligere café Gondrée, te verplaatsen. Daar werd doorlopend geopereerd, terwijl eigenaresse Thérèse Gondrée haar best deed te helpen met verbanden aanleggen en water aandragen. Gregory zag er een klein Frans, doodsbang en asgrauw meisje staan, haalde een chocoladereep uit zijn zak en bood haar die glimlachend aan, vergetend hoe zwart zijn gezicht er eigenlijk uitzag. De vierjarige blonde Arlette Gondrée bleef ernstig naar de militair op kijken en pakte de lekkernij niet aan. Daarbij was zij ook streng door moeder Therèse geïnstrueerd niets van ‘vreemde soldaten’ te accepteren. Maar hoe kon het kind een Duitser van een Brit onderscheiden? Niet veel later meldde de para-hospik zich af en voegde zich bij een man of zes parachutisten die op weg waren naar hun compagnieën in Ranville, toen ook de rest van het regiment op de landingszones aankwam. (A.Gregory, in: M.Bowman, Terugblik op D-Day, 51)
Hospik Lance-Corporal Albert Gregory, 195th Airlanding Field Ambulance 14 Platoon, B Company, 2nd ‘Ox and Bucks’, leger–nr.7380190. Hij landde bij Ranville per Horsa, maar ná de feilijke coup-de-main.(https://www.pegasusarchive.org/normandy/albert gregory.htm,)
Arlette Gondrée. Zij was zes jaar jong, toen de café-woning van haar ouders bij de kanaalbrug in Bénouville werd bevrijd door leden van de 6e Luchtlandingsdivisie.(https://www.military-art.com/mall/profiles.php?SigID=730)
Hoofdstuk 137.
6 juni 1944 (D-Day), ochtend: Franse Commando’s in Ouistreham
Verheugd als een kleine jongen en als over een Godswonder bleef monsieur Charles Lefauconnier, burgemeester van Ouistreham sinds 1943, roepen ‘Ils débarquent!’ (‘Ze landen!’), toen hij om 08:00 uur (Britse tijd) de bedompte en deprimerende verbandpost van de bejaarde dr.Charles Poulenc aan het marktplein binnenstormde. (Jonathan Mayo, D-Day Minute by Minute (Short Books. 2014), in: https://www.dailymail.co.uk/news/article-2639172/Thats-not-cricket-cried-medic-Nazi-snipers-struck-In-shatteringly-vivid-human-stories-bring. De achternaam van de burgemeester staat zo op een straatnaambord in Ouistreham, maar vindt men ook gespeld als Le Fauconnier, b.v. in het bijschrift bij de foto in: https://www.wiki-braine-lalleud.be/index.php5?title=Jumelages; die van de arts wordt ook eenmaal gespeld als Poullain, in: https://www.ouest-france.fr/normandie/ouistreham-14150/charles-lefauconnier-maire-de-1943-1945-5717330) 
Charles Lefauconnier was burgemeester van Ouistreham-Riva Bella van 1943 tot en met 1945 en later nogmaals vanaf 1954. De foto dateert van 18 april 1954 en is gemaakt tijdens een Belgisch-Franse viering van een jumelage van Ouistreham met het Belgische Braine-l’Alleud. Detail van een foto uit coll. Josiane Pierart.(https://www.wiki-braine-lalleud.be/index.php5?title=Jumelages, )
Toen zwaarbepakte leden van Nr.4 Commando met de groene baret op het hoofd even later de dezelfde post bezochten, werden zij enthousiast begroet als Engelsen. Deze ‘Britten’ antwoordden de gewonde en zeer ver–baasde burgers echter in het ….Bretons. Eén van hen was de 21-jarige Léon Gautier. (Cf. http://www.lejdd.fr/Societe/Actualite/La-premiere-maison-liberee-536476, 1-2) Op straat zong een kolonne strak opmarcherende Britse infanteristen in de havenplaats enthousiast, maar in onbeholpen Frans de Marseillaise. BB-er en verzetsman Pierre Désoubeaux was er getuige van en barstte in tranen uit. Hij schudde snikkend de hand van de vooroplopende flegmatieke officier die daarop rustig zijn pijp uit zijn zak haalde en aan de ontroerde Désoubeaux als een bevrijdings–memorabilium overhandigde. Aan het Sword-strand ging het meeste blijkbaar voorlopig toch naar geallieerde wens.
Hoofdstuk 138.
6 juni 1944 (D-Day), ochtend: Ook na Britse doorbraken bij Juno en Sword Beach staan Duitse tankbemanningen nog te wachten
Om 08:15 (Britse tijd) zwegen alle Britse vlootkanonnen. Volgens het hoofdkwartier van de Duitse 716e Infanteriedivisie was om 07:21 uur (Duitse tijd), na enige Duitse successen van batterijen uit La Brèche en Merville, de Britse doorbraak een onontkoombaar feit. De pas benoemde bevelhebber van het geschutscomplex bij Merville, de jonge Oberleutnant Raymund Steiner, had op dat moment na de nietsontziende bestorming door luitenant-kolonel Otways flink onderbezette 9e Parachutistenbataljon van de 3e Parachutistenbrigade (zo’n 500 man van de 650 was niet voor de aanval beschikbaar na de drop) weliswaar nog één in de haast van het nachtelijk gevecht niet definitief uitgeschakeld Tjechisch 75 mm. kanon van zijn oor–spronkelijke viertal over, maar geen enkele soldaat meer van de ca.130 daad–werkelijk verdedigende mannen om dat wapen te kunnen bedienen. (Dit laatste gegeven werd in 1994 aan een alsnog teleurgestelde Otway persoonlijk meegedeeld door veteraan Raymund Steiner in een BBC-TV-documentaire van Charles Wheeler getiteld D-Day (zomer 1994). C.Shilleto, Pegasus Bridge & Merville Battery, [102] houdt het op ‘100mm Czech howitzers’) Steiner telde na afloop slechts zes man die níet gewond waren. Otway verloor bij Merville zeventig man. (Cf.A.Mckee, De slag om Normandië, 38; 40-42; voor het hele Merville-verhaal zie b.v. C.Shilleto, Pegasus Bridge & Merville Battery, 77-107; met nieuwe gegevens ook in H.K. von Keusgen, Pegasus-Brücke und Batterie Merville (2014).)
6-7 juni 1944. Canadese militairen houden ontwapende Duitsers onder schot achter Juno Beach (op de grens met Sword Beach) bij Saint Aubin-sur-Mer.(https://www.normandythenandnow.com/a-baptism-of-fire-on-juno-beach-6-june-1944/,)

6 juni 1944, Juno Beach bij Bernières. Canadese militairepolitie controleert krijgsgevangen genomen Duitsers op het strand. Naoorlogs ingekleurde filmstill.
Generaal-majoor Edgar Feuchtinger van de 21e Pantserdivisie nabij Caen had, op dinsdag 6 juni pas teruggekomen op zijn hoofdkwartier tussen 06:00 en 07:00 uur (Duitse tijd) in St.Pierre-sur-Dives. Om 07:45 uur (Duitse, 08:45 Britse tijd) had hij nieuwe bevelen uit St.-Lô ontvangen. Zijn reserve–divisie werd thans onder bevel gesteld van het 84e Armee Korps van artille–riegeneraal Marcks. Deze vertelde Feuchtinger voorts dat hij de gehele 21e Pantserdivisie wel naar het noorden en noordwesten van Caen wilde uit–sturen, maar dan alleen na vooroverleg via de gebruikelijke kanalen met het OKW in Berlijn. De in het gevecht onervaren, nerveuze Feuchtinger (hij had tevoren slechts nazi–partijdagen helpen organiseren) kreeg eindelijk een be–vel, maar nog steeds níet om direct op te trekken naar de bedreigde kust. Zelf nam hij geen initiatief! (Cf. A.Mckee, De slag om Normandië, 60) Evenzo stonden de talrij–ke mobiele ‘Hitlerjugend’-troepen van SS-Brigadeführer Fritz Witt in het district Eure et Loire en elders nog immer startklaar te wachten in hun pan–tserwagens en tanks in de optrekkende ochtendmist.

De jonge Brigadeführer Fritz Witt, commandant 12e Pantserdivisie ‘Hitlerjugend’, Waffen-SS.
Jongens tussen de 15 en 20 dienden in de 12e Waffen-SS-pantserdivisie ‘Hitlerjugend’ van generaal Fritz Witt. Hun kracht en vaak fanatieke volharding blijkt enigszins uit deze foto. Klaus Shuh (1926-26 juni 1944) (midden) die een MG 42-mitrailleur bediende, draagt als 19-jarige reeds een IJzeren Kruis samen met twee maten. Met niet meer dan zijn automatische wapen wist Klaus in juni 1944 een Churchill–tank der Canadezen uit te schakelen. Hij had een brandstoftank op de tank effectief met lichtspoormunitie op de korrel genomen. Zijn vaste munitiedrager was steeds Otto Funk (19 jr.) geweest die achteraan net zichtbaar is, met veldmuts op. De gedecoreerde Schuh overleefde de oorlog niet, Funk wel.(https://stoessiesheroes.com/the-story-of-otto-funk-and-klaus-schuh/)
Hoofdstuk 139.
6 juni 1944 (D-Day), ochtend: Normandische politieke gevang-enen door de SS/SD vermoord in de gevangenis van Caen
Tegen 08:00 uur (Duitse, 09:00 Britse tijd) waren in Caen alle water, gas en elektriciteit afgesloten. André Heintz, de jonge leraar-verzetsman, begaf zich naar het station St.Pierre in het zuidwesten van de stad bij de haven–dokken, waar hij zijn inlichtingencontact uit Ouistreham zou ontmoeten, ‘Courtois’, nom de guerre van Jacques Bergeot, één der verzetscomman–danten van de Calvadosregio. Vele mensen waren er, ondanks de vooraf–gegane bombardementen, gewoon op weg naar hun werk, anderen op de vlucht geslagen, van de kuststreek weg. Er waren zó dikwijls bommen–werpers overgevlogen. Zij die konden weten door de BBC-uitzendingen dat ‘de invasie’ aanstaande was, hadden verwacht dat die noordoostelijker zou plaatsvinden, niet in hun Normandië. Op het stationnetje werd het Heintz duidelijk dat de stoomtram uit Ouistreham over Bénouville niet zou arrive–ren, noch zijn contact ‘Courtois’ die zou moeten waar hun clandestiene wa–pens waren verborgen. André Heintz voelde zich op dit spannende tijdstip vreselijk onthand.
Vanaf 04:00 uur (Duitse, 05:00 Britse tijd) die morgen was de Sicherheits–dienst (SD, lokaal meer bekend als ‘Gestapo’)- Aussenkommando Caen in de Rue des Jacobins 44 gealarmeerd over luchtlandingen en bombardementen in stad en streek. Hun SD-kantoor sinds de oprichting in juli 1942 was het grote huis van een als onschuldig gijzelaar opgepakte Joodse arts, dr. Peck–er, geweest. Het opperbevel had tot maart 1944 uit de Hamburgse politie–man en SD’er SS-Untersturmführer Henrich Meier (Fr.: ‘Henri’) bestaan, daarna uit diens nummer twee, de prima Frans sprekende Hauptschar–führer dr. Harald Heyns (‘Bernard’) tot op 6 juni 1944. Ook Herbert von Bartholdi (‘Albert’), ‘de mondaine politieman’ volgens het verzet, beheerste het Frans. Voorts bestond de door het Normandische verzet zo gevreesde eenheid uit Oberscharführer Herman Seif, Scharführer Xavier Vetter (‘Walter’), Karl Melhose, Helmut Althaus, Arthur Friedrich en een Duitse ‘agent voor de Gestapo van Caen’, Jérôme Skudareck. En dan werkten er een reeks chauffeurs: Max Kramer, Eric Bartels, Heinrich Michaeliß en Hauptscharführer Karl Ludwig alsook een kok, Maurer. Beiden laatsten nog afkomstig van de Geheime Feldpolizei van de Wehrmacht uit Rouen. Later volgde nog onderzoeksversterking in de persoon van een professor in de ge–schiedenis, Karl Zaumzeil (‘Charles’), die volgens het verzet en in tegen–stelling tot diens SD-collega’s niet bruut en ‘correct’ bleek te zijn. De vrou–welijke tolk Käte Burstorff en secretaresse Gertrud Treiber vervolmaakten dit illustere Duitse équipe. Zowel Meier als Heyns hielden er jarenlang een Franse vriendin op na die als gevaarlijke V-Frauen (Vertrauensfrau, ‘indringster’, ‘verraadster’) in verzetskringen optraden. Een gevaarlijke V-Mann alhier was de Fransman Brière.
Dit SD-Aussenkommando Caen ressorteerde echter onder SD-Kommando Rouen en bovenal onder het hoofdkantoor van de Sipo-SD van SS-generaal Karl Oberg in Parijs. SS-bevelen in Caen luidden: ‘geen politieke gevangenen in handen van de geallieerden laten vallen en hen naar Duitsland overbrengen in geval van een ‘invasie’’. Voor eventuele Wehrmacht-gevangenen gold een andere regeling, sommigen mochten zelfs worden vrijgelaten. Men had nu gemäß SS-Befehl die ochtend vroeg besloten de groep Franse gevangenen, mannen én vrouwen, naar het hoofdstation van de stad te brengen en per trein naar Belfort aan de Frans-Duitse grens te vervoeren. De Feldkommandantur van Caen had aan de Duitse gevangenisbeheerder, Josef Hoffmann, de zaak wél eerst moeten bevestigen. De gevangenis als zodanig ressorteerde immers niet onder de Sipo-SD! Een uur later werd het lokale stoomtreinstation getroffen door een geallieerd bombardement. En er waren daarvóór al locomotieven gesaboteerd door een communistische verzetsgroep… Daarna lieten legerautoriteiten aan de diensdoende SD-chef van Caen, Hauptscharführer Harald Heyns, weten dat hij níet hoefde te rekenen op vervangende vrachtwagens van hun Wehrmacht. Animositeit, zo niet regelrechte vijandigheid, tussen Wehrmacht en Sipo-SD in Frankrijk was er -karakteristiek genoeg voor nazi’s- vanaf de beginjaren der bezetting geweest. De militaire Abwehr III F en Geheime Feldpolizei van de Wehrmacht deden het inlichtingen- en bestrijdingswerk gericht tegen politieke tegenstanders dat de SS-SD steeds meer in eigen, hardvochtige SS-handen was gaan nemen. Zodoende kon men SD’ers tegenkomen in Normandië die een militair Wehrmacht-uniform droegen… (Cf. https://www.liberationroute.com/pois/282/executions-at-caen-prison; https://www.memoiresdeguerre.com/article-sipo-sd-de-rouen-122083335.html; https://forum.axishistory.com/viewtopic.php?t=112066&start=15#p1829570; https://nl.frwiki.wiki/wiki/Geheime_Feldpolizei) En die Wehrmacht beleefde nú op D-Day zijn éigen ernstige militaire crisis. Die vrachtwagens hadden ze zelf hard nodig. Heyns ging maar telefoneren met zijn Sicherheitsdienst-meerderen in Rouen! Wat anders te doen?
(Cf.http://sgmcaen.free.fr/collabaration/heyns.htmhttps://www.memoiresdeguerre.com/article-sipo-sd-de-rouen-122083335.html. De brutale von Bartholdi trof men later in Cherbourg achter een Amerikaans militair bureau als tolk aan. Hij werd vastgezet, ontsnapte en verdween. En zo verging het vroeger of later ook Heyns, Friedrich, Seif, Melhose en Skudareck. Tijdens een proces in Parijs in 1952 was slechts één voormalig SD‘er uit Caen aanwezig, Karl Ludwig, samen met de bewaker en hoofd van de gevangenis van Caen, Joseph Hoffmann. De rest der SD’ers was na de oorlog opgelost in het nazi-niets.)
Personeel van de Sicherheitspolizei-Sicherheitsdienst, Aussenstelle Caen, Normandië op een foto die dateert van tussen oktober 1943 en maart 1944. V.l.n.r: Karl Zaumzeil, Karl Melhose, Henrich Michaeliss, Herman Seif (zittend), Maurer, Helmut Althaus, Karl Ludwig, Herbert von Bertholdi, Xavier Vetter (half verscholen)), tolk Käte Bustorf en secretaresse Gertrud Treiber. De ‘onschuldig’ ogende groep onder het portret van hun Führer is medeverantwoordelijk voor de vervolgingvan Joden, verzetsmensen en politieke gevangenen, voor hun opsluiting, mishandeling en zelfs meervoudige moord op Normandische politieke gevangenen in Caen.Enige werden in 1952 in Parijs in absentia ter dood veroordeeld, maar ontliepen door vlucht en persoonsverandering elke straf. (https://www.memoiresdeguerre.com/article-sipo-sd-de-rouen-122083335.html)
SS-Hauptscharführer Harald Heyns, alias ‘Bernard’ (1913-2004) was Sicherheitsdienst-chef te Caen vanaf juli 1942 tot oktober 1943 en vanaf februari tot 6 juni 1944. De man was doctor in de filosofie én verantwoordelijke voor o.m. tientallen moorden op gevangen verzetsmensen in Normandië. Gearresteerd in het voorjaar van 1945 door de Britten, wordt hij slechts door een militair tribunaal in 1948 verantwoordelijk gesteld voor het hebben laten executeren van Ca-nadese krijgsgevangenen in Normandië. Minuten vóór het verhoor vraagt hij naar het toilet te mogen en weet vandaar te ontsnappen om voorlopig niet op te duiken. Heyns wordt ter dood veroordeeld in absentia als oorlogsmisdadiger door het militair tribunaal te Prijs op 10 juli 1952. De voormalige wrede SS-Hauptscharführer sterft vreedzaam in Berlijn onder valse naam als Dr. Herbert Monath-Hartz.(http://sgmcaen.free.fr/collabaration/heyns.htm)
De uit Dresden afkomstige SS–Hauptscharführer Geissler van de Sipo-SD Rouen arriveerde die dinsdag 6 juni 1944 om 08:00 uur (Duitse, 09:00 Britse tijd) in de morgen bij de oude gevangenis van Caen samen met drie colle–ga’s. Hij vroeg de militaire commandant van de het gebouw, Hauptmann Josef Hoffmann, te spreken. (Van deze Geissler is de voornaam nog niet achterhaald. Hij diende in Rouen tot de zomer van 1944, toen de SD-staf daarvan naar Brünn in het toenmalige Bohemen en Moravië werd gehaald in oktober 1944 en onder bevel van Bruno Müller kwam. Hij is dus absoluut níet te identificeren met de voormalige SS’er Kurt Geissler (1902-1963). Die diende in Boekarest en Riga en in een moorddadig Einsatzkommando in Griekenland. Omdat de SS wel anständig (de term is van Himmler uit een rede te Posen) moest blijven líjken, werd laatstgenoemde Kurt Geissler tijdens de oorlog en in Duitsland tot twee jaar gevangenisstraf veroordeeld vanwege verkrachting van een voormalige vrouwelijke employé van hem. Zijn SS-lidmaatschap en -rang van Sturmbannführer raakte hij daarbij kwijt vóór 1944. Hij werd zelfs uit de nazi-partij gezet en zat daarna als gevangene in enige concentratiekampen tot het einde van oorlog. Hij werd evenwel gearresteerd door de geallieerden, kreeg weer enige jaren detentie en trad op als getuige in het Tribunaal van Neuremberg. Tijdens zijn denazificatie-tijd deed hij zich als kampgevangene slechts als ‘slachtoffer van de nazi’s’ voor. Daarna werd deze Kurt Geissler in West-Duitsland alsnog ‘onbelast’ hoofd Kriminalpolizei in Keulen, zie: https://second.wiki/wiki/kurt_geic39fler. Voor de verwarring, zie ook: https://forum.axishistory.com/viewtopic.php?t=112066&start=15#p1829570. Voor Josef Hoffmann, zie b.v. : https://www.liberationroute.com/pois/282/executions-at-caen-prison.) Nu was de gevangenis onder de autoriteit van de Militärbefehlshaber in Frankreich in Parijs geplaatst en voor Caen weer onder die van Feldkommandantur 723. De bewaking be–stond deswegen uit soldaten van de Wehrmacht, níet uit leden van de SS-SD. Eén afdeling erin was gereserveerd voor Duitse militaire delinquenten. De plaatsvervanger van Hauptmann Hoffmann was Staffeldwebel Rix, tolk was Feldwebel Lindemann. Daarnaast werkten er zo’n twintigtal Duitsers en enige vrouwen.
Hauptscharführer Geissler had de misdadige opdracht gekregen alle poli-tieke gevangenen in Caen te laten executeren vanwege de geallieerde ‘in-vasie’. Een lijst met namen droeg hij bij zich. Het moest hier en nu geschie–den. Op een binnenhof met bloembedden werden haastig graven gespit door de Duitsers. ‘Raus! Raus!’, klonk het op het derde etage van de ge–vangenis waar de politieke gevangenen zich bevonden, mannen van vrouwen gescheiden. 
Caen met de gevangenis (prison cellulaire) in het noordoosten. Op het Lycée Malherbe (links van het midden) gaf verzetsman Andre Heintz les als leraar Engels.(http://sgmcaen.free.fr/resistance/maison-darret.htm)
Gevangenis te Caen, exterieur, complex.(https://www.frankfallaarchive.org/prisons/caen-prison/,)
Gevangenis te Caen, exterieur, toegangspoort, begin 20e eeuw.(https://www.frankfallaarchive.org/prisons/caen-prison/)
Gevangenis van Caen, cellen op de begane grond.(https://www.frankfallaarchive.org/prisons/caen-prison/caen_interior/)
Angstige vrouwen hoorden bonzen op celdeuren en mannen afgevoerd wor–den. Er was minstens één gevangen verzetsechtpaar aanwezig. Met zessen tegelijk werden de mannen naar beneden gedreven, naar de binnenhof waar een zware mitrailleur stond opgesteld. Groep na groep werd zin- en meedogenloos neergemaaid en in de kuilen geworpen. Om 10:30 (Duitse, 11:30 Britse tijd) werd ‘het werk’ gestopt en vertrokken de Duitsers naar de Rue des Jacobins 44 waar de Sicherheitsdienst zetelde. Hun hoofdkwartier was echter gebombardeerd, de nazi-beulen trokken daarom door naar Falaise. Gevangeniscommandant Hoffmann kreeg van hen een nieuwe namenlijst toegstopt. Vier uur later, na de lunch, kwamen Duitse beulen terug. Laat in de middag om ca. 18:00 uur lokale tijd was de ‘dap–pere’ klus geklaard en werd het bloed van de binnenplaats gespoeld. Alle tientallen gevangenen, mannen én vrouwen, waren terechtgesteld zonder enige vorm van proces. 
De zgn. courrettes van de gevangenis van caen waar tientallen verzetslieden op D-Day werden vermoord en begraven, maar wier lichamen verdwenen en tot op heden.(http://sgmcaen.free.fr/resistance/maison-darret.htm) 
Caen, gevangenis met een ‘schuldig landschap’ . (https://www.liberationroute.com/pois/282/executions-at-caen-prison)
Alexis Lelièvre, een OCM-contact van André Heintz, was daarbij; de clan–destien bunkers fotograferende visser Thomine en de plattegronden te–kenende kunstenaar Robert Charles Douin, beiden gewerkt hebbende voor de réseaux ‘Centurie’ én ‘Alliance’. Maar ook de volkomen onschuldige, 18-jarige Colbert Marie uit Caen. Dit was geen ‘gewone’ oorlogvoering. Wat Wehrmacht-militairen ook mochten verklaren voor hun verblijf in Frankrijk en elders. Deze gruwelijke oorlogsmisdaad kwam op het conto van Duitse SS, SiPo-SD én de Wehrmacht waartoe de gevangenisstaf immers behoor-de. Op woensdag 7 juni was de gehele gevangenis leeggehaald en vluchtten Wehrmacht-militairen Hoffmann en Rix per auto om 05:45 uur (Duitse tijd).
Zij waren blijkbaar niet van plan mee te helpen de stad te verdedigen.
(http://sgmcaen.free.fr/resistance/maison-darret.htm; Jean Quellien en Jacques Vico, Massacres nazis en Normandie. Les fusillés en prison de Caen (Charles Colet–éditions; http://sgmcaen.free.fr/collabaration/heyns.htm; Dan Parry, D-Day 6.6.44 (BBC-Books, 2004), 129; 160. In https://www.dailymail.co.uk/news/article-2639172/Thats-not-cricket-cried-medic-Nazi-snipers-struck-In-shatteringly-vivid-human-stories-bring-D-Day-life-never-before.html, wordt het tijdstip van 08:00 uur vermeld voorde komst van Geissler, maar zonder een tijdsrekening (Duits? Geallieerd?) weer te geven, als vaker. Het precieze aantal slachtoffers uit deze gevangenis is onbekend, het hoogste aantal dat wordt vermeld is 92. Tussen de 80 en 100 in: https://www.normandythenandnow.com/where-is-colbert-marie-the-caen-prison-massacre-of-6-june-1944/. André Heintz spreekt echter van 69 slachtoffers, in: http://www.bbc.co.uk/history/ww2peopaleswar/stories/85/a2524385.shtml, 2; G.Perrault, Het geheim van D-day (Prisma 1233), 76-79; Normandie 1944, in: http://www.normandiememoire.com/NM60Anglais/2–histo5/histo5–p1.gb.htm en J.Quellien en J.Vico, Massacres nazis stellen het aantal vermoorde gevangenen in Caen op ‘tussen 75 en 80 patriotten’. In Beneden-Normandië zijn in totaal door de Duitsers 650 burgers geëxecuteerd of gedood, zie ibidem. Dit massaal vermoorden van (politieke) gevangenen door nazi’s bij dreigende grotere geallieerde aanvallen bleek achteraf een vroeg antecedent te zijn geweest, zie b.v. I.Kershaw, Tot de laatste man, 372 die de slachting in Caen echter niet vermeldt. Zie nog: http://sgmcaen.free.fr/resistance/maison-darret.htm; https://www.dday-comitedudebarquement.fr/en/overlord-partie-ii/; https://europeremembers.com/destination/executions-at-caen-prison/; https://actu.fr/normandie/caen_14118/le-mystere-fusilles-prison-caen-relance_11412814.html; https://france3-regions.francetvinfo.fr/normandie/calvados/caen/hommage-aux-detenus-fusilles-6-juin-prison-caen-1016329.html; https://www.youtube.com/watch?v=ZmnjudyM7YU )
Colbert Marie uit de arbeidersbuurt Vaucelles nabij het treinstation in Caen werkte als slagersknecht, hield van muziek, zat op een boksclub en was verliefd op de donkerharige Giselle. Hij was 17 jaar toen hij onschuldig werd opgepakt.
Als willekeurig opgepakte na een verzetsaanslag op een locomotief in de nacht van 30 april op 1 mei 1944 werd Colbert Marie behandeld met stokslagen en zwepen in de Rue des Jacobins door de Sicherheitsdienst. Met zijn bloed schreef hij in het geheim een briefje op zijn zakdoek naar huis, o.a. ‘je suis innocent’ linksonder: ‘Ik ben onschudig’. Colbert bevond zich op 6 juni 1944 op 17-jarige leeftijd in een cel van de gevangenis van Caen en verdween daarna tot op heden spoorloos. Dankzij ‘de Nieuwe Orde’ van nazi-Duitsland die o.a. veldmaarschalk Erwin Rommel wilde verde–digen voor zijn Führer.(https://www.normandythenandnow.com/where-is-colbert-marie-the-caen-prison-massacre-of-6-june-1944/)
Rapport-nr. 13/2 van luitenant Bourret (3e Legerkorps, 3e Legioen, Calvados-compagnie, nationale Gendarmerie) opgesteld in La Délivrande, Calvados, Normandië op 28 juli 1944 over de door de SS-SD bevolen moord op (vooral) politieke gevangenen en verzetsmensen, maar ook op een onschuldige jongen als de 18-jarige Colbert Marie die zich allen bevonden in het Maison d’Arrêt te Caen op dinsdagochtend 6 juni 1944. Gevangenisbewaker Désiré Alphonse François Malherbe die de stad op 10 juni 1944 verliet, getuigt. Tussen de 80 en mogelijk 100 slachtoffers werden de hele dag door gemitrailleerd, een dertigtal kreeg ’s avonds een nekschot, om 18:00 was weer het stil. De lichamen werden in de gevangenistuin in vooraf gegraven kuilen begraven, later door de Duitsers weer verwijderd en zijn nooit teruggevonden. (https://www.normandythenandnow.com/where-is-colbert-marie-the-caen-prison-massacre-of-6-june-1944/)
Gedeeltelijke lijst met namen (20 december 1944) van de op 6 juni 1944 door de Duitsers vermoorde gevangenen in de gevangenis in Caen. Kunstenaar–verzetsman Robert Douin staat erbij. (https://archives.calvados.fr/page/robert-douin.)
Voor o.m. deze politieke gevangenen of verzetslieden kwamen geallieerde bevrijders te laat. Zij werden op D-Day door de SS in de gevangenis van Caen doodgeschoten. (https://france3-regions.francetvinfo.fr/normandie/calvados/caen/hommage-aux-detenus-fusilles-6-juin-prison-caen-1016329.html)
Hoofdstuk 140.
6 juni 1944, D-Day, ca. 09:00 uur: Drie Britse airborne-generaals bezoeken de kanaalbrug en Le Port.
Het 6e Luchtlandingsleger van generaal-majoor Richard Gale had dus respijt gekregen, zoals op dezelfde wijze in 1940 de Britse Expeditionaire Strijd–macht bij Duinkerken. Het landingsgebied der parachutisten en Horsa-zweefvliegtuigen ten zuiden van Ranville was ’s morgens rond 09:00 uur (Britse tijd) redelijk afgeschermd tegen verkennende Duitse gepantserde formaties van de 21e Pantserdivisie die vooral uit de richting van Caen werden verwacht. Enige door de lucht aangevoerde zesponder-anti-tank–kanonnen stonden in ieder geval verspreid opgesteld en konden zelfs zijn bemand door Horsa-piloten. (N.Barber, The Pegasus and Orne Bridges, 211) Er was daarom gelegenheid voor een ‘opgewekt’ Brits wandelingetje. Generaal Richard Ga–le wist op dit moment nog niets van het succesvolle én tragische wedervaren van de luchtlandingssoldaten van luitenant-kolonel Otway bij Merville, maar wilde de bruggensituatie zelf in ogenschouw nemen. (N.Barber, The Pegasus and Orne Bridges, 195 met n.14) Onderweg uit Ranville kreeg hij gezelschap van de brigade–generaals Nigel Poett en Hugh Kindersley. 
Generaal Richard Gale (l.) en brigadegeneraal Nigel Poett (r.)
Brigadegeneraal Hugh Kindersley, 2nd Baron Kindersley of West Hoathly in 1954, bevelhebber 6th Airlanding Brigade. (Detail naar: https://www.paradata.org.uk/media/collection/6687)
De strijdmacht van Kindersley, de 6e Luchtlandingsbrigade, zou pas ’s a–vonds massaal per glider landen uitgerust met extra 6 pounder–anti-tank–kanonnen en enige lichte tanks. Door zelf vroeger te landen zou de briga–degeneraal zich bijtijds een goed overzicht van de algehele situatie kunnen vormen. Zij staken rustig de de smalle brug over de Orne over en passeerden de door de ‘Ox and Bucks’-coup de main-party aangeschoten en omgeslagen open, zwarte Duitse Mercedes-halfrupsstafwagen langs de kant van de weg. (Richard Gale, in: G.Ramsey (red.), D-Day. Then and Now, vol.1, 236)
Even na 09:00 uur (Britse tijd) stond bij de kanaalbrug iedereen die het zag vol bewondering te staren naar een drietal boomlange mannen, gekleed in battle-dress en trots voorzien van de wijnrode baret in plaats van een pot–helm. (Voor het detail van de rode baret, zie de memoires van de compagniesarts Captain John Vaughan, All Spirits.) Met veel Britse bravoure, uiterst zelfbewust kwam het trio over de weg in gelijke pas aanmarcheren. In het midden liep generaal-majoor Richard Gale, nog steeds gekleed in poffende rijbroek, met aan zijn zijden brigadege–neraal Hugh Kindersley van de 6e Luchtlandings–brigade en brigadegeneraal Nigel Poett van de 5e. Zij waren op weg naar de overzijde van het kanaal, naar luitenant-kolonel Geoffrey Pine-Coffin,commandant van het belegerde 7e Parachutistenbataljon. (S.E.Ambrose, Pegasus Bridge2, 135-136; C.Shilleto, Pegasus Bridge & Merville Battery, 69-70; W.Fowler, Pegasus Bridge, 51) Voorbij de rij bomen links ontwaarde Gale verbaasd de plek waar de drie Horsa’s van majoor Howard die nacht waren geland: zó nauwkeurig, de voorste tegen het prikkeldraadhek aan, maar het zag er wel flink toegetakeld uit…. (Gale, in: ibidem, vol. 1, 236) ‘Goeie ver–toning, jongens!’, bulderde de besnorde Gale de ingegraven Compagnie D-secties glimmend in het voorbijgaan toe. Majoor Howard deed kort verslag aan zijn divisiecommandant in zijn veroverde commandopostbunkertje. Toen stapten de drie bevelhebbers de rolhefbrug op. Hoewel zij terstond wa–ren opgemerkt door een Duitse sluipschutter die gericht vuur op hen afgaf, maar niemand raakte, deed het drietal geen pas vlugger vooruit. De bewon–dering voor hen groeide bij iedereen die deze officieren zag. Maar het bra–voure was uiterst gevaarlijk, al hadden zij geluk. Vanaf de stijgende grond aan de zuidwestelijke kanaalzijde achter het caféhuis kwam ondertussen voortdurend Duits vuur van machinegeweren, mortieren en enkele geweren. Vijandelijke infanteristen en sluipschutters bleven volhouden zowel weste–lijk vanachter Bénouville als Le Port vandaan om het flink onderbezette Britse parachutistenbataljon te verjagen. (Gale, in: ibidem, vol.1, 236) Wonderbaarlijk ongedeerd gebleven, sloeg het hoge gezelschap op de westelijke kanaaloever over het smalle jaagpad langs het kanaal rechtsaf naar het geïmproviseerde hoofdkwartier van luitenant-kolonel Geoffrey Pine-Coffin in Le Port, een huis aan de kanaaloever, niet ver van de historische Notre-Dame-du-Port-kerk. 
Rolhefbrug over het Kanaal van Caen bij Bénouville (links, grotendeels uit beeld) en Le Port, overzicht: bij de rode cirkel bevond zich het hoofdkwartier van lt.kol. Pine-Coffin in een huis en bij de groene pijl, nog achter de knik in het kanaal arriveerde de Duitse peiltrawler op de vroege ochtend van D-Day. Aan de oostelijke zijde van het kanaal (rechtsboven) uit beeld) bij de groene pijl lag het drietal jonge soldaten in Duits uniform verborgen. De kerk van Le Port is te zien onder de rode lijn vanaf de naam van het dorp.(https://war-documentary.info/pegasus-bridge-benouville)
Hoofdstuk 141.
6 juni 1944, D-Day, ca. 09:00 uur (Britse tijd): Compagnie D schakelt één peiltrawler van de Kriegsmarine op het kanaal uit.
De op die hoogte, maar aan de overzijde van het kanaal in dichte vlierstrui–ken verborgen, doornatte, dorstige en kleumende jonge soldaten Römer, Sauer en Marschalinski waren nog níet opgemerkt, hoewel gedurende de nacht Britse patrouilles voortdurend hadden rondgeslopen op zoek naar Duitse militairen. (H.K. von Keusgen, Pegasus-Brücke und Batterie Merville (2104), 153) Op dat mo–ment aan het kanaal werden de drie hoge Britse luchtlandingsofficieren on–verwacht getuigen van –volgens generaal Richard Gale– ‘één van die onwer–kelijke, dwaze dingen die gebeuren’ tijdens een oorlog. (Richard Gale, in G.Ramsey (red.), D-Day. Then and Now, vol.1, 237) De lakonieke Pine-Coffin vond het ‘a novelty’. (http://ww2talk.com/forums/topic/45977-pegasus-bridge-in-the-words-of-those-who-were-there, 6) De Duitse luitenant Hans Höller (Kampfgruppe ‘Rauch’, 192e Regiment, 21e Pantser–divisie) die op datzelfde moment langs het kanaal en naast het château van Bénouville in het parkgroen verdekt stond opgesteld met zijn drie stukken gemechaniseerd 7,5 cm-geschut, dacht onlogischerwijze dat hij nú pas de oorzaak (‘dat spookschip’) te zien kreeg van het voorafgegane zware schie–ten op dat gebouw, toen hij zichzelf nog op het platte dak ervan had bevon–den. (A.McKee, De slag om Normandië, 61-62. Auteur McKee was blijkbaar niet op de hoogte van het feit dat Wally Parr en zijn maten van Compagnie D het Duitse anti-tankkanon bij de kanaalbrug hadden afgevuurd op het château, c.q. de kraamkliniek, anders had hij lt. Höllers verkeerde interpretatie van de gebeurtenissen die ochtend wel becom–mentarieerd.)
De gefrusteerde Duitse luitenant Hans Höller(192e Pantsergrenadiersregiment, Kampf-gruppe ‘Rauch’, 21e Pantserdivisie,) bovenop gecamoufleerd mobiel 7,5 cm.-antitankgeschut in het park van het château langs het kanaal van Bénouville op 6 juni 1944.(http://www.pegasusarchive.org/normandy/Photos/Pic-BenouvilleAT.htm, 1)
Vanuit het noorden, uit de richting van (de sluis van?) Ouistreham, was het gestadig ronkende motorgeluid van enkele dampende boten over het ka–naal te horen. Het 2e Peloton van Compagnie D in de bunkerloopgraaf op de noordoostelijke kanaaloever stelde zich onder het gedeelde commando van majoor Howard en pelotonscommandant korporaal Charles (‘Claude’) Godbold die de gewonde luitenant David Wood had vervangen, in op strijd. Twee donkergrijs of in grijszwartwitte camouflagekleuren geschilderde Duitse Vorpostenboote, op het voordek met een stuk licht luchtdoelgeschut bewapende kusttrawlers van de Kriegsmarine, waren vanuit het door Britse en Franse Commando’s sinds ca. 08:15 uur (Britse tijd) aangevallen Ouistre–ham blijkbaar op weg gegaan naar de nu veiliger geachte grote industrie–haven van Caen. (Donkergrijs was Duitse standaard, voor eventuele camouflagekleuren, zie Vp 1505 uit Le Havre, foto onder. Beide schepen duidelijk als ‘kustvaarders van het trawlertype’ beschreven door ooggetuige generaal Richard Gale (D-Day. Then and Now vol.1 , 237) en door para-luitenant Parrish in Le Port die er evenwel één teveel wilde zien: ’three vessels of the fishing type’( in: N.Barber, The Pegasus and Orne Bridges, 194), maar hij benoemt hun bewapening. Pine-Coffin zag vanuit Le Port: ‘two gun boats came up the CANAL’, in: http://ww2talkcom/forums/topic/45977-pegasus-bridge-in-the-words-of-those-were-there, 6. Zo ook A.McKee, De slag om Normandië, 61-62:’(…) een Duits marinevaartuig (…)’; ‘Er waren twee van deze vaartuigen (…)’. Aantal bevestigd door de Duitse ooggetuige Helmut Römer die zich totaal andere typen vaartuigen van de Kriegsmarine herinnerde: ‘Da kamen auf einmal zwei deutsche Boote den Kanal entlanggefahren, Schnellboote oder so etwas, beide in Richtung Caen…’ (naar: H.K. von Keusgen, Pegasus–Brücke und Batterie Merville (2014), 153), alsook in een veldnotitie van het hoofdkwartier 6e Luchtlandingsdivisie, zie: http://www.pegasusarchive.org/normandy/war–divhql.htm: ‘Bn was attacked during afternoon (sic), at one time by two gunboats (sic), one of which was captured.’. D.Edwards, The Devil’s Own Luck, 49 suggereert ten onrechte dat er slechts één gunboat opdook, zo ook collega Harry Clark in http://www. britisharmedforces.org/ns/ns/nat harry clark.htm, 6: ‘a German patrol boat’; N.Hugedé, Le commando du pont Pégase, 142 weet drie fouten in één zin te persen:’Il devait être 5 h 20, peut-être 5 h 30 lorsque trois canonnières battant pavillon allemand se présentèrent sur le canal, venant de Ouistreham’. Zijn misleidende omschrijving canonnières (evenals gunboats in o.a. S.E.Ambrose, Pegasus Bridge2, 136 en in D.Edwards, The Devil’s Own Luck, 49) is overdreven, het aantal boten klopt niet en het tijdstip is veel te vroeg gesteld. Fout op fout stapelend en zonder weergave van een tijdsbepaling ook A.Beevor, D-Day, 59-60:’Vervolgens kwam er nog een onverwachte bedreiging van de brug bij Bénouville in de vorm van Duitse kanonneerboten (sic), gewapend met 20 mm.-afweergeschut, die het kanaal af kwamen varen vanaf Caen (sic!). Opnieuw trof een schot van een PIAT doel en de boten (sic) erachter vluchtten naar open zee (sic), niet wetend (sic) dat ze zo recht in de lopen van de Royal Navy voeren’. Nota bene, het tijdstip van de daadwerkelijke aanval op Riva en Ouistreham wordt door Commando-aanvoerder Philippe Kieffer gesteld op 08:15 uur (Britse tijd), zie Commandant Kieffer, De groene baret (Prisma 1214), 66. ‘Open zee’ kon natuurlijk niet meer worden bereikt en dat wisten de Duitsers ook wel.) Het is zo goed als zeker dat dit het tweetal overgebleven ‘bewapende vissersboten’ was die Kriegsmarine-officier Korvettenkapitän Heinrich Hoffmann, commandant van het kleine 5e Motortorpedobotenflottielje uit Le Havre die vroege mor–gen als énige Duitse collega-schepen in de nabijheid van de linkerflank van de geallieerde ‘invasie’-vloot S door rookgordijnen op zee had waargeno–men. Op dát moment vormde dit Sicherungsflottille nog een drietal, maar peiltrawler V (of Vp) 1509 (de voormalige walvisvaarder Rau II) onder bevel van Oberleutnant zur See Karl Schulz en met o.a. Geschützführer Rudolf För–ster aan boord, was geraakt door Brits marinevuur van dekkingsschepen uit Force S en gezonken vóór de boot de haven van Ouistreham kon bereiken. De V 1509 had lang vóór D-Day wél 21 geallieerde vliegtuigen kunnen neer–halen met haar boeggeschut en enige kleine schepen beschoten. De twee–de trawler die de eerste volgde, had waarschijnlijk schade opgelopen door geallieerde treffers. (Cf. The Irish Times, 7 June 1944: ‘Shortly before the assault three enemy torpedo-boats with armed trawlers in company, attempted to interfere with the operation, and were promptly driven off. One enemy trawler was sunk and another severely damaged.’, in: https://www.irishtimes.com/news/world/europe/how-the-irish-times-reported-d-day-in-1944-1.1823308. De groep van Hoffmann van het 5e Flottielje had eerder die ochtend de Noorse jager Svenner getorpedeerd en laten zinken, cf. C.Ryan, De langste dag28 (Houten, 1994), 181-182’; www.wlb-stuttgart.de/seekrieg/44-06.htmhttps://dewiki.de/Lexikon/Heinrich_Hoffmann_(Marineoffizier)). Volgens http://www.seekrieg.de/1944/ritterkreuzverleihungen.htm vond de ondergang van Vorpostenboot V 1509 op 6 juni 1944 plaats. https://www.wikiwand.com/en/List_of_shipwrecks_in_June_1944#/6_June en Jan Lettens in: https://www.wrecksite.eu/wreck.aspx?131942 en ibidem /148771 (met silhouettekening) plaatsen de ondergang van Rau II/V 1509 op 5 juni 1944 en bij ‘Cap d’Antifer’, een wel incorrecte bewering, zie: Schulz ontving evenwel het Ridderkruis in augustus 1944 (https://www.wolfganghistorica.com/product/karl-schulz-vorpostenboot-1509/)Hij overleefde zeker en tot decennia na de oorlog. Of zijn Geschützführer Rudolf Förster overleefde, is mij onbekend; voor deze: https://www.tracesofwar.nl/units/19088/Gesch%C3%BCtzf%C3%BChrer-auf–Vorpostenboot-Vp-1509-15-Vorpostenflottille.htm. V.P.O’Hara, The German Fleet at War 1939-1945 (Naval Institute Press. Annapolis, 2004), 208-210 meldt dat het de V 1506 van het 15e Beveiligingsflottielje uit Le Havre had betroffen, omdat dat zo geregisteerd zou staan in het oorlogslogboek van de Britse oorlogsbodem Warspite, maar V 1506 (Wal 9) zonk samen met V 1505 (Wal 8) pas op 15 juni 1944 volgens enkele andere bronnen. Andere speculaties op Internet omtrent de twee Duitse boten in het kanaal van Caen naar zee nabij Bénouville-Le Port in de ochtend van 6 juni 1944 komen mij onnodig voor.) 
Patrouilleboot Vp 1505 (de voormalige walvisvaarder Wal 8) uitgerust met o.m. een klein draaibaar electrisch kanon op de voorplecht, lag op 5/6 juni 1944 gestationeerd in Le Havre. Het vaartuig heeft camouflagekleuren in lichtgrijze-, donkergrijze en witte verf. Op 15 juni 1944 gezonken door geallieerde bommen. Hoogstwaarschijnlijk waren de beide boten in het kanaal van Caen bij Le Port op 6 juni 1944 van het–zelfde type kustvaarder. In dat geval hadden ze mogelijk een mast meer dan ooggetuige Römer zich meende te herinneren. Die sprak trouwens geheel onjuist van ‘Schnellboote oder so etwas.’)
Vorpostenboot Vp Cauville (ex-Grief du Shom) voorzien van een klein kanon op de boeg aan een kade in Le Havre, Normandië. Waar het woord rau (?) bij het bijschrift hier voor staat is mij onbekend, maar Rau wás de naam van een Duitse walvisvaarder.(Bewerkt naar: https://applhlehavre.fr/le-vp-cauville/)
Vorpostenboot van het 15e Flottielje van de Kriegsmarine uit Fécamp/Le Havre.(http://www.les-petites-dalles.org/Epaves_PD.html)
Vistrawler als Vorpostenboot of peiltrawler met klein draaibaar kanon op het voordek. Dat bezat ook de Duitse boot in het kanaal, zodat die niet als een Flak-trawler kan worden bestempeld. Sommige VP’s hadden namelijk luchtdoelkanonnen van 2 cm. of zelfs tot 8,8 cm. op dek.(https://www.flickr.com/photos/dirk_bruin_vlieland/4803965217/in/photostream/)
Mogelijk dan waren beide overgebleven kleine patrouilleboten na dit tref–fen met Force S door de rookgordijnen heen opgestoomd voor meer be–schutting naar de dichtstbijzijnde haven: die van Ouistreham. Daar waren op dat moment de Franse Commando’s onder leiding van commandant Kieffer op dat moment nog níet gearriveerd. Aangenomen moet dan wo–rden dat de bedie schutsluizen (écluses) nog werkten en waren bediend, want vanaf zee kan men die niet omvaren en vrij het kanaal opstomen. (Niet alleen liggen er flinke ondiepten ten oosten van de kanaalmonding, maar in dat geval zou men rivier de Orne bereiken. Kwamen deze boten, type trawlers, nu niet uit Le Havre, dan blijft alleen Ouistreham als vertrekhaven mogelijk, hoewel die gewoonlijk bedoeld was voor het Duitse 10e Mijnenvegers–flottielje, zogenaamde R- of Raumboote. Volgens een door een militaire inlichtingendienst in Engeland ontvangen notitie d.d. 6 juni 1944 om 09:30 (Britse tijd) (tentoongesteld in het Musée Mémorial) zou het zijn gegaan om één (dan uitgeschakelde) Duitse R-boat, d.w.z. een Raumboot of mijnenveger, bij Bénouville. Maar dat past minder bij de vaststelling van Britse militaire ooggetuigen aan het kanaal van Caen bij Bénouville-Le Port dat het om een type kustvaarder of trawler was gegaan. Duitse mijnenvegers hebben doorgaans een ander uiterlijk. Contemporaine foto’s van het bezijden Le Port uitgeschakelde Duitse schip lijken niet voorhanden te zijn. Zelfs op RAF-luchtfoto’s van het kanaal en de kanaalbrug van 6 t/m 15 juni 1944 ontbreekt deze getroffen boot. Bij de werf van Blainville(-sur-Orne) aan het kanaal van Caen, iets zuidelijker dan Bénouville, werd de ter reparatie aangemeerde mijnenveger R 221 geraakt door geallieerde bommen op D-Day. Deze foto betreft dus beslist níet het door Britse luchtlandingstroepen uitgeschakelde Duitse peiltrawler bij Bénouville aan de noordzijde van de brug. Eén bron spreekt bij deze foto ten onrechte van VP 212. De zeer vergelijkbare R 206 (ook omschreven als VP 206!) werd aangemeerd liggend in het bassin Saint-Pierre te Caen door bommen getroffen op 10 juli 1944 waarvoor zie Navires allemands Vorpostenboote (patrouilleurs) échoués dans le canal, in: http://sgmcaen.free.fr/navire-allemend-canal.htm, 2 met foto. Voor dergelijke Duitsemijnenvegers (R-boote) in de buurt van het kanaal van Caen, zie b.v. de discussie: 10.Raumboot-Flottille, Ouistreham, June 6, 1944, in: http://forum.axishistory.com/viewtopic.php?t=128185, 1-11; cf.ook http://www.wlb-stuttgart.de/seekrieg/chronik.htm; Volgende is een citaat uit Brits ondervragingsrapport uit 1942 betreffende bemanning van Duitse mijnenveger R 184 van 10e Mijnenvegersflottielje te Ouistreham: ‘Ouistreham is de basis van het 10e R-Boot-flottielje onder kapitein-luitenant (Lieutenant-Commander) Nau (…) R-Boote liggen hier gewoonlijk noordelijk van het kanaal achter de sluizen. Indien reparatie nodig is, varen ze het kanaal op naar de werf bij Blainville waar acht tot tien mijnenvegers werden gebouwd in augustus 1942. Sommige boten van het 38e Mijnenvegersflottielje liggen te Ouistreham. Het hoofdkwartier ervan is in Le Havre.’, naar: http://www.uboatarchive.net/Int/R-184INT.htm.) 
Ouistreham, Calvados, Normandië. Haven en beide schutsluizen, huidige situatie. Momenteel worden minstens enige houten steigers weggehaald of vervangen. Foto van Leroy Francis. Coll. Alamy Image ID: T7YNN2. (Luchtfoto bewerkt naar: https://www.alamy.com/france-calvados-ouistreham-the-canal-the-town-and-sword-beach-june-6-1944-landing-beach-aerial-view-image245)
Raumboot en Vorpostenboot (peiltrawler of patrouilleboot) in profiel. Ooggetuige Helmut Römer meldde de aanwezigheid van een mast op de boot die bij Le Port aan de grond werd gezet. Dat moet met het onderste type boot hier overeenkomen. Daar is de mast op het stuurhuis gezet om meer rumte voor een kanon op dek te hebben. Soms echter leken de twee typen R- en Vp-boten ook op elkaar.(http://sgmcaen.free.fr/navire-allemand-canal.htm)
Beide Duitse trawlers nu bevoeren langzaam het kanaal van Caen in de richting van de gesloten rolhefbrug. Tussen de twee vaartuigen bleef een zekere afstand bewaard. Dát zal het gevolg zijn geweest van de alarmerende geallieerde activiteit in de lucht. (Voor de aangehouden afstand tussen de boten, zie : H.Römer, in: H.K.von Keusgen, |Pegasus-Brücke un Batterie Merville (2014), 153. Ooggetuige Cyril Larkin, in Bowman, Terugblik op D-Day, 54 gebruikt het woord ‘omzichtig’ over het naderen van de boten, evenals auteur N.Hugedé, Le commando du pont Pégase, 142; soldaat Harry Clark bevestigt dat:’the engine was ticking over’. In tegenspraak daarmee schrijft auteur S.E.Ambrose dat het voorste schip met een steady speed voer en onderwijl zijn 20 mm.-kanon ‘op de brug’ afvuurde wat niet door andere ooggetuigen wordt bevestigd en mijzelf in dat stadium militair gesproken volkomen onlogisch voorkomt. Waarom zouden de Duitsers het risico nemen die gesloten kanaalbrug te beschadigen die ze zelf geopend nodig hadden, wilden zij de binnenhavens van Caen bereiken?) De Duitse kapitein op de voorste boot verwachtte waarschijnlijk dat de rolhefbrug voor hem bijtijds zou worden geopend, zoals normaliter kanaalroutine was vanaf de ochtend tot 18:00 ’s avonds, lokale tijd. Hier lag een kans voor de Britse majoor. John Howard informeerde snel om zich heen. Het enige en vaste stuk geschut dat de compagnie bezat, stond nu juist aan de verkeerde zijde van de weg, met de brugbovenbouw in het noordelijke schootsveld. De ingewerkte soldaat Parr en zijn maten konden er niets mee uitrichten. (S.E.Ambrose, Pegasus Bridge2, 136; D.Edwards, The Devil’s Own Luck, 49) Howard liep terug over de weg. Korporaal Charles (‘Claude’) Godbold werd geroepen en verscheen voor de majoor. (Voor de volledige naam van deze korporaal, zie nu http://www. forums.wildbillguarnere,com/index.php?showtopic=8788&st=150, 6) De korporaal bevestigde dat hij nog maar één pantserdoorborende granaat had voor de PIAT. Howard wees hem meteen zijn stelling op de noordoostelijke kanaaloever, voorbij de brug, zeewaarts. Korporaal ‘Claude’ Godbold sloop daarna samen met soldaten Pete Cheesely en Harry (‘Nobby’) Clark door de lange slingerende loopgraaf naar een punt dichterbij de kanaaloever. (Voor dit drietal zie alleen Harry Clark, in: http://www. 2nd Oxford and Bucks, Biographies Menu, Harry Clark) De voorste boot bevond zich nog op zo’n 200 yards afstand. Radioseiner Tappenden in de pillbox werd opgedra–gen luitenant-kolonel Pine-Coffin op de westelijke oever aan de veldradio te roepen voor overleg. Korporaal Godbold die inmiddels met de PIAT tegen de schouder klaar lag over de oeverrand, kon niets doen dan afwachten. (Volgens auteur N.Hugedé, Le commando du pont Pégase, 144 liet Howard op dit moment de Fransman die de brug gewoonlijk bediende en een huis op de oostelijke oever achter de brug bewoonde, aantreden en van hem eisen dat het brugdek langzaam en ‘niet meer dan een meter’ zou worden opgeheven. Dit ‘precieze gegeven’ moet echter, zoals vaker bij prof. Norbert Hugedé, pure fantasie zijn, omdat 1) dat woonhuis bij de brug op dit moment er niet meer stond (afgebroken voor een Duits schootsveld); 2) het geniebevelhebber Neilson zelf was die de kanaalbrug pas opende na de aanval erop door een Duits jachtvliegtuig, en niet de Franse brugwachter die zij op dat moment niet meer nodig hadden. Dat blijkt zonneklaar uit het after battle–rapport van geniebevelhebber Frank Lowman zoals gepubliceerd op Internet; 3) René Niepceron, zoon van brugwachter A.Niepceron, deelde mee dat het gezin die nacht en ochtend verbleef in een huis achter het voormalige La Chaumière-hotel ten noordwesten aan de brugweg en dat zijn vader de brug slechts eenmaal had geopend de avond tevoren, niet lang vóór landing van Compagnie D, zoals vermeld in N.Barber, The Pegasus and Orne Bridges.) De Duitse vaartuigen dienden vooral geen argwaan te krijgen. De Britten lagen goed ingegraven en verborgen. Op beide schepen stonden enkele Duitsers ‘in uniform’ aan dek bij het kleine kanon. (Volgens nabij-getuige/parachutist lt.Parrish, in: N.Barber, The Pegasus and Orne Bridges, 194. Norbert Hugedé, Le commando du pont Pégase vermeldt evenzo op dek staande en door veldkijkers turende Duitse ‘officieren’. Harry Clark van Compagnie D echter getuigt dat hij geen bemanning aan dek had gezien, in: http://www. britisharmedforces.org/ns/ns/nat harry clark.htm, 6) De voorste peiltrawler voer nog rustig door.
De drie nu al urenlang in de natte vlierstruiken op de noordoostelijke ka–naaloever verborgen liggende soldaten Helmut Römer, Erwin Sauer en de Poolse jongen Janusch Marschilinski zagen de beide donkergrijze boten eveneens arriveren en ‘in de richting van Caen varen’. Kriegsmarine–vaartuigen, zoveel konden ook zij nog opmaken. (Maar Römer herinnerde zich de beide type vaartuigen volkomen onjuist als ‘zwei… Schnellboote (sic!) oder so etwas’, H.K. von Keusgen, Pegasus-Brücke und Batterie Merville (2014), 153 en kreeg er blijkbaar geen commentaar van de Duitse auteur op. Dat de brug op dit moment dicht was en vooral dicht bléef voor deze boten, bewijst eens te meer dat H K.von Keusgens merkwaardige stelling dat de havens van Caen voor de geallieerden van eminent belang zouden zijn geweest voor hun bevoorrading na D-Day geen grond heeft. Immers, door de voorste Duitse trawler aan de grond te zetten in het kanaal vóór de brug vanaf zeezijde, kon er ook geen geallieerd schip meer door naar Caen! Anders hadden die Britten die boten gewoon doorgelaten, zoals kanaalroutine was tot 18:00 uur ’s avonds lokale tijd. Mogelijk had de Kriegsmarine geen argwaan gehad, indien de Britten niet hadden geschoten. Kapitein Neilson der genisten had het mechanisme kunnen bedienen of majoor Howard had brugwachter Niepceron erbij kunnen hebben gehaald.) De twee Kriegsmarine-trawlers stopten in verband met de nog steeds gesloten kanaalbrug, de leidende boot ongeveer ter hoogte van Le Port vóór de lichte knik in het kanaal én bijna recht tegenover de vlierstruiken op de oostelijke oever. De volgboot behield zijn vooraf getoonde afstand. Majoor Howard had zijn mannen bezworen te wachten met schieten tot de eerste boot binnen het hon–derd meterbereik van de PIAT kwam. (Ooggetuige Helmut Römer gewaagt in dit verband van ‘eine kleine Kanone’ die door de Britten zou zijn gebruikt, maar dat werd recht gezet in een commentaar door auteur von Keusgen, o.c., 153. Römer zag en hoorde slechts de uitwerking van het voor hem verborgen gebleven wapen vanuit de vlierstruiken.) Zíj kenden de regels, enige parachutisten uit een uitgedund peloton onder bevel van luitenant Walter Parrish van het 7e Bataljon in een naar voren gelegen oeverstelling, de verlaten Duitse batterijpositie 105765, aan de overzijde van het kanaal blijkbaar níet: die vuurden onverwacht voortijdig met de stengun vanaf een meter of dertig breeduit over het scheepsdek. 
Kanaal van Bénouville, tegenwoordige staat. Op de plaats van het blauwe vierkant bevond zich het hoofdkwartier van het 7e Parachutistenbataljon onder het commando van Geoffrey Pine-Coffin bij kerkdorp Le Port. Even voorbij de ervóór liggende knik in het kanaal, noordelijker richting Ouistreham aan zee, lag de vooruitgeschoven parachutistenstelling op de westelijke de oever die te vroeg op de Duitse peiltrawler of Vorpostenboot had geschoten. In één van beide posities had zich sergeant Taylor bevonden die later een Kriegsmarine–vlag opgeborgen in zijn houder van boord haalde van de hier geraakte en half gezonken Duitse peiltrawler. Er is mij tot nu toe geen luchtverkenningsfoto bekend waarop deze boot kan zijn vastgelegd.
RAF-luchtverkenningsfoto d.d.d 15 juni 1944: tot vóór Le Port (midden, boven) naar het noorden is in het Kanaal van Caen naar zee geen Duitse trawler te zien. Die zal dus nog noordelijker moeten zijn vastgelopen en dwars in het kanaal hebben gelegen na het rake PIAT-schot van korporaal Charles Godbold van Compagnie D ‘Ox and Bucks’. De onderste brug is een metalen Bailey-brug van na D-Day aangelegd door de Britse genie.(https://www.battlefieldhistorian.com/bhc_004264_aerial_view_of_pegasus_bridge.asp)
Vier of vijf Duitse matrozen vielen op dek. (Vermeld door para-ooggetuige lt.Parrish, in N.Barber, ibidem en in: A.Mckee, De slag om Normandië, 61; voor de eerste schoten der Britse para’s ook bevestigend H.Römer, in: H.K.von Keusgen, Pegasus-Brücke und Batterie Merville (2014), 153:’Sofort ging vom Ufer gegenüber (= noordwestelijke kanaaloever) die Schießerei los.’ Duitse slachtoffers op deze voorste boot zijn níet meer gezien door het drietal gevluchte, jonge vijandelijke soldaten in de vlierstruiken aan de overzijde van het kanaal: zij kropen nog dieper naar achteren weg. (H.K.von Keusgen, ibidem.) Vanaf nu volgden de handelingen el–kaar snel op. (Römer, in: von Keusgen, ibidem.) Het kleine 20 mm.–boegkanon van de voorste boot dat ook vanuit de stuurhut electrisch kon worden bediend, draaide onmiddellijk in de richting van de westelijke kanaaloever en vuurde een paar snelle salvo’s af. (A.McKee, De slag om Normandië, 62) Eén Britse parachutist van het 7e sneuvelde terstond, een andere werd gewond. (Naar opgave in een veldnotitie van het hoofdkwartier van de 6e Luchtlandingsdivisie, in: http://www.pegasusarchive.org/normandy/war-divhql.htm:’(…) except one X and one W by gunboats.’, waarbij X voor ‘gesneuvelde’ en W voor wounded staat; de vaker door Britten gebruikte term gunboats is absoluut misleidend. Zie ook: http://forum.axishistory.com/viewtopic.php?t=128185, 8) Enkele huizen aan de kanaalzijde in Le Port waarin Pine-Coffin zijn hoofdkwartier had ondergebracht, ontvingen te–vens ongerichte treffers die de zich daarin parachutisten evenwel danig uit hun doen brachten. (Dat ‘doden en gewonden uitbleven’ zoals para-commandant Pine-Coffin in een naoorlogs verslag heeft beweerd, is dus of niet geheel waar of hij doelde slechts op de beschieting van zijn eigen hoofdkwartier, maar niet op andere in de westelijke kanaaloever ingegraven oeverstellingen van het 7e Parachutis–tenbataljon. Voor het voorval zie ook sgt.Thornton, in: J.Ball, Pegasus Bridge: In the words of those who were there, 2; von Keusgen, ibidem.) Korporaal Godbold op de oostelijke oever schatte zijn vuur–bereik nu tamelijk geschikt, wachtte geen seconde langer en drukte af. De puntige anti-tankbom met holle lading van de PIAT boorde zich net boven de waterlijn door de bakboordzijde, juist achter de stuurhut en ontplofte bijna gelijktijdig luid in het inwendige van de boot. (Heel beknopte, maar juiste versie in: J.Fr.Turner, Invasie ’44. De geschiedenis van D-day, 324. Foutieve rang van Godbold hierbij vermeld in C.Shilleto, Pegasus Bridge & Merville Battery, [70]:’Private Godbold’. Het schip werd niet door ‘kanonvuur beschadigd’ en niet werd er één ‘beschadigd’, terwijl ‘de ander verder landinwaarts voer’ zoals merkaardigerwijze gesteld in A.McKee, De slag om Normandië, 62: immers, de kanaalbrug was gesloten! Ooggetuigen geniesoldaat C.Larkin, in: M.Bowman, Terugblik op D-Day, 54 en Denis Edwards, The Devil’s Own Luck, 49 (‘The missile exploded against its side at just above water level’); Harry Clark, in http://www. britisharmedforces.org/ns/ns/nat harry clark.htm, 6 (‘It struck it just behind the wheelhouse and exploded internally’). Thornton, in J.Ball, o.c., 2. Auteur S.E.Ambrose, Pegasus Bridge2, 136 beweert foutief dat de PIAT-bom de stuurhut trof. Volgens N.Hugedé, Le commando du pont Pégase, 145 was het de machinekamer die werd geraakt:‘La roquette avait pénétré juste dans la chambre des machines’. Sapper-veteraan Harry Wheeler meende zich in 2006 geheel onjuist te herinneren dat het Duitse vaartuig (‘gunboat’) werd uitgeschakeld door een ‘anti-tankkanon’ (sic) met een schot beneden (sic) de waterlijn, cf. Wheeler, in: Remembering D-Day.., in : https://www.connop.com/blog/tag/henley-standard/.) De Duitse stuurman in de kajuit raakte blijkbaar gewond of van slag onder het geweld. Het vaartuig keerde abrupt naar stuurboord, te heftig wegdraaiend van de kant van inslag, zodat de boeg zich eerst met een harde klap in de westelijke kanaaloever boorde en vervolgens met de achterplecht de oostelijke ramde. (S.E.Ambrose, Pegasus Bridge2, 136; Harry Clark, in: ibidem, 6 ) Bren-mitrailleurs, stens en geweren van beide oevers vuur–den nu door elkaar in kakofonie op het gestrande vaartuig. Het gevluchte Duits-Poolse trio in de vlierstruiken stelde vast dat Britse kogels zelfs hun kant opkwamen! Maar ondanks die ervaring, waren zij nog steeds níet opge–merkt. (H.Römer, in: H.K. von Keusgen, ibidem) Geniesoldaat Cyril Larkin vuurde zijn deel met het Lee Enfield-geweer mee tot zijn wapen door ingeraakt zand vastraakte. (Larkin, in: M.Bowman, Terugblik op D-Day, 54) Nieuwe explosies aan boord van het grijze vaartuig volgden. De Kriegsmarine–trawler was definitief uitge–schakeld. Het kanaal van Caen daardoor vanaf zeezijde geblokkeerd. Een paar minuten later staken slechts dek, hogere dekopbouwsels en de mast uit het grauwe kanaalwater omhoog. (Sgt. Thornton (in b.v. J.Ball, Pegasus Bridge: In the words of those who were there, 2) beweerde dat de eerste gun boat ‘niet lang na het eerste daglicht’ arriveerde over het kanaal vanaf zee, maar dat tijdstip klopt niet met andere oorlogsverslagen. N.Hugedé, Le commando du pont Pégase, 146 beweert dat deze boot ‘onmiddellijk zonk’. Dat moet mogelijk worden verstaan als ‘gedeeltelijk zonk; : het na uitschakeling onmiddellijke doorzoeken ervan door ‘Jock’ Neilsons sappeurs was anders niet mogelijk geweest. Het ‘zinken’ van deze boot wordt foutief ook gemeld in http://www.644vgs.org/644history.pdf, 9. Op gepubliceerde RAF-luchtfoto’s van kanaal en rolhefbrug van 6 juni en later is deze vastgelopen Duitse boot noordelijk achter de brug in het kanaal helaas (nog?) nergens te vinden.) De volgboot maakte met loeiende motoren direct rechtsomkeer naar de kust. (S.E.Ambrose, Pegasus Bridge2, 136; N.Hugedé, Le commando du pont Pégase, 146; Cyril Larkin, in: M.Bowman, Terugblik op D-Day, 54; Helmut Römer, in: H.K. von Keusgen, Pegasus-Brücke und Batterie Merville (2014), 153.) De parachutisten bleven er, vergeefs, op schie–ten. De terugweg naar de haven van Ouistreham was op dit moment echter wel afgesneden, sinds het Frans-Britse Commando Nr.4 inmiddels zowel haven als sluizen had ingenomen. (Cf. Commandant [Ph.] Kieffer, De groene baret. Franse commando’s in de tweede Wereldoorlog (Prisma-boeken. Utrecht/Antwerpen, 1966) Verborgen in het ver–laten, moerassige land ten oosten van het kanaal zou de Duitse bemanning van deze tweede boot daarom gedwongen zijn een tiental dagen vóór Oui–streham door te brengen. Toen pas zouden zij zich door honger gedreven aan de Britten overgeven. Hun karige voedsel had die woelige dagen voorname–lijk uit schelpdieren bestaan. (De enige bron hiervoor is N.Hugedé, Le commando du pont Pégase, 146 al spreekt hij hier van een ‘derde boot’ die er niet was.) 
Een intrigerend topgeheim militair inlichtingenbericht verzonden om 09:30 uur (Britse tijd) in de ochtend van 6 juni 1944, wel vanuit Normandië (Ouistreham? Caen? Bénouville?). Het bereikte Engeland diezelfde morgen als een door ULTRA gelezen bericht. Dat zal beduiden dat een Duits militair bericht was gedecodeerd. .Hierin staat:’Ten eerste. Een R-boot gerapporteerd om 09:30 uur ’s ochtends 6e (juni); de Benouville-brug over Caenkanaal in Britse handen, en twee (sic!) zweefvliegtuigen geland. (…)’. Bedoelde men met R-Boot nu een door (een eenheid/eenheden van ) de 6e Luchtlandingsdivisie uit–geschakelde Duitse Raumboot = mijnenveger of toch Vorpostenboot = peiltrawler die zich ca. 09:00 (Brit–se tijd) in het kanaal van Caen vertoonde? Of gaat het in dit bericht om weer een andere boot, c.q. mijnenveger van het 10e Flottielje uit Ouistreham die zich misschien op zee in de buurt van de geallieerde Force S-vloot had bevonden? Maar voor de laatste mogelijkheid is verder geen bewijs voor handen. Waarschijnlijk dan is R BOAT een (Duitse) vergissing voor Vorpostenboot. De vermelde 2 GLIDERS LANDED moet natuurlijk gelezen worden als de drie Horsa’s op landingszone ‘X’ bij de kanaalbrug te Bénouville. Jammer genoeg is geen foto teruggevonden van deze Kriegsmarine-trawler in het kanaal bij Bénouville.
Twee Duitse bemanningsleden van de vastgedraaide peiltrawler, waar–schijnlijk bang voor meer explosies, doken inmiddels op uit het ruim aan achterdek. (Harry Clark in http://www. britisharmedforces.org/ns/ns/nat harry clark.htm, 6; sapper Harry Wheeler in: Remembering D-Day…, in: https://www.connop.com/blog/tag/henley-standard/) Ze klommen –vertwijfeld om genade roepend: ‘Kamerad!, Kamerad!’– de railing over en renden de oostelijke kanaaloever op met de handen in de lucht in de hoop het er levend af te brengen. Enige leden van het 2e Peloton rukten op uit de schuttersputten en loopgraaf om hen gevangen te nemen, anderen, onder wie geniesoldaten, stormden ondertussen het dek op. De zeer jonge, blonde, in een nu beschadigd donker uniform van de Kriegsmarine geklede en ver–dwaasde kapitein van deze Vorpostenboot had er echter niet over gedácht zijn vaartuig te verlaten. Britse soldaten dwongen de achttien- à negentien–jarige Duitser met veel dreigend geschreeuw het dek op en eraf en leidden hem vóór majoor John Howard. In plaats van te salueren, beet de decorum verliezende, jonge nazi de majoor met het zwartgemaakte gezicht onmiddel–lijk in verstaanbaar Engels toe:‘Can I make a telephone call?’. Zijn fel–blauwe ogen flikkerden van woede. Majoor Howard staarde hem rustig in het verbeten gezicht en voegde hem toe:‘Ik dacht het niet!’. (S.E.Ambrose, Pegasus Bridge2, 136; N.Hugedé, Le commando du pont Pégase, 146 laat deze kapitein ten onrechte van de tweede boot komen en deze impertinente vraag stellen.) Evenals tevoren garnizoenscommandant Hans Schmidt in het Engels kapitein John Vaughan verwensingen uit naam van zijn almachtige Führer en allerlei grove beledigingen naar het hoofd had geslingerd, zo reageerde precies eender de jonge scheepskapitein: ‘Jullie Britten zullen weer in zee worden teruggedreven, zodra de Führer hiervan heeft vernomen!’ Het hele 2e Peloton stond de schuimbekkende Duitse ka–pitein te bekijken met onverholen minachting. De neiging om de arrogante jonge nazi een hardhandig lesje te leren was nauwelijks te onderdrukken. Soldaat Harry Clark ramde reeds woedend eenmaal met de kolf van zijn geweer op de schouder van de Duitser. Majoor Howard greep in. Hij gaf ‘Nobby’ Clark opdracht twee krijgsgevangen bemanningsleden (‘Onbescha–digd, Clark!’) naar het hoofdkwartier van de 5e Parachutistenbrigade in Ranville, in het Château du Mariquet over te brengen. (http://www. britisharmedforces.org/ns/ns/nat harry clark.htm, 6) De Duitse kapitein moest als hoger ge–plaatste krijgsgevangene weggevoerd naar Château du Haume, zodat hij door een inlichtingenofficier van de Britse 6e Luchtlandingsdivisie kon worden ondervraagd. 
Château du Haume in Ranville, afgebeeld op een ansichtkaart van vóór de oorlog.(http://villesducalvados.free.fr/01ranville.htm )
Maar dát ging niet zo eenvoudig. De geüniformeerde jongeman sloeg en trapte om zich heen en bleef onderweg vloeken en tieren. Tot zijn Britse begeleiders er schoon genoeg van hadden. Toen kreeg hij touwboeien om armen en benen en werd gekneveld. Vervolgens mocht hij de hele weg naar Ranville hippend als een zakloper afleggen. De vernedering kan voor de jonge nazi-kapitein niet groter zijn geweest. (S.E.Ambrose, Pegasus Bridge2, 136-137) Toen de Britten met hun trio krijgsgevangenen de Ornebrug naderden kwa–men ze onder vuur van Duitse sluipschutters. Allen waren daarom bang ge–worden over te steken. Besloten werd de resterende afstand in één run af te leggen. Ongetwijfeld zal de Duitse nazi-kapitein daarbij hardhandig zijn meegesleurd. Iedereen kwam er ‘onbeschadigd’ (als bevolen) door en soldaat Harry (‘Nobby’) Clark overhandigde zijn Kriegsmarine–tweetal met trots aan een Britse sergeant van de militaire politie in Ranville. Ook de 400 meter terugweg richting kanaal verliep voorspoedig voor hem. (Harry Clark, in: http://www. britisharmedforces.org/ns/ns/nat harry clark.htm, 6; rang en naam van deze nazi-kapitein zijn tot nog toe onbekend gebleven, maar werden ongetwijfeld geregistreerd door inlichtingenofficieren van generaal Gale in Ranville.)
Ondertussen hadden de genisten van ‘Jock’ Neilson, onder wie Claude Lar–kin (Zie het relaas van diens tweelingbroer Cyril Larkin, in: M.Bowman, Terugblik op D-Day, 54), een onder–zoek ingesteld naar de uitrusting en bewapening van de vastgelopen boot. Hij zou toch niet geladen zijn met explosieven bedoeld om er de brug mee te rammen? Iedere Brit herinnerde zich hoe op die manier de Britse marine tij–dens een Commando-raid in het Franse Saint-Nazaire de grote sluis had ver–woest. Toen één van de geniesoldaten dacht een gevonden fles cognac in de overjaszak mee van boord te kunnen smokkelen, bleek hij zich in de ogen van genie-kapitein Neilson te hebben vergist. Zijn chef nam de fles prompt met een ‘Jij bent daar niet oud genoeg voor!’ in beslag. (S.E. Ambrose, Pegasus Bridge2, 137) Sergeant Stanley Taylor van het 7e Parachutistenbataljon die op de noordwestelijke kanaaloever was ingegraven geweest, had meer geluk: hij kon, omdat de Duitse boot met zijn achtersteven tegen die oever aan lag, een gebruikte Kriegsmarine-vlag ervan die in een waterdichte zak was geborgen, bemachtigen. (Later door sgt. Taylor mee naar Engeland genomen waar het object werd geveild door Lockdales op 15-16 maart 2014 te 52 Barrack Square, Martlesham Heath, Ipswich, Suffolk.)
Kriegsmarine-uniformen voor ‘onderofficieren 2e en 3e klassse en zeelieden’, naar geallieerde opgave, februari 1943.(https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/4/45/ONI_JAN_1_Uniforms_and_Insignia_Page_018_German_Navy_Kriegsmarine_WW2_Petty_officers%2C_2nd_and_3rd_class%2C_and_seamen._Sailor_suits%2C_cap%2C_steel_helmet%2C_white_summer_uniform%2C_service_dress%2C_etc._Feb._1943_Field_recognition_No_copyright.jpg)

Matroos op een Vorpostenboot van de Kriegsmarine in uniform. Foto uit 1939. Coll. Bundesarchiv, Bild 101II-MN-1589-23.(https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Bestand:Bundesarchiv_Bild_101II-MN-1589-23,_Marinesoldat.jpg)
Oberleutnant zur See der Reserve Max Gennerich (1913-1990), kapitein op Vorpostenboot Vp 714 van het 7. Vorpostenflottille van de Kriegsmarine.(https://www.tracesofwar.com/persons/14499/Gennerich-Max.htm)
Voorbeeld van een zogenaamde Tellermütze veelal gedragen door Kriegsmarine-matrozen.
Opgedoken verzilverde pollepel van Vorpostenboot Vp 807 ‘Auguste Kämpf’. Onderop het Kriegsmarine-embleem. Deze Vorpostenboot is ten noorden van Vlieland ten ondergegaan en er is naar gedoken. Foto: Dirk Bruin (https://www.flickr.com/photos/dirk_bruin_vlieland/4804589736/in/photostream/)
Authentieke Kriegsmarine-vlag met enige zoomschade van het wapperen vanaf de Duitse Vorpostenboot (peiltrawler) die werd uitgeschakeld aan de noordzijde van de kanaalbrug ter hoogte van Le Port door een PIAT-schot van korporaal Godbold van Compagnie D. Een stempel op de zoom geeft: `L.O.H. KR – FL, 100 X 170`. De vlag bevond zich nog in een waterdichte zak. Voormalig bezit van parachutist–sergeant Stanley Taylor van het 7e Bataljon Lichte Infanterie, Pa–rachutistenregiment. Veilinghuis Lockdales beweerde ten onrechte dat het object uit Ouistrelham (sic) kwam. De boot was Ouistreham al gepasseerd en richting Caen doorgevaren. In Ouistreham bevonden zich ook geen Britse parachutisten van het 7e Bataljon., wél in Le Port en Bénouville. Coll. Lockdales auction (veiling)., 15-16 maart 2014 op 52 Barrack Square, Martlesham Heath in Ipswich, Suffolk, Groot-Brittannië.(https://www.the-saleroom.com/en-gb/auction-catalogues/lockdales/catalogue-id-lo10021/lot-118d5478-171e-4630-b2b5-a42f00e8a700)
Hoofdstuk 142.
6 juni 1944, D-Day, ochtend: Duitsers sturen een jachtbommenwerper laag vliegend en enige kikvorsmannen zwemmend op bezette kanaalbrug af
Om 09:10 uur (Britse tijd) werden reeds acht Britse tanks gesignaleerd rij–dende ten westen van Riva-Bella bij Ouistreham. Hun Duitse tegenhangers stonden toen nog steeds stationnair te draaien. Het verzamelpunt voor de ge–pantserde gevechtswagens en tanks van majoor Hans von Luck nabij Caen was goed genoeg afgedekt door overhangend dik gebladerte en uitgespreide camouflagenetten. Noch geallieerd marinegeschut, noch jachtvliegtuigen of duikbommenwerpers hadden op die manier vat gekregen op deze kolonnes van de Kampfgruppe ‘von Luck’ van de 21e Pantserdivisie. Het hoge bevel tot oprukken van de Duitse tanks was nog altijd níet afgekomen. Hans von Luck was zeer bezorgd. Na overleg met zijn meerderen was besloten niet meer te proberen over de door het Britse 6e Luchtlandingsleger bezette, open velden bij Ranville te trekken, de paratroepen te vernietigen en de Orne- en kanaal–brug te heroveren. En dit was op het hele ‘invasie’-front juist het meest geschikte terrein voor tanks! Als de bruggen nu tenminste konden wor–den herbezet door de Duitsers, zou het 6e Luchtlandingsleger worden geïsoleerd van de geallieerde ‘invasie’-troepen.
Vernietiging van die rolhefbrug zou eveneens effectief zijn. Daarom werd door het hoofdkwartier van generaal Richter van de 716e Infanteriedivisie te Caen opdracht gegeven om in een haven van de stad een bewapende kleine boot te laden met Duitse infanteristen en die het kanaal op te sturen, om twee met zware explosieven uitgeruste kikvorsmannen in de richting van de brug te laten zwemmen alsook een met één kleine bom behangen Focke Wulf 190-jachtbommenwerper te laten opstijgen. (Dit type vliegtuig wordt slechts vermeld in de doorgaans betrouwbare J.Fr.Turner, Invasie ’44. De geschiedenis van D-Day, 326 en door ooggetuige-geniesoldaat Cyril Larkin (toegevoegd aan Compagnie D), in: M.W.Bowman, Terugblik op D-Day, 61. Ook W.Fowler, Pegasus Bridge, 54-55 vermoedt dat het hier een Focke Wulf 190 betrof. Focke Wulfs opereerden die ochtend zeker tegen Marauder-bommenwerpers boven de Normandische kust. In een artikel http://www.D-Day, état des lieux: Pegasus Bridge, 2 wordt in dit geval van de kanaalbrug geheel foutief gesproken over een ‘un Junker 88’, een middelzware Duitse bommenwerper, zonder bron. N.Hugedé spreekt over ‘un Messerschmitt’ en beweert dat majoor Howard het geluid ervan ‘herkende’, in: Le commando du pont Pégase, 163. Majoor Howard zelf bevestigt dit type vliegtuig nergens en spreekt alleen vaag over een fighter-bomber (S.E.Ambrose, Pegasus Bridge2, 137), misleidend zelfs eenmaal over a bomber (J.Howard en P.Howard Bates, The Pegasus Diaries, 135. Voor het optreden van Focke Wulfs op D-Day zie ook German Air Force-Priller and Kurt Tank, in: http://www.ww2incolor.com/german-air-force/Josef+Priller+Kurt+Tank+JG+26.html ) Mogelijk moest dat laatste geschieden vanaf het dichtstbijzijnde vliegveld, Carpiquet, gelegen even ten westen van Caen. Een één mijl lange, smalle startbaan was daar in ieder geval nog intact, on–danks voorafgegane geallieerde bombardementen. Carpiquet nu was thuis-basis voor Foc–ke Wulf Fw 190-G-jachtvliegtuigen van Schlachtgeschwader GS 2. Samen met Focke Wulfs van Schnellkampfgeschwader SKG 10 dat te Poix was ge–stationeerd, viel het onder bevel van de zogenaamde ‘Angriffs-führer Engeland’. Deze jachtvliegtuigen hadden onder meer op kleine schaal doelen in Zuid-Engeland gebombardeerd. (Stephen Ambrose stelt, hoewel zonder bronopgave, dat het Duitse toestel ‘vanaf Caen’ kwam, in Pegasus Bridge2, 137. Volgens BBC-radiocorrespondent Alan Melville die op 2 juli 1944 samen met enige Canadese soldaten van een vooruitgeschoven observatiepost dit vliegveld bij Caen zou bezoeken: ‘Het was goed te bedenken dat er binnen korte tijd Spits (Spitfires) en Typhies (Typhoons) neer zouden zoemen in plaats van Messerschmidts (sic) en Focke Wulfs’. Melville zag hier op dat tijdstip met eigen ogen de intacte startbaan en slechts één eenzaam opgestelde Heinkel 111-bommenwerper, maar geen enkele Focke Wulf 190 of andere Duitse jager.) Mogelijk ook kwam het toestel van de die ochtend bijtijds, om 04:30 uur, gewaarschuwde basis van Jagdgeschwader 2, Cormeilles-en-Vexin, zestig kilometer vanaf de kust gelegen. (Zo vermoedt W.Fowler, Pegasus Bridge, 54. Enkele met één 50 tot 500 kg. zware bom behangen Focke Wulfs 190 A waren zeker gestationeerd ook op het verder weg gelegen vliegveld van Compiègne, waarvoor zie J.Weal, Focke Wulf Fw 190 Aces of the Western Front. Tot omstreeks 10 juni 1944 had de Luftwaffe aan het westelijk front overigens slechts één Gruppe van dergelijke speciale Fw 190-duikbommenwerpers tot haar beschikking voor het bestoken van gronddoelen en deze was daarenboven onderbezet. Daarna was men gedwongen 150 jachtvliegtuigen uit te rusten met bomrekken. Het Duitse JG 2 opereerde op D-Day zeker bij Caen. De Duitse piloot van Focke Wulf 190 A-8 van Stab III van Jagdgeschwader 2 (die al tijdens de Batlle of Britain had gestreden en op 30 december 1942 zijn reeds 60e zege had bereikt), Major Herbert Huppertz, claimde voor 6 juni 1944 vijf overwinningen op geallieerde jachtvliegtuigen ten oosten van Caen en bij Évreux. Huppertz was leidende officier van JG 2/III.Gruppe welke laatste echter, blijkbaar tegen de mening van auteur W.Fowler in, enige dagen vóór D-day uit Cormeilles was vertrokken naar Fontenaye le Comte, ten noorden van La Rochelle. Twee dagen later sneuvelde Herbert Huppertz zelf bij Cintheaux (regio Caen), waarvoor zie: http://www.luftwaffe.cz/huppertz.html, 1-2. Daarmee is niet gezegd dat déze Duitse aas op de brug bij Bénouville had gevlogen. Maar III Gruppe vloog op D-Day absoluut zeker lage interceptievluchten tegen de Brits-Canadese landingen in het gebied van Caen. Op de D-Day-landingen had Jagdgeschwader 2 als geheel en onder bevel van een nieuwe leider, Oberstleutnant Kurt Bühligen, trouwens snel gereageerd. Het voerde vechtpatrouilles uit over het landingsge–bied, vocht in de lucht tegen geallieerde vliegtuigen en boven zee buiten Gold Beach tegen schepen en was o.m. uitgerust met raket-aangedreven mortieren. Zie voor deze gegevens over dit Geschwader: https://en.wikipedia.org/wiki/Jagdgeschwader, 2) Op D-day rond 10.00 uur (Britse tijd) ver–scheen deze ranke Duitse Focke Wulf duikbommenwerper ronkend en zeer laag uit het oosten, met de zon achter zich, aanvliegende vanaf de Orne over de bomen langs brugweg D 514. (Majoor Howard zelf was ooggetuige van de bomaanval. John Frayn Turner, Invasie ’44. De geschiedenis van D-day, 326 laat deze Focke Wulf onterecht verschijnen bij de kanaalbrug in de avond van 6 juni 1944, ca. 20:00 uur (Britse tijd?). Voor de juiste tijd zie: S.E.Ambrose, Pegasus Bridge2, 137; ooggetuige genist Cyril Larkin in M.W.Bowman, Terugblik op D-Day, 61. Larkin vergist zich echter in de datum waarop deze jachtbommenwerper kwam aanvliegen en die hij stelt op D +2. Die datum nu is onmogelijk, want in de zeer vroege ochtend van 7 juni 1944 was Compagnie D ‘Ox and Bucks’ vanaf de kanaalbrug via Ranville naar Hérouvillette en Escoville vertrokken, zie S.E.Ambrose, Pegasus Bridge2, 151; D.Edwards, The Devil’s Own Luck, 60. N.Hugedé, Le commando du pont Pégase, 163 beschrijft één en ander (wederom) geheel fout:’Le Messerschmitt surgit, volant le long du canal au ras des peupliers.’en laat hij het toestel uit het zuiden arriveren. Vanaf begin 1944 tot het einde van de oorlog werden er meer dan 6.500 Focke Wulf Fw190 A8- en F8-versies geleverd. Op vijf externe bevestigingspunten kon een bommenlast van 700 kg worden vervoerd. Het romppantser en de vleugelliggers in het gebied van het hoofdlandingsgestel werden versterkt, anders kwam de F8 overeen met de vroegere A8-gevechtsvliegtuigversie. Na de start van de massaproductie werd op de F8 een nieuwe propeller met houten bladen en een bolvormige kap met versterkte kopbescherming geïnstalleerd, cf. https://www.3djake.nl/revell/focke-wulf-fw190-f-8. Voor de geschiedenis van het toestel, zie b.v. https://nl.wikipedia.org/wiki/Focke-Wulf_Fw_190. In het voorjaar van 2004 werd het wrak van een Duitse Focke Wulf ontdekt bij Ouilly-du-Houley, arrondissement Lisieux, niet ver van Caen. Sommige lokale bewoners herinnerden zich deze crash uit de oorlogsperidoe nog. Bij het wrak lag het skelet van de piloot, resten van een parachute, een insigne en een revolver, cf. https://www.news24.com/news24/ww-ii-focke-wulf-wreck-found-20040526.) 
Kortneuzige Focke Wulf Fw 190/F8 (sinds 1944) met enige kleine bommen (totaal: tot 700 kg.) onder romp en vleugels behangen. In plaats van een kleine bom kon er een extra brandstoftank onder hangen. Cover art van 1:32–modelbouwdoos Revell Nr. 5517 (2001).(https://www.scalemates.com/kits/revell-5517-focke-wulf-fw-190f-8–1119125)
Focke Wulf Fw 190A-8 van piloot Oberleutnant Hans Dortenmann (23 jr.), vliegeraas en Staffelkapitän bij III. Gruppe/Jagdgeschwader 54. Hij was bevelvoerder van 2.Staffel, tijdelijk onder bevel van III. Gruppe in Frankrijk in de zomer van 1944. Onder het toestel genaamd Hascherl 1 hangt geen bom, maar een afwerpbare brandstoftank. De basis was Villacoublay.Voor de zegevierende jonge piloot (38 kills), zie: https://www.starduststudios.com/hans-dortenmann.html.(Foto bewerkt naar: https://www.asisbiz.com/il2/Fw-190A/JG54/pages/Focke-Wulf-Fw-190A8-12.JG54-(R1+I)-Hans-Dortenmann-Villacoublay-France-1944-0B.html)
Later type, langneuzige Focke Wulf 190 D (Dora) 9-jachtbommenwerper, ook uit 1944. Dit bevatte een Junkers Jumo 213A-motor die eigenlijk was bedacht voor bommenwerpers.
Britse manschappen bij de kanaalbrug doken in dekking in de kleine bunker, de toegangen van onderaardse Gruppenunterstände, in zelfgegraven putjes en in Duitse loopgraven. Van daaruit loerden de Britten naar het kleine vij–andelijke toestel dat pal vóór de brug, op zo’n 200 meter van zijn doel zijn bom afwierp. Het explosief zweefde bijna horizontaal naar beneden, scheer–de rakelings over de bovenbouw en raakte de noordelijke hefarm op een las–stuk bovenaan met een metalige klap, ketste nog intact terug tegen de noor–delijke brugleuning en … plonste vervolgens intact in het kanaalwater. How–ard had spontaan bewondering opgevat voor het ‘prachtige schot’ van de Duitse piloot, maar was tegelijkertijd zéer opgelucht dat het explosief een blindganger was. (S.E. Ambrose, Pegasus Bridge2,137-138 naar majoor Howard; summier W.Fowler, Pegasus Bridge, 54; D.E.Edwards, The Devil’s Own Luck, 50-51; 235, n.3 (geen ooggetuige). N.Hugedé laat het toestel (‘Messerschmitt’) evenals auteur S.E. Ambrose onverklaard uit de zuidelijke richting van Caen komen, maar dan scherend over het kanaal. Alleen bij deze Franse auteur vindt men het gegeven dat de betreffende Duitse piloot (naam niet vermeld) een ‘aas’ betrof met 23 zeges op zijn naam en die daarom voor deze precisiemissie zou zijn aangezocht. Er wordt (wederom) geen voor bron gegeven. Specialist John Weal noemt in zijn Focke Wulf Fw 190 Aces of the Western Front een Kapitän Horst Sternberg van 5. Gruppe/JG 26 als een ‘aas’ met 23 scores, maar die piloot werd reeds in februari 1944 ‘een slachtoffer’ van Amerikaanse P-47’s. Of de man overleefde en opnieuw inzetbaar was is mij onbekend.) De Focke Wulf raasde verder en keerde niet weerom. In de hefarm van de brug bleef een flinke deuk achter. (Tot op de dag van vandaag is de beschadiging te zien op de authentieke brug die staat opgesteld achter het Musée Mémorial Pégasus te Bénouville. Het nieuws over dit bombarderen van de brug was op D-Day ook bekend geworden bij een medische post in Hermanville, zie medic Jim Wisewell, in: http://www.warchronicle.com/british 3rd division/soldierstories wwii/wisewell letter.htm, 3: ‘It was a noisy night (sic; lees: morning) for the Luftwaffe ventured out after dark and tried to bomb the two bridges, river and canal at Benouville. And artillery barrages continued.’ )
Focke Wulf Fw 190/F-8 dropt kleine bom.Cover art van Derendo’s (bewerkt) naar 1:72-modelbouwdoos Revell nr.03898. (Naar: https://www.3djake.nl/revell/focke-wulf-fw190-f-8)
|
|
|
|
Ondertussen had de vonkende bom toch allerlei materialen op de brug in vlam en vonken gezet die door aanwezige soldaten moesten worden ge–doofd. De Schotse kapitein ‘Jock’ Neilson, commandant van het peloton geniesoldaten en zelf aanwezig bij de kanaalbrug, begon te twijfelen over het effect van de bominslag en stapte voor overleg met majoor Howard naar de commandobunker. Het brugmechanisme zou door die blindganger tóch be–schadigd kunnen zijn. Neilson klom persoonlijk in de hoge cabine achterop de brug naar de machinekamer. Machine–instructie had hij al eerder gehad van de reguliere brugwachter, Auguste Niepceron.
Toen deze daarbij nog niet naar huis was teruggekeerd van zijn uitleg, was zijn tienerzoon René hem gevolgd naar de kanaalbrug waar een Duitse sluip–schutterskogel rakelings over diens hoofd was gevlogen. Een tweede was gevolgd die de brug trof. René was uit alle macht gebogen doorgerend over de brug en was aan één been ter dekking in de noordoostelijke loopgraaf ge–trokken door een Britse soldaat. Het gerichte geweervuur scheen vanaf het verhoogde plateau achter café Gondrée vandaan te zijn gekomen. De jongen was op onderzoek uit gegaan in die loopgraaf en had een Duits ‘wachtver-blijf’ betreden: het stenen pand waar de gevluchte Unteroffizier Riet eerder had verbleven. René had er diverse soorten ammunitie en veel voedsel, blikken en vaten conserven gevonden. Dat hadden zijn ouders goed kunnen gebruiken!
Het lukte kapitein Neilson, dankzij monsieur Niepceron, het brugdek op te heffen. Enkele soldaten in de loopgraaf konden gesneer niet laten en joelden naar boven:‘Kapitein, U laat ons hier toch niet gestrand bij de Moffen ach–ter?!’ Het brugdekte zakte weer. ‘Jock’ Neilson herhaalde het procédé en–kele malen om zeker te zijn en keerde toen terug. (Schriftelijke mededeling van kapt. Neilson aan Denis Edwards, in: D.E.Edwards, The Devil’s Own Luck, 235, n.3)
De authentieke rolhefbrug bij Bénouville geopend, hier op een luchtfoto uit de vroege jaren ’50. Linksboven: kerk-dorp Le Port. Vanuit die kerktoren hield een dozijn jonge Duitse scherpschutters alsook later een eenzame scherp-schutter lange tijd de brug onder schot op D-Day. Linksonder in hoek: café Gondrée en rechts er tegenover onder de eerste bomen: café Picot, een oud vakwerkgebouw.Het laatste is verdwenen en vervangen door het moderne pand Les trois planeurs; de oude brug werd weggetakeld in 1994. En vervangen door een zelfde model met langer brugdek en en hogere machinekamer. Aan de brugweg rechtsonder is nog de platte, lage Duitse bunker te zien die was gevormd uit de voormalige kelder onder de dienstwoning van dhr.Niepceron, brugwachter uit de oorlogsperiode
Een weinig nadien werden door enige op de westelijke oever ingegraven parachutisten twee Duitse kikvorsmannen (Kampfschwimmer) van een on-bekend gebleven eenheid (behorende bij een genie-eenheid uit Caen of K-Verbände die in Italië hadden getraind?) in noordelijke richting zwemmend en luchtbellen borrelend in het kanaalwater ontdekt. Die Duitsers droegen explosieven met zich mee waarmee de kanaalbrug diende te worden be–schadigd. Talloze schoten uit Britse Lee Enfield-geweren en stenguns maak–ten prompt een einde aan hun bedreiging en…hun leven. (J.Keegan, Six Armies in Normandy, 191 : ‘[the bridges] Jealously protected ever since from attack -and the Germans had constantly struck against them with aircraft and even once with frogmen…’ ; S.E.Ambrose, Pegasus Bridge2, 138; ); J.Howard en P.Howard Bates, The Pegasus Diaries, 136. Volgens N.Hugedé, Le commando du pont Pégase, 162-163 ging het om ‘une canonnière allemande (…) escortée par deux canots à moteur, emportant à bord des hommes-grenouilles.’ Hij combineerde gegevens volkomen onjuist en naar eigen fantasie. Voor de operationele inzet van Duitse militaire kikvorsmannen na D-Day 1944 zie: https://weaponsandwarfare.com/2020/08/05/german-frogmen-in-action-i/; lemma Kampfschwimmer (Kriegsmarine) in Wikipedia en artikel Frosch im Sand. Bundesmarine, in: Der Spiegel 14/1966 = http://www.spiegel.de/spiegel/print/d-46266224.html, 1-2. De eerste operationele inzet zou volgens beide laatste pas op 22/23 juni in het Orne-Kanal zijn om ‘twee bruggen over de Orne’ te vernielen met tien zwemmers vanuit de basis van M.E.K. 60 bij Merville o.l.v. Hans-Friedrich Prinzhorn. Er bleven voor die inzet zes kikvorsmannen over voor het vervoer van twee torpedo’s van 800 kg. gewicht. Volgens het Wikipedia-artikel (pp.5-6) zou het gaan om ‘Pont de Ranville (sic!)’ (besser bekannt unter dem Namen Pegasusbrücke über den Orne-Kanal) sowie die Flussbrücke ‘Pont d’Heronville (sic!)’ (Horsabrücke) bei Ranville.’ Aanvallen op beide door Duitse vliegtuigen en genietroepen zouden namelijk misgelopen zijn. De verkeerde brug over de Orne werd echter opgeblazen. De gebruikte misleidende topografische benamingen werken verwarring in de hand, maar de duikersaanval op 6 juni 1944 (D-Day) op de kanaalbrug staat níet in deze bronnen vermeld en evenmin in: https://weaponsandwarfare.com/2019/04/09/the-meks-marineeinsatzkommandos-german-naval-sabotage-units-i/. Voor Duitse kikvorsmannen tegen brug van Nijmegen zie b.v. https://europeremembers.com/audiospot/16-german-frogmen-beleaguer-the-bridges/) 
Duitse Kampfschwimmer gaan te water in een rivier.(https://weaponsandwarfare.com/2020/08/05/german-frogmen-in-action-ii/)

Duitse Kampfschwimmer van een Marine Einsatz Kommando (MEK).(https://weaponsandwarfare.com/2020/08/05/german-frogmen-in-action-i/.)
Hoofdstuk 143.
6 juni 1944 (D-Day), ochtend: Duitse Pantserdivisies in Ornegebied krijgen eerste bevelen
Veldmaarschalk Rommel in Duitsland ingelicht over de ‘invasie’
Intussen was generaal Eisenhowers officiële, maar sobere bericht over de aanvang van D-Day en ‘de Invasie’ de wereld ingezonden. Rusland rea–geerde om politiek-propagandistische reden nog níet op dit bericht, ofschoon juist haar leider Stalin lang had aangedrongen op dergelijke, onmisbare mili–taire hulp. Zoals de Sovjet-Russische regering trouwens bleef zwijgen over de niet onaanzienlijke Amerikaans-Britse militaire leveranties aan het land van tanks, vrachtwagens (ca. 400.000 stuks!), jeeps, brandstof en andere voorraden aan de voormalige bondgenoot van Hitler. Geallieerde zeekon–vooien die daartoe over de noordelijke poolroute voeren, moesten ook aan–zienlijke verliezen lijden.
De 12e SS-Pantserdivisie ‘Hitlerjugend’, onderdeel van de Waffen-SS, kreeg tezelfdertijd bevel zich te gaan verzamelen in het gebied Bernay-Lisieux-Vi–moutiers, goed ten oosten van de Orne. In de Orne-sector zelf kreeg gene–raal-majoor Edgar Feuchtinger zijn eerste operationele bevel van generaal Marcks van het 84e Legerkorps: ‘Ga, zoals ik u eerder heb voorgesteld, naar het noorden en noordwesten van Caen met eenheden van de 21e Pantserdivi–sie!’. De penibele situatie tussen Caen en Bayeux moest worden hersteld. Feuchtinger kon er echter, na het lange wachten, niet blij mee zijn. Dit hield namelijk in dat hij de Kampfgruppe ‘von Luck’ die hij reeds op weg had gestuurd naar het noorden van Caen langs het oostelijke oevergebied, nu weer terug moest halen en omleiden naar het gebied ten westen van het Caen-kanaal. Die Kampfgruppe moest zich daarna aansluiten bij de hoofd–macht van de 21e Pantserdivisie die was gestart vanaf Falaise, zo’n kilometer of 20 ten zuiden van Caen. Maar niet waren de lange kolonnes gepantserde wagens hiervan uit dat gebied vertrokken of geallieerde jagers, duikbom–menwerpers en vlootgeschut namen hen onder een moordend vuur. Hun tempo lag daardoor uiterst laag, zij leden verliezen en schade. Erwin Rom–mel had voor dit gevaar meermaals, maar tevergeefs, gewaarschuwd. Zijn meerderen, ‘de heren uit het Oosten’, hadden geen weet gehad van verwoestend geallieerd luchtoverwicht. Alle Duitse hoofdkwartieren waren bovendien op het verkeerde been gezet door een inlichting van de Kriegs–marine dat het geallieerde vlootgeschut 15-20 km ver zou kunnen schieten. Het bleek echter een afstand van 30 km. te kunnen overbruggen.
Om 10:15 uur werd de veldmaarschalk in Herrlingen eindelijk door gene–raal-majoor Hans Speidel van het hoofdkwartier van Legergroep B ingelicht over de landingen in Normandië. ‘Wat stom van mij, wat stom…’, hoorde zijn zestienjarige zoon Manfred diens vader nog tamelijk emotieloos mom–pelen aan de telefoon. Rommels vrouw Lucy had haar verjaardagscadeau, een paar Franse schoenen, reeds ontvangen. De veldmaarschalk maakte vervolgens een gespannen, sombere indruk en leek besluiteloos te zijn over het tijdstip voor zijn terugkeer. Hij nam tenslotte toch afscheid van jarige vrouw en zoon en liet zich in vliegende vaart in de open Horch-stafwagen naar zijn hoofdkwartier La Roche Guyon aan de Seine terugrijden. (C.d’Este, Eisenhower, [530]:’Only minutes before Butcher answered the phone at SHAEF, Field Marshal Erwin Rommel was summoned to the telephone by the family maid at his home in Herrlingen to learn from his chief of staff, Lt. Gen. Hans Speidel, that the Allies had invaded.’ D’Este schreef daarvóór dat Butcher werd gebeld om 06:30 ‘s morgens, Britse tijd. In Herrlingen zou het dan één uur vroeger zijn geweest. Het tijdstip dat auteur d’Este opgeeft voor Speidels telefoontje naar Rommel is echter veel te vroeg.
Hoofdstuk 144.
6 juni 1944 (D-Day), ochtend: Kanaalbrug onder Duits vuur
Wally Parr zet ‘zijn’ kanon in
Nu Duitse voorhoedetroepen van Kampfgruppe Rauch van de 21e Pantser–divisie tot bij het château-park aan het kanaal waren gekomen, begonnen zij hun nauwkeurig te richten Nebelwerfer, in dit geval door majoor Becker op een halfrupschassis gemonteerde, meerbuizige raket–werpers, in te zetten tegen de oostelijke oever bij de kanaalbrug. Deze pantserwagens werden gedekt opgesteld onder geboomte van het park bij de kraamkliniek. Mede door hun angstaanjagende, jankende geluid voor de Britten onwelkome wa–pens behoorden eigenlijk tot het 125e Pantsergrenadierregiment van majoor von Luck, maar waren voor deze gelegenheid aan de gevechtsgroep van Rauch toegevoegd. Na het overgieren van de vlammende Nebelwerfer-ra–ketten die de Britten vanwege hun jankende giertonen ‘Moaning Minnies’ plachten te noemen, regende het verpreide inslagen op de oostelijke oever. Majoor Becker van die Duitse eenheid zweepte zijn mannen luid schreeuw–end op bij het herladen van de raketbuizen. Tussendoor werden mortieren afgevuurd. Compagnie D dook ineen in de gedekte en open stellingen. Som–migen op de kanaaloever nabij de brug, anderen verderop in een boomgaard. (Boomgaarden zijn op luchtfoto’s te zien op de noordwestelijke kanaaloever achter de behuizing. Voor hun vermelding zie veteraan-sapper Harry Wheeler, in: Remembering D-Day…, in: https://www.connop.com/blog/tag/henley-standard/) Een toevallige voltreffer evenwel zou niet te overleven zijn. Raketten die vlakbij ingegraven mannen van Compagnie D insloegen bezorgden ho–pen zand in ogen en oren, een hoofd vol ‘klinkende klokken’ en zuurstof kon tijdelijk uit de longen weggezogen worden. (Voor de effecten van dergelijke ‘Minnies’ zie b.v. http://www.angelfire.com/scarry/richi/charnwood/2.pdf, 27-28 (brontekst). Niet alleen voor de Britse luchtlandingssoldaten, ook voor de Duitse schutters zelf kon een dergelijk gecombineerd vuur een vreselijk oordeel zijn, zoals voor 18 september 1944 een ervaren zestienjarige Nederlandse Waffen-SS-Sturmmann in Arnhem getuigde:’Het was hier een heksenketel waarvan je op afstand al gek werd. Het ergste vond ik de gierende granaatwerpers. Ik dacht dat mijn trommelvliezen zouden scheuren van het hoge jankende geluid en onwillekeurig trok ik iedere keer mijn hoofd tussen mijn schouders. Mortieren er tussendoor, het leek het einde der tijden.’)
In een korte vuurpauze sprong Wally Parr uit zijn dekking en sprintte naar de commandopost in de lage bunker naast de brugoprit. Vanuit de kanons–stelling had hij even tevoren aan de zuidwestelijke overzijde van het kanaal ‘beweging’ waargenomen op het trapje dat naar de top van de watertoren liep. Hij vroeg Howard permissie om er met het kanon op te schieten, ‘….want daar zou een waarnemingspost voor die ‘Minnies’ kunnen zitten, sir!’. (Parr schoot niet op de ‘kerktoren’ zoals Cyril Larkin zich meende te herinneren, in M.Bowman, Terugblik op D-Day, 54. Die kerk staat in Le Port en tussen de toren en het kanon staat een brug met bovenbouw. Larkin (of zijn interviewer?) is in de war of met het PIAT-schot dat op die kerktoren werd afgegeven door parachutist Killeen ter plaatse of eerder met de watertoren van Bénouville.) Het mócht. Parr stoof bukkend terug naar zijn betonnen stelling en sprong erin tussen zijn maten. Nu hij officieel toestemming had gekregen voor het gebruik van het Duitse stuk 5 cm.-geschut met het in slordige vegen camouflage-aardkleuren beschilderde pantserscherm, zouden plechtig–begeleidende woorden bij het afschieten niet misstaan. (Het kaliber van dit kanon wordt in de literatuur verschillend weergegeven. De Duitsers rekenen daarbij in centimeters, de geallieerden in millimeters. Volgens een Brits inlichtingenrapport was het ‘mogelijk minder dan 50 mm’ (S.E.Ambrose, Pegasus Bridge2, 184: ‘and possibly two A Tk guns of less than 50 mm cal.’); majoor Howard zelf noemde het een 5 cm-gun in The Pegasus Diaries overenkomend met H.K. von Keusgen, Pegasus-Brücke und Batterie Merville (2014), 84 die het 5 cm.-kaliber zou hebben kunnen checken bij Helmut Römer en Erwin Sauer. W.G.Ramsey (ed.), D-Day. Then and Now, vol.1, 230 (bijschrift bij foto) houdt het op ‘3.7 cm anti-tank gun’. W.Fowler, Pegasus Bridge, 54 beweert geheel ten onrechte dat het 75 mm. betreft.) Luidruchtig soldaat Parr brulde tot de maten Gray en Bailey die het stuk hadden leren bedienen: ‘Kanon num–mer één!’ ‘Kanon nummer één! Zevenhonderd, één ronde!’ Zowel gespan–nen Duitsers aan de zuidwestelijke overzijde als geamuseerde Britten ston–den verwonderd toe te kijken. Majoor Howard die in de bunker door het schietgat stond te loeren, gromde tegen zijn verbindingsman, Edward Tappenden: ’Nummer één?Van wat? Wat lult-ie nou? Er staat maar één zo’n ding in de buurt!’ Parr genoot van zichzelf: ‘Kanon nummer één! Vijf graden rechts!’ Zijn stentorstem en cockney-accent droegen ver over het water, nu Duitse geweren, mitrailleurs, Nebelwerfer–raketten en mortiergranaten toevallig gelijktijdig zwegen. ‘Kanon nummer één! Klaar voor vuren!’De maten in de put namen een en ander zéér serieus. –‘Kanon nummer één! VUUR!’ ‘Bill’ Bailey drukte de vuurknop in. Een enorme knal volgde, een grote stof- en rookwolk steeg op uit de Tobruk-put. Een seconde later volgde een enorme klap bovenin de ronde, paddestoelvormige watertoren. Aan twee zijden be–gonnen waterstromen uit de torenbovenbouw te gutsen. De pantserdoorbo-rende granaat was er dwars doorheen gegaan, maar was níet gedetoneerd. Britse soldaten joelden en klapten, rode baretten vlogen de lucht in. Parr was de man. De toren als zodanig stond nog. Het was Wally Parrs eer te na. Nóg een schot volgde. Nog méér water klotste uit de watertoren. Meer kanons-schoten knalden. Maar de toren als zodanig stond nóg. Het gevaarlijke Duit–se geschutsvuur bij de brug nam níet af. Majoor Howard blies ‘Operatie Wa–tertoren’ af. Hij had trouwens een hekel aan ‘die pokkeherrie’. (S.E.Ambrose, Pegasus Bridge2, 138-139; W.Fowler, Pegasus Bridge, 53; B.Parr, “What d’ya do in the war, Dad?”, 48-49 ) Beide gewonde luitenants Smith en Wood werden later die morgen van 6 juni voor de veiligheid overgebracht naar de met rode kruizen gemerkte Regimental Aid Post in Ranville die later eveneens laf en wederrechtelijk door fanatieke Duit–se sluipschutters werd beschoten, zodat een vervolgreis nodig was.
Hoofdstuk 145.
6 juni 1944 (D-day) ochtend: Lotgevallen van bedreigde Britse parachutisten in Bénouville en le Port
Intussen bleef majoors Nigel Taylors toch al onderbezette Compagnie A de enige van het 7e Parachutistenbataljon in Bénouville, terwijl de vijandige te–genstand uit zuidelijke richting vandaan heftiger werd. De Duitsers van de 21e Pantserdivisie onder leiding van majoor Becker behoorden tot de 8e Grenadierscompagnie met zware wapens, 2e Bataljon, 192e Pantsergre–nadiersregiment van Kampfgruppe ‘Rauch’, onder wie luitenant Hans Höller met zijn sectie 75 mm. gemechaniseerd anti-tankgeschut. Westelijk achter het dorp opereerden tevens militairen van de 716e Infanteriedivisie. Majoor Taylor kon weinig anders doen dan de zuidelijkste delen van Bénouville vrijgeven en gedeeltelijk terugtrekken op een nieuwe verdedigingslinie. Maar de onderbezette eenheid lichtbewapende Britse parachutisten bleef zó felle tegenstand uit de huizen bieden, dat de luitenant Höller die zijn sectie geschut leidde, teleurgesteld moest concluderen dat de uitgang van het dorp naar de brugweg en naar de kust nog steeds niet bereikt kon worden. Hij wachtte vergeefs op de komst van eigen tanks van Kampfgruppe ‘Rauch’. (A.McKee, De slag om Normandië, 61. Uit het verslag van lt.Höller blijkt dat hij niet wist wélke ‘sterke eenheid parachutisten’ hij tegenover zich had.)
De twee compagnieën van het Britse 7e Parachutistenbataljon in Le Port gaven ook enig terrein prijs. Tot nu toe waren het ‘slechts’ vooruitsluipende Duitse infanteristen, granaatinslagen van mortieren, gemechaniseerd geschut en de nauwkeurig gerichte, demoraliserende ‘Moaning Minnies’ geweest waar het 7e Bataljon in Bénouville mee te maken had gehad, maar rond 10: 30 uur (Britse tijd) verscheen inderdaad vanuit het zuiden, vanuit richting Caen, de eerste van drie PzKw Mk.IV-tanks van de 21e Pantserdivisie, on-dersteund door vuur van verderweg opgesteld gemechaniseerd geschut op rupsbanden. Veel para’s zaten in huizen langs de weg die langs château-poort en -park liep. Majoor Nigel Taylor van het 7e had nog geen moge–lijkheid per radio contact te maken met zijn bataljon. Hij stuurde nu zijn compagnieshoofdkwatier een Duitse, zigzag-verlopende loopgraaf langs de weg in, enige tientallen meters ten noorden van de Carrefour de la Mater–nité. Zouden de Duitsers huis voor huis aan puin gaan schieten in Bénou–ville? Maar daarmee zouden zij ook de voor hen noodzakelijke doorgangs–wegen kunnen blokkeren… De drie tanks rolden langzaam, ratelend verder. om halt te houden bij de poort van het Château. (Nabij de huidige Avenue de Caen. Ik neem aan dat deze Duitse tanks algemeen voorkomende Mk.IV’s waren, werkpaarden van de 21e Pantserdivisie. Andere bronnen (geen ooggetuigen) geven als type tank de zwaardere Panther ( http://www.inmemories.com/Cemeteries/benouville.htm) of zelfs de Tiger (https://wiganworld.co.uk/album/photo.php?opt=6&id=7589&gallery=Thomas+Killeen&page=1). Dat deze typen aanwezig zouden zijn geweest in het dorp op dat vroege tijdstip is hoogst onwaarschijnlijk. Ik volg liever majoor Nigel Taylors verslag in N.Barber, The Pegasus and Orne Bridges, 182-183 die geen opvallend zware tanks vermeld.) Eén tank vuurde en schot af dat een muur langs de weg raakte. Nadat majoor Taylor zijn PIAT-schutter had geïnstrueerd vuur in te houden tot deze voor–ste tank zeer nabij was en hij het vuurbevel had gegeven, bleek na afvuren op een meter of veertig om een hoek van een muur dat de vuurbuis te veel was verbogen. Een droge klik was alwat het wapen voortbracht. Op slechts een meter of vijf van de loopgraaf af stond de tank…. 
Bénouville, 6 juni 1944: een weigerende PIAT tegenover een Duitse geschutswagen (hier géen PzKpw IV). Reenactment ten bate van een TV-uitzending over D-Day van zender National Geographic, begin juni 2021.
De Britse PIAT-schutter vloekte hartgrondig. Zijn positie was echter niet gezien. De voorste tank liet de loop zakken. Men vuurde één granaat naar het einde van de Britse parachutistenposities aan de doorgaande weg waar mogelijk beweging was geconstateerd. Voor de ogen van zijn maten snelde nu volkomen onverwacht vanachter een muur één der parachutisten van Compagnie A geheel alléén op die tank af. De 20-jarige korporaal Michael (‘Mick’) John McGee, afkomstig uit het Schotse Aughnacloy, had zijn brengun gegrepen, liep midden over de weg –fully exposed– op het drietal tanks af en vuurde ondertussen vanaf de heup. Toen het eerste gebogen magazijn geleegd was, wierp hij het op het wegdek en duwde er kalm een tweede in. De luide inslagen van zijn kogels op de voorste tank werden door iedereen gehoord. De tankbestuurder sloot gehaast zijn vizierluikje met als gevolg dat hij nu blind was voor elk zicht van voren. 
Private Michael John McGee (DCM) (http://www.inmemories.com/Cemeteries/benouville.htm)
Korporaal Thomas (‘Tommy’) Killeen zag daarop zijn kans schoon. Hij begon langs de weg te rennen en haalde ondertussen twee No.82 Gammon-kleefbommen uit de zakken van zijn gevechtsjas. (N.Barber, The Pegasus and Orne Bridges, 183 stelt dat er twee parachutisten soldaat McGee volgden. Soms wordt de incorrecte spelling Killean aangetroffen. Voor de correcte zie: https://www.wiganworld.co.uk/album/photo.php?opt=6&id=7589&gallery=Thomas+Killeen&offset=0.) Hij wierp de eerste bom die de tank raakte tussen romp en geschutstoren. De kleefbom explodeerde met een geweldige, vuur–uitbarstende klap en sloeg de geschutstoren een eind uit zijn bevestiging. Killeen wierp zijn tweede kleefbom die te kort voor de volgtank viel, daarentegen pal naast een rupsband ervan. Na de krachtige explosie lag die band eraf. De tankbeman–ning bleek nog bij kennis te zijn en besloot terug te draaien. Het potsierlijke resultaat bestond –wegens alle voortdrijving op slechts één rupsband– uit ronddraaiende bewegingen. De Duitsers kropen wanhopig uit hun gestrande, geblindeerde voertuig.

Private Thomas (Tommy’’) Killeen (https://www.wiganworld.co.uk/album/photo.php?opt=6&id=7589&gallery=Thomas+Killeen&offset=0)
Op de weg wachtte Michael McGee met zijn brengun. De tankbemanning overleefde diens salvo’s niet. De andere Duitse voertuigen trokken zich voorlopig terug. Behalve de viersprong leidend naar Le Port en de kanaal–brug, was ook deze tweede doorgangsweg van Bénouville voorlopig effec–tief geblokkeerd voor Duitse ‘schwere Waffen’ vanuit het zuiden. Maar het duurde niet lang vóór volgend mobiel geschut op de door de Britten bezette huizen langs de weg begon te vuren waarna vijandelijke infanteristen naar voren drongen. Taylor moest zich terugtrekken. Omdat verbindingen met zijn hoofdkwartier aan de oever ontbraken, liet de para-majoor via een koe–rier aan commandant Pine-Coffin van het 7e Bataljon op de westelijke ka–naaloever bij Le Port berichten dat de doorgangsweg naast het château nu weliswaar was versperd, maar dat hij nog maar dertig, meest gewonde man–nen in de strijd had. En Duitse infanterie begon er op te rukken! (N.Barber, The Pegasus and Orne Bridges, 184)
Hoofdstuk 146.
6 juni 1944 (D-Day), latere ochtend: Drietal airborne-generaals keren terug naar Ranville
Pelotons van Compagnie D ‘Ox and Bucks’ moeten parachu–tisten ondersteunen
Het bevelhebbersoverleg tussen Gale, Kindersley en Poett bij de toegang tot Bénouville werd beëindigd. Gale en Kindersley keerden terug naar Ranville waarzij in het château ter plaatse een hoofdkwartier hadden. Het was duide–lijk dat majoor Taylor en zijn Compagnie A het zonder hulp niet lang meer zouden kunnen uithouden tegen de opdringende Duitse grenadiers en hun geschut. Majoor Howard moest daarom één peloton van hem aan het 7e Ba–taljon van Pine-Coffin leveren. Compagnie D ‘Ox and Bucks’ protesteerde hevig: was hun werk niet al geleverd die nacht? Majoor Howard had begrip voor hun ongenoegen, maar was onvermurwbaar. De missie: beide bruggen moesten worden ingenomen én gehouden. Hij selecteerde het 1e Peloton (25 Platoon) nu onder bevel van korporaal Joe Caine om naast de parachutis–tencompagnie van majoor Taylor defensieve stellingen binnenin Bénouville in te nemen. Als achterhoede op de westelijke oever plaatste hij de 5e en 6e Pelotons van luitenants Henry John (‘Tod’) Sweeney en Dennis Fox. De twee luitenants liepen daarna mokkend een stuk de weg op naar Le Port en zetten zich neer bij een heg.
Om ca. 11:00 uur (Britse tijd) was luitenant Richard (‘Sweeney’) Todd van Pine Coffin’s hoofdkwartier na de gelukkige uitschakeling van het dozijn jonge Duitse scherpschutters in de kerktoren door Tommy Killeen toevallig vanuit Le Port in de richting van Bénouville gelopen. Hij herkende op af–stand het gezicht met de scherpe neus en martiale snor van naamgenoot ‘Tod’ Sweeney die hij immers een week tevoren op vliegveld Tarrant Rush–ton had ontmoet. Vanachter de heg waartegen Fox en Sweeney zaten te wachten op de dingen die zouden komen, stak acteur-inlichtingenofficier Todd plotseling zijn besnorde neus tussen het gebladerte en zei tegen Swee–ney:‘Ik zei toch dat ik je zou zien op D-Day!’. Vóór de verraste Sweeney kon reageren, was de andere Todd al weer zuidelijk op weg naar Bénouville.

Lieutenant (na de oorlog: Colonel) Henry John (‘Tod’) Sweeney (MC) (1919-2001); compagniesfoto december 1943. 
Acteur en verbindingsofficierluitenant Richard (‘Sweeney’) Todd, 7e Parachutistenbataljon,6e Luchtlandingsdivisie..(https://nl.pinterest.com/pin/5981411983788003/)
Ondertussen was majoor Nigel Taylor in het dorp zwaar getroffen door een granaatsplinter in zijn dijbeen. Een pijnlijke, gapende wond was het gevolg, maar Taylor had zich moeizaam een paar trappen op gewerkt en zich halfliggend op de tweede verdieping van een huis aan de doorgangsweg geïnstalleerd. Luitenant Todd hoorde Taylor evenzogoed luide bevelen over de straat brullen en zijn mannen moed toeroepen vanuit het raam zonder vensterglas. De para’s van de geïsoleerde Compagnie A van Taylor kregen geen tel rust. Van huis tot huis werd met infiltrerende, meest jonge Duitse pantsergrenadiers fel gevochten. De vijand werd weer verdreven uit door hem tijdelijk heroverde gebouwen, ondanks het gemis bij de Britse parachu–tisten aan vooral lichte machinegeweren, mortieren en radio’s die al bij de droppingen zoek waren geraakt.
De ‘frisse’ inzet van korporaal Joe Caine’s peloton van Compagnie D had de doodvermoeide parachutisten zichtbaar opgemonterd. Ergens op een veldje aan de rand van het dorp leek een houten sekreetje te staan waarin een Nor–mandische boer zijn behoefte kon doen. Pelotonscommandant Caine moest tijdens de strijd hoognodig, dacht geen twee keer na en beval Jack Bailey hem te dekken. Zo vlug Caine naar het primitieve toilet was gesprint, was hij weer terug. In het hutje bevond zich geen gat in de grond, maar slechts een smerige, kwalijk riekende en overstroomde emmer. ‘Dát kan ik niet aanzien!’, had de anders zo flegmatieke, dappere en onverstoorbare Caine met afkeurende mimiek gehuiverd. Een élite-luchtlandingssoldaat verslagen door een emmer stront. (S.E.Ambrose, Pegasus Bridge2, 140 die de naam foutief weergeeft als korporaal Joe Kane en N.Barber, The Pegasus and Orne Bridges, 306, Ch.11 n.27 met de juiste spelling.)

Corporal Joe (‘Cobbler’) Caine
De beide mannen namen toen afwisselend stelling in huizen en schutters–putten langs de weg. Er werd over en weer door Duitsers en Britten hevig geschoten met geweren en machinepistolen. Een verblufte Bailey zag even later vanuit zijn putje een oude vrouw, in het zwart gehuld, met een mandje onder haar arm de weg af komen sjokken en tot drie meter vóór hem blijven staan. De argeloze Normandische had aller aandacht getrokken. Het vuurgevecht stokte! Zij bukte zich hier en daar om wat eieren op te pakken van het wegdek en in haar mand te doen en vervolgde toen kalm haar weg. Waarop de kogels andermaal over en weer vlogen…
Hoofdstuk 147.
6 juni 1944 (D-day), latere ochtend: Nieuws van geallieerde landingsstranden
Verkenningseenheid van 12e SS-Pantserdivisie bereikt strand nabij Arromanches
En hoe verging het rond ditzelfde uur de zo beproefde Normandische kustbevolking in de landingssector van Montgomery’s 21e Legergroep? De Canadese oorlogscorrespondent Ross Munro die de oversteek met de 3e Canadese Divisie had gemaakt op het hoofdkwartiersschip Hilary, landde samen met het Tactische Hoofdkwartier van generaal Keller bij Bernières-sur-Mer, enige kilometers ten westen van Ouistreham, en gaf een karakte–ristieke D-Day-indruk: ‘De onzekerheid en spanning van de eerste fase van de aanval waren tegen elven voormiddag voorbij en met het strand in onze handen was het geboden nu de doelen landinwaarts te veroveren. (…) Het granaatvuur op het strand was opgehouden en wij liepen Bernières in met de reserve-infanteriebrigade die zojuist was ontscheept. De Franse burgers die naar de velden waren gevlucht om te schuilen tijdens het bombardement, keerden nu terug naar hun door granaatvuur bestreken dorp. Oude mannen en vrouwen, jonge meisjes en kinderen stonden op de stoepen van de met rommel bedekte hoofdstraat, klapten in hun handen, wuifden naar de voorbijgaande troepen en wierpen rozen op hun pad.
Deze eerste spontane reactie van deze Normandische mensen was bijna iets ongelofelijks om te zien. Onze granaten en raketten hadden hun huizen neergeblazen; zij hadden alles wat ze bezaten, verloren; hun stadje was een puinhoop met zelfs de aardige kerk op het plein door strijd getekend; zij waren vreselijk bang geweest van het bombardement en enige mensen uit Bernières waren gedood. Maar daar stonden ze in kleine groepjes op deze stoffige straat temidden van de verwoesting van hun dorp en glimlachten en lachten en juichten onze mannen toe langs de weg die de helling opslingerde door de tarwevelden, richting strijd. Een meisje overhandigde mij een kar–mozijnrode roos en er waren tranen van wanhoop en vreugde in haar ogen, toen ze zei:’Daar is mijn huis, daar. Het is weg! Het is verwoest door het bombardement, maar de geallieerden zijn hier! De Canadezen zijn nu in ons dorp, en de Boche is weg!’ Ze glimlachte en scheen haar persoonlijke tragedie te vergeten, terwijl zij nog een armvol bloemen pakte en ze naar de tankbemanningen wierp, toen de Sherman-tanks voorbijdenderden. Iedereen die ik sprak in Bernières, scheen werkelijk blij de geallieerde troepen in Frankrijk te zien. Ze gebruikten lelijke woorden om de Duitsers te beschrij–ven die hier vier jaren lang in hun midden woonden. Ik was aanvankelijk cynisch bij dit welkom, en dacht dat het mogelijk gedeeltelijk geveinsd was, maar naarmate de tijd verstreek en wij de Normandiërs beter leerden kennen, beseften wij hoe oprecht die spontane ontvangst op de morgen van D-Day was. Maar ik was juist toen meer bezorgd om de oorlog dan om enige implicaties voor de burgerbevolking, en die oorlog bevond zich net verderop langs de weg buiten het stadje.’ (Ross Munro, From Gauntlet to Overlord. The Story of the Canadian Army (3rd edition. MacMillan of Canada. Toronto, 1946 = idem, (Canadiana reprint series. M.G.Hurtig Publishers. Edmonton, 1972)
Normandische agrariërs zwaaidend naar langskomende geallieerde troepen op of kort na D-Day, 1944.
Die oorlog was inderdaad nog maar net begonnen. De Amerikaanse generaal Omar Bradley had zelfs wanhopig naar opperbevelhebber Eisenhower ge–seind of hij de rest van zijn geharde 1e Divisie die zich nog op zee bevond, na de eerste landingsgolven niet mocht laten landen in de landingsector van de Britten, want op Omaha Beach aan de rechterflank van het Britse Gold Beach lagen deze ochtend vele honderden gesneuvelden en het strand was nog steeds niet in Amerikaanse handen. Er waren kliffen achter het strand, er was nauwelijks dekkingsmogelijkheid op het grintstrand en de vloed was opgekomen. Van de 30 Amerikaanse amfibische tanks die voor flinke steun aan de infanterie hadden kunnen zorgen, waren er 27 gezonken: te ver in zee van boord gegaan en bij te woest zeewater. Amerikaanse bommen die vooraf op Duitse stellingen en het strand hadden moeten vallen, waren in werkelijk–heid veel te ver achter de linie gevallen. Zodoende ontbraken bomkraters in het grint waarin lan–dende militairen hadden kunnen schuilen. De Duitse verdedigingsstellingen ter plaatse waren weliswaar niet diep, maar werden kundig gehouden door taai vechtende, veelal jonge Duitsers van enkele bataljons van de 352e In–fanteriedivisie van Oberstleutnant Fritz Ziegelmann. De laatse ontving dan ook in augustus 1944 het Deutsches Kreuz in Gold. (https://www.tracesofwar.nl/persons/21298/Ziegelmann-Fritz.htm; Voor de Duitse eenheid, zie b.v.: https://en.wikipedia.org/wiki/352nd_Infantry_Division)
Het bovenvermelde wanhopige bericht van Bradley’s commandoschip Au–gusta heeft opperbevelhebber Eisenhower echter nooit bereikt. Aan het einde van deze bloedige ochtend hadden de Amerikanen zich op Omaha Beach, vooropgegaan door enkele initiatiefrijke, opzwepende en uiterst moedige officieren en onderofficieren, zich against all odds door de Duitse kustver–dediging van de ervaren, goed ingegraven Duitse 352e Infanteriedivisie heengevochten. (Met name door brigadegeneraal Norman Cota, cf. C.Ryan, De langste dag (28e druk. Fibula/Unieboek. Houten, 1994), foto 119) Echter, bij de landing op Omaha Beach op D-Day nabij Vierville-sur-mer, Ste.Honorine des Pertes, St.Laurent-sur-Mer en Colleville-sur-Mer verloren de Amerikanen naar één schatting zo’n 3000 man, namelijk 2000 doden en 1000 gewonden: Bloody Omaha. (Voor Omaha Beach zie b.v. https://web.archive.org/web/20090602044451/http://www.open2.net/timewatch/2008/bloodyomaha.html; https://nl.wikipedia.org/wiki/Omaha_Beach; https://www.gld.nl/nieuws/2135793/getuige-van-een-bloedbad-robert-capa-en-zijn-fotos-van-omaha-beach; Joseph Balkoski, Omaha Beach. D-Day June 6, 1944 (Stackpole Books. 2006)
6 juni 1944, vroege ochtend, Omaha Beach, sector Easy Red bij Colleville-sur-Mer, Normandië. De Amerikaanse vakfotograaf Robert Capa (1913-1954) van Associated Press was voor Life Magazine ca. 30 minuten aanwezig bij de 13e landingsgolf der Amerikanen en legde hun lot vast. Capa liet de volgeschoten fotorolletjes van de bijna mislukte en daardoor berucht geworden landing op Bloody Omaha op 7 juni in Engeland ontwikkelen. De meeste echter zijn door een verkeerde ontwikkelprocedure aldaar alsnog verloren gegaan. De overige foto’s zijn i–conisch geworden. Kritische beschouwingen van Capa’s werk op D-Day zijn te vernemen in: https://petapixel.com/2019/ 02/16/ debunking-the-myths-of-robert-capa-on-d-day en in de Netflix-serie Voices of Liberation, episode 2: D-Day. Die doen wat de auteur betreft weinig af aan Capa’s moed, belang en kunnen.(Foto: https://www.nearbycafe.com/artandphoto/photocritic/wp-content/uploads/2014/07/Capa-detail-CS-frame-7-neg-35-Robert-Capas-Landing-at-Omaha-Beach-on-6-June-1944-Frame-007.jpg)
‘Omaha Beach’: het Amerikaanse landingsstrand bij Colleville-sur-Mer op D-Day-ochtend kreeg de bijnaam Bloody Omaha. De GI’s dragen een gasmantel in een rubberen etui op de borst. Het waren vooral onderoffficieren die hier uiteindelijk na talrijke verliezen een doorbraak wisten te forceren. Schilderij van Sean Sullivan.(Naar: https://fineartamerica.com/featured/omaha-beach-k-sean-sullivan.htm)
SS-Obersturmführer Willi Peter Hansman van de vooruitgeschoven ver–kenningseenheid van de 12e SS-Pantserdivisie ‘Hitlerjugend’ had op de kusthoogten bij Arromanches geruime tijd de kolkende zee kunnen afturen door een veldkijker. Grijze schepen, zag hij overal, rijen dik, grijze schepen, honderden! In alle formaten! Een háven hebben ze daar aangelegd, een hele haven met kades en bruggen in zee! Infanterie die in kolonnes tegelijk de duinen in marcheerde! Gepantserde bulldozers! Tanks die uit zee aan kwamen varen, omhuld door een kap! (Op Juno Beach zag de Canadese sergeant Gariepy van het Fort Garry Horse-10 Armored Regiment vanuit zijn leidende DD-Shermantank Duitse mitrailleurschutters in hun stelling opstaan en met open mond naar zijn DD-tank staren, toen hij eenmaal de canvas mantel ervan had laten zakken; zie D.Brinkley en R.J.Drez, Voices of Valor, 159) Vanaf zee overgierende raketten en granaten! Alle Duitse geschutsbunkers om hem heen leken uitgeschakeld!
Arromanches, betonnen Mulberry B-kades voorzien van luchtdoelgeschut op verhoogde platforms. Operationeel sinds 9 juni 1944. Mulberry A lag bij Colleville. Aquarel van Stephen Bone. (https://www.rmg.co.uk/collections/objects/rmgc-object-12182) 
Mulberry B-kunstmatige haven bij Arromanches bestaande uit over zee aangesleepte onderdelen, o.m. de rijbanen als de West Pier, Central Pier en East Pier. Rechts afgezonken breakwaters (Gooseberry). RAF-luchtverkenningsfoto gedateerd 27 oktober 1944; aangelegd 9 juni 1944. De aanvoer van deze bevoorradingshavens was een volkomen verrassing voor de Duitse verdediging. Betonnen onderdelen zo hoog als een flatgebouw werden zelfs uit Schotse havens aangesleept. De bouw in de dokken was wel gespot door de Duitse luchtverkenning, maar niet begrepen. Oorlogspremier Churchill gaf de aanzet tot deze vernunftige, op eb en vloed meebewegende constructie.(https://www.businessinsider.com/mulberry-harbors-help-dday-landings-by-supplying-troops-in-france-2019-6?international=true&r=US&IR=)
6 juni 1944: kunstmatige Mulberry-haven met rijbanen bij Arromanches (les-Bains), Normandië. Artwork (https://www.booking.com/hotel/fr/after-d-day.nl.html)
Onmisbare bulldozers op een landingsstrand tijdens Operatie Overlord. Juni 1944, Normandië.(https://www.dailymail.co.uk/news/article-8486789/The-unsung-engineering-heroes-D-Day.html)
Gepantserde Amerikaanse D7-bulldozer op een strand, 1944.(https://www.themodellingnews.com/2015/12/in-boxed-andy-checks-out-miniarts-up.html)
Om 10:00 uur Duitse (11:00 Britse) tijd keerde een ontgoochelde Hansman haastig terug met zijn gepantserde verkenningswagens in de richting van Lisieux. Zijn radiorapporten voor het hoofdkwartier van de 12e SS-Pantser–divisie werden óf niet begrepen óf niet geloofd. Hij moest persoonlijk uitleg komen geven ‘anders zou niemand het geloven!’ 
SS-Obersturmführer Willi Peter Hansmann, commandant 1e Verkenningsbataljon, 12e Waffen-SS Panzerdivisie ‘Hitlerjugend’ sinds 1 juni 1944. Ondergeschikten kenden hem als een Arsloch die allerlei particuliere handeltjes dreef met de Fransen inclusief die van de Résistance en zelfs een burgerauto overschilderd in Duitse camouflagekleuren naar Duitsland had laten transporteren. Hij is schuldig aan, maar nooit veroordeeld voor een oorlogsmisdaad begaan op 8 juni 1944. In opdracht van zijn meerdere Gerd Bremer executeerde hij dertien Canadese krijgsgevangenen. Bremer was op 7 juni gewond geraakt en wilde wraak. De foto is gevonden bij de op 29 augustus 1944 krijgsgevangen genomen en hem blijkbaar goedgezinde SS-Untersturmführer Karl-Walter Becker van de 12e SS-Pantserdivisie. (https://www.feldgrau.net/forum/viewtopic.php?t=32701; (Foto: https://forum.axishistory.com/viewtopic.php?t=206233)
Hoofdstuk 148.
6 juni 1944 (D-Day), latere ochtend: Duitsers verwachten elders tweede geallieerde aanval
Ouistreham ingenomen
Inmiddels had Anton Staubwasser, stafmedewerker van veldmaarschalk Erwin Rommel in La Roche Guyon aan de Seine, op bevel van generaal Hans Speidel, Rommels plaatsvervanger, het Oberkommando der Wehr–macht (OKW) nabij Berchtesgaden in Zuid-Beieren nogmaals verzocht de reserve-pantserstrijdkrachten in Normandië vrij te geven. Ongeveer een uur later werd Staubwasser teruggebeld door Oberst (kolonel) Alexis Freiherr von Rönne van het OKW -afd. Fremde Heere West. Hij kreeg geen toestem–ming en weer hetzelfde verhaal te horen:‘Zo’n tweede geallieerde aanval (in het Nauw van Calais) moest absoluut worden verwacht!’ Bijgevolg moest ook de gevaarlijke, want volledig uitgeruste en fanatieke 12e SS-Pantserdi–visie van Fritz Witt voorlopig blijven waar zij was: vér van de Britse lan–dingssectoren. Anton Staubwasser was ontzet, toen hij de hoorn had neerge–legd:‘Wat kunnen wij doen? Niets!’
Volgens Philippe Kieffer, commandant van de Frans-Bretonse commando-troops in Ouistreham, was om 11:20 uur (Britse tijd) het vuren ter plaatse zo goed als beëindigd. Het hele commando werd ten zuiden van de havenplaats verzameld en de verliezen bekeken. Die waren verdomd zwaar geweest. (Kieffer, Groene Baret)
De Courant-Het Nieuws van de Dag, dinsdag 6 juni 1944.
Tag D (sic, links). Volgens de nazi-gezinde Deutsche Zeitung in den Niederlanden was het Invasionsbeginn (dat géen invasie was) in Normandië een Sturm auf die Freiheit Europas.(www.alamy.com F22EY5)

The New York Times, 6 juni 1944, 6.a.m. extra
De Evening Despatch, 6 juni 1944 citeert premier Winston Churchill:‘ … en wat voor een plan!’(https://www.ebay.co.uk/itm/264903958414 )
St.Petersburg Times, 6 juni 1944 extra 
Rotterdamsch Nieuwsblad, 6 juni 1944: ‘Brandpunt bij Caen’
‘Invasie’-nieuws, 6 juni 1944. NSB-leider Anton Mussert hernieuwt zijn onwrikbare trouw aan de Duitse Führer Adolf Hitler. Aangezien Frankrijk niet werd bezet door de geallieerden, betrof de landing in feite geen ‘invasie’. Tot het absolute einde bleef deze voormalige ingenieur van Rijkswaterstaat beweren dat niet Hitler, maar ‘de SS’ zowel het nationaal-socialisme als de oorlog had bezoedeld. Tot het einde zag de politiek domme, naïeve man níet in dat ook Hitler Nederland wilde annexeren bij diens ‘Groot-Duitse Rijk’. Mussert werd in Nederland geëxecuteerd door de overheid wegens landverraad. God was het blijkbaar niet met hem eens geweest.
Hoofdstuk 149.
6 juni 1944, D-Day, middag en avond: pelotons van
Compagnie D ‘Ox and Bucks’ niet meer nodig op westelijke kanaaloever
Duitse tegenstand in bruggengebied nog groot
Tegen het middaguur waren zoveel tevoren in de nacht verdwaalde of ver–keerd gedropte parachutisten van het 7e Bataljon zich inmiddels komen melden in luitenant-kolonel Pine-Coffins hoofdkwartier in Le Port, dat hij besloot dat majoor Howards mannen op de westelijke kanaaloever er niet meer nodig waren. Howard plaatste zijn drie pelotons daarom terug op de oostelijke kanaaloever, tussen de beide bruggen. Harry (‘Nobby’) Clark van het 2e Peloton barstte nu van de honger en was de enige niet. Hij opende in de laag gelegen Duitse loopgraaf voor het eerst zijn 24 uurs–rantsoenspakket om te ontdekken dat het eerstens een ‘hoop troep’ bevatte: soep in gedroog–de vorm, havermoutblokjes en keiharde smakeloze biscuiten. Hij smeet ze resoluut het kanaalwater in. Wat hij wél wilde gebruiken waren enkele blokjes thee, suiker en melkpoeder. Harry was blij dat hij zijn rantsoenen chocola zes weken lang had gehamsterd en over zee had meegevoerd. Díe kwamen nu van pas! (W.Fowler, Pegasus Bridge, 55)
De straatgevechten met de Duitsers in zowel Bénouville als Le Port werden niet beëindigd. Bij de kanaalbrug vielen kleine Nebelwerfer-raketten van de Compagnie Zware Wapens het 192e Pantsergrenadierregiment bijna constant gillend neer. Ze schenen uit de richting van het geboomte rond het château te komen. De vrij precieze inslagen deden iedereen constant instinctief in elkaar duiken. Daar waar de grond tamelijk zacht of drassig was, deden de Nebelwerfer-inslagen weinig kwaad, maar op harde grond waren ze zeer gevaarlijk. Daarbij bleven Duitse scherpschutters een hinderlijke dreiging waartegen eigenlijk niets viel te ondernemen zolang men hun positie niet kon waarnemen. De Britten raakten vermoeid. Van de namiddag van maan–dag 5 juni –met weinig slaap die nacht!- tot op dit uur waren zij constant ac–tief, in spanning, in strijd en waakzaam geweest. Geluiden van hevige vuur–gevechten bleven eveneens doordringen vanaf de westelijke oever.
Rond Caen trok de 716e Infanteriedivisie van generaal Wilhelm Richter meer troepen samen, voornamelijk die van Flak Abteilung (‘luchtafweer–bataljon’) 996 en geniesoldaten van Pionierbatallion 803. Dit waren hier de enig beschikbare versterkingen die in tweede positie ten noorden van de stad in de glooiende heuvels werden genesteld, tussen de stedelijke bebouwing en de zee. Ondertussen meldden de Duitsers om 11:15 uur Duitse tijd (12:15 Britse) vijandige fietsers ten zuidwesten van Ouistreham te hebben gezien die zich zuidelijk verplaatsten in de richting van St.-Aubin d’Arquenay. Het zou de voorhoede der commando’s, No.6 Commando van Peter Masters, blijken te zijn met bestemming Bénouville-brug die constant werden opge–houden door sluipschuttersvuur.
Om 12:40 uur (Britse tijd) keerde Nr.4 Commando naar zijn plaats van her–groepering nabij de vakantiekolonie aan het strand van Ouistreham terug. De munitie werd aangevuld, achtergelaten zware rugzakken weer opgenomen. Er werd door niemand gegeten, er mocht geen tijd verloren gaan. De tocht ging via Colleville-sur-Mer het binnenland in, in zuidoostelijke richting met de Britten voorop, gevolgd door de Franse troops van wie 45 procent was gewond geraakt en zeven man gedood. Met gevaar voor Duitse landmijnen, mortiergranaten en gecamoufleerde vijandelijke sluipschutters van wie één ook nog in verraderlijke burgerkleding werd gespot, werd het dorp St.Aubin-d’Arquenay gepasseerd dat al volkomen was verwoest door vloot- en lucht–bombardementen. (Simon Fraser, the Lord Lovat, in: http://www. ornebridgehead.org/lord lovat.htm, 9) 
Sword Beach en zijn gecodeerde landingssectoren . Rechtsonder:het Kanaal van Caen naar de zee mondt uit in het Kanaal (la Manche) bij de kleine zeesluizen (Point G) van Ouistreham.(http://www.lightbobs.com/sword-beach-gallery.html)
Sword Beach, Ouistreham, 6 juni 1944, D-day, H-hour, olieverfschilderij door Charles David Cobb. Collectie National Museum of the Royal Navy, Groot-Brittannië.
Sword Beach, 6 juni 1944 gezien vanaf een landingsboot.(Carlo d’Este, Decision in Normandy (Old Saybrook, 1983/1994)
Sword Beach, 6 juni 1944 (D-Day), vroege ochtend: Commando’s van Simon the Lord Lovats 1st Special Service Brigade vlak vóór landing op Sword Beach, sector Queen Red, tussen La Brèche en Colleville-sur-Mer. Ouistreham was hun eerste doel dat door een Franse troop van Philippe Kieffer uiteindelijk zou worden bevrijd, terwijl de rest door was gestoten, schuin over de velden en langs het kanaal naar Le Port en Bénouville. Daar kwamen de eerste Commando-troepen ruim na het middaguur aan. Via de Ornebrug bij Ranville werd weer noordelijk gebogen, lopend of fietstend richting Franceville aan de kust. Coll. IWM, Londen.(http://www.clydesideimages.co.uk/france-d-day—sword-beach.html)


6 juni 1944 (D-Day), ochtend: drie foto’s van één plek op Sword Beach, sector Queen Red, bij Colleville. Het strand ligt opgehoopt met Britse voertuigen en slachtoffers. Bovenste foto: links en rechts twee Churchill AVRE-tanks van het 79th Assault Squadron, 5th Assault Regiment, Royal Engineers (genie) en andere voertuigen. Dergelijke tanks met een 290 mm. petard-mortier waren speciaal voor de gelegenheid ontworpen voor het uitschakelen van bunkers, met name vlak na landing. Hospikken (waarschijnlijk van 8 Field Ambulance) verzorgen onder dekking van de gestrande tanks gewonde militairen. Middelste foto, rechts: een M10 Wolverine 3-inch self-propelled gun van het 20th Anti-Tank Regiment staat in de achtergrond. Onderste foto: de soldaat met de lichte band om de helm en rugzak die passeert, behoort tot de 84 Field Company, Royal Engineers deel uitmakend van Nr.5 Beach Group.(Opnamen naar: http://www.clydesideimages.co.uk/france-d-day—sword-beach.html)
Sword Beach, sector Queen-Red tussen La Brèche (d’Hermanville) en Colleville-sur-mer, ca. 08:45 uur op D-Day, 6 June 1944. Troepen van de Britse 3e Infanteriedivisie arriveren onder hevig Duits vuur. Op de voorgrond geniesoldaten van 84 Field Company Royal Engineers, onderdeel van No.5 Beach Group die wordt geïdentificeerd door de witte banden rond hun helmen. Achter hen helpen enige hospikken van 8 Field Ambulance gewonde soldaten. Geheel op de achtergrond verlaten Com-mando’s van de 1st Special Service Brigade onder bevel van Simon the 15th Lord Lovat hun Landing Craft Infantry (LCI). Op hén als eersten zal Compagnie D van majoor Howard vooral wachten. Met de eerste infanterie en Commando’s op Sword Beach kwamen twee officieren van het Loyal Regiment mee om terreinen te verkennen bij beide bruggen voor het plaatsen van het in de avond na-komende luchtafweergeschut. (https://www.argunners.com/british-army-the-invasion-of-normandy)
Sword Beach, sector Queen–Green: Duitse verbunkerde strandmuur van Widerstandsnest WN 21 (Britse code:Trout). Naar: Ken Ford, Battle Zone Normandy. Coll. Mémorial de Caen.(http://www.lightbobs.com/sword-beach-gallery.html)
Sword Beach, sector Queen-Green, dezelfde strandmuur als boven heden ten dage.(http://www.lightbobs.com/sword-beach-gallery.html)
Sword Beach, 6 juni 1944, ochtend: Nog opgewekte Franse Commando’s van bevelhebber Ph.Kieffer lopen vanaf hun landingsstrand in Riva Bella naar Ouistreham nog vóór hun verwoede strijd om het afgebroken en verbunkerde casino ter plekke. Het iconische beeld van een compleet casino uit de film The Longest Day is dus compleet misleidend. Een Double Drive (DD)-Shermantank volgt hen met zijn drijfmantel in afgezakte toestand.
Sword Beach, St.Aubin-sur-Mer, 6 juni 1944. Commando’s met kenmerkende groene baret op het hoofd komen aan land uit landingsvaartuigen. De op het strand staande tank is een zogenaamde flail (‘dorsvlegel’), ontworpen met ronddraaiende trommel waaraan kettingen zijn bevestigd om landmijnen te laten exploderen. De mannen met witte banden om de helmen zijn geniesoldaten (sappers).(https://historica.fandom.com/wiki/Sword_Beach )
Sword Beach, D-Day, 6 juni 1944: lopend of met de fiets achter Double Drive–Sherman-tanks aan beweegt infanterie van de 3rd Infantry Division van het Britse Leger richting Caen dat zij níet zullen bereiken. De foto is geschoten vanaf een universal carrier (ook: brencarrier )op rupsbanden.(https://www.argunners.com/british-army-the-invasion-of-normandy/)
6 juni 1944: gewonde en gedesillusioneerde jonge Duitse soldaat uit de Wehrmacht als krijgsgevangene op een geallieerd landingsstrand in Normandië. Ingekleurde filmstill uit film op youtube, getiteld: 6 juni 1944, D-Day, Operatie Overlord | Ingekleurd.(https://www.youtube.com/watch?v=D5AsoC2qUOw)
D-day, 6 juni 1944, eind van de ochtend: Commando’s en andere troepen rukken op achter de kust tussen Ouistreham en St.Aubin d’Arquenay. Hun doel is in eerste instantie Le Port-Bénouville-Ranville. Uiteindelijk helpen zij mee de strategische hoogte van Amfreville te bezetten samen met de Britse 6e Luchtlandingsdivisie.
Sword Beach, sector Queen, Point E op D-Day, 6 juni 1944: Jeep M4923763, een halftrack en andere voertuigen en troepen trekken door La Brèche d’Hermanville aan de Kanaalkust landinwaarts. Lichte Duitse wegversperringen zijn hier aan de kant geschoven.(https://www.argunners.com/british-army-the-invasion-of-normandy)
Gold Beach, 6 juni 1944: de Joodse Lance Corporal Peter Moody (middenachter) werd geboren als Kurt Meyer in Duitsland en sprak dus Duits. Samen met twee maten (uiterst links en rechts) is hij als zojuist geland lid van Nr.10 Interallied Commando, 3 Troop in gesprek met Normandische burgers. Peter Moody sneuvelde, dan aangesloten bij 47 Royal Marine Commando, als 25-jarige op 13 juni 1944 in de strijd ter ondersteuning van het 6e Luchtlandingsleger van generaal Gale en ligt begraven op Ranville War Cemetery. (https://gallery.commandoveterans.org/cdoGallery/v/units/10IA/x+troop/D-Day+Gold+Beach-at+centre+and+right_+two+members+of+No_3+Troop+Misc_.jpg.html)

De Britse militair van Joods-Duitse komaf Lance Corporal Kurt Meyer vocht onder de veiliger nom de guerre ‘Peter Moody’ in Normandië vanaf D-Day en stierf er. Hij was er aangesloten bij achtereen–volgens Nr.10 Commando 3 Troop en 47 Royal Marine Commando. Tegen een gevangengenomen kameraad van Moody, Györgi Lányi/George Lane van Nr.10 Commando 3 Troop had veldmaarschalk Erwin Rommel ter vergoedelijking van de nazi-‘Jodenkwestie’ op 20 mei 1944 uitgesproken:‘Ieder land heeft zijn Joden. Die bij ons verschillen van die van jullie!’. Rommel wist niet dat Lane een gevluchte Hongaarse Jood was.(https://gallery.commandoveterans.org/cdoGallery/v/units/10IA/x+troop/Peter+Moody.jpg.html)
Hoofdstuk 150.
6 juni 1944, D-Day, 12:00 uur (Britse tijd): Hitler gewekt, wordt nerveus, maar speelt de ‘alwetende veldheer’
Veertig minuten eerder, om 11:00 uur Duitse (12:00 Britse) tijd was Hitler gewekt, maar níet in de eerste plaats om hem ‘de invasie’ mee te delen… Hij zou namelijk bezoek krijgen van de hem welgevallige Hongaarse dictator Sztójay op slot Klessheim bij Salzburg, op een uur rijden vanaf Berchtes–gaden. De dagelijkse militaire middagconferentie van Hitler ging, ondanks zijn Hongaarse bezoeker, vandaag gewoon door. Pas vlak vóór die zitting durfden veldmaarschalk Keitel en generaal Jodl van het Oberkommando der Wehrmacht hem voorzichtig in te lichten over het grote nieuws van het wes–telijk front, zij het met verwarrende details. ‘Nou, is het wél of niet de invasie?!’, schreeuwde de nu zeer nerveus geworden nazi-leider. Volgens generaal Warlimont, plaatsvervangend chef-operaties die de zitting bij–woonde, besloot de zenuwachtige Führer luttele minuten later een op–schepperige act op te voeren:‘Toen hij naar de stafkaarten liep, verkneu–terde hij zich op een zorgeloze manier en gedroeg zich alsof dít de gelegen–heid was waarop hij zo lang had gewacht om rekeningen met zijn vijand te vereffenen.’ Hitler riep: ‘De berichten hadden niet beter kunnen zijn! Zolang ze in Britannië zaten, konden we ze niet grijpen. Nu hebben we ze eindelijk daar waar we ze kunnen verslaan, die domkoppen! Goddank hebben ze eindelijk een landing uitgevoerd: nú kunnen we ze een mooi pakketje ge–ven!’. Hij sloeg zich van plezier op zijn dij. Nog wel. Keitel en Jodl van het OKW polsten hun opperbevelhebber toch voorzichtig over het vrijgeven van de pantserreserves in Normandië. Na de lunch zou de Führer daar wel op terugkomen… Tegenover de Hongaarse premier, generaal Sztójay, over–dreef hij vervolgens de Duitse kracht in het westen en gaf onverantwoord hoog op over de toekomstige inzet van zijn ‘geheime wapens’. Maar zó be–trokken voelde Hitler zich blijkbaar bij de gebeurtenis dat hij een aanwezige fotograaf niet had opgemerkt die een leesbril dragende Führer over de staf–kaarten gebogen had gekiekt, wat normalerwijs was verboden. (Cf. https://ww2images.blogspot.com/2013/06/adolf-hitler-studying-allied-landing-at.html waar een verkeerde datum (7 juni) en tijd wordt opgegeven. Vgl. ook Bram van der Wilt en Mirjam Janssen, Verboden foto’s van de Führer, in: Historisch Nieuwsblad nr.05 (2022), 42, foto linksonder met bijschrift.)
Dinsdag 6 juni 1944, ca.12:00 uur (Duitse tijd): Hitler (zittend, met leesbril op) krijgt ‘invasie’-bericht in slot Klessheim bij Salzburg. Vooraan v.l.n.r. de Hongaarse generaal en premier Sztójay, Hitler, Göring en Jodl. Rechts achter Göring staat Keitel. Minister van buitenlandse zaken von Ribbentrop die gaande de oorlog steeds minder te doen had gekregen, staat (tweede van links) achter de Hongaarse generaal.(https://ww2images.blogspot.com/2013/06/adolf-hitler-studying-allied-landing-at.html)
Slot Klessheim, een 17e-18e eeuws barokpaleis op 4 km ten westen van Salzburg, in gem.Wals-Siezenheim, Oostenrijk. Voorheen zomerresidentie van de aartsbisschop van Salzburg en één der hoofdkwartieren en ontvangstgebouwen voor hoge gasten van Adolf Hitler, is het heden het enige year-round casino. Op instructies van Hitler zelf onderging Klessheim een renovatie, deels in nazi-stijl zoals in de voorheen barokke jachtzaal en aan de poort, om als prestigieus gasthuis bij Hitlers Berghof te kunnen dienen. Kosten geen probleem: het was ‘belangrijk voor de oorlogsinspanning’, cf. https://scilog.fwf.ac.at/en/humanities-and-social- sciences/5874/the fuehrers-lavish-guest-house. (Foto: http://oldillusion.weebly.com/schloss-klessheim.html)
Propagandaminister Goebbels schreef hierover in zijn dagboek dat Hitler evenzo opgelucht scheen, ‘alsof een grote last van zijn schouders was ge–vallen’. De Führer zou hebben gezegd dat ‘de invasie precies daar kwam waar hij haar had verwacht’ (wat hij loog) en dat het slechte weer een ‘voordeel’ voor de Duitsers was. Hij was zeer optimistisch over de omke–ring van de ramp. Van de geallieerde soldaten had hij geen hoge dunk, ter–wijl hij inmiddels zowel Noord-Afrika als een groot deel van Italië aan hen kwijt was. Geen der hoge nazi-bonzen, bijeen te Klessheim, had hem tegen durven spreken. Rijksmaarschalk Göring, opperbevelhebber van de Luft–waffe, had Hitlers optimisme echter direct ondersteund. Maar terwijl híj hooguit nog een paar honderd Duitse vliegtuigen kon inzetten boven Nor–mandië op D-Day, telden de geallieerden zo’n tienduizend operationele vluchten…
Wat de huidige geallieerde inzet van zware vlootkanonnen, tanks en de alom tegenwoordige geallieerde jagers en duikbommenwerpers vóór, in en boven Normandië voor zijn troepen betekende, wilde niet tot Hitler doordringen. Hij had, misschien uit louter intuïtie, voorheen een landing bij Normandië inderdaad niet uitgesloten, vooral waarschijnlijk met het oog op Cherbourg op de Cotentin welk schiereiland dan ook op het laatst nog met troepen werd versterkt en zelfs aan de westelijke kust ervan. Het grote probleem voor de Führer en zijn militaire paladijnen was natuurlijk of het wel bij deze ene lan–ding zou blijven. Had Hitler zelf niet bijvoorbeeld ook de open kust van De–nemarken genoemd in zijn dekreet van november 1943? Was het niet ver–ontrustend geweest dat boven de Noorse fjorden het Duitse luchtruim onver–wacht door toenemende aantallen Britse toestellen werd geschonden sinds het voorjaar van 1944? Moest de 21e Pantserdivisie bij Rennes, Parijs en Caen als missie niet tevens de wegenkaart van zelfs de Nederlandse kust goed hebben bestudeerd? (Zoals generaal Feuchtinger getuigde, in: D.C.Isby, The German Army at D-Day, 119) Schreef Generaloberst Jodl niet na de oorlog in krijgsgevangenschap als antwoord op de vraag waar ‘de invasie’ werd verwacht:‘Vóór de invasie hielden wij binnen OKW rekening met verschillende landingspunten op de open kust, maar zij waren in de buurt van grote havens, d.w.z. voornamelijk aan beide zijden van Duinkerken, Boulogne, Le Havre, of Cherbourg. (…) Wij oordeelden dat de timing en omvang van de eerste hoofdlanding als volgt zou zijn: zo’n drie divisies zouden worden ontscheept op elk van de twee hoofdlandingspunten en hun ontscheping zou vijf tot zes dagen vergen.’ (Jodl (en Keitel) in: D.C.Isby, The German Army at D-Day, 82) Erwin Rommel sloot, evenals von Rundstedt, het Pas de Calais als landingsplaats ook nooit uit. (Winnifred Behr, officier in de staf van veldmaarschalk Rommel, jokt daarom, wanneer hij ver na de oorlog beweert: ‘De plaats van de invasie was voor ons geen verrassing. Wij, van de westelijke staf, hadden altijd al het sterke vermoeden dat bij Nor–mandië geland zou worden’, in: G.Mak, In Europa, 736. Dat doet ook Hitlers Lufwaffe-adjudant von Below, At Hitler’s Side, 202:’In the darkness on 6 June an enormous armada headed for the French coast between the Orne estuary and the eastern side of the Cotentin peninsula near Ste Mère-Église, the sector where Hitler had always anticipated the invasion.’ ‘Always’! Ook militairen als Jodl en von Below bleef Hitler zelfs na de oorlog een ‘geniale veldheer’.)
Hoofdstuk 151.
6 juni 1944, D-Day, late ochtend: Voortgaande strijd tegen eenheden van de 21e Pantserdivisie in Bénouville
Verlangend uitzien bij de bruggen naar komst der Commando’s
Ondanks de hevige gevechten ging het noodzakelijke werk in madame Vi-ons kraamkliniek van Bénouville door, wel bevonden zich nu veel vrouwen in de kelders van het grote gebouw en in de Middeleeuwse kapel op het ter-rein. Compagnie C van het 7e Parachutistenbataljon onder bevel van Geof–frey Pine-Coffin dat stellingen in de bossages hield aan de noordzijde van het neoklassieke château, werd er ernstig in de problemen gebracht door Duits verdekt opgesteld 7,5 cm. gemechaniseerd geschut, onder andere dat van 2e luitenant Hans Höller van het 192e Pantsergrenadierregiment, deel uitmakende van de Kampfgruppe ‘Rauch’, en gearriveerde tanks. Enkele middelzware Pzkpfw (Panzerkampfwagen) Mark IV-tanks reden vooruit. 
Kolonne Duitse Mk IV-tanks in Normandië in 1944, vóór 6 juni 1944.
De uitgeputte Britse parachutisten bereidden zich op het ergste voor. Gam–mon-kleefbommen en handgranaten werden in gereedheid gehouden. Vingers bleven zich om trekkers van stenguns en geweren spannen. Maar die opgedoken tanks hielden onverwachts halt: luiken in de koepels werden opengeslagen, motoren bleven stationair draaien en walmen uitlaatgassen stegen boven de gepantserde voertuigen uit. Bemanningsleden in zwarte uniformen klommen eruit, enigen staken een sigaret op en allen liepen naar de voorste tank waar een bespreking tussen de groep Duitsers begon. De bestemming van de kust, tussen Riva-Bella en Arromanches, vormde onge–twijfeld onderdeel van die korte bespreking. Er was daaromtrent namelijk een nieuw bevel doorgekomen van generaal Feuchtinger. Maar zowel op de doorgaande weg van Bénouville naar Le Port als op de wegkruising vóór Le Port en de kust lag een door de Britten uitgeschakelde en gekantelde Duitse halfrups-Panzer in de weg. Die Britse Fallschirmjäger hadden dus mogelijk antitankkanonnen en antitankmijnen bij zich. Bovendien bleef hun opposit–ie binnen de bebouwing van Bénouville onverflauwd. Misschien geen door–komen aan. Wat nu? Het Duitse overleg verliep met een ijzingwekkende kalmte. Men leek hier aan vijandelijke zijde nog steeds volkomen gerust door de robuuste aanwezigheid der eigen pantservoertuigen…
De buitenkans die ondertussen de verzamelde groep vijanden in de open lucht bood, werd niet lang onbenut gelaten door verdekt opgestelde Britse parachutisten van het 7e Bataljon. Uit struiken en greppels en vanachter ra–men en boomstammen zwelde vrijwel direct een oorverdovend knetterend knallen van stengun- en geweervuur op. Duitse soldaten tuimelden op de grond, kreten van pijn klonken op, anderen doken weg. Zij die overleefden klauterden behendig op hun voertuigen, lieten zich in één keer door een luik zakken en draaiden de tanks met vol draaiende motoren weg van het château-terrein. Zij reden op snelheid terug over het ruïneuze en deels ge–blokkeerde Caen naar -wat later bleek-…. de kust. Ondertussen bleef Duits gemechaniseerd geschut van de 8e Schwere Waffen Kompanie onder bevel van de Oostenrijkse Oberleutnant Hans Höller wél op zijn gedekte plek in het park aan de zuidwestelijke kanaaloever.
Ondanks hun voortgaande verzet in de perimeter, daalde het moraal van de Britse luchtlandingstroepen. Kapitein Jim Webber van de parachutisten in Bénouville had intussen succesvol de bruggen bereikt waar hij volgens be–vel extra munitie en manschappen moest zien te verkrijgen. De man kon even gemist worden: hij was reeds driemaal gewond geraakt, maar had stug doorgevochten en zelfs met een doorboorde long. Er klonken nu pes–simistische geluiden over eventueel níet terugkeren naar Engeland…
Majoor Howards Compagnie D-leden voelden dat rondom de Duitsers in aantallen toenamen, meer geschut, raketten en mortieren opstelden en zo de psychische druk opvoerden. Elk uur in loopgraaf of mangat vermoeide méér. De aan zijn been gewonde majoor Nigel Taylor van Compagnie A keek van–af 13:00 uur (Britse tijd) regelmatig op zijn polshorloge: zouden die Com–mando’s van ‘Shimi’ Lovat nog eens arriveren? Ontzet op dit uur door de 1st Special Service Brigade was beloofd. Ook majoor Howard had er in zijn com–mandopost-bunker voortdurend voor op zijn horloge gekeken. De Duitse druk in Bénouville op het uit veel te weinig mannen bestaande 7e Parachu–tistenbataljon was nog maar nauwelijks te weerstaan. Komen die Duitse tanks terug of zware 88 mm.-kanonnen? Zijn verdediging met lichte wapens zou absoluut breken bij een groots opgezette, geconcentreerde Duitse tegenaanval. (S.E.Ambrose, Pegasus Bridge2, 144) Parachutisten waren nog im–mer bezig zich dieper in te graven nabij het gemeentehuis en de viersprong. (W.Fowler, Pegasus Bridge, [56])
Hoofdstuk 152.
6 juni 1944, D-Day, na de middag: 125e Pantsergrenadier–regiment van de 21e Pantserdivisie naar bruggen gezonden
Pas na de middag had de gefrusteerde majoor Hans A. von Luck eindelijk van generaal-majoor Edgar Feuchtinger toestemming gekregen om vanuit het zuidwesten van Caen zijn hele 125e Pantsergrenadierregiment in noor–delijke richting los te laten om de bruggen te vernietigen of te veroveren. Zodra zijn gepantserde kolonnes zich op weg hadden begeven uit hun dek–king langs de wegen en lanen, volgden onmiddellijk luchtaanvallen van geallieerde jagers en duikbommenwerpers van met name de Amerikaanse typen North American P-51D Mustang en Lockheed-Martin P-38 Lightning en de Britse typen Spitfire en Hawker Typhoon.
Amerikaanse vliegers bij North American P-51D Mustang-jager Fool’s Paradise IV van de 363rd Fighter Group, 9th Air Force in Engeland, 1944. Deze groep was er al in februari 1944 om bommenwerpers te escorteren en ze nam deel aan de landingen in Normandië waarbij zij zweefvliegtuigen en troepen-transportvliegtuigen (Dakota’s) begeleidde op 6 en 7 juni. In september 1944 werd de Amerikaanse groep met als basis Le Mans omgedoopt tot de 363rd Tactical Reconnaissance.(https://www.americanairmuseum.com/unit/309)
|
|
Dezelfde North American Mustang P-51D-jager genaamd Fool’s Paradise IV en behorende tot 363rd Fighter Group, 9th US Army Air Force, maar hier op het veroverde vliegveld Maupertus nabij Cherbourg op het Cotentin-schiereiland in Normandië, ca. 4-12 juli 1944.(https://ww2db.com/image.php?image_id=1072)
‘FOOl’S PARADISE IV’, North American Mustang P-51D met basis Maupertuis, Normandië in juli-augustus 1944. De bolle cockpitkoepel gaf uitstekend zicht rondom. Uitgerust met extra afwerpbare brandstoftanks onder de vleugels konden dergelijke jachtvliegtuigen bommen–werpervloten tot diep boven Duitsland vergezellen. Dat was een nare verrassing voor Hermann Göring, chef van de Luftwaffe. De Duitsers hadden er tot de komst van de Focke Wulf 109 D9 geen vergelijkbaar antwoord op en zeker niet in vervaardigde aantallen.(https://imodeler.com/2013/03/camouflage-and-markings-of-north-american-p-51-mustang/)
P–51 Mustangs boven een Duitse zware Tiger-tank. ‘Normandy Tiger Hunt’, een schilderij van Heinz Krebs. (https://www.aviationarthangar.com/avarthanotih.html)
Britse Hawker Typhoon-jachtvliegtuigen van 198 Squadron met ‘invasie’-strepen op vliegveld B10 in Plumetot, dep.Calvados, Normandië, Frankrijk in juli 1944. Het toestel vooraan (MN526 TP-V) heeft het grotere Hawker Tempest-staartvlak en een vier- i.p.v. driebladige propeller.(https://en.wikipedia.org/wiki/Hawker_Typhoon#/media/File:Typhoonnew.jpg)
Een Hawker Typhoon wordt geladen met 60 ponder RP 3-raketten onder de vleugels in juni 1944. Ook bombelading was mogelijk. De raketten waren uiterst effectief tegen weg- en railtransport en speelden een belangrijke rol bij de vernietiging van vooral Duitse kolonnes in de zogenaamde Falaise Pocket. (https://www.flitetest.com/articles/hawker-typhoon-when-designers-get-it-wrong)
Hawker Typhoon Mk.IB van de RAF boven kolonne Duitse tanks in Normandië. Schildering.(https://www.flitetest.com/articles/hawker-typhoon-when-designers-get-it-wrong)
Hawker Typhoon Mk. Ib (laat) bewapend met raketten tijdens een aanval op een kolonne Duitse tanks. Cover art van 1:48 modelbouwdoos No. 2734 van Italeri uit 2014 als speciale D-Day-herdenkingsuitgave.(https://www.modelbouwenzo.nl/HAWKER-TYPHOON-MkI-B) 
Een bewaarde en opgelapte Amerikaanse Lockheed P-38 Lightning voorzien van ‘invasie’-strepen. De snelle Lightning bezat vier 50-kaliber mitrailleurs plus een 20 mm.-kanon in de neus die 409 ronden per minuut afgaven. Die zijn echter niet ingebouwd in afgebeeld (show-)toestel. (https://www.lockheedmartin.com/en-us/news/features/history/p-38.html)

Lockheed P-38 Lightning van de Amerikaanse luchtmacht met kenmerkende dubbele staart boven Normandië, zomer 1944. Dergelijke toestellen dropten ook pamfletten boven Caen op 6 juni 1944 na het middaguur, cf. Mary Louise Ro–berts, D-Day Through French Eyes, 77 waar dhr.Sabine (in vertaling) uitroept: ‘Twin tails are dropping leaflets on the town!’(https://en.wikipedia.org/wiki/Lockheed_P-38_Lightning)
‘California Cutie’, een Lockheed P-38 Lightning als 1:48 die cast-model.(https://www.worthpoint.com/worthopedia/franklin-mint-armour-38-lightning-48-1907818930)
Von Lucks sterkte werd bovendien verminderd door motorpech, een veel voorkomend euvel bij Duitse tankdivisies. Negentig gevechtsklare Panzer resteerden uiteindelijk, maar waren aangevuld met twee infanteriebataljons. Sommige Duitse tanks van von Luck hadden soms zo’n haast de Orne te be–reiken dat zij, zoals tankseiner Werner Kortenhaus (4e Compagnie, 22e Tankregiment, 21e Pantserdivisie) meedeelde, enkele verdwaalde Britse parachutisten van de 6e Luchtlandingsdivisie voorbijraasden in plaats van onder vuur of gevangen te nemen. De meerderheid van die tanks was onder–worpen aan een hinderlijk herhaald optrekken en remmen, aan voortrazen, dekking zoeken en wéér wachten. (Werner Kortenhaus, in: http://news.bbc.co.uk/2/hi/uk_news/3712245.stm; zie ook: https://weaponsandwarfare.com/2016/02/01/21st-panzer-division-d-day-1944-part-i/ )
Seiner Werner Kortenhaus uit Solingen (bij Keulen) was op D-Day 1944 19 jaar oud. Hij overleefde als lid van de 21e Pantserdivisie de oorlog.(http://news.bbc.co.uk/2/hi/uk_news/3712245.stm)
Hoofdstuk 153.
6 juni 1944, D-Day, na de middag: Britse genie– verbindingsdiensten actief bij het kanaal bij Bénouville
De eerste Britten die via een omweg Bénouville bereikten vanaf Sword Beach maakten deel uit van een genie-eenheid met de strikte opdrachten een zogenaamde Bailey-brug (die zij London Bridge zouden dopen) uit losse, geprefabriceerde metalen onderdelen en een mijnvrije weg over het kanaal aan te leggen zuidelijk voorbij het plaatsje, ongeacht of de kanaalbrug on–beschadigd ingenomen was of niet. Duitse sluip- en mitrailleurschutters waren onderweg nog steeds hun enige, onzichtbare en hinderlijke tegen–standers geweest. Enige verkenningsofficieren van de over zee aangekomen genietroepen lieten als allereersten hun gezicht bij de kanaalbrug zien rond 13:00 uur. Nauwelijks versterking voor de luchtlandingstroepen te noemen. Ze bemerkten dat die brug nog steeds onder vuur van Duitse artillerie, mi–trailleurs en sluipschutters lag, maar verrichten al dadelijk zonder aarzelen hun technisch werk.
Daar waren eveneens verbindingsspecialisten van K Section, 5th Parachute–brigade Signals onder bevel van kapitein Guy Radmore mee begonnen. Te–lefoonlijnen dienden worden uitgelegd vanaf hun brigadehoofdkwartier in Ranville tot over de beide bruggen bij de parachutisten in Le Port. Deze ver-bindingsmilitairen werden allen verwond door zwaar mitrailleurvuur dat uit de richting van het Château de Bénouville aan de zuidwestelijke kanaaloever kwam. Op de open weg vlakbij de kanaalbrug bleef aldus één man zwaarge-gewond en kermend liggen. Daarop besloot korporaal Thomas (‘Darky’) Wa–ters die in reserve was gehouden met diens wireless-eenheid, direct drie rookgranaten te werpen en ter dekking een man met een brengun in die zui–delijke richting van de vijand te laten vuren. Waters begon ondertussen de gewonde soldaat uit de vuurlinie der vijandelijke schutters te slepen. Daarna nam hij alsnog de warpel met telefoonlijn over en rende onder hevig Duits vuur over de kanaalbrug om zijn hoofdkwartier met het benauwde 7e Para–chutistenbataljon te kunnen verbinden. Het snoer werd níet ingegraven. De hele dag was hij alsnóg bezig door granaatscherven beschadigde delen van die lijn weer te herstellen… (Korporaal Waters verdiende de Military Medal voor deze acties. Anoniem, Corporal Thomas Waters, in: http://www. pegasusarchive.org/normandy/Biog1/Thomas Waters 1.jpg en Divisional Signals/5th Parachute Brigade met citatie Military Medal op Internet. Kunstenaar Peter Archer legde korporaal Waters vast op doek, zie voor dat schilderij ook het omslag van het boekje Pegasus Bridge & Merville Battery van Carl Shilleto.) 
6 juni 1944: Corporal Thomas (‘Darky’) Waters (MM) onder Duits vuur dravend over de rolhefbrug in Bénouville met een telefoonlijnwarpel in de hand. Artwork van Peter Archer op het boekomslag van Carl Shilleto, Pegasus Bridge and Merville Battery (Battleground Europe, Normandy).
Hoofdstuk 154.
6 juni 1944, D-Day, na de middag: Commando’s rukken op naar Le Port en Bénouville vanaf La Brèche en Ouistreham
Bij het zo snel mogelijk oprukken vanaf La Brèche aan Sword Beach leidde brigadegeneraal Simon (’Shimi’) Lovat zijn 1st Special Service-Comman–do’s. Bewaakte wegen en kruispunten werden vermeden door schuinweg velden over te steken richting Le Port en Bénouville. Opgegroeid in ruig Schots bergterrein, had the Lord Lovat zich jong ontpopt als een zeer nauw–keurig schutter als jager op herten. Onderweg troffen deze Commando’s meermaals verborgen Duitse sluipschutters alsook een vijandelijk peloton van een man of dertig. Dat trok op over een onder hoog rijp graan staand veld met de (waterige) zon in de ogen. Lovats troep was nog níet opge-merkt. Hij besloot prompt tot een hinderlaag en liet zijn mannen in het graan neerzijgen. Tot hun opluchting mochten de Commando’s hun hels–zware rugzakken daarbij afgooien en snel opstapelen als een beschermende muur. Lovat ging vanachter de stapel rugzakken de strijd in gewapend met een lichte M1-karabijn met korte loop van Amerikaanse makelij. Van het overrompelde, door het hoge koren patrouillerende Duitse peloton bleef niet veel later niet veel over. (Later op 6 juni zou Lovat het Amerikaanse wapen na teleurgesteld te zijn geweest in een schot ‘over 400 yards’ weer inruilen voor een Brits geweer, zie: https://www.americanrifleman.org/content/lord-lovat-s-rifles-in-film-recollection-and-reality/) Men mar–cheerde na dit incident verder, nu in twee rijen aan iedere zijde van een weg, Bill Millin blazend op de doedelzak. Vanuit een westelijk graanveld vlak vóór Bénouville werden de Commando’s beschoten met een geweer. De troep wierp zich op de grond. Lovat had één Duitse schutter bemerkt. De lange bevelhebber richtte zich op, steunde op één knie, richtte zijn karabijn en doodde de vijandelijke soldaat in het graan met één welgericht schot. (Cf. H.K.von Keusgen, Pegasus-Brücke und Batterie Merville (2014), 168) Men stond op en liep verder. Toen deze Commando’s de kerk van Le Port bereikten, sloeg rechts van hen een granaat in, in de kerk. Twee man gingen de plaats verkennen waarvan–daan de granaat mogelijk kwam. Millin zag hen handgranaten door de vensters van twee huizen werpen. Dat had een risico: zowel Britse parachutisten als Duitse soldaten wisselden hier in het dorp nogal eens van stek. (Dus buiten Duitsers hadden bevriende Britse parachutisten kunnen worden getroffen. Een feit dat de Duitse auteur von Keusgen vergat te melden, o.c., 168, noot waarin hij slechts opmerkt dat er ‘französischen Zivilisten’ in hadden kunnen huizen.) Vanuit zuidwestelijk Bénouville waren al enige tijd steeds meer Duitse grenadiers noordelijker naar voren gedrongen. Vandaar hoorde men nu het meeste schieten komen.
De eerste groep Britse Commando’s, onder leiding van korporaal Peter Mas–ters van 6th Commando, arriveerden -ruim vóór Lord Lovat- ongeveer rond enen in de middag (Britse tijd) op hun meegevoerde fietsen bij de kanaal–brug, maar reden dóór, zowel de kanaalbrug als de Ornebrug over, op weg bevolen naar hun rendez-vous te Ranville. Niettemin werden ze in het voor–bijgaan hartelijk begroet door ‘de bruggendwingers’. Masters (een nom de guerre, civiele naam: Peter Arany) had een heel goede reden Duitsers te bevechten. In 1938 had hij als Joodse tiener Wenen in het door Hitler gean–nexeerde Oostenrijk moeten ontvluchten. Hij was in Engeland aangekomen waar hij zich als 18-jarige bij het leger had aangesloten: ‘Ik geloof dat deze oorlog een deel van mij is, sir’, had hij geantwoord op de vraag naar zijn beweegredenen als recruut. Veel Joodse familieleden had hij al verloren en zijn Hongaars-Oostenrijkse ouders waren daarenboven nu niet direct als ‘vrienden’ beschouwd in het Britse gastland. Arany had iets te bewijzen. (Peter Masters, Striking back: A Jewish Commando’s War Against the Nazis (Presidio Press. New York, 1997); .https://doyleglass.com/2021/05/31/peter-masters-and-x-troop/; https://collections.ushmm.org/search/catalog/irn507516 )
Korporaal Peter (Arany >) Masters, 6th Commando (X-Troop), 1st Special Service Brigade.

Peter (Arany > ) Masters, Joodse Commando uit Wenen, kwam als één der eerste Britten van over zee door Compagnie D ingenomen bruggen bij Bénouville en Ranville op D-day.(https://doyleglass.com/2021/05/31/peter-masters-and-x-troop/)
Tegen 13:20 uur (Britse tijd) zat de vermoeide en besnorde luitenant ‘Tod’ Sweeney van het 5e Peloton in een Duitse loopgraaf naast Dennis Fox van het 6e op de oostelijke kanaaloever. De lucht rook branderig, er hing een grauwe rooksluier en overal om hen heen hoorden zij de voortdurende, on–regelmatige ontploffingen van mortiergranaten en het geluid van gierende kogels. Compagnie D zat op haar positie vastgepind. Hospikken renden bukkend af en aan met gewonde parachutisten op brancards. De halfslape-perige Sweeney zag het allemaal somber in, tot hij Fox onverwacht aan–sprak:‘Weet je, Dennis, ik geloof dat ik… doedelzakken hoor.’ Fox keek hem aan, trok een wenkbrauw op: ‘Midden in Frankrijk? Oh, kom op, doe niet zo achterlijk, ‘Tod’!’ (S.E.Ambrose, Pegasus Bridge2, 145; W.Fowler, Pegasus Bridge, 55) Eric Woods van het 6e Peloton lag op wacht, klaarwakker naast een maat: ‘Spelen Moffen eigenlijk doedelzak?’ ‘Dat geloof ik niet, Eric.’ ‘Oh, ‘k dacht dat ik doedel–zakken hoorde.’ (Eric Woods, in: http://www.ornebridgehead.org/eric woods.htm; W.Fowler, Pegasus Bridge, 55) Billy Gray van het 1e Peloton had in zijn Duitse schuttersput op het kalk-leemplateau langs de weg, westelijk achter café Gondrée, herhaaldelijk op zijn horloge getuurd. Waar bleven die verdomde Commando’s nou? Naast hem sprak soldaat Colin Willcocks, een vriend uit het 5e Peloton, hem ineens aan, toen Duitse scherpschutters even hun vuur hadden gestaakt:‘Hé, Billy, ik geloof dat ik doedelzakken hoor.’–‘Jij bent gestoord!’, antwoordde Gray nijdig. Zijn maat moest wel zijn hoofd bij de situatie houden. Een paar se–conden later draaide Willcocks zich weer om: ‘Maar ik hoor ze toch echt!’ Gray zag dat Colin er serieus bij keek, turend naar de bomen in het noord–westen. Hij concentreerde zich even op de geluiden… en moest het toen be–amen. (C.Ryan, De langste dag. Ik neem hier –onder voorbehoud– aan dat auteur Ryan met John Wilkes in feite soldaat Colin Willcocks moet bedoelen. De schrijfwijze zou een hoorfout kunnen zijn bij een interview met Billy Gray. Een naam Wilkes komt in geen der namenlijsten voor Compagnie D voor.) Het klagelijke, weemoedige geluid van de Schotse traditional getiteld Lochan Side dat met windflarden werd overgebracht, werd nu ook opgevangen door sergeant ‘Wagger’ Thorn–ton die zijn mannen erop attent trachtte te maken. (Voor de traditional die geblazen werd even vóór Bénouville, zie: H.K. von Keusgen, Pegasus-Brücke und Batterie Merville (2014), 168 die piper Bill Millin citeert.) Die reageerden eender als Fox en Gray:‘Ga toch weg, man! Waar heb je het over? Je moet verdomde maf wezen!’ Kapitein Guy Radmore van K Section–seiners van de 5e Parachutistenbrigade hoorde hetzelfde. (Anoniem, Corporal Thomas Waters (Internet): ‘At about 1300 hours on D Day, we heard the sound of Lord Lovat’s piper’) Majoor Howard in zijn commandopost in de bunker hoorde ze eveneens en… begreep onmíddellijk waarvoor zij stonden! Luitenant-kolonel Pine-Coffin hoorde vanuit zijn hoofdkwartier gevestigd in het huis bij Le Port op de westelijke oever langs het kanaal de Schotse deun echter het duidelijkst. Ook hij twijfelde geen ogenblik aan de herkomst ervan. Dit was de vooraf afgesproken boodschap! Hij had weliswaar tevoren zijn bugelspeler opdracht gegeven een afgesproken hoornsignaal te blazen in de richting van Le Port – twee stoten op de bugel om ‘Shimi’ Fraser the lord Lovat en de Comman–do’s te laten weten dat er bij de brug nog steeds werd gevochten- maar door het vele lawaai van het schieten bij de kanaalbrug zou dat nu weinig zin heb–ben en hij blies die opdracht daarom af. Desondanks werd één bugelstoot ge–hoord. (Het afblazen van het hoornsignaal naar mededeling van Pine-Coffin zelf na de oorlog, maar de feitelijkheid ervan is omstreden. Majoor Howard herinnerde zich misschien alleen de tevoren gemaakte afspraak over het bugelsignaal, in: J.Howard en P.Howard Bates, The Pegasus Diaries, 136:’A bugle sounded in reply from 7th Para and the skirl of the bagpipes became louder.’ Maar ook lt. Sweeney van Compagnie D meldde:’A bugler stood up nearby and sounded a call.’ in W.Fowler, Pegasus Bridge, [56])
Verborgen in de dichte, natte vlierstruiken op de noordoostelijke kanaal–oever hoorden de jonge Duitse soldaten Helmut Römer en Erwin Sauer en de Poolse tiener Janusch Marschilinski de in hun oren volkomen vreemde muziekklanken vanaf de andere oever ook. Zij bleven doodstil waren zij waren: deels te licht gekleed, rillend, nat, dorstig en hongerig onder vochti–ge, riekende en laaghangende takken. Langs het pad met de smalspoorbaan op de westelijke oever zagen zij zodoende een zwaarbepakte troep soldaten met groene baretten of helmen op (Commando’s) ‘in ganzenpas’ komen aanmarcheren. Het was hen duidelijk geworden dat ‘die Invasion’ -die géen invasie was- gaande was. Noordelijker, naar de Kanaal kust toe, dreunde namelijk bijna onophoudelijk geschut. (H.K. von Keusgen, Pegasus-Brücke und Batterie Merville (2014), 168; M.Bowman, Terugblik op D-Day, 53; interview met Römer in Daily Telegraph, juni 2004, in: http://www.ww2talk.com/forum/germany/16294-pegasus-h…, )
13:25 (Britse tijd). En vlak daarop verscheen op de weg uit Le Port rechtop marcherend doedelzakblazer (piper) William (‘Bill’) Millin gekleed in on–erispelijk commando-veldtenue en met de groene baret op het hoofd. Hij was echter, op zijn deels ceremoniële commandodolk na, ongewapend. Zijn lange bevelhebber had hem opdracht gegeven het blazen te staken, zodra de beide hoornstoten van de parachutisten waren gehoord. Die werden hier níet opgevangen. Millin ontwaarde wel reusachtige kolommen zwarte rook bij de brug en zelfs van waar hij zich bevond, hoorde hij granaatscherven en kogels ricochetteren tegen de ijzeren brugdelen. Het was overduidelijk dat hij zijn spel kon staken. Britse gewonden zag hij vanaf de oevers haastig op stret–chers naar het roodwit geschilderde café worden gedragen. Naast de gespan-nen toekijkende Millin marcheerde trots de lange, besnorde brigade–generaal the 15th Lord Simon (‘Shimi’) Lovat, thans –voor de vorm of de historie?– omgekleed in een smetteloos witwollen Aran–koltrui en op het hoofd de groene baret, stengun onder de rechterarm en in de linkerhand zijn bijna onafscheidelijke wandel– én aanwijsstok. Volgens premier Churchill hadden Compagnie D ‘Ox and Bucks’ en de parachutisten nu zicht op ‘de meest mild–gemanierde man die ooit een schip had gekelderd of een hals doorge-sneden’. (Lovat had Commando-raids op Narvik, Dieppe, Boulogne, Citaat naar: https://www.americanrifleman.org/content/lord-lovat-s-rifles-in-film-recollection-and-reality/. Voor de tijd van arriveren van deze Commando’s, zie het para-after battle rapport in: http://ww2talk.com/forums/topic/45977-pegasus-bridge-in-the-words-of-those-who-were-there, 4. Het dagboek van de 6e Luchtlandingsdivisie d.d. 6 juni 1944 houdt het op: ‘1353 – 1 SS Bde crossed the brs – unit of 8 Inf Bde at brs – situation completely in hand. 1 SS Bde came under comd 6 Airborne Div on crossing’, cf. https://www.pegasusarchive.org/normandy/war_divhq.htm) Dat zal een Lovat volgende, grotere groep hebben be–troffen. In de film The Longest Day draagt acteur Peter Lawford een witte koltrui, vgl. W.G.Ramsey (ed), D-Day. Then and Now, vol.1, 228. Lovat zelf was adviseur voor deze scène. Zie daarvoor ook J.Howard en P.Howard Bates, The Pegasus Diaries, 136:’We could see Lovat striding ahead of his men, clad in his trademark Aran wool jumper with Millin beside him blowing away for all he was worth.’ De omkleding heb ik afgeleid uit het feit dat, volgens een beroemde foto, Lovat die vroege ochtend nog in standaard commando-gevechtsjas en met groene baret op het hoofd van zijn landingsschip afliep en naar het strand van La Brèche waadde. Ook Bill Millin is op dezelfde foto op de rug en met doedelzak te zien, zie b.v. S.E.Ambrose, D-Day June 6 1944, tweede set foto’s tussen pp. 320-321)
De Schotse Commando-doedelzakblazer William (‘Bill’) Millin,hier vlak vóór vertrek naar Normandië. Hij blies op Sword Beach bij La Brèche, toen dat onder vuur lag, en vanaf het landinwaarts oprukken naar Le Port, Bénouville en Ranville. Maar niet óp de kanaalbrug.
The Lord Lovat, bevelhebbers der Commando’s groet vroeg in de middag van D-Day majoor John Howard (staande rechts) bij de kanaalbrug van Bénouville. Bill Millin bespeelt nu wel de doedelzak naast hem. Brigadegeneraal ‘Shimi’ Lovat is hier afgebeeld in veldtenue, niet in zijn iconische witwollen Aran-koltrui. Linksachter: café Gondrée. Schilderij van David Pentland, ‘Piper Bill, Pegasus Bridge, Normandy, 13.00hrs, 6th June 1944.’ N.b. Op dat moment was de naam Pegasus Bridge nog níet in gebruik.(https://www.regimental-art.com/regimental_prints.php?ProdID=8571)
Tientallen meters achter hen volgde in lange kolonne de rest der zwaarbe–pakte commando’s van het bataljon in keurig gelid, gevolgd door één amfi–bische Sherman-tank behorende tot de 13th/18th Hussars. (W.Fowler, Pegasus Bridge, [56]) De vermoeide troep oogde zo formeel keurig en opgewekt als Britten zich maar konden voordoen, terwijl hun vele gewonden en gesneuvelden nog zo pas bij Ouistreham waren achtergebleven en bij de kanaalbrug op dit moment niet weinig gewonde parachutisten werden afgevoerd. Ze voerden ook enkele paard en wagens mee, onderweg gevorderd van zéér gemakkelijk krijgsgevangen genomen Russen in Duitse dienst. De karren werden snel volgeladen met rugzakken, radio’s, kisten ammunitie en ander materieel. 
Commando’s met gevorderde paard en wagen passeren een brug achter Sword Beach op D-day op weg naar de bruggen over kanaal en Orne.
Een verzameling Britse Commando’s, parachutisten al of niet in airborne-jeeps en een tankbemanning bij de kanaalbrug en het café Gondrée naar het schilderij Pegasus Dawn van Simon Smith. Indien het de vroege ochtend van 6 juni 1944 D-Day voorstelt, is het een onhistorische bijenkomst. De Commando’s kwamen pas na het middaguur aan en de hospitaalwagen op de brug komt én te vroeg én op dat uur vanuit een verkeerde richting…(https://www.aces-high.com/catalogue/view/pegasus-dawn)
Het sinds 13:00 uur verwachte contact met landingstroepen bij de brug was gemaakt. Het was D-Day, rond 13:30 uur, Britse tijd. (Majoor Howard noemt onterecht de eerder bij Bénouville doorgetrokken commando’s en genie niet in J.Howard en P.Howard Bates, The Pegasus Diaries, 136:’They (Lovats commando’s) were the first sea-borne troops to reach us at about 13:00 hours on D-Day.’)
In de loopgraven op de oostelijke kanaaloever werden prompt de wapens neergelegd of in de lucht geworpen, klonken enthousiaste kreten en luid ge–juich en omhelsden leden van Compagnie D ‘Ox and Bucks’ elkaar. Er werd een aanmoedigend lied aangeheven door de Londenaars:’’Ammer, ‘ammer, ‘ammer down the ‘ard ‘igh road’. De aankomst van de statige Lovat werd in stijl gevierd. En er waren infanteristen die hun tranen niet konden bedwingen. (‘Oh dear, celebrations I shall never forget’, getuigde sergeant Thornton na de oorlog)
Lovat keerde zich rustig om tot zijn jonge, blozende doedelzakblazer en sprak: ‘Goed, we steken over. Speel nog níet, Bill, wacht tot ik het je zeg!’ . (De mythe van het het bespelen van de doedelzak óp de brug door William Millin, aangewakkerd door de film The Longest Day, werd door de Commando zelf meermaals gerectificeerd. Hij speelde pas vanaf de oostelijke kanaaloever verder.) Vervolgens stak de lange dunbesnorde Lovat rechtop marcherend het middendek van de kanaalbrug over, wandelstok in de hand, M1-karabijn over de schouder. De rest van de ‘Groene Baretten’ had van hem bevel ge–kregen nog te wachten op de westelijke oever. Een gearriveerde Franse groep Commando’s behorende bij Nr.10 Troop onder bevel van luitenant-kolonel Philippe (‘Pasha’) Kieffer bevond zich nu bij het gemeentehuis. Ge–orges Gondrée wilde de Commando-brigadegeneraal datgene offreren waarmee hij al de ganse dag had rondgelopen: échte champagne. Het duurt immers enige tijd voor bijna honderd flessen zijn ‘soldaat’ gemaakt… De café–eigenaar rende daartoe in gebogen houding roepend en met vochtige ogen de statige Lord Lovat achterna met een vol dienblad in de handen. De lange, slanke briga–degeneraal sloeg halverwege de kanaalbrug echter beleefd, doch dringend de gratis alcoholische ver–snapering af en marcheerde zonder omkijken verder. Gondrée bleef beteu–terd staan. De luidruchtige Wally Parr die in de put van het antitankkanon wachthield, zag Gondrée’s moeilijkheid en besloot de man van zijn last te ontdoen. Heftig instemmend knikkend met het hoofd en de hand uitgestoken riep hij hem dichterbij: ‘Oui! Oui!’. Parr mocht enige glazen champagne ont–vangen, voordat de cafébaas haastig en bukkend terugkeerde naar zijn nu als verbandpost ingerichte zaak op de westoever. Snel sloeg de dorstige Parr de glazen achterover. Majoor Howard ontving op dat moment de Schotse bevel–hebber van de 1st Special Service-Commando’s in zijn lage bunkerpost aan de kanaalbrug en schudde hem hartelijk de hand:‘Hello, Shimi, het werd ver–domme tijd!’‘We zijn ietsjes te laat, John!’, grijnsde Lovat. (Citaat van John Howard naar J.Howard en P.Howard Bates, The Pegasus Diaries, 137. Lovat zou veel later naar eigen herinnering plechtig hebben gezegd:’John, vandaag wordt geschiedenis geschreven!’, de uitspraak die vervolgens legendarisch werd, maar die hij in werkelijkheid pas later tegen een ándere luchtlandingsofficier had gedaan in het gebied achter Ranville dat hij moest gaan verdedigen, vgl. daarvoor W.Fowler, Pegasus Bridge, [56]-57. H.K. von Keusgen blijft de legendarische versie aanhangen, vgl. Pegasus-Brücke und Batterie Merville (2014), 168 en laat Howard en Lovat elkaar onlogisch bij café Gondrée ontmoeten, dat was níet het geval.) De bescheiden majoor waarschuwde hem schreeuwend dat het gebied van de kanaalbrug nog onder vuur van Duitse mortieren en sluipschutters lag: ‘Sorry, Shimi, voor die mortierschoten vanaf dat verdomde château. De klootzakken hebben de schootsafstand bepaald, maar het is toevallig een kraamkliniek en ík heb streng bevel gekregen de opgenomen dames niet te storen! (D.w.z. Howard mocht niet laten terugschieten op Duitsers bij het château.) Het terrein tussen de bruggen is tamelijk veilig tegen sluipschutters vanwege die bomen aan beide kanten van de weg!’. Van sluipschutters had–den de Commando’s de hele weg vanaf Ouistreham al last gehad en er waren door dat vuur gewonden gevallen. Lovat gaf een teken aan de wachten-de Commando’s. In dubbele rij marcherend kwamen kolonnes Commando’s achter hem aan, de rolhefbrug op. Onmíddellijk reageerden onzichtbare, furi–euze Duitse scherpschutters, met name vanaf de zuidwestelijke kanaaloever en de velden ten zuidwesten van de brug. (J.Howard en P.Howard Bates, The Pegasus Diaries, 136) De groene baretten vormden boven de brugbalustrades uit een in het oog lopend doelwit. Schoten plopten en een dozijn Commando’s viel alsnog -maar nu geheel overbodig – gewond of gesneuveld op de kanaalbrug neer. Soldaat Philip Pritchard van Nr.6 Commando behoorde tot de eersten die in draf de kanaalbrug overstaken, hun zware rugzak meetorsend. Hij hoorde Duitse kogels inslaan op de metalen brugdelen. Eenmaal over de kanaalbrug gerend, zag de Commando op enige afstand p het lijk van een Britse officier liggen met een Colt .45-automatisch pistool aan een koord om de hals beves–tigd. Hij trok het koord strak, zette zijn laarzen erop en brak het los. Het voor de gesneuvelde officier nutteloze wapen verdween in een binnenzak van een levende strijder. Het lijdt weinig twijfel dat Philip Pritchard van Nr.6 Commando op het dode lichaam van luitenant Denham Brotheridge was gestuit dat nabij en buiten de verbandpostgreppel van ‘Doc’ John Vaughan tussen de beide bruggen in moet hebben gelegen. (Pritchard wist zich hierbij niet meer te herinneren bij welke van beide bruggen deze gesneuvelde Britse officier lag, maar voor zover mij bekend was geen enkele aanwezig in de onmiddellijke nabijheid van beide bruggen. Slechts één officier van Howards groep was gesneuveld die nacht: luitenant Den Brotheridge. Het lichaam was reeds per brancard verplaatst naar de verband–postgreppel van dr. John Vaughan:’As I ran across one of the bridges, I stopped near a dead British officer (….). This officer was one of the glider party that had landed during the night and did such good work in capturing the bridges intact.’, zie R.Neillands en R. de Normann, D-Day 1944. Voices from Normandy, 112)
De artistiek begaafde Lance Corporal Brian J. Mullen, als Royal Engineer toegevoegd aan Nr.4 Commando, trachtte een gewond op de brug neerge–vallen kameraad te helpen en ontving daarbij zelf een dodelijke treffer. Ka–pitein-arts Vaughan in de Regimental Aid Post constateerde later bloedige gaatjes in vele baretten. De nodeloze onvoorzichtigheid werd alsnog opge–geven. Er werden nu eerst rookgranaten op de brug en de zuidelijke oevers gegooid, volgende Commando’s onder wie de Vrije Fransen zetten haastig hun helmen op en staken door het dichte rookgordijn de brug in een enkele rij, snel en in gebogen houding over. De Franse troop had zelfs op die wijze nóg drie gewonden te betreuren. De laatste, Britse commando van een troep die langs het noordwestelijke jaagpad en de smalspoorbaan langs het kanaal was gearriveerd, overhandigde aan de verraste John Howard een stel jonge, angstige en van kou rillende Duitsers van wie enige slechts in ondergoed waren gekleed. (Dit zijn wel andere Duitsers geweest dan Römer, Sauer en de jonge Pool Janusz Marschilinski die volgens Helmut Römer zich pas de volgende dag laat, 7 juni, overgaven en vanaf de noordoostelijke kanaaloever; zie daarvoor het interview met Römer in de Daily Telegraph van juni 2004, zoals weergegeven in http://www.ww2talk.com/forum/germany/16294-pegasus-h, en in H.K. von Keusgen, Pegasus-Brücke und Batterie Merville (2014), 95-97 waar vooral de context op de oostelijke oever wijst.) Ze waren ergens onder–weg uit struikgewas te voorschijn gekomen:‘Alstublieft, sir, een stel van de Pants-off Division (‘Broek uit-divisie’)!’, grinnikte de Commando, waarmee hij expliciet te kennen gaf vantevoren van de aanwezigheid van tenminste één Duitse pantser– of tankdivisie in de regio op de hoogte te zijn geweest, al behoorden deze krijgsgevangenen dan tot het 736e Regiment van de 716e In–fanteriedivisie.
Nu de troepen over de kanaalbrug waren, spoorde Lovat Bill Millin aan de doedelzak wederom te hanteren:‘Goed, speel nu en blijf de hele weg door–spelen tot je bij een andere brug komt en blijf spelen tot je er overheen bent; maakt niet uit wat, maar blijf spelen!’ (Millin, in: C.Shilleto, Pegasus Bridge & Merville Battery, 71; H.K.von Keusgen, Pegasus-Brücke und Batterie Merville (2014), 169)
De Duitse brugwachten Helmut Römer en Erwin Sauer en hun Poolse maat, Janusz Marschilinski hoorden nu hoe enkele voordien nog onopgemerkt ge–bleven kameraden zich alsnog roepend om genade overgaven. Honger en dorst kwelden hen, maar zij hadden besloten zich nog niet over te geven. Ze zouden immers neergeschoten kunnen worden, zoals ze hadden gehoord van hun officieren? (H.Römer, in: http://www.ww2talk.com/forum/germany/16294-pegasus-h..
Hoofdstuk 155.
6 juni 1944, D-Day, na de middag: Britse tanks en een luchtafweereenheid bereiken Bénouville en de kanaalbrug
Commando’s passeren ingenomen Ornebrug bij Ranville
Op motorfietsen arriveerden nu samen met Lovats Commando’s ook twee vreemde eenden in de bijt: kapitein Reid, commandant van twee Troops Bo-fors–luchtafweerartillerie, en sergeant Francis Connors. Beiden behoorden tot het 7e Bataljon, Loyal Regiment (North Lancashire), 92e (Loyals) Lichte Luchtafweerregiment van de Koninklijke Artillerie. Het was hun vroege taak terreinen bij beide bruggen over kanaal en Orne te verkennen ten bate van plaatsing van de in de avond nakomende luchtafweerkanonnen en die als zo–danig te markeren. Op een gegeven ogenblik reed kapitein Reid vooruit in zijn eentje om oevers te inspecteren en kwam daarbij prompt onder sluip-schuttersvuur dat hem echter miste. Uiteindelijk is het hen gelukt geschikte locaties voor de Bofors-kanonnen van hun twee troops te vinden. Verder dienden zij de ontvangst voor te bereiden en te wachten. (http://www.trueloyals.com/new-page-48, 4)
Ondertussen ratelden enige Britse tanks die vanaf Sword Beach waren geko–men, regelrecht zuidelijker het dorp Bénouville in om de parachutisten een hart onder de riem te steken en rolde de rest op snelheid over de bruggen naar Ranville om samen met de Commando’s de 6e Luchtlandingsdivisie te helpen in haar strijd tegen de overige gevechtsgroepen van de 21e Pantser–divisie. Ook de Ornebrug bleek onder licht, maar wel gevaarlijk Duits vuur te liggen (Getuigenis van commando Philip Pritchard in R.Neillands en R. de Normann, D-Day 1944. Voices from Normandy, 112) Over die brug marcherend zag piper Bill Millin die hier Blue Bonnets over the Border speelde, twee Britse parachutisten in een loopgraaf gedekt naast de weg gereed liggen. Hevig gebarend naar beide vlakke, open oevergebieden en vervolgens de handen steeds druk neerwaarts bewegend, trachtten de mannen de Commando’s duidelijk te maken dat hier sluipschut–tersvuur heerste. The Lord Lovat die dáardoor zoëven nog een groep mannen had verloren, bleef echter onverstoorbaar rechtop doormarcheren over de weg naar Bas de Ranville. De ingegraven waarschuwers wisten niet wat te denken. Millin liet rustig de balg leeglopen en liep grijnzend op de nerveuze mannen in de loopgraaf toe die hij bemoedigend de hand ging reiken. Toen stak –eveneens stevig marcherend– een lange parachutistenofficier met rode baret, Nigel Poett, de weg over en schudde hartelijk handen met de Schotse brigadegeneraal met de groene baret op het hoofd:‘Zeer verheugd je te ont–moeten, Shimi, ouwe jongen!’, sprak de officier. ‘En wij zijn zeer verheugd om jou te ontmoeten, ouwe jongen. Sorry, we zijn tweeëneenhalf minuutjes te laat!’ Poett grijnsde breed terug en salueerde. Wat is een half uurtje in een oorlog?
En zo marcheerden de zwaarbepakte Commando’s verder naar de hoogte rond Amfreville op de oostelijke Orne–oever om er de vermoeide en flink gedecimeerde Britse 3e Parachutistenbrigade te ondersteunen. (S.E.Ambrose, Pegasus Bridge2, 146-147; H.K. von Keusgen, Pegasus-Brücke und Batterie Merville, 169 die echter de Britse officier met de rode baret niet kon identificeren. Lovats ironie ontgaat blijbaar de Britse schrijvers R.Neillands en R. de Normann in hun D-Day 1944. Voices from Normandy, 112:’Lord Lovat’s 1st Commando Brigade had also arrived in the early afternoon, fighting their way from ‘Sword’ to arrive just two-and-a-half minutes late for the rendezvous at what is now Pegasus Bridge at Bénouville.’)
Hoofdstuk 156.
6 juni 1944, D-Day, ca. 1500 uur (Britse tijd): Hitler geeft alleen toestemming om twee pantserdivisies op te laten rukken naar bedreigde kust.
Adolf Hitler in kasteel Klessheim verliet even na 14:00 uur Duitse (15:00 Britse) tijd onverwacht de dinerzaal en zei tot generaal Schmundt, zijn leger-adjudant, dat hij von Rundstedt moest berichten dat de veldmaarschalk nú de 12e SS Pantserdivisie ‘Hitlerjugend’ van Witt tussen Parijs en Lisieux en de Panzer Lehr-divisie van Bayerlein in Bretagne mocht gebruiken, maar geen enkele eenheid van het 15e Leger dat boven de Seine was gelegerd. Hitler was dus onzekerder over de plaats van ‘de invasie’ (‘de Cotentin…’ en ‘tus–sen de Orne en de Vire…’) dan hij zich een paar uur geleden had voorge–daan. Hadden zijn inlichtingendienst immers niet ook gesproken van ‘in to–taal zo’n zestig divisies’ die in Zuid-Engeland klaar zouden staan? Generaal Schmundt telefoneerde naar OB-West, maar vóór dit Führer-bericht de be–treffende tankdivisies bereikte, gingen wederom enkele uren verloren….
Hoofdstuk 157.
6 juni 1944, D-Day, ca.15:00 uur (Britse tijd): Boot met Duitse infanterie vanuit Caen naar kanaalbrug gezonden en bestookt met Parrs Duitse kanon.
Tegen 15:00 uur (Britse tijd) werd bij Bénouville een Duitse tegenaanval geopend vanaf het kanaal met een met infanterie geladen middelgrote boot die vanuit de haven van Caen was vertrokken. Het bevel voor die aanval was die ochtend reeds gegeven. De Britse soldaat John Butler van Compagnie C van het 7e Parachutistenbataljon had zich even tevoren doodmoe en met een gapende bajonetwond in zijn dijbeen gevestigd in een greppel langs het ka-naal aan de westelijke zijde, achter de bebouwing van Bénouville waar zijn bataljonsmaten nog steeds hevig slag leverden met koppig infiltrerende Duit–sers. Eindelijk had hij gelegenheid die diepe wond te verbinden. Sinds zijn parachutesprong van die nacht had hij niets meer te drinken gehad. Zowel de wondpijn als de dorst gaven hem een gevoel van misselijkheid. Hij besloot zich naar de huizen aan de weg bij de kanaalbrug te begeven om water te zoeken. (Butler, in: N.Barber, The Pegasus and Orne Bridges, 226-227)
Korporaal Jack (‘Bill’) Bailey in de achthoekige, verdiepte en betonnen tobruk-stelling van het antitankkanon oostelijk naast de brug had de boot met ongeloof en als eerste waargenomen en schreeuwde naar Wally Parr, Charlie Gardner en Billy Gray:‘Om Christus’ wil, kijk nou!’ Hij vertelde er niet bij wáár ze moesten lijken. Parr had net, achter het scherm en schrij–lings op het draaizeteltje van het Duitse 5 cm-kanon gezeten, een sigaret opgestoken. Verschrikt begon Wally Parr om zich heen te kijken. 
De Duitse tobruk-put met 5 cm-kanon PAK 40 op de oostelijke kanaaloever te Bénouville naast de rolhefbrug. Kanon en pantserscherm waren van camouflageverf voorzien, maar het stuk is recent egaal overgeschilderd en ook meer de oever op verplaatst na verbreding van het kanaal. Foto van vlak na de oorlog.
Het Oostenrijkse 5 cm. anti-tankkanon PaK 40 uit WN 13 bij Bénouville van Duitse zandgeel-bruin-groene camouflageverf ontdaan. Is heden weer in een egale zandkleur gezet.(Eigen foto, juni 1998)
Toen klonk een brullende majoor Howard vanuit de loopgraaf achter hen:‘Parr! Laat die kloteboot niet tot bij de verdomde brug hier komen!’ Howard was al gewaarschuwd. Toen de gewonde parachutist John Butler de veroverde rolhefbrug bereikte ter hoogte van het café Gondrée, tevens hun verbandpost, hoorde hij achter zich een boot naderen vanuit het zuiden. Rookpluim uit de schoorsteenpijp. Hij meende in de verte een 20 mm-kanon op het voordek te zien alsook een gemonteerd machinegeweer. Een Britse para-officier ter plaatse riep tezelfdertijd een man of zes, onder wie Butler, toe het vijandelijke vaartuig af te stoppen. Het groepje lichtbewapende parachutisten rende terstond zuidwaarts de begroeide westelijke kanaaloever over om posities in te nemen. De zich nog onwel voelende Butler hinkte er wat rustiger, maar gehoorzaam achteraan. (J.Butler, in: N.Barber, The Pegasus and Orne Bridges, 226-227) Wally Parr achter het kanon richtte zijn blik op het kanaal: hij zag een houten boot naderen die vol Duitse gewapende troepen bleek te staan. Hij zag ook een groep Britse parachutisten stellingen westelijk langs het kanaal innemen, niet ver van de brug. Parr wist al hoe het kanon te draaien en in hoogte te stellen middels een wieltje aan de linkerkant. Een granaat werd onmiddellijk door de maten het sluitstuk ingeschoven. Aan de rechterzijde van de betonnen tobruk-put stonden in het Duits en in meters verschillende schootsafstanden aangegeven: tot een rij bomen rechts aan de westzijde van het kanaal, tot een een grotere bossage ter linkerzijde daarvan, tot het château zuidelijker en tot de bocht in het kanaal erachter. Maar nu had hij een probleem dat ‘bewegend doel’ heette. Daar was nog niet op geoe–fend die ochtend! Door het vizier zag hij het vaartuig gestadig naderbij komen over het midden van het water, maar de maten riepen nog geen af–standen aan hem door. Hij moest er opgewonden om vragen. Eén van de jongens antwoordde:’Ongeveer 800, 750…’ Hij rekende gehaast verder: ’Wal, ’t mot 725 zijn!’. Parr stelde het kanon in op die afstand en drukte op de vuurknop. Een oorverdovende knal volgde. De zware, gloeiende granaat–huls schoot achter uit het sluitstuk, maar daar waren de maten op voorbereid. Het schot viel enige tientallen meters te kort en deed het kanaalwater met een hoge fontein opspringen. De stuurman van de boot hield midden in het kanaal halt, schakelde geschrokken terug en maakte haastig een scherpe draai naar stuurboord. Dat bleek een foute manoeuvre, de brede flank met de railing kwam binnen schootsbereik. De volgende granaat was reeds in het afsluitstuk geschoven. Wally Parr richtte zijn wapen opnieuw en het tweede kanonschot raakte de boot zo hard in het midden van de bakboord-railing dat hij ervan schudde. Motor en schroef bleven werken. De wending werd snel uitgevoerd, maar er moeten op zijn minst gewonden aan boord zijn gevallen. Nog vóór de bocht zuidelijker in het kanaal werd bereikt, hadden Parr, Gardner, Bailey en Gray nóg vier kanonschoten kunnen lossen waarvan er drie de achtersteven van het vluchtende vaartuig vol hadden geraakt. Met een zwarte rookkolom achter zich aan tufte het gehavende vaartuig mét zijn gewapende Duitse passagiers terug in de richting van de haven van Caen. Verdreven door een Duits kanon en Britse amateur-kanonniers. Die barstten nu jongensachtig uit in luid gejoel en gejuich. (S.E.Ambrose, Pegasus Bridge2, 147; Wally Parr, in: N.Barber, The Pegasus and Orne Bridges, 227 (Barber noemt geen tijdstip, maar plaatst de episode volgens de context in ieder geval na 11:30 uur in de middag); D. Edwards, The Devil’s Own Luck, 49; 56-57; B.Parr, “What d’ya do in the war, dad?”, 48 noemt het een gun-boat, maar wat het juiste type klein vaartuig was blijft de vraag. Er zijn geen foto’s van bekend. J.Howard en P.Howard Bates, The Pegasus Diaries, 137 geeft ook geen tijdsvermelding voor dit bootincident, maar plaatst het enige tijd na de komst van de commando’s bij de kanaalbrug (01:30):’shortly after this..’. Majoor Howard drukte de reactie van zijn viertal op hun overwinning zo uit:’…in a manner most satisfactory to the lads in the gun pit, who whooped and yelled in glee.’; B.Maddox, The Tale of Two Bridges, 34 citeert hierover o.a. soldaat Butler, maar suggereert ten onrechte een nachtelijk tijdstip voor dit incident.)
Hoofdstuk 158.
6 juni 1944, D-Day, ca.15:00 uur (Britse tijd): Verwarde situatie bij 21e Pantserdivisie rond Caen
Rond dezelfde tijd ontmoetten de twee kolonnes gepantserde wagens en tanks van de 21e Pantserdivisie die ‘s ochtens waren vertrokken uit Falaise en de Caen-regio, elkaar uiteindelijk ten noordwesten van Caen. Maar het was al te laat. Bovendien hadden zij beide zware verliezen geleden tijdens de uiterst langzame tocht. Geallieerde duikbommenwerpers hadden nauwelijks kunnen worden ontweken. Kolonel Hermann von Oppeln-Bronikowski, de bevelhebber van een regiment tanks, was in zijn cabrio-Pkw K1-Volkswa–gen ‘Kübelwagen’ Typ 82 driftig heen en weer blijven rijden langs zijn pantserko–lonnes die om de haverklap vast zaten in het verwoeste Caen. Het wemelde er ook nog eens van de vluchtende burgers. De commandant besloot terug te keren en om de stad heen een weg te zoeken waar wederom veel tijd mee heen ging.
Oberst Hermann Leopold August von Opplen-Bronikowski (1899-1966) won als ruiter in 1936 een Olympische gouden plak. Werd na Normandië als Generalmajor bevelvoerder van de 20. Panzerdivision. Was hoog onderscheiden. Bleef het Hitler-regime dienen van het begin tot het ruineuze einde, toen hij werd krijgsgevangen genomen door de A-merikanen waarop hij had aangestuurd. Werd beschuldigd van oorlogsmisdaden, maar vrijgesproken als een onschuldige in 1947. Hielp het naoorlogse Duitse leger weer opbouwen.(https://ww2gravestone.com/people/oppeln-bronikowski-hermann-leopold-august-von/)
Gebombardeerd Caen, begin van de Rue d’Auge, juni-juli 1944. Foto: Delasalle, Caen. Naar ansichtkaart Caen-542. Bewerkt.(https://www.fortunapost.com/caen/61854-14-caen-rue-d-auge-bombardee-en-1944.html)
Pkw K1 Volkswagen Kübelwagen Typ 82 werd veel gebruikt door Duitse officieren. Het voertuig kon ook in amfibische uitvoering voorkomen. Fotograaf: Genzler. Plaats: Noord-Frankrijk, zomer 1944. Coll. Bundesarchiv Bild 101I-301-1960-21.(https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Bundesarchiv_Bild_101I-301-1960-21,_Nordfrankreich,_Soldaten_mit_VW-K%C3%BCbelwagen.jpg)
Hoofdstuk 159.
6 juni 1944, D-Day, ca.15:00-16:00 uur (Britse tijd):
Beide bruggen fel verdedigd
Veldmaarschalk Rommel terug in Parijs
De geparachuteerde, brildragende oorlogscorrespondent Leonard Mosley die de vorige nacht even na 05:00 uur (Britse tijd) ver ten oosten van Ranville was neergekomen en verdwaald, had, als zo velen, een lange tocht achter de rug gehad:‘Gedurende twee slopende uren dwaalden wie door het land. We verborgen ons in schuren om aan de Duitse patrouilles te ontkomen. We schoten op een Duitse auto die een landweggetje inreed. We ontmoetten een jongen met een Duitse veldfles vol wijn. Hij gaf ons ervan te drinken en diende ons als gids om de vijand te ontwijken. Even na drieën ‘s middags hadden we tenslotte ons verzamelpunt bereikt. Ik deed mijn uitrusting af en begaf me naar de bruggen waar niet meer werd gevochten. Zowel de bruggen over de rivier als die over het kanaal waren in onze handen gevallen en werden fel door de mitrailleurs van de parachutisten verdedigd. Maar verderop naar het westen waar de Duitsers verwoedde tegenaanvallen openden, nam de strijd in hevigheid toe. De situatie was ernstig. We hadden de nazi’s verrast, maar ze hadden zich hersteld en we verwachtten ieder moment hun tanks te zien verschijnen.’
Veldmaarschalk Erwin Rommel arriveerde vanuit Ulm bij Herrlingen (in de buurt van Stuttgart) en via Metz kort na 16:00 uur Duitse tijd (17:00 Britse) in zijn Franse hoofdkwartier, het oude kasteel aan de Seine. Zijn plaatsver–vanger, Hans Speidel, lichtte hem snel in:‘De 352e Divisie meldt dat in haar sector de geallieerde troepen (lees: Amerikanen) gedeeltelijk in zee zijn te–ruggedreven (lees: vanaf ‘Omaha Beach’). Maar we hebben heel weinig in-lichtingen over de gebeurtenissen ten noorden van Caen. Onze luchtmacht heeft nog steeds níet kunnen opstijgen.’ De laatste bewering was op zichzelf een bewijs te meer hoe slecht de communicatie tussen de Duitse diensten ter plaatse verliep én was in zijn algemeenheid niet waar. (De Luftwaffe had die morgen op eigen gelegenheid besloten op te stijgen met het zeer weinige materieel dat nog werkzaam was. Op de allereerste plaats ontwaarde Leutnant Adalbert Bärwolf, piloot in een Messerschmitt BF 109-verkenningsjager behorend bij 3./ Nahaufklärungsgruppe 13 vlak na het ochtendgloren de vloot die vóór de Amerikaanse landingssectoren lag. De dichtstbijzijnde eenheid jachtvliegtuigen die werd gealarmeerd was I. Gruppe (Major Erich Hohagen) van Jagdgeschwader 2 (Major Kurt Bühligen), 60 km. achter de kust gestationeerd in Courmeilles-en-Vexin waaruit mogelijk eerder de Focke Wulf was opgestegen die een bom had afgeworpen naar de kanaalbrug, indien die niet van Carpiquet bij Caen kwam. Iets meer dan twintig Focke Wolf 190-jachtvliegtuigen van I./JG2 konden het zodoende die vroege ochtend opnemen tegen een groep B 26 Marauder-bommenwerpers van de Ninth USAAF boven Pointe du Hoc tijdens de eerste fase van de geallieerde landingen (zie: Focke Wulf Aces). Kapitein George Mabry, stafofficier en bataljonscommandant van het Amerikaanse 8e Infanterieregiment was er tijdens de run in van zijn aanvalsboot op de linkerflank van Utah Beach op het Cotentin-schiereiland getuige van hoe tussen 05:40 (aanvang vuren van vlootgeschut, Britse tijd) en H-Hour 06:30 uur (Britse tijd) één enkel ‘Duits jachtvliegtuig’ uit de bewolking was neergedoken op de vloot aanvalsboten, maar op tijd door een te hulp schietende Spitfire was neergehaald met drie vuurstoten en pal naast Mabry’s boot met op volle snelheid draaiende propeller en in brokstukken in de woeste zee was verdwenen. Ongetwijfeld ging het hier om één van die genoemde Focke Wulfs van I./JG2. Auteur Cornelius Ryan vergiste zich eveneens, toen hij in De Langste Dag schreef:‘Nu waren hij (Oberstleutnant Joseph Priller) en (Unterfeldwebel Heinz) Wodarczyk klaar om op te stijgen (vanaf Lille-Noord met twee van de drie overgebleven Focke 190 A 8/9-jachtvliegtuigen van 26 Jagdgeschwader) –klaar om de enige aanval van de Luftwaffe bij daglicht tegen de invasie te ondernemen.’. Dit was dus niet de enige Luftwaffe-tegenaanval op D-day zoals vaak wordt verondersteld.
Volgens een verslag dat de Britse RAF-Squadron Leader Dobby op de middag van 6 juni op Sword Beach aan BBC-oorlogscorrespondent Alan Melville doorgaf, waren bovendien ook Duitse bommenwerpers gesignaleerd: ‘De hele dag door zijn wij nooit zonder (geallieerde) luchtpatrouilles boven de stranden geweest. De Luftwaffe heeft tweemaal geprobeerd om er doorheen te komen -eenmaal met een klein aantal Junkers’ 88 (-bommenwerpers) en de tweede keer enige minuten geleden met een stel Messerschmitts 109 (-jachtvliegtuigen). Iedere keer werd de Mof als een bezetene weggejaagd van het strandgebied.’ Commandant Philippe Kieffer van de Franse commando’s bevestigde vanuit Ouistreham de aanval van genoemde Junkers’ 88 :‘Tegen de middag […] deden zeven Duitse bommenwerpers een aanval. Drie werden door de Engelse vloot neergehaald.’ Eén dezer bommenwerpers stortte met zijn bommenlast aan boord brandend neer in de duinen achter Sword Beach, zodoende een groot gevaar vormend voor daar aanwezige Britse militairen. (Zie Commandant (Ph.) Kieffer, De groene baret) Zag luchtmachtofficier Dobby hier beide Focke Wulf 190-jagers van JG 26 uit Lille aan voor Messerschmitts? Zeer wel mogelijk. Beide slanke type toestellen hadden bijvoorbeeld een zelfde lichtblauwe onderzijde. De Focke Wulfs waren bovendien plotseling op een hoogte van slechts 45 meter van oost naar west met meer dan 600 kilometer per uur mitraillerend over de Britse stranden geraasd en daarna door een spervuur van vlootafweergeschut en tussen sperballonnen door zigzaggend over zee landinwaarts weer afgedraaid, zodat een vergissing in herkenning door tegenstanders niet is uitgesloten. Evenwel, een Duitse soldaat, Grenadier Robert Vogt van het 726e Infanterieregiment, lijkt deze waarneming van Dobby te bevestigen:‘Eén enkele keer zag ik twee Duitse jachtvliegtuigen en dat was bij Arromanches op de morgen van 6 juni. Twee Messerschmitts. Toen we ze zagen, schreeuwden we allemaal hoera, maar het waren de enige. Dat was alles. Het was zo verschrikkelijk deprimerend.’ Wij nemen liever aan dat het hier boven de Britse stranden in beide gevallen de Focke Wulf-toestellen van Kommodore majoor Josef Priller en sergeant Heinz Wodarczyk betreft. Of deze twee dezelfde zijn als die welke klaarblijkelijk als ‘twee achtervolgingstoestellen’ werden gezien boven of vanaf het operatiegebied van de Duitse 352e Infanteriedivisie (achter Omaha Beach) op 6 juni, zoals de divisiebevelhebber Oberstleutnant Fritz Ziegelmann claimde (in: D.C.Isby (red.), The German Army at D-Day: Fighting the Invasion, 201) is onzeker, maar waarschijnlijk. De Duitse General der Jagdflieger Adolf Galland, bevelhebber van de jachtvliegtuigen in het westen, verklaarde na de oorlog weer iets anders:‘Slechts in twee gevallen gelukte het Duitse jachtbommenwerpers op de eerste landingsdag afweerstrook en luchtscherm te doorbreken en hun bommen op doelen in de landingszones te werpen.’ Uiteindelijk had de westelijke Luftflotte 3 van veldmaarschalk Hugo Sperrle volgens Galland op D-Day in totaal 319 operationele toestellen in actie: 88 bommenwerpers, 172 jachtvliegtuigen en nachtjagers en 59 verkenningstoestellen. (Op D +4 waren er daarvan al 208 vernietigd en 105 beschadigd). De Luftwaffe had vanaf D-Day codesignaal ‘Dr. Gustav Wilhelm’ uitgegeven, d.w.z. Drohende Gefahr West, ‘Dreigend (‘invasie’-)gevaar in het westen’. Binnen 36 uur waren zodoende zo’n 200 extra Focke Wulf Fw 190- en Messerschmitt Bf 109-jagers vanuit Duitsland ingevlogen voor het Normandische front. Tegen 10 juni (D +4) had het grote gebrek aan gespecialiseerde duikbommenwerpers voor gronddoelen in het westen (namelijk slechts één onderbezette Gruppe Fw 190’s) de Luftwaffe gedwongen 150 jagers uit te rusten met bomrekken. Op D +10 waren extra Duitse middelzware bommenwerpers ingevlogen en bezat men boven Normandië alweer duizend toestellen die vooral ‘s nachts boven de stranden en de kust opereerden, met name ook om mijnen boven zee af te werpen. Tot eind juni waren er in totaal 998 eenmotorige jachtvliegtuigen aan versterkingen aanwezig. De geallieerden konden er nog steeds zo’n tienduizend tegenoverstellen.)
Hoofdstuk 160.
6 juni 1944, D-Day, ca. 16:00 uur (Britse tijd): 21e Pantserdivisie herroepen van beide bruggen en naar kust ten noordwesten van Bénouville doorgestuurd
Even vóór 15:00 uur Duitse (16:00 Britse) tijd ‘s middags vernamen de 12e SS Pantserdivisie en de Panzer Lehr-divisie eindelijk dat de Führer via OB-West had toegestemd met hun inzet. De belangrijkste eenheden ervan zou–den echter niet vóór het invallen van de nacht de omgeving van Caen kunnen bereiken, maar pas de volgende dag, woensdag 7 juni (D +1). Generaal der artillerie Erich Marcks van het 84e Legerkorps hield op ditzelfde uur het merendeel van de 21e Pantserdivisie dat nog immer trachtte op te rukken naar de Orne- en kanaalbrug, juist weer tegen. Op Sword Beach werd intus–sen de gehele dag door de ene na de andere landingsboot uitgeladen. De Duitse Panzers waren dus harder nodig aan de kust. Generaal Marcks zei tegen Oberst (kolonel) Hermann von Oppeln-Bronikowski, commanderend officier van Gevechtsgroep ‘Oppeln’ van de 21e Pantserdivisie: ‘Als u er niet in slaagt de Britten in zee te werpen, zullen we de oorlog hebben verloren!’. Hetzelfde hadden zowel Hitler als veldmaarschalk Rommel onafhankelijk van elkaar reeds veel eerder beweerd. 

D-Day, 6 juni 1944 ’s middags: Britse troepen rukken op achter Sword Beach en Ouistreham, deels langs het de smalspoorbaan van de stoomtram die naar Caen doorloopt over Bénouville. Dekking vormt hier enigszins een amfibische Sherman–tank. De infanterie had in dit gebied veel te lijden van Duitse sluipschutters.(Filmstills)
Britse Sherman-tanks van de Staffordshire Yeomanry die het gebied ten zuiden van Biéville verkenden, kwamen de eerste veertig Duitse PzKpfw IV-tanks van Kampfgruppe ‘Oppeln’ die vanuit het bos van Lébisey in noordelijke richting reden, inderdaad pas rond 16:00 ‘s middags (Britse tijd) tegen. Sherman Firefly-tanks met het effectieve 17 pondergeschut en anti-tankgeschut stonden reeds in verdedigingslinie en goed gecamoufleerd opgesteld op hoge grond en schoten de vier leidende Duitse tanks in brand waarop de rest der Duitse pantsers in dekking vluchtte in nabijgelegen bos–sen waar er nog enkele door artillerieinslagen verloren gingen. Met een om–weg over het oosten kwam de 1e Abteilung (‘bataljon’) van Kampfgruppe ‘Oppeln’ onder commando van majoor Wilhelm von Gottberg weer terug nabij het dorp Mathieu en de Périers-hoogte, waarna nog eens vijftien Duitse tanks door verschillend Brits vuur werden uitgeschakeld. De uiterst gevaar–lijke 88 mm.-luchtdoelkanonnen van de 200e Pantserjagerafdeling van de 21e Pantserdivisie die op deze dag nog op deze hoge richel hadden gestaan om Britse infanterie en tanks vanuit Hermanville te beschieten, waren inmiddels bevolen weer weg te trekken naar het bedreigde westen en hadden dus géén dekking kunnen geven aan hun eigen tanks.
Hoofdstuk 161.
6 juni 1944, D-Day, 16:15 uur (Britse tijd): Franse Commando’s passeren kanaalbrug naar noordoosten
Het onderbemande en zwaarbevochten Compagnie A van het 7e Parachutis–tenbataljon had vandaag in zuidelijk Bénouville against all odds tóch krijgsgevangenen weten te maken. Om 16:15 uur werden 23 ontwapende Duitse militairen alleen door Lance Corporal Frederick Jackson uit het 3e Peloton die zich vrijwillig als escorte ervoor had opgegeven, het dorp uit gebracht naar de kanaalbrug om te kunnen worden ondervraagd. Terwijl Jackson onderweg was naar majoor John Howards bunkercommandopost werd hij door een Duitse sluipschutter dodelijk getroffen. (Over het lot van die Duitse krijgsgevangenen vermeldt de literatuur niets.)
Pas tegen 16:30 uur (Britse tijd) die middag was ook de vermoeide en danig uitgedunde (alleen al 45% gewonden) Franse commando-troep van No 4 Commando onder bevel van Philippe Kieffer als hekkensluiters vanuit de richting van Colleville bij de veroverde kanaalbrug te Bénouville gearri–veerd, uren dus na Lovats eerste groepen. Hij rukte op naar Écarde aan de doorgangsweg naar de kuststad Cabourg waar zij om 19:15 (Britse tijd) aan–kwamen, overlegden met commandant the Lord Simon Lovat en…zonder dralen werden doorgestuurd om de belangrijke hoogte van Le Plain-Amfre–ville aan te vallen. Die wérd prompt veroverd, althans voorlopig. (Met Écarde wordt het huidige Haute en Basse Écarde ten noordwesten van Amfreville en Bréville nabij de D514-weg die naar de naar de Kanaalkust loopt, bedoeld. Commandant Kieffer, De groene baret. Franse commando’s in de Tweede Wereldoorlog (Prisma 1214. Utrecht/Antwerpen, 1966), 70-71)
Het in Amsterdam ondergedoken Joodse tienermeisje Anne Frank schreef op deze dinsdagmiddag in haar dagboek:‘O Kitty, het mooiste van die invasie is, dat ik het gevoel heb, dat er vrienden in aantocht zijn. Die vreselijke Duit–sers hebben ons zo lang onderdrukt en het mes op de keel gezet, dat de ge–dachten aan vrienden en uitredding ons met vertrouwen bezielt! Nu geldt het niet meer de Joden, nu geldt het Nederland en heel bezet Europa.’ En zo was het. (A.Frank, Het Achterhuis. Dagboekbrieven 12 Juni 1942-1 Augustus 1944 (2e dr. Uitg. Contact. Amsterdam, 1947), 232) 
6 juni 1944 (D-Day), middag: ingenomen bruggenhoofden in de Brits-Canadese landingsstranden Gold, Juno en Sword. Hier is niet aangegeven dat het gebied rond de rivier de Dives (rechts) door de Duitsers onder water was gezet. De rode gebogen lijnen geven het front van Duitse weerstand door de (statische) 716e Infanteriedivisie en de mobiele 21e Pantserdivisie weer. Kaart: Encyclopaedia Britannica, Inc.(Naar: https://www.britannica.com/place/Sword-Beach)
Hoofdstuk 162.
6 juni 1944, D-Day, 18:00 uur (Britse tijd): Generaal de
Gaulle houdt ontroerende, maar dubieuze radiotoespraak
Hoewel de Franse generaal De Gaulle vóór D-Day had gevonden dat hij het eerste recht had om het Franse volk, ‘zijn volk’, deze historische ochtend toe te spreken via de radio, was hij naar het achterste plan gedrongen door de grote geallieerde leiders, bevreesd als men was voor de inhoud van zijn speech. Hij mocht spreken na generaal Eisenhower en na de Europese regeringsleiders in ballingschap om hem duidelijk te maken dat hij door de geallieerden noch algemeen werd erkend als regeringsleider, noch als be–langrijk geallieerd militair. De Gaulle had de nacht ervóór nog woedend ge–weigerd te spreken. Om 18:00 uur (Britse tijd) was het toch zover. De toch al gespannen Eisenhower eiste en kreeg inzage in de geplande toespraak van de Franse generaal en schold:’Naar de hel met hem!’ De Amerikanen zou–den wel een andere Fransman voor hem vinden. Maar… iemand van de Gaulle’s postuur was er niet. (C.d’Este, Eisenhower, 535)
De eigengereide Charles de Gaulle plaatste nu enige voor de Grote Alliantie beledigende en gevaarlijke opmerkingen. Hij wekte allereerst het volk op tot een nationale opstand in Frankrijk, een hoogst onverantwoordelijke zet. De Franse verzetsgroepen, de Résistance, diende volgens hem nu niet langer de bevelen van generaal Eisenhower en diens SHAEF-hoofdkwartier op te volgen, maar die van de ‘Franse regering’, casu quo die van generaal de Gaulle. Hij verklaarde eveneens tot afgrijzen van de geallieerde leiders dat de landingen van deze 6e juni nu ‘de uiteindelijke slag’, dus ‘dé invasie’, inhielden, in plaats van dat hij meewerkte aan de zorgvuldig bewaakte en uitgevoerde geallieerde misleidingstechnieken om de Duitsers te laten blijven geloven dat de belangrijkste landing nog in het verschiet lag. De Duitsers hoorden het De Gaulle ook verkondigen en trokken hier en daar de conclusie dat er inderdáad geen andere landingen meer waren te verwachten. De Gaulle pleegde dus verraad. Geen enkel woord had de generaal der Vrije Fransen voorts besteed aan zijn geallieerde ‘vrienden’ zonder wie hij überhaupt weinig uit te zenden had gehad. (Het is mij een raadsel waarom Carlo d’Este, Eisenhower, 535 er slechts lovend over opmerkte:’In the end Charles de Gaulle spoke and was at his most eloquent -and devious- best, delivering a brief but artfully crafted speech that managed to override what Eisenpower had previously said in his.’) Desalniettemin had premier Churchill tranen van ontroering in zijn ogen gekregen bij het beluisteren van De Gaulle vanwege diens mooi verwoorde, gepassioneerde toespraak tot de Fransen. En dit was dezelfde man over wie Churchill nog maar kort tevoren had geopperd dat hij geboeid en wel op een vliegtuig naar Algiers zou moeten worden gezet…
Generaal Charles de Gaulle sprekend voor de radio
Hoofdstuk 163.
6 juni 1944, D-Day, vroege avond: Parachutisten in Le Port en Bénouville afgelost door ontscheepte infanterie
Het 2e Royal Warwickshire-regiment dat behoorde tot de Britse 3e Divisie die ‘s ochtends was geland op Sword Beach, en dat daarvoor Le Port van Duitse weerstandsnesten had gezuiverd, nam uiteindelijk op D-Day vanaf 18:30 uur (Britse tijd) de kanaalbrug bij Bénouville over van de totaal uitge–putte mannen van de 7e Parachutistenbataljon van luitenant-kolonel Geoffrey Pine-Coffin, onderdeel van de 5e Parachutistenbrigade van brigade-generaal Nigel Poett. De ernstig aan zijn dijbeen gewonde majoor Nigel Taylor begaf zich toen eindelijk naar het Gondrée-café om zich te laten verbinden in de daar gevestigde Regimental Aid Post. Daarna hobbelde hij naar buiten in de frisse avondlucht en zette zich doodmoe op een houten stoel aan een tafeltje bij het kleine cylindervormige Shell–benzinepompje aan de brugweg.
Britse infanterie der ‘Royal Warwicks’ lopen in de vroege avond van 6 juni 1944 vanaf 18:30 uur (Britse tijd) in oostelijke richting Bénouville in vanaf Le Port over de D 514 (huidige Avenue du Commandant Kieffer). Links het talud van het kalksteenplateau en daarachter het stadhuis met de toenmalige school van het dorp tegenover het klassiek-Normandische huis van de familie Gervais (niet zichtbaar) aan de viersprong. Rechts: reclamebord van hotel-restaurant-café Gondreé aan de gevel van een nog bestaand pand wijzend op de aanwezigheid van de kleine Shell-benzinepomp. Dat café ligt aan de zuidzijde van de weg, links vooraan, onzichtbaar op deze IWM- foto. Soms wordt de troep op deze foto onjuist vermeld als 50e Divisie en de datum onjuist als 7 juni 1944.(http://www.pegasusarchive.org/normandy/Photos1/Pic-Warwicks.htm, 1)
Hoofdstuk 164.
6 juni 1944, D-Day, vroege avond: Zweefvliegtuigpiloten van Companie D teruggestuurd naar Engeland
Compagnie D doorgestuurd naar Escoville
Nu de weg naar Ouistreham open lag, moesten de nog beschikbare zweef–vliegtuigpiloten (tien man) die Compagnie D hadden ingevlogen, zich mel–den aan de kust, zoals was bevolen door Montgomery. Vóór de oversteek naar Engeland mocht piloot Oliver Boland van Horsa nr.2 op het strand aan een oorlogscorrespondent van de The Times uitleggen hoe de nachtelijke coup de main-actie bij de kanaalbrug in zijn werk was gegaan. Op 7 juni ‘s morgens werd een kort verslag voor de eerste maal in genoemde krant ge–publiceerd. Co-piloot Peter Boyle van Horsa nr.3 bevond zich een paar da–gen na D-Day op verlof in zijn woonplaats Nottingham waar een hem onbe–kende vrouw hem op zijn uniform wees:’Waarom ben jij niet daar in Frank–rijk met het invasieleger?!’. Ze schudde haar hoofd in ongeloof, toen Boyle haar lakoniek meedeelde ‘dat genoegen al te hebben gesmaakt’. (Voor beide piloten zie J.Howard en P.Howard Bates, The Pegasus Diaries, 138)
John Howard had reeds in Engeland bevel gekregen de ingenomen bruggen over te dragen aan een vanuit zee geland Brits bataljon. Vervolgens diende hij zich met Compagnie D aan te sluiten bij de ‘Ox and Bucks’ van Hugh Kindersley bij Escoville, oostelijk voorbij Ranville. Bij Escoville zou Howard de in Engeland aan Compagnie D toegevoegde pelotons van luitenants Fox en Smith, tezamen veertig man, moeten overdragen aan hun eigen Com–pagnie B ‘Ox and Bucks’. Van zijn oorspronkelijke officieren hield majoor Howard er dus maar één over: de rustige luitenant ‘Tod’ Sweeney. Zo’n 22 toegevoegde geniesoldaten keerden vanaf dat moment ook terug naar hun oorspronkelijke, op de stranden aanwezige eenheden.
Hoofdstuk 165.
6 juni 1944, D-Day, 19:00-21:00 uur (Britse tijd):
Kampfgruppe ‘Rauch’ bereikt kust bij Luc-sur-Mer, maar krijgt Britse zweefvliegtuigenoperatie Mallard in de rug
De Kampfgruppe ‘Rauch’ van de 21e Pantserdivisie, één bataljon waarvan ook in Bénouville zeer actief was, had veel geluk. Deze gevechtsgroep met zijn vijftig tanks en één bataljon pantsergrenadiers was toevallig door een vrij brede en onbemande strook tussen de Britse en Canadese landingssecto–ren doorgetrokken en had om 18:00 uur Duitse (19:00 Britse) tijd samen met het 3e Bataljon van het 736e Grenadierregiment van de 716e Infanteriedivisie de zee bij Luc-sur-Mer bereikt. Jonge verkenner-motorrijders zaten er reeds een tijdje op een duin, rookten hun sigaretten en verbaasden zich over de geweldige geallieerde armada daar beneden. Het wachten was slechts op hun eigen kolonne tanks. Een uiterst gevaarlijke situatie was hier voor de Britten ontstaan. Een enorme kans voor de Duitsers om de drukke landingsstranden te beschieten, …indien hun eigen tanks op tijd zouden arriveren. Die pant–serkolonnes waren onderweg, maar vorderden wel heel langzaam. (Naar Werner Kortenhaus en Wilhelm von Gottberg van de 21e Panzerdivisie, in: Heinz Günther Guderian, From Normandy to the Ruhr. With the 116th Panzer Division in World War II (Ausa Book. The Aberjona Press. Bedford, Pennsylvania, 2001), 28 met noot 27 die zonder enige uitleg de Britse dubbele zomertijd tijd hierbij weergeeft.)
Oberst Josef Alois Rauch (1902-1984), commandant van Kampfgruppe ‘Rauch’ in Normandië. Foto uit 1944. Coll. Bun–desarchiv Bild 146-2008-0142. https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Bundesarchiv_Bild-146-2008-0142,_Josef_Rauch.jpg)
Een paar minuten vóór 21:00 uur (Britse tijd) verscheen echter plotseling, maar geheel volgens planning de machtige luchtvloot met in totaal 250 Horsa- en Hamilcar-zweefvliegtuigen van de aanvullende 6e Luchtlandings–brigade van brigadegeneraal Hugh Kindersley, geëscorteerd door jacht–vliegtuigen, boven genoemde oprukkende Duitse kolonnes. Operatie Mal–lard was in volle vlucht. Met deze tweede, avondlijke airborne aanvalsgolf op D-Day wilde de 6e Luchtlandingsdivisie van generaal Gale versterkingen heb-ben in haar béide bruggenhoofden die nog licht werden verdedigd: op de oostelijke oever van de Orne op landingszone ‘N’ ten oosten van Ranville waar de luchtlandingsgenie obstakels nu verwijderd zou moeten hebben, en tevens op de westelijke oever van het Kanaal van Caen waar een nieuw landingsterrein voor zweefvliegtuigen zou komen: LZ ‘W’ tussen Ouistreham en Bénouville, nabij Saint Aubin d’Arquenay. Nu kwamen ook o.m. Tetrach-tanks en ander geschut mee. Een Hamilcar-vrachtzweefvliegtuig kon zelfs twee van dergelijke lichte tanks vervoeren.

Een Tetarch Mk VII-lichte tank paste met een tweede in een Hamilcar-zweefvliegtuig waarvan de neus horizontaal kon worden opengeklapt.(https://www.dday-overlord.com/en/material/tank/mk-vii-tetrarch)
De 42-jarige Oberst Josef Alois Rauch betrok één en ander prompt op zichzelf, toen die zweefvliegtuigen massaal in zijn ‘achtertuin’ begonnen te landen, namelijk op twee landingszones op de westelijke kanaaloever achter Le Port. Rauch was er op dat moment vol van overtuigd dat die zweefvliegtuigen waren bedoeld om zíjn kleine strijd–macht af te snij–den. (Dat hebben meer Duitsers geloofd. Luitenant-generaal Fritz Bayerlein nam de foute visie van Rauch na de oorlog zonder meer over: ‘en alwat nu werd bewerkstelligd was een aanval ten westen van de Orne door één gevechtsgroep die feitelijk tot de kust doordrong. Maar, met dit gevaar voor ogen, liet de Britse commandant parachutetroepen (sic) neerkomen in de achterhoede van de groep, terwijl hij hem dwong de aanval af te breken en zich terug te trekken om te vermijden dat hij werd afgesneden.’. Voor de militaire carrière van kolonel Rauch zie: https://www.tracesofwar.nl/persons/16328/Rauch-Josef-Alois.htm) 
RAF- Tarrant Rushton, 6 juni 1944, D-Day, vroege avond: een vloot Halifax-bommenwerpers met Horsa– en Hamilcar-zweeftoestellen op sleeptouw staat gereed voor opstijgen tijdens de aanvang van Operation ‘Mallard’, geplande massale landingen in het grote kader van Operation ‘Overlord’.Zwaar materieel kon nú mee.(https://www.paradata.org.uk/media/7875)
6 juni 1944 (D-Day), avond; Halifaxes en Horsa’s op sleep tijdens Operatie ‘Mallard’ 
Halifax-bommenwerper van 644 Squadron en Hamilcar-vrachtzweefvliegtuig tijdens Operatie ‘Mallard’ naar een schilderij van Ivan Berryman. Coll. Cranston Fine Arts.(https://www.military-art.com/mall/more.php?ProdID=29535) 
6 juni 1944, avond: ca. 400 follow up–zweefvliegtuigen der Britse 6e Luchtlandingsdivisie naderen tijdens Operation Mallard de Normandische kust bij Ouistreham. Onder hen zijn oorlogsschepen van de Britse vloot (Force S) zichtbaar, o.m. de Warspite en Ramillies.(Naar: http://www.mod.uk/aboutus/dday60//sword.htm, 2)
Gevechtsgroep ‘Rauch’ werd daarop hals over kop teruggetrokken via Anguerny naar Épron waar Hermann von Oppeln-Bronikowski zich bevond met de resten van diens eigen Panzer. De kust tussen Juno en Sword bleef op die manier op D-Day onvoorzien gevrijwaard van het bewegelijke vuur van gevaarlijke Duitse tanks en mobiel geschut.
De 6e Luchtlandingsbrigade van Hugh Kindersley landde op landingszone ‘N’ en ook met zwaar materieel. (J.Howard en P.Howard Bates, The Pegasus Diaries, 137) Ditmaal waren de Duitsers klaarwakker. Landende zweefvliegtuigen werden ont–haald op automatisch vuur. Soldaat Leonard Worgan werd getroffen door lichtspoormunitie. Hij sneuvelde nog binnenin zijn kwetsbare houten Horsa. (Leonard Worgan werd later herbegraven in de buurt van Den Brotheridge op het kerkhof in Ranville.) Een der–gelijk voorbeeld toont wat had kúnnen gebeuren bij de beide bruggen met de mannen van Compagnie D, mits het Duitse wachtgarnizoen in acute staat van alarm was geweest. 
Landingszones van Operatie ‘Mallard’, 6 juni 1944, ‘s avonds. Rechts onder het Kanaal van Caen naar de zee bij Ouistreham en de rivier de Orne. Ooit bevonden zich buiten Saint Aubin d’Arquenay afgezette akkerpercelen, woningen en begrafenissen uit de Bronstijd. (Cf. https://journals.openedition.org/rao/2480)
6 juni 1944 (D-Day), avond, ca. 21:00 uur. Operatie ‘Mallard’ boven de Normandische kust. Schilderij. (https://alchetron.com/Operation-Mallard#operation-mallard-f4c82449-5a19-4b22-aa5c-1ce22ee3fb3-resize-750.jpeg, )

Amfreville, 6 juni 1944. Een resultaat van de Britse Operatie Mallard door de 6e Luchtlandingsdivisie van generaal Richard Gale. De lichte plekken op het veld zijn (kuilen voor) anti-landingspalen.(https://en.wikipedia.org/wiki/Operation_Mallard )

Horsa’s van Operatie Mallard geland tussen staken in het gebied van Amfreville.(Filmstill)
Een enkele keer hadden de Duitsers geluk (rechtsonder: Beutezeug) en dat werd graag uitgebuit in hun propa-gandatijdschrift Signal/Signaal. Over de enorme hoeveelheden succesvol gelande Britse en Amerikaanse zweefvliegtuigen zweeg men liever.(Signaal. Selectie uit de speciale uitgaven van de “Berliner Illustrierte Zeitung” in de jaren ‘40-’45, gewijd aan de Duitse oorlogspropaganda (Rijnstroom produkties. Den Haag, z.j.), 153)
Bij het dorp St.Aubin d’Arquenay bevond zich net achter de Kanaalkust het Duitse Widerstandsnest (WN) 15. WN 15a was meer een medische post. Volgens een bewoonster van het lokale château werd het o.m. bemand met zeer jonge jongens en een arrogante officier die van paardrijden hield. De velden waren zeer geschikt voor Horsa-landingen. WN 16 vlakbij was geschut dat werd bemand door Italianen die zich vlot hadden overgegeven, toen ze achterlangs waren aangepakt op 6 juni ’s middags door een troep langstrekkende Britse Commando’s onder bevel van Derick Mills Roberts. Alle gevangenen, Duitsers en Italianen, werden door hen meegenomen over de intacte en veroverde bruggen naar Ranville als ‘de Pants-off-divisie’ zoals een Commando geestig aan majoor Howard meldde…(http://www.atlantikwall.co.uk/atlantikwall/fn_gr_wn15_st_aubin.php) 
Saint Aubin d’Arquenay op een geallieerde BIGOT-kaart. Duitse lokale stellingen waren dus vooraf bekend, inlichtingen die wel via het Normandische verzet waren doorgezonden en ook door luchtverkenning duidelijk gemaakt.(http://www.atlantikwall.co.uk/atlantikwall/fn_gr_wn15_st_aubin.php )
Operatie ‘Mallard’ van de Britse 6e Luchtlandingsbrigade herdacht in Saint Aubin d’Arquenay, dep. Calvados, Normandië. 104 Horsa-zweefvliegtuigen kwamen aan de grond op de velden ten oosten van het dorp tussen 20:52 en 21:20 uur ’s avonds waarbij meer dan drieduizend militairen werden overgezet.
. Langs de weg van Saint Aubin d’Arquenay naar Bénouville gelande Horsa’s van Operatie ‘Mallard’. Er zijn afscheidingsschermen (midden) neergezet door de Britten om de Duitsers op de grond het overzicht te benemen. Aquarel door Britse oorlogskunstenaar vervaardigd.
Airborne-jeep vertrekt vanaf landingszone ‘N’ te Amfreville, Calvados, Normandië op 6 juni 1944 in de vroege avond. De Horsa erachter leed onder de impact van een stoot tegen een veldhek, geheel vergelijkbaar met het draadhek op landings-zone ‘X’ te Bénouville. Dáar kostte het de cockpit, hier de vleugel(s). Coll. IWM foto B-5205.(https://en.wikipedia.org/wiki/Operation_Mallard#/media/File:Riflemen_aboard_a_jeep_and_trailer.jpg)
Coll. IWM, foto 5050
![[IMG]](https://carleswolterman.nl/wp-content/uploads/2023/06/Picture-1-331w331h.jpeg)
Horsa Chalk 5 met de opschriften Churchills Antwoord en het Welshe Cymru am Byth ramde deels door een muur bij Amfreville tijdens de Operatie Mallard op 6 juni 1944, ’s avonds. De piloten zullen het hebben overleefd, te oordelen naar de staat van hun cockpit. Zij werden gesleept vanaf RAF-Broadwell door Flying Officer Wrigth. In het gras liggen manschappen van de 1e Royal Ulster Rifles welke eenheid ook werd vervoerd in deze Horsa’s. De muur behoorde tot de tuin van mada-me Le Mott. (http://ww2talk.com/index.php?threads/normandy-horsa-5-churchills-reply.44719/.)
Hoofdstuk 166.
6 juni 1944 , D-Day, avond: Uit zee gelande Britse infanterie en eenheid luchtafweer bereiken na uren Le Port en Bénouville
Aanval van Duitse 21e Pantserdivisie was ‘waardeloos geworden’.
Het Britse 7e Bataljon van het Loyal Regiment (North Lancashire), 92e Lich–te Luchtafweerregiment der Koninklijke Artillerie was al op maandag 5 juni ingescheept in de grote landingsvaartuigen HMS LcT 405 en HMS LcT 408, beide gebouwd op de Schotse werf van Meadowside. Lading: vrachtwagens en 20 mm.– en 40 mm.-Bofors-luchtdoelkanonnen bestemd voor de verdedi–ging rond beide strategische bruggen bij Bénouville en Ranville. Die doelen waren ook bij inscheping nog níet aan de luchtdoelartilleristen meegedeeld. (Voor het 92ste Luchtafweerregiment zie b.v.: https://en.wikipedia.org/wiki/92nd_(Loyals)_Light_Anti-Aircraft_Regiment,_Royal_Artillery; https://ww2talk.com/index.php?threads/7th-loyals-92nd-loyals-laa-regiment-ra-1940-1946.17663/. Voor LcT 408 zie: https://uboat.net/allies/warships/ship/17916.html; https://uboat.net/allies/warships/ship/19409.html; voor LcT 405 zie: https://www.navsource.org/archives/10/16/160405.htm)
6 juni 1944: een vloot Britse Landingcraft Tank Mk. IV (LcT’s) op D-Day, beschermd door sperballonnen aan kabels.(https://www.dday-overlord.com/en/material/warships/landing-craft/lct)
LCT 405 (afgebeeld) en LCT 408 vervoerden F Troop (Loyals) (mobiel luchtdoelgeschut) naar Sword Beach op D-Day ((https://ww2talk.com/index.php?threads/7th-loyals-92nd-loyals-laa-regiment-ra-1940-1946.17663/)

.De Nieuwzeelandse schipper (skipper) van LcT 627 = D-Day-vlootnummer 405, Lieutenant John Francis (‘Jack’; ‘Kiwi’) Pointon. (https://ww2talk.com/index.php?threads/7th-loyals-92nd-loyals-laa-regiment-ra-1940-1946.17663/)

First Lieutenant Arthur Walters van LcT 627 = D-Day-vlootnummer LcT 405 met de verweerde vlag van zijn landingsboot.(https://ww2talk.com/index.php?threads/7th-loyals-92nd-loyals-laa-regiment-ra-1940-1946.17663/)
Sword Beach bij Colleville, 6 juni 1944: troepen van de Britse 3e Divisie waarbij het 92ste Lichte Luchtafweerregiment was aangesloten, schuilen op het strand voor Duits vuur achter opgehoogde brencarriers. Rechts achter steekt de loop van een Bofors-luchtdoelkanon uit. Links rollen matten van houten paaltjes om het rijden over het strand te vergemakkelijken.(https://en.wikipedia.org/wiki/92nd_(Loyals)_Light_Anti-Aircraft_Regiment,_Royal_Artillery#/media/File:D-day_-_British_Forces_during_the_Invasion_of_Normandy_6_June_1944_B5093.jpg)
Een stuk mobiel Brits 40 mm.-Bofors-luchtafweer–geschut opgesteld tegenover café Gondrée in Bénouville sinds 2014. De markings betreffen het 92e Lichte Luchtafweerafweerregiment; rechts voorop is de letter F van F Troop van het Loyals Regiment onder het getal 47 aanwezig. Rechts: Kanaal van Caen naar zee.(https://www.normandywarguide.com/place/bofors-anti-aircraft-gun-benouville)
Een stuk Bofors 40 mm.-luchtdoelgeschut op het terrein van Musée Mémorial Pégasus in Bénouville. De markings betreffen eveneens 92ste Lichte Luchtafweerregiment, F Troop.(https://www.alamy.com/stock-photo-40mm-mounted-bofors-gun-at-the-pegasus-memorial-museum-ranville-normandy-146836391.html)
Kapitein Reid en sergeant Francis Connors van dit Loyal Regiment waren reeds in vroeg in de ochtend van de 6e gearriveerd op een hevig beschoten Sword Beach, samen met de eerste golf Britse infanteristen van de 8ste Bri–gade en Lovats Commando’s. Zij waren op D-Day ruim na het middaguur op motorfietsen naar Bénouville en Ranville gereden om geschikte locaties te vinden en te markeren voor hun luchtafweerkanonnen. De twee navolgen–de Troops van the Loyals hadden als bestemming eveneens Sword Beach, tussen Colleville-sur-Mer en La Brèche d’Hermanville. De zee was woest. Vele mannen waren die nacht dusdanig zeeziek geweest dat zelfs de tra–ditionele slok rum van de Royal Navy níet kon worden aanvaard. Pas laat in de middag van de 5e juni 1944 kregen de luchtdoelartilleristen op hun sche–pen te horen van hun leidende luitenant, Nigel Seymour Coombs, dat ze koste wat het kost moesten zien door te stoten naar beide bruggen om 6th Airborne Division middels hun 40 mm. Bofors-luchtdoelkanonnen te onder–steunen. (Voor een onderscheiding van Lt. Nigel Coombs zie nog: https://discovery.nationalarchives.gov.uk/details/r/D7407216.)
Brits, achter een vrachtwagen te vervoeren 40 mm. Mk.1 Bofors-luchtdoelgeschut met een Stiffkey-vizier en pantserbeplating ter bescherming van de schutter(s). (https://en.wikipedia.org/wiki/Bofors_40_mm_L/60_gun#/media/File:QF_40mm_Mk1_CFB_Borden_1.jpg)
Hen was verteld dat, indien de vijand de twee bruggen over Orne en kanaal zou heroveren, ‘de hele invasie in gevaar zou komen’. Zij zouden die daar–om moeten verdedigen tot het laatst. De twee troops mochten voor die taken niet op elkaar wachten. Hoewel ze niet wisten wat hen stond te wachten, was er óok voor deze man–schappen geen weg terug. Dat wisten óok hun leidende officieren. De waren namelijk speciaal voor deze tocht heimelijk uitgerust met een Colt .45 die zij -ook in de landingsboten- tegen het hoofd van een eventuele deserteur of weigeraar dienden te zetten om die tot andere gedachten te dwingen of om hem te executeren…. Deze luchtdoelartilleristen zouden meemaken hoe onderweg enige destroyers tonvormige dieptebommen hadden moeten uitwerpen rond hun enorme konvooi, omdat een duikboot zou zijn gesignaleerd. Hun grote landings–vaartuigen hadden toen nog heftiger geschommeld en op de golven gesla–gen dan ze toch al deden. Tegen 09:30 uur (Britse tijd) lagen beide landings–vaartuigen van F Troop der True Loyals dan zo’n drie mijl uit de Normandi–sche kust. De zogenaamde run–in zou pas om 13:00 ‘s middags mogen wor–den ingezet. Er viel nog te veel Duits granaatvuur op het strand. Vanaf LcT 405 zag Jim Holder-Vane een Duitse piloot in een lichtblauw vliegerpak voorbij drijven. Dood. Zwarte rookkolommen stegen op vanaf het Sword-stranden en bogen oostwaards af. Het bleek er bovendien vol te staan met manschappen, tanks, voertuigen en materiaal. Hún tanks! Was de Duitse verdediging hier wel verslagen? De run-in ving aan om slechts te eindigen in een cirkelgang vanwege bovenvermelde redenen. Het zware granaatvuur scheen van een Duitse batterij in Le Havre te zijn gekomen en oorlogsbodem HMS Rodney werd eropaf gezonden. De volgende vaart naar het strand riep Duits granaatvuur op hén op. Fonteinen water spoten op, om hen heen. Geen schot was raak, maar de schipper van LcT 405 wees haastig op houten krat–ten die aan een boord stonden. Dáar moesten de manschappen gaan zitten. Zouden ze worden geraakt, hadden zij in ieder geval íets om op te drijven. Om 13:25 (Britse tijd) in de middag konden de landrotten van F Troop dan toch eindelijk en behouden het vermaledijde landingsvaartuig verlaten op Sword Beach, sector Queen-Red, bij Colleville Plage. Het was een smal strand, ze zaten al vlakbij de strandmuur. Het beeld was níet bemoedigend: letterlijk hopen lichamen van gesneuvelden uit voornamelijk de eerste aanvalsgolf lagen er. Ze waren meestal bedekt met een anti–gascape. Met F Troop uit LcT 405 voorop bereikten alle zes luchtdoelkanonnen getrokken door trucks tesamen Colleville. Daar sloten zij zich aan bij Britse infanterie van het Suffolk Regiment, één der gemangelde aanvalsregimenten uit de 3e Divisie. Er hing dichte rook, een vrouw schreeuwde. Zij had een gesneu–velde Britse soldaat naast zijn nog brandende motorfiets zien liggen. Vanuit Bénouville-Noord en geboomte in de buurt viel intussen nog talrijk Duits vuur op de weg. Tóch werd er tijdens het oponthoud op zijn Brits thee ge–brouwen bij een kerk… Om vervolgens op D-Day in de late middag nog langzamer op te trekken naar Bénouville, drie mijl verderop. Zij werden weer opgehouden, nu door de observatie van een Duitse tank. ‘Type Tiger’ was gemeld, maar meer namen van Duitse pantsers kenden Britse soldaten in de regel niet. Tegen een Tigertank viel ook met hun Bofors-kanon weinig te ondernemen. ‘Je vuurt maar een paar ronden en dan als de donder weg–wezen!’, had een officier laconiek aanbevolen. Het was echter een Britse pa–rachutist van het 7e Bataljon van Geoffrey Pine-Coffin geweest die met een PIAT-bom die de betreffende (lichtere) tank had weten af te stoppen door er een rupsband vanaf te schieten. De luchtdoelartilleristen werden daarna be–volen mee te helpen Duitse schutters uit te schakelen met geweer en hand–granaat. Het begon te schemeren. De laatste opdracht beviel F-Troop daarom maar matig.
Het moet een minuut of wat vóór 21:00 uur (Britse tijd) zijn geweest. En toen… werd de zomeravondhemel gevuld met een vloot van honderden vliegtuigen, Halifaxes en andere met door hen gesleepte zweefvliegtuigen, Horsa’s en Hamilcars. Operation ‘Mallard’ was in volle gang! Luitenant Marsh liet in paniek en tot irritatie van anderen zijn luchtdoelkanonnen draaien. Híj alleen was bang dat het Dúitse toestellen waren! Het Duitse vuur van achter Bénouville zou zich van dat moment af op die vloot landen–de zweefvlietuigen gaan richten. Gelande en gespannen airbornes evenwel begonnen hún mitrailleurvuur –reeds bij uitstappen– óok op de bevriende Suffolks te richten. Er vielen slachtoffers. Het werd een chaotische toestand. F Troop–militairen zochten gehaast dekking. De laatsten waren van mening dat misschien hun nieuw uitgereikte helmen met gebogen achterrand voor vijandelijke waren aangezien. Later op die avond van 6 juni bereikten Suffolks-infanteristen en F Troop kerkdorp Le Port. Nog steeds zaten daar Duitsers in enige woningen, in hevig gevecht verwikkeld met de parachutisten van voornamelijk Compagnie B, 7e Bataljon, Parachu–tistenregiment. Één bijzonder hardnekkige sluipschutter zat op dat moment gedekt in de klokkentoren van de Notre Dame du Port–kerk, hoewel een galmgat tevoren stukgeschoten was door zowel het PIAT-schot van para-korporaal Killeen (twaalf gesneuvelde jonge Duitse schutters leverde dat op!) alsook door een schot uit een DD-Shermantank die met doortrekkende Commando’s was mee opgereden. Die eenzame Duitser in de toren begon ook te vuren op het F Troop-vrachtwagenkonvooi dat er moest wachten op verdere instructies. Jim Holder-Vane had bedacht dat het misschien zou hel–pen de meegebrachte camouflagenetten over de wagens te trekken. Hij liep vast naar een zijde van zijn truck. Een sluipschutterskogel sloeg prompt vlak bij zijn hoofd met een doffe klap in. Hij rende naar de gedekte zijde. ‘Sniper in the church tower!’, riep iemand. Jack Taylor trok een brengun van zijn truck, plaatste hem op het wegdek op de driepoot, ging erachter liggen en …zette eerst zijn bril op. Hij haalde de trekker over en er gebeurde niets. Waarschijnlijk was het gebogen magazijn verkeerd geladen. Het wapen ging meteen terug op de wagen. Toen suggereerde een officier van de parachutisten dat de eenvoudigste ma–nier toch zou zijn om hun Bofors-geschut op die toren te richten. Sergeant Clements van Number One Gun draaide zijn loop en liet een salvo los op een galmgat. Niet lang nadien ging de kerkdeur open. Een jonge Duitse soldaat stapte naar buiten met zijn handen omhoog. Hij had geluk, werd niet alsnog neergeschoten, maar krijgsgevangen gemaakt om later doorgezonden te worden naar Ranville. 
Église Notre Dame du Port te Bénouville-Le Port, Calvados, Normandië in huidige staat. Minstens veertien jonge Duitse sluipschutters hebben op D-day geopereerd vanuit deze toren. Zeker twaalf van hen lieten er het leven..(https://commons.wikimedia.org/wiki/File:B%C3%A9nouville_Eglise_10.jpg)
Église Notre Dame du Port te Bénouville-Le Port, Calvados, Normandië huidige staat.(https://commons.wikimedia.org/wiki/Category:%C3%89glise_de_B%C3%A9nouville#/media/File:B%C3%A9nouville_Eglise_11.jpg)
Deze luchtdoelkanonnen zouden ook in ramen van huizen worden gericht. Uiteindelijk nam F Troop zo twaalf vijanden gevangen. Het werd donkerder. Voor de komende nacht diende men zich hier in te graven, in een positie nog vóór de kanaalbrug. Jim Holder-Vane en zijn maten hielden halt met de wa–gen langs een grote greppel op de hoek van de weg tegenover het gemee–ntehuis van Bénouville. Hierin had de vorige nacht ook sergeant Thornton gelegen met zijn PIAT. Noordelijk vanaf de kustlijn was een spectaculair waaierend gordijn van lichtspoor-luchtafweervuur van de vloot te zien. Een–maal te rusten, meer wakend dan slapend in de greppel werd even later een vreemd tikkend geluid gehoord. Men ging ernaar op zoek. Het bleek te ko–men uit een kleine kartonnen container met een airborne–postduif erin, pik–kend naar zijn graanvoer! 
F Troop-luchtafweer bestemd voor beide bruggen geland in Normandië op D-Day in de middag (onderste aantekening). Geheim oorlogsdagboek.Aantekeningen betreffende the Loyal Regiment.(https://www.trueloyals.com/new-gallery/bzqdvq2rzneso9873a202okxcvdg9y)
Van de in totaal 355 zweefvliegtuigen die op 6 juni 1944 waren geland in het westelijke Ornegebied, werden honderd GPR-piloten gewond of gedood. De luchtlandingstroepen van brigadegeneraal Kindersley moesten over de bruggen naar Ranville trekken en vandaar dóor naar Escoville om de verde–digingsstrijd tegen 21e Pantserdivisie-eenheden voort te zetten. Mannen van de zojuist gelande 195e Luchtlandingsveldambulance zouden hard nodig zijn om de belangrijkste verbandpost in het Château de Hom bij Ranville op te zetten. Compagnie D-maten met hun nog altijd zwarte gezichten onthaalden de gearriveerde, bij de kanaalbrug langs marcherende compagniescollega’s van de 2e ‘Ox and Bucks’ met pesterige kreten:‘Waar hebben jullie godver–domme gezeten? Te laat voor parade, maten!’ Tom Packwood zag een jonge soldaat in een gepantserd voertuig, één arm losjes uit de cabine hangend, voorbijrijden en riep: ‘Hé, waar heb jij uitgehange? De oorlog is voorbij!’ (J.Howard en P.Howard Bates, The Pegasus Diaries, 137) De uitgeputte, gewonde Nigel Taylor zat de militaire optocht al een uur of wat met genoegen te bekijken vanaf het verder lege terrasje vóór het café Gondrée, een glas koele champagne in de hand. Jeeps met of zonder zesponder anti-tankgeschut erachter gehaakt, kleine Tetrach-tanks, brencarriers, opvouwbare motorfietsen en kolonne na kolonne gehelmde ‘Rode Baretten’ gingen voorbij. Van de avondhemel zweefden ondertussen honderden kleurige parachutes met containers vol voorraden naar beneden. Daar had de uitgeputte Taylor het allemaal voor ge–daan. Zijn Compagnie A van het 7e Parachutistenbataljon was uiteindelijk zeventien uur lang in Bénouville afgesloten geweest. Het had al zijn officie–ren als gewonden of gesneuvelden verloren. (S.E.Ambrose, Pegasus Bridge2, 148)

